Afgelopen week zat ik met een paar collega’s aan de keukentafel te praten na een heerlijke maaltijd en een lekker glas wijn. We kwamen op het artikel van Asha ten Broeke en Annemiek Verbeek in Trouw dat de ene collega en ik al hadden gelezen, maar waar de andere collega nog geen blik op had geworpen. Het stuk lag nog onder handbereik en eindigt met de vraag: “Op welke barricade staat u: die van de fles of van de borst? Stuur uw reactie naar tijdpost@trouw.nl”
Wonderlijke afsluiting van een tekst die begint te zeggen dat het tijd is voor vrede en die beweert een witte vlag aan te reiken. Van die missie is, als je het mij vraagt, niets terechtgekomen. Het stuk is doorspekt met al dan niet ingehouden frustraties en suggestieve formuleringen.
“Wij willen vrede stichten, en wel tussen het ‘flesvoedingskamp’ en de ‘borstvoedingsmaffia’.”
Dat impliceert dat er oorlog is, dat flesvoeders een homogene groep vormen en dat borstvoeders tot een geheime criminele organisatie behoren. Dit is niet het geval.
“Asha vertelde hoe ze als nieuwbakken moeder haar draai niet kon vinden met de borstvoeding. Van een autonoom leven was nauwelijks meer sprake.”
Uitgaande van de Griekse oorsprong van het woord verwijst autonomie naar de capaciteit van een individu om eigen verantwoorde beslissingen te nemen. Die capaciteit is cruciaal in de zorg voor een baby. Je zou wensen dat volwassen vrouwen zich, anders dan Asha, vóór ze zwanger worden op autonome wijze een realistisch beeld vormen van de behoeften van een pasgeboren mensenbaby.
Bovendien wordt de suggestie gewekt dat het geven van borstvoeding ervoor zorgt dat het leven er na de geboorte van een kind ineens heel anders uitziet dan daarvoor. Ook dit klopt niet.
“De medische voordelen van borstvoeding worden schromelijk overdreven.” Nog een misverstand: borstvoeding heeft geen voordelen. Borstvoeding, of melk van de eigen moeder, gedronken uit haar borst, is normgedrag en normvoeding voor zoogdierjongen en dus ook voor de mens. Daar zitten geen voordelen aan; dat is normaal. Tekort schietende alternatieven kennen nadelen.
“Moeders (…) worden ook vrijwel exclusief verantwoordelijk gehouden voor het welzijn van hun kinderen (…).” Tsja… is dat een raar idee, dat moeders, of liever ouders, de primair verantwoordelijken zijn voor het welzijn van hun kind en dat gezonde voeding daarvan een belangrijk onderdeel is?
“(…) de verloskundige kon geen advies geven over het type voeding dat ik moest kopen.” Een geruststelling: het maakt allemaal weinig uit. Koop gewoon geregeld een ander soort kunstmatige zuigelingenvoeding, als dat is wat je wilt geven, zodat je de eenzijdigheid nog een beetje binnen de perken houdt.
“Haar wereld ging weer open: tijd voor zichzelf, tijd om met de baby te spelen, tijd om ongestoord te werken.” Arme baby… tijd die aan de verzorging van het kind wordt besteed, wordt blijkbaar niet beschouwd als ‘eigen’ tijd. Hoort de baby niet bij het ‘eigen’, zelfgekozen leven? Is de baby een gadget, een speeltje dat het werken op hinderlijke wijze verstoort met alle behoeften die in zijn biologische blauwdruk besloten liggen?
“Annemiek is juist dolblij dat ze (…) heeft doorgezet met de borst.” Je zou denken dat borstvoeding alleen maar haalbaar is als je je koppig door alle aanvangsellende heen ploetert. Alweer een onjuistheid.
“Dat is juist het mooie van moeder zijn in onze tijd: dat we de vrijheid hebben om te kiezen.” En hoe zit het met de baby… heeft die nog wat te kiezen? Of is die overgeleverd aan de grillen van de ouders?
Gelukkig is er ook nog een punt waarmee ook ik van harte kan instemmen: “Asha is (…) tegen medische misinformatie.” Dat lijkt me een unanieme gedachte, want daar is niemand voorstander van, denk ik zo. Spijtig, dat die misinformatie nog zo alomtegenwoordig is, zowel waar het gaat om het verdoezelen van de risico’s van kunstmatige zuigelingenvoeding als waar het de goede begeleiding bij borstvoeding betreft.
Het begrip ‘schuldgevoel’ dat in het artikel al in de tweede alinea opduikt… dat is een verhaal op zich. Daarover volgende week meer!
zaterdag 24 november 2012
vrijdag 16 november 2012
Intensieve zorgen
Deze week was ik twee dagen ondergedompeld in het ritme van een neonatologische intensive care-afdeling. Ik was daar eerder al eens één dag, maar twee dagen achter elkaar, zoals nu, dat was nog weer een heel andere ervaring. Na twee dagen is mijn hoofd nog steeds vol van de beelden op mijn netvlies.
Het is moeilijk te beschrijven wat de vroeggeboorte van een kindje met zich meebrengt. In de eerste plaats is het voor de ouders natuurlijk een diep ingrijpende levensgebeurtenis. Alle verwachtingen die ze hadden voor de zwangerschap en de geboorte worden met donder en geweld op de kop gezet. Er is geen tijd om bij te komen, want hun kleine zoon of dochter vraagt meteen om hun nabijheid en hun betrokkenheid bij de dagelijkse verzorging.
Ook voor de sociale kring om de ouders heen (eventuele grotere kinderen en de (groot)ouders) is de situatie indringend. Zoals de ouders liefst dicht bij hun baby willen zijn, zo willen ook de grootouders graag hun kinderen omarmen en koesteren. Wanneer de ouders bijna niet van de zijde van hun kindje wijken, is er echter weinig gelegenheid voor de grootouders om de ouders te zien, terwijl ze natuurlijk bezorgd zijn en hun liefde voor hun grote en kleine kroost voelbaar willen maken. Het belang van de baby staat nu echter voorop. Die heeft de aanwezigheid van de ouders zo vreselijk hard nodig. Een pasgeboren baby, of die nu op tijd of te vroeg is, maakt maar één afweging:
“Voel ik me veilig of onveilig?”
Dat vertaalt zich in gedrag:
“Toenadering zoeken of afstand houden?”
Al dan niet gevoelde veiligheid bepaalt latere keuzes:
“Me verbinden met de ander of me verdedigen?”
De voorbije dagen op neonatologie zag ik die veiligheid voor mijn ogen gestalte krijgen. Piepkleine mensjes nestelden zich tevreden bij mama of papa op de borst: ontspannen gezichtjes, glimlachjes, uitgestrekte en weer opgekrulde armen en benen, en slapende, heerlijk slapende lijfjes. De ouders kijken al buidelend naar hun kind, maar met een schuin oog af en toe toch ook naar grafieken die een beeld geven van hoe het met hun baby gaat. Die eerste dagen en weken zijn het begin van een lange weg die ouders en kind samen afleggen. Het zal nog lang duren voordat ze een gevoel van ontspannen vertrouwen in de toekomst ervaren, want er zijn niet alleen stappen vooruit. Er zijn ook geregeld stappen achteruit; sommige ouders hebben al een groot verlies geleden en andere zijn er nog niet zeker van dat zo’n verlies niet alsnog hun pad zal kruisen. Dat betekent dat elke dag voor hen een uitdaging is, een kans om kostbare tijd te delen met hun kind.
Jill en Nils Bergman bepleiten in ‘Koester je kleintje’ met liefde, passie en overgave deze vorm van zorg: zo veel mogelijk huid-op-huidcontact, opdat er een hechte, veilige band ontstaat tussen de ouders en hun prematuur geboren baby en opdat de baby een goede basis voor de toekomst legt.
Op Youtube is een aantal prachtige filmpjes te vinden waarin Nils Bergman uitlegt hoe groot het belang is van dat nauwe contact. Hij vertelt over de emotionele ontwikkeling, over hoe de eerste indrukken bepalend zijn voor later, en over huid-op-huidcontact.
Toen ik vanochtend deze beelden bekeek, was ik ontroerd door het kader dat Nils schetst, een kader dat zeker niet alleen voor de hele kleine baby’s geldt, maar in feite voor ieder kind dat wordt geboren. “De baby is een klein menselijk wezen, met al zijn zintuigen open, ontwikkeld en ontvankelijk. Baby’s verwachten een relatie met de mensen om hen heen. De vaardigheid om lief te hebben is een wederzijds gevoel van vertrouwen dat zich opbouwt tussen twee mensen. Er ontstaat een innerlijk gevoel van zekerheid dat is gebaseerd op de relatie met de ander.”
Ik wil jullie van harte uitnodigen de drie filmpjes te bekijken en je erdoor te laten inspireren in je werk met ouders en baby's... en natuurlijk ook in de relatie met je eigen kinderen!
Het is moeilijk te beschrijven wat de vroeggeboorte van een kindje met zich meebrengt. In de eerste plaats is het voor de ouders natuurlijk een diep ingrijpende levensgebeurtenis. Alle verwachtingen die ze hadden voor de zwangerschap en de geboorte worden met donder en geweld op de kop gezet. Er is geen tijd om bij te komen, want hun kleine zoon of dochter vraagt meteen om hun nabijheid en hun betrokkenheid bij de dagelijkse verzorging.
Ook voor de sociale kring om de ouders heen (eventuele grotere kinderen en de (groot)ouders) is de situatie indringend. Zoals de ouders liefst dicht bij hun baby willen zijn, zo willen ook de grootouders graag hun kinderen omarmen en koesteren. Wanneer de ouders bijna niet van de zijde van hun kindje wijken, is er echter weinig gelegenheid voor de grootouders om de ouders te zien, terwijl ze natuurlijk bezorgd zijn en hun liefde voor hun grote en kleine kroost voelbaar willen maken. Het belang van de baby staat nu echter voorop. Die heeft de aanwezigheid van de ouders zo vreselijk hard nodig. Een pasgeboren baby, of die nu op tijd of te vroeg is, maakt maar één afweging:
“Voel ik me veilig of onveilig?”
Dat vertaalt zich in gedrag:
“Toenadering zoeken of afstand houden?”
Al dan niet gevoelde veiligheid bepaalt latere keuzes:
“Me verbinden met de ander of me verdedigen?”
De voorbije dagen op neonatologie zag ik die veiligheid voor mijn ogen gestalte krijgen. Piepkleine mensjes nestelden zich tevreden bij mama of papa op de borst: ontspannen gezichtjes, glimlachjes, uitgestrekte en weer opgekrulde armen en benen, en slapende, heerlijk slapende lijfjes. De ouders kijken al buidelend naar hun kind, maar met een schuin oog af en toe toch ook naar grafieken die een beeld geven van hoe het met hun baby gaat. Die eerste dagen en weken zijn het begin van een lange weg die ouders en kind samen afleggen. Het zal nog lang duren voordat ze een gevoel van ontspannen vertrouwen in de toekomst ervaren, want er zijn niet alleen stappen vooruit. Er zijn ook geregeld stappen achteruit; sommige ouders hebben al een groot verlies geleden en andere zijn er nog niet zeker van dat zo’n verlies niet alsnog hun pad zal kruisen. Dat betekent dat elke dag voor hen een uitdaging is, een kans om kostbare tijd te delen met hun kind.
Jill en Nils Bergman bepleiten in ‘Koester je kleintje’ met liefde, passie en overgave deze vorm van zorg: zo veel mogelijk huid-op-huidcontact, opdat er een hechte, veilige band ontstaat tussen de ouders en hun prematuur geboren baby en opdat de baby een goede basis voor de toekomst legt.
Op Youtube is een aantal prachtige filmpjes te vinden waarin Nils Bergman uitlegt hoe groot het belang is van dat nauwe contact. Hij vertelt over de emotionele ontwikkeling, over hoe de eerste indrukken bepalend zijn voor later, en over huid-op-huidcontact.
Toen ik vanochtend deze beelden bekeek, was ik ontroerd door het kader dat Nils schetst, een kader dat zeker niet alleen voor de hele kleine baby’s geldt, maar in feite voor ieder kind dat wordt geboren. “De baby is een klein menselijk wezen, met al zijn zintuigen open, ontwikkeld en ontvankelijk. Baby’s verwachten een relatie met de mensen om hen heen. De vaardigheid om lief te hebben is een wederzijds gevoel van vertrouwen dat zich opbouwt tussen twee mensen. Er ontstaat een innerlijk gevoel van zekerheid dat is gebaseerd op de relatie met de ander.”
Ik wil jullie van harte uitnodigen de drie filmpjes te bekijken en je erdoor te laten inspireren in je werk met ouders en baby's... en natuurlijk ook in de relatie met je eigen kinderen!
Labels:
grootouders,
huid-op-huidcontact,
neonatologie,
toekomst,
veilig,
verlies,
vertrouwen
vrijdag 9 november 2012
Een serieus verzoek
Gisteren werkte ik de post weg die op mijn bureau lag. Daar was onder andere een brief bij van de firma Medela. De brief ging over de 3FMSeriousRequest-actie van dit jaar, gericht op het voorkomen van babysterfte, op zichzelf een onderwerp dat ik een warm hart toedraag. Wel heb ik dikwijls bedenkingen bij de wijze waarop allerlei organisaties verwachten dat doel te bereiken. Ten onrechte speelt het beschermen, bevorderen en ondersteunen van borstvoeding namelijk vaak een ondergeschikte rol. Dat is treurig, want borstvoeding is één van de meest effectieve manieren om ziekte, sterfte en ondervoeding te bestrijden. De WHO besteedt er op diverse manieren aandacht aan en ook op de website van IBFAN is er informatie over te vinden.
Bij het bestrijden van morbiditeit (ziekte) en mortaliteit (sterfte) onder jonge kinderen is een cruciale rol weggelegd voor de moeder. Wanneer zij een half jaar uitsluitend borstvoeding geeft (wat iets anders is dan moedermelkvoeding!) en daarna haar kind tot de tweede verjaardag aan de borst houdt, legt ze een fantastische basis. Het geven van kunstmatige zuigelingenvoeding, het gebruik van flessen én het aanbieden van fopspenen zijn dingen die een langdurige borstvoedingsrelatie drastisch in de weg kunnen staan. Laat nou een fopspeen het logo zijn van 3FMSeriousRequest…! Dan vraag ik me toch ernstig af wie ze hebben geraadpleegd in de voorbereiding. Er kan toch wel een sprankelender symbool worden gekozen dan een voorwerp dat het gemis van de moeder moet goedmaken? Zeker Het Nederlandse Rode Kruis, dat aan deze actie meedoet, zou beter moeten weten. Voor medewerkers van een noodhulporganisatie moet de rol van borstvoeding in noodsituaties basiskennis zijn. De WHO en de internationale beroepsorganisatie van lactatiekundigen ILCA hebben er belangrijke stukken over op hun website.
En dat zijn dan weer bronnen waar Medela zich wat van zou moeten aantrekken. In de brief staat echter: “Medela is wereldwijd marktleider op het gebied van borstvoedingsproducten en staat bekend om haar borstkolven. Daarom gaan wij gebruikte borstkolven inzamelen om babysterfte te bestrijden.” Fronsen jullie met mij mee…? Hoe kan het inzamelen van kolven babysterfte bestrijden? Medela zal aan Serious Request (SR) € 5,00 doneren voor iedere ingeleverde gebruikte kolf. Die kolven gaan ze dan laten vernietigen, zo hoorden collega’s die bij Medela om opheldering hebben gevraagd. Het doorsturen van de kolven zou helemaal te dol zijn geweest, want Medela raadt in Nederland het gebruik van een tweedehands kolf met klem af…
Medela heeft dus niet direct baat bij de geretourneerde kolven. Waarom willen ze dan toch dat ze worden ingeleverd? Als het voorkomen van babysterfte ze zo na aan het hart ligt, dan kunnen ze toch sowieso geld doneren aan SR? Ze kunnen voor elke in 2012 verkochte kolf € 5,00 schenken. Ze zijn marktleider, zeggen ze, dus dat kan een mooi bedrag worden.
Moeders kunnen hun oude kolven inleveren bij een bepaalde babyzaak in Nederland. Zorgverleners en bedrijven kunnen oude spullen opsturen naar Medela. Levert een bedrijf meer dan drie kolven in, dan wordt het “in een exclusieve vermelding genoemd op onze Facebook pagina”, aldus Medela.
Ik krijg van zulke aanbiedingen een vreemd gevoel in mijn lijf. “Wat is hier de onderliggende motivatie, zowel van Medela als van de bedrijven die op die Facebook-pagina willen?”, zo zoemt het door mijn hoofd. En ook: “Als die inleverende moeders ooit weer een kolf nodig hebben, waar moet die volgens Medela dan worden aangeschaft?” en: “Waarom denkt Medela dat het gebruik van kolven elders in de wereld bijdraagt aan het verbeteren van de gezondheid en dus de overleving van baby’s?” In de gebieden waar de babysterfte hoog is, is vaak sprake van slechte hygiënische omstandigheden en scheiding van moeder en kind. Dan moet er niet worden gekolfd, maar live gevoed! Daarom een serieus verzoek van mijn kant: wil iedereen die zegt borstvoeding te willen beschermen, alsjeblieft de moeder en haar baby centraal stellen? Verwacht het heil niet van gadgets, maar zet in op goede informatie en vakkundige begeleiding van het borstvoedingsproces. En oh ja… denk niet in termen van ‘marktleiderschap’, maar in termen van ‘veilige hechting’ en ‘zelfvoorzienendheid’!
Bij het bestrijden van morbiditeit (ziekte) en mortaliteit (sterfte) onder jonge kinderen is een cruciale rol weggelegd voor de moeder. Wanneer zij een half jaar uitsluitend borstvoeding geeft (wat iets anders is dan moedermelkvoeding!) en daarna haar kind tot de tweede verjaardag aan de borst houdt, legt ze een fantastische basis. Het geven van kunstmatige zuigelingenvoeding, het gebruik van flessen én het aanbieden van fopspenen zijn dingen die een langdurige borstvoedingsrelatie drastisch in de weg kunnen staan. Laat nou een fopspeen het logo zijn van 3FMSeriousRequest…! Dan vraag ik me toch ernstig af wie ze hebben geraadpleegd in de voorbereiding. Er kan toch wel een sprankelender symbool worden gekozen dan een voorwerp dat het gemis van de moeder moet goedmaken? Zeker Het Nederlandse Rode Kruis, dat aan deze actie meedoet, zou beter moeten weten. Voor medewerkers van een noodhulporganisatie moet de rol van borstvoeding in noodsituaties basiskennis zijn. De WHO en de internationale beroepsorganisatie van lactatiekundigen ILCA hebben er belangrijke stukken over op hun website.
En dat zijn dan weer bronnen waar Medela zich wat van zou moeten aantrekken. In de brief staat echter: “Medela is wereldwijd marktleider op het gebied van borstvoedingsproducten en staat bekend om haar borstkolven. Daarom gaan wij gebruikte borstkolven inzamelen om babysterfte te bestrijden.” Fronsen jullie met mij mee…? Hoe kan het inzamelen van kolven babysterfte bestrijden? Medela zal aan Serious Request (SR) € 5,00 doneren voor iedere ingeleverde gebruikte kolf. Die kolven gaan ze dan laten vernietigen, zo hoorden collega’s die bij Medela om opheldering hebben gevraagd. Het doorsturen van de kolven zou helemaal te dol zijn geweest, want Medela raadt in Nederland het gebruik van een tweedehands kolf met klem af…
Medela heeft dus niet direct baat bij de geretourneerde kolven. Waarom willen ze dan toch dat ze worden ingeleverd? Als het voorkomen van babysterfte ze zo na aan het hart ligt, dan kunnen ze toch sowieso geld doneren aan SR? Ze kunnen voor elke in 2012 verkochte kolf € 5,00 schenken. Ze zijn marktleider, zeggen ze, dus dat kan een mooi bedrag worden.
Moeders kunnen hun oude kolven inleveren bij een bepaalde babyzaak in Nederland. Zorgverleners en bedrijven kunnen oude spullen opsturen naar Medela. Levert een bedrijf meer dan drie kolven in, dan wordt het “in een exclusieve vermelding genoemd op onze Facebook pagina”, aldus Medela.
Ik krijg van zulke aanbiedingen een vreemd gevoel in mijn lijf. “Wat is hier de onderliggende motivatie, zowel van Medela als van de bedrijven die op die Facebook-pagina willen?”, zo zoemt het door mijn hoofd. En ook: “Als die inleverende moeders ooit weer een kolf nodig hebben, waar moet die volgens Medela dan worden aangeschaft?” en: “Waarom denkt Medela dat het gebruik van kolven elders in de wereld bijdraagt aan het verbeteren van de gezondheid en dus de overleving van baby’s?” In de gebieden waar de babysterfte hoog is, is vaak sprake van slechte hygiënische omstandigheden en scheiding van moeder en kind. Dan moet er niet worden gekolfd, maar live gevoed! Daarom een serieus verzoek van mijn kant: wil iedereen die zegt borstvoeding te willen beschermen, alsjeblieft de moeder en haar baby centraal stellen? Verwacht het heil niet van gadgets, maar zet in op goede informatie en vakkundige begeleiding van het borstvoedingsproces. En oh ja… denk niet in termen van ‘marktleiderschap’, maar in termen van ‘veilige hechting’ en ‘zelfvoorzienendheid’!
Labels:
fopspeen,
hechting,
kolven,
kunstmatige zuigelingenvoeding,
noodsituaties,
sterfte
donderdag 1 november 2012
Een goed gesprek
Wat een mooie kindjes zag ik eergisteren tijdens twee consulten!
Een mannetje van vier maanden flirtte er lustig op los, met mama, met mij en met de hulp toen ze binnenkwam. Hij lachte aan één stuk door, babbelde dat het een lieve lust was en zocht voortdurend de ogen van degenen met wie hij ‘in gesprek’ was. Het was overduidelijk dat zijn sociale ontwikkeling sinds zijn geboorte een enorme vlucht had genomen en dat hij veilig gehecht was.
Toen ik binnenkwam, was hij net wakker en moest hij aanvankelijk even niet al te veel van me weten. Als altijd groette ik niet alleen de moeder, maar ook haar kind, niet wetende dat hij net ontwaakt was bij mama in de doek. Ik dacht weer aan wat een lieve kinderarts me ooit vertelde over de communicatie met baby’s en jonge kinderen: “Als ze je nog niet kennen, is dat diepe oogcontact al gauw te veel voor ze, want ze kunnen zich er niet zo goed voor afsluiten, dus dat moet jij als volwassene doen, in het kader van de coregulatie.” Dat geeft een heel mooie uitwisseling: doorpraten met mama, af en toe een vluchtige blik op baby’s gezicht, maar niet rechtstreeks in de ogen, contact houden, maar niet opdringen, rust geven, maar niet loslaten. Het is wonderbaarlijk om te zien hoe goed dat werkt, hoezeer de baby dan voelt dat je zijn privacy respecteert en niet over zijn grenzen heen gaat door zijn persoonlijke, binnenste cirkel ongevraagd en onwelkom binnen te dringen. Het is min of meer een kiekeboe-spelletje, maar zonder doek en zonder het actieve spelelement. Het is een beetje zoekend en tastend om elkaar heen draaien en wachten tot ook je jonge gesprekspartner eraan toe is om met jou als ‘vreemde’ (want naast mama en papa is in het begin vrijwel iedereen een vreemde) een persoonlijke uitwisseling tot stand te brengen. Dat gebeurde later tijdens het consult namelijk overvloedig, met lachen en kraaien en vraag en antwoord over en weer. Prachtig, prachtig!
’s Middags was er een mama met een meisje in de praktijk; ze was acht weken oud en begon nu ook meer te kletsen tijdens haar rustig alerte momenten, zo vertelde haar moeder. Moeder had heel wat te stellen met overproductie en haar dochter evenzeer. Toen ze aan de borst lag, dronk ze eerst met de ogen dicht; je zag hoe ze met haar hele lijfje in de weer was om zogen, slikken en ademhalen goed op elkaar af te stemmen. Toen de melkflow wat afnam, deed ze de ogen open en keek ze mama in het gezicht. De visuele prikkel van het oogcontact met mama zou haar aandacht voor een belangrijk deel hebben opgeëist, als ze dat tijdens het drinken had gedaan. Dat zou haar concentratie hebben verstoord en het drinken heel moeilijk hebben gemaakt. Nu de ergste honger was gestild, was er ruimte in haar hoofd voor extra zintuiglijke input: interactie met haar moeder. Het kleine, gave gezichtje was heel expressief en speurde de omgeving af naar nieuwe elementen. Allemaal waardevolle leerervaringen!
En toen ik vanochtend opstond, zag ik nóg meer moois waardoor baby’s communicatief worden: Wendy Haisma in het Dagblad van het Noorden, paginabreed met drie fraaie foto’s van haar met haar zoontje in de draagdoek. Een pluim voor het dagblad, voor de uitgebreide aandacht voor dit onderwerp!
Het was een bijzonder begin van de dag, in een week die toch al bol staat van de inspirerende gesprekken en ontmoetingen. Ik word er blij en ontroerd van, al die moeders die zo met hart en ziel met hun kindjes bezig zijn en zo een generatie grootbrengen die krachtig en empathisch in het leven staat, bereid tot een goed gesprek met de ander. Daar wordt de wereld beter van!
Een mannetje van vier maanden flirtte er lustig op los, met mama, met mij en met de hulp toen ze binnenkwam. Hij lachte aan één stuk door, babbelde dat het een lieve lust was en zocht voortdurend de ogen van degenen met wie hij ‘in gesprek’ was. Het was overduidelijk dat zijn sociale ontwikkeling sinds zijn geboorte een enorme vlucht had genomen en dat hij veilig gehecht was.
Toen ik binnenkwam, was hij net wakker en moest hij aanvankelijk even niet al te veel van me weten. Als altijd groette ik niet alleen de moeder, maar ook haar kind, niet wetende dat hij net ontwaakt was bij mama in de doek. Ik dacht weer aan wat een lieve kinderarts me ooit vertelde over de communicatie met baby’s en jonge kinderen: “Als ze je nog niet kennen, is dat diepe oogcontact al gauw te veel voor ze, want ze kunnen zich er niet zo goed voor afsluiten, dus dat moet jij als volwassene doen, in het kader van de coregulatie.” Dat geeft een heel mooie uitwisseling: doorpraten met mama, af en toe een vluchtige blik op baby’s gezicht, maar niet rechtstreeks in de ogen, contact houden, maar niet opdringen, rust geven, maar niet loslaten. Het is wonderbaarlijk om te zien hoe goed dat werkt, hoezeer de baby dan voelt dat je zijn privacy respecteert en niet over zijn grenzen heen gaat door zijn persoonlijke, binnenste cirkel ongevraagd en onwelkom binnen te dringen. Het is min of meer een kiekeboe-spelletje, maar zonder doek en zonder het actieve spelelement. Het is een beetje zoekend en tastend om elkaar heen draaien en wachten tot ook je jonge gesprekspartner eraan toe is om met jou als ‘vreemde’ (want naast mama en papa is in het begin vrijwel iedereen een vreemde) een persoonlijke uitwisseling tot stand te brengen. Dat gebeurde later tijdens het consult namelijk overvloedig, met lachen en kraaien en vraag en antwoord over en weer. Prachtig, prachtig!
’s Middags was er een mama met een meisje in de praktijk; ze was acht weken oud en begon nu ook meer te kletsen tijdens haar rustig alerte momenten, zo vertelde haar moeder. Moeder had heel wat te stellen met overproductie en haar dochter evenzeer. Toen ze aan de borst lag, dronk ze eerst met de ogen dicht; je zag hoe ze met haar hele lijfje in de weer was om zogen, slikken en ademhalen goed op elkaar af te stemmen. Toen de melkflow wat afnam, deed ze de ogen open en keek ze mama in het gezicht. De visuele prikkel van het oogcontact met mama zou haar aandacht voor een belangrijk deel hebben opgeëist, als ze dat tijdens het drinken had gedaan. Dat zou haar concentratie hebben verstoord en het drinken heel moeilijk hebben gemaakt. Nu de ergste honger was gestild, was er ruimte in haar hoofd voor extra zintuiglijke input: interactie met haar moeder. Het kleine, gave gezichtje was heel expressief en speurde de omgeving af naar nieuwe elementen. Allemaal waardevolle leerervaringen!
En toen ik vanochtend opstond, zag ik nóg meer moois waardoor baby’s communicatief worden: Wendy Haisma in het Dagblad van het Noorden, paginabreed met drie fraaie foto’s van haar met haar zoontje in de draagdoek. Een pluim voor het dagblad, voor de uitgebreide aandacht voor dit onderwerp!
Het was een bijzonder begin van de dag, in een week die toch al bol staat van de inspirerende gesprekken en ontmoetingen. Ik word er blij en ontroerd van, al die moeders die zo met hart en ziel met hun kindjes bezig zijn en zo een generatie grootbrengen die krachtig en empathisch in het leven staat, bereid tot een goed gesprek met de ander. Daar wordt de wereld beter van!
Labels:
communicatie,
coregulatie,
draagdoek,
empathisch,
kiekeboe,
oogcontact,
privacy,
veilig gehecht,
zintuiglijk
dinsdag 23 oktober 2012
Geuren en kleuren
Afgelopen zondag wandelden mijn man en ik in de buurt van Gasselte. Tijdens de eerste levensjaren van mijn zusje en mij hadden mijn ouders een seizoenplaats met de bungalowtent op een camping in dit dorp. Het was alweer lang geleden dat ik er was en ik wilde ik graag het terrein even bezoeken. Bij aankomst zag ik in gedachten langs de bosrand de tere grasklokjes die er tegenwoordig in het voorjaar weer zijn, maar die door drastisch bermonderhoud jarenlang zeldzaam waren.
Ik was er vrij zeker van dat ik zó naar ons plekje kon lopen. We liepen de camping op, het lange pad af, tussen de bomen door, rechts de kleine zandvlakte, links de grote, nog een klein stukje verder… en daar was het voor mij belangrijkste herkenningspunt: een jeneverbesstruik op een kleine verhoging. Jeneverbessen kunnen heel oud worden en ook decennia later kun je ze goed herkennen. Het viel me op dat hij zo langzamerhand wel wat uit elkaar was gevallen. Het paadje tussen de hoofdstammen was nu een stuk breder dan destijds, maar hij stond er nog steeds. Ik herinnerde me hoe ik in het binnenste van de grote struik met mijn pop speelde en hoe de wortels met het zand ertussen een soort commode vormden waarop mijn pop kon liggen. Die commode leek veel lager geworden, maar ja… met driejarige beentjes lijkt alles natuurlijk een stuk hoger.
Ik zag dat de zandgrond meer begroeid was geraakt op de plek waar mijn vader ruim veertig jaar geleden een zandkuil voor mij groef en met de schep zorgvuldig een tafel en een bankje erin vormde.
Ik zag bijna tastbaar mijn oom weer lopen, met zijn toilettas in de hand en zijn handdoek om de nek, als hij fris geschoren terugkwam van het toiletgebouw, een guitige blik op zijn gezicht.
Het meest indringende was echter de geur. Het bos op de camping is een gemengd bos, met eikenbomen en naaldbomen, en de bodem bestaat uit zand, gras en heide. Waar ter wereld ik ook loop… als ik die mengeling van natuurlijke begroeiing ruik, ben ik op deze plek. Zo diep heeft die geur zich in mijn geheugen gevestigd en zo zeer is die verbonden met de herinnering aan een zorgeloze tijd, dat er geen andere geur tegenop kan.
Er gebeurde veel in de jaren erna en ik kan deze kostbare terugblik niet meer delen met mijn ouders en mijn zusje, omdat ze er niet meer zijn. Toch is de herinnering onuitwisbaar, want als kind neem je de dingen diep in je emotionele brein op. Daar raken geuren en kleuren verbonden met die ene afweging: veilig of niet veilig. Dat is de keuze die onze baby’s maken: veilig of niet veilig, toenadering zoeken of afstand bewaren, verbinden of verdedigen. Als ouders en als zorgverleners hebben we dus een heel belangrijke rol voor onze jongsten: hoe meer van die krachtige, veilige herinneringen we ze kunnen geven, hoe stabieler ze in het leven staan, hoe opener ze de wereld tegemoet treden en hoe gezonder ze zijn!
Vanavond reis ik af naar een nieuwe plek in mijn leven die verbonden is met geuren en kleuren. Sinds 2004 kom ik er bijna elke herfst en bouw ik zorgvuldig aan positieve associaties. De glooiende heuvels, de herfstige bomen, de houtstapels die wachten op de winter, de kerkklok die beiert over het dal en altijd dezelfde geurige thee… Het is een plek voor bezinning, voor dagelijkse wandelingen, voor stilte en nadenken. Het is ook een plek waar ik hard aan diverse projecten heb gewerkt en waar nu ‘Koester je kleintje’ in de schijnwerpers zal staan, opdat ook de aller-, allerkleinste kindjes in ons midden omringd worden met wat ze het allergrootste gevoel van veiligheid geeft: mama’s geurige, lieve lijf.
Ik was er vrij zeker van dat ik zó naar ons plekje kon lopen. We liepen de camping op, het lange pad af, tussen de bomen door, rechts de kleine zandvlakte, links de grote, nog een klein stukje verder… en daar was het voor mij belangrijkste herkenningspunt: een jeneverbesstruik op een kleine verhoging. Jeneverbessen kunnen heel oud worden en ook decennia later kun je ze goed herkennen. Het viel me op dat hij zo langzamerhand wel wat uit elkaar was gevallen. Het paadje tussen de hoofdstammen was nu een stuk breder dan destijds, maar hij stond er nog steeds. Ik herinnerde me hoe ik in het binnenste van de grote struik met mijn pop speelde en hoe de wortels met het zand ertussen een soort commode vormden waarop mijn pop kon liggen. Die commode leek veel lager geworden, maar ja… met driejarige beentjes lijkt alles natuurlijk een stuk hoger.
Ik zag dat de zandgrond meer begroeid was geraakt op de plek waar mijn vader ruim veertig jaar geleden een zandkuil voor mij groef en met de schep zorgvuldig een tafel en een bankje erin vormde.
Ik zag bijna tastbaar mijn oom weer lopen, met zijn toilettas in de hand en zijn handdoek om de nek, als hij fris geschoren terugkwam van het toiletgebouw, een guitige blik op zijn gezicht.
Het meest indringende was echter de geur. Het bos op de camping is een gemengd bos, met eikenbomen en naaldbomen, en de bodem bestaat uit zand, gras en heide. Waar ter wereld ik ook loop… als ik die mengeling van natuurlijke begroeiing ruik, ben ik op deze plek. Zo diep heeft die geur zich in mijn geheugen gevestigd en zo zeer is die verbonden met de herinnering aan een zorgeloze tijd, dat er geen andere geur tegenop kan.
Er gebeurde veel in de jaren erna en ik kan deze kostbare terugblik niet meer delen met mijn ouders en mijn zusje, omdat ze er niet meer zijn. Toch is de herinnering onuitwisbaar, want als kind neem je de dingen diep in je emotionele brein op. Daar raken geuren en kleuren verbonden met die ene afweging: veilig of niet veilig. Dat is de keuze die onze baby’s maken: veilig of niet veilig, toenadering zoeken of afstand bewaren, verbinden of verdedigen. Als ouders en als zorgverleners hebben we dus een heel belangrijke rol voor onze jongsten: hoe meer van die krachtige, veilige herinneringen we ze kunnen geven, hoe stabieler ze in het leven staan, hoe opener ze de wereld tegemoet treden en hoe gezonder ze zijn!
Vanavond reis ik af naar een nieuwe plek in mijn leven die verbonden is met geuren en kleuren. Sinds 2004 kom ik er bijna elke herfst en bouw ik zorgvuldig aan positieve associaties. De glooiende heuvels, de herfstige bomen, de houtstapels die wachten op de winter, de kerkklok die beiert over het dal en altijd dezelfde geurige thee… Het is een plek voor bezinning, voor dagelijkse wandelingen, voor stilte en nadenken. Het is ook een plek waar ik hard aan diverse projecten heb gewerkt en waar nu ‘Koester je kleintje’ in de schijnwerpers zal staan, opdat ook de aller-, allerkleinste kindjes in ons midden omringd worden met wat ze het allergrootste gevoel van veiligheid geeft: mama’s geurige, lieve lijf.
Labels:
Gasselte,
geur,
herinnering,
kleur,
pop,
stabiel,
toenadering,
veilig
woensdag 17 oktober 2012
Media... sociaal?
Twee weken geleden bracht ik een bezoek aan de snackbar, omdat ik geen zin had om te koken. Diverse mensen waren in afwachting van hun bestelling en zoals dat gaat, riep de jongen achter de toonbank na het verzamelen van de gefrituurde producten de inhoud van de tasjes op. Bij één bestelling riep hij wel zo’n zeven of acht onderdelen op, maar niemand reageerde, totdat een andere medewerker riep: “Hé, René!” René keek op van zijn smartphone, nam het tasje in ontvangst en verliet het etablissement. Zo geabsorbeerd kunnen mensen dus zijn in hun sociale media, dat de honger naar de achtergrond verdwijnt.
Dit was een redelijk onschuldige situatie, maar onlangs hoorden we als collega’s ook een heel ander, zeer triest verhaal. Een moeder die net was bevallen, lag met haar baby in bed en was zo druk met haar telefoon, dat ze geen aandacht meer voor haar pasgeboren baby had. De zorgverlener die de ruimte binnenkwam, zag een bleek, grauw kindje, pakte het op en wist het weer aan het ademen te krijgen. Was ze een paar minuten later binnengekomen of minder alert geweest, dan was deze moeder haar baby verloren.
Een andere collega vertelde over een baby die, vier uur na de geboorte, al de hoofdrol speelde in een zorgvuldig geregisseerde fotoshoot, compleet met schapenvacht en professionele fotograaf, in plaats van lekker dicht tegen mama aan te liggen, haar te horen, te ruiken, te proeven en te voelen. Grote kans, dat dit kleine mensje even later al zijn entree maakte op het wereldwijde gezichtenboek.
De vraag doemt op… hoe sociaal zijn de media die we ‘social media’ noemen? De oorsprong van het woord ‘sociaal’ draagt de betekenis van ‘verbinden’, ‘verbonden zijn’. Dat is inderdaad het streven van de vele media die er zijn. Maar wat hebben we aan de verbinding met mensen verder weg, als dat ertoe leidt dat de basisbehoeften van onze kinderen niet meer goed kunnen worden vervuld? Veilige hechting is immers de primaire vorm van je verbinden met de ander.
Ouders zijn (in de meeste gevallen) volwassen mensen en het is niet aan de zorgverlener om ze de wet voor te schrijven. Wat wel de taak van de zorgverlener is, is aangeven wat de baby nodig heeft en hoe de moeder en de ouders samen ervoor kunnen zorgen dat ze in de beginfase goed met hun kindje leren communiceren.
Hoe kunnen we omgaan met de oprukkende invloed van altijd bereikbaar zijn?
Vrijen met de telefoon in de hand? Samen aan tafel eten terwijl de ene ringtone na de andere het binnenkomen van weer een bericht verraadt? Naar een dansvoorstelling kijken terwijl je scherp je scherm in de gaten houdt? Velen zullen deze drie combinaties niet zo’n goed idee vinden.
Het voeden van je baby, zeker in de eerste dagen, is echter het opbouwen van een liefdesrelatie voor het leven. Het is voor je kind de manier om een gevoel van verzadiging te bereiken na een intens genoten maaltijd. En bovenal is het proces aan de borst een ‘mother-baby dance’, zoals soms zo mooi wordt gezegd. Je draait om elkaar heen, je kijkt naar elkaar, je voelt elkaar aan en de ene partner in de twee-eenheid reageert op de andere. Het is coregulatie; het is leren je op een heel dierbare naaste af te stemmen. Dat hoogontwikkelde en hoogst sociale gedrag wordt aangestuurd door de rechter hersenhelft, die gericht is op relatievorming. Daar vormen die media een onwelkome spammer!
Dit was een redelijk onschuldige situatie, maar onlangs hoorden we als collega’s ook een heel ander, zeer triest verhaal. Een moeder die net was bevallen, lag met haar baby in bed en was zo druk met haar telefoon, dat ze geen aandacht meer voor haar pasgeboren baby had. De zorgverlener die de ruimte binnenkwam, zag een bleek, grauw kindje, pakte het op en wist het weer aan het ademen te krijgen. Was ze een paar minuten later binnengekomen of minder alert geweest, dan was deze moeder haar baby verloren.
Een andere collega vertelde over een baby die, vier uur na de geboorte, al de hoofdrol speelde in een zorgvuldig geregisseerde fotoshoot, compleet met schapenvacht en professionele fotograaf, in plaats van lekker dicht tegen mama aan te liggen, haar te horen, te ruiken, te proeven en te voelen. Grote kans, dat dit kleine mensje even later al zijn entree maakte op het wereldwijde gezichtenboek.
De vraag doemt op… hoe sociaal zijn de media die we ‘social media’ noemen? De oorsprong van het woord ‘sociaal’ draagt de betekenis van ‘verbinden’, ‘verbonden zijn’. Dat is inderdaad het streven van de vele media die er zijn. Maar wat hebben we aan de verbinding met mensen verder weg, als dat ertoe leidt dat de basisbehoeften van onze kinderen niet meer goed kunnen worden vervuld? Veilige hechting is immers de primaire vorm van je verbinden met de ander.
Ouders zijn (in de meeste gevallen) volwassen mensen en het is niet aan de zorgverlener om ze de wet voor te schrijven. Wat wel de taak van de zorgverlener is, is aangeven wat de baby nodig heeft en hoe de moeder en de ouders samen ervoor kunnen zorgen dat ze in de beginfase goed met hun kindje leren communiceren.
Hoe kunnen we omgaan met de oprukkende invloed van altijd bereikbaar zijn?
Vrijen met de telefoon in de hand? Samen aan tafel eten terwijl de ene ringtone na de andere het binnenkomen van weer een bericht verraadt? Naar een dansvoorstelling kijken terwijl je scherp je scherm in de gaten houdt? Velen zullen deze drie combinaties niet zo’n goed idee vinden.
Het voeden van je baby, zeker in de eerste dagen, is echter het opbouwen van een liefdesrelatie voor het leven. Het is voor je kind de manier om een gevoel van verzadiging te bereiken na een intens genoten maaltijd. En bovenal is het proces aan de borst een ‘mother-baby dance’, zoals soms zo mooi wordt gezegd. Je draait om elkaar heen, je kijkt naar elkaar, je voelt elkaar aan en de ene partner in de twee-eenheid reageert op de andere. Het is coregulatie; het is leren je op een heel dierbare naaste af te stemmen. Dat hoogontwikkelde en hoogst sociale gedrag wordt aangestuurd door de rechter hersenhelft, die gericht is op relatievorming. Daar vormen die media een onwelkome spammer!
Labels:
hechting,
lichamelijke behoeften,
sociaal,
social media,
telefoon,
zorgverlener
donderdag 11 oktober 2012
Handjes thuis
Afgelopen week spraken we met een aantal collega’s weer eens over het begrip ‘interventie’. Het hele proces van dragen, baren en zogen is in de loop der tijd alsmaar meer onderhevig geraakt aan interventies van al dan niet medische aard. Terwijl we erover discussieerden, bleek dat niet iedereen dezelfde definitie van ‘interventie’ hanteerde en dat kan gemakkelijk tot een Babylonische spraakverwarring leiden. Helder definiëren is een voorwaarde om tot steekhoudende conclusies te komen. Een gebied waarvoor dat meer dan voor welk ander gebied geldt, is dat van het wetenschappelijk onderzoek. Het begrip ‘evidence based’ is iets waarmee we tegenwoordig te pas en te onpas om de oren worden geslagen. Yvo Smulders, hoogleraar Interne Geneeskunde in het VU Medisch Centrum in Amsterdam, heeft er op Youtube een prachtige presentatie over, die ik van harte kan aanbevelen. Hij spreekt over het ‘evidence beest’, wat een vondst! Hij zet zijn publiek aan tot nadenken over de vraag wat je eigenlijk meet, wat je vervolgens denkt te weten en hoe je daarop je beleid kunt baseren.
Laten we eens kijken naar het woord ‘interventie’. Dit is afkomstig van het Latijnse woord ‘intervenire’, wat ‘komen tussen’ betekent. Bij een interventie is er dus sprake van een ‘tussenkomst’. Vaak wordt het gebruikt in de betekenis van ‘ingreep’, ‘bemiddeling’, ‘oplossing van een probleem’. In de context van de politiek betekent het bemoeienis met interne aangelegenheden, meestal op grond van internationaal recht of humanitaire overwegingen. Degene die intervenieert, is dus meestal iemand die tussenbeide komt, die zich inmengt in wat er tussen twee partijen gebeurt, vanuit de gedachte dat hij het als interveniërende partij beter weet dan degenen op wie hij zijn actie richt.
Goede borstvoedingszorg begint er daarentegen mee interventies te voorkomen, zodat er geen problemen ontstáán (en dan hoef je ze vanzelfsprekend ook niet op te lossen). Als moeder en kind wel uit elkaar zijn gehaald of op afstand van elkaar verkeren, begint een goed consult met het weer bij elkaar brengen van de partners in de dyade, de twee-eenheid. In de woorden van de Engelse kinderarts en psycholoog Donald Winnicott: “There is no such thing as a baby; there is always a baby and someone.” Dat weten we ergens ook wel, want een baby kan zich in z’n eentje immers niet redden. Mama’s lijf, mama’s armen… die vormen zijn habitat, zijn veilige leefomgeving in de beginfase van zijn leven. Daar hoort hij thuis. En als je je het daarmee eens bent, is huid-op-huidcontact dan een interventie? Of was in essentie de scheiding die eraan voorafging de ingreep, de tussenkomst, de inmenging?
Goed wetenschappelijk onderzoek is erop gericht een interventie te bestuderen en die te vergelijken met de situatie waarin er niet wordt ingegrepen. Als dat nou eens wat beter zou worden begrepen! Dan zouden we heel andere onderzoeksstudies (en krantenkoppent!) krijgen. Dan zou het worden: ‘Kunstmatige zuigelingenvoeding en het risico op obesitas’ (in plaats van ‘Borstvoeding en de bescherming tegen obesitas’) of ‘Scheiding van de moeder en hartritmestoornissen bij de baby’ (in plaats van ‘Verminderde hartritmestoornissen bij huid-op-huidcontact’). Het normale, de situatie waarin er niet wordt geïntervenieerd, dat is je referentiepunt en daarmee vergelijk je de gevolgen van het ingrijpen.
Vroeger zei ik soms tegen de kinderen: “Kijken met de ogen, niet met de handen.” Dat is ook in de zorg voor borstvoedende moeders een goed uitgangspunt. Eerst maar eens de boel stevig bij elkaar houden, goed observeren en niet tussenbeide komen, dus … hands off!
Laten we eens kijken naar het woord ‘interventie’. Dit is afkomstig van het Latijnse woord ‘intervenire’, wat ‘komen tussen’ betekent. Bij een interventie is er dus sprake van een ‘tussenkomst’. Vaak wordt het gebruikt in de betekenis van ‘ingreep’, ‘bemiddeling’, ‘oplossing van een probleem’. In de context van de politiek betekent het bemoeienis met interne aangelegenheden, meestal op grond van internationaal recht of humanitaire overwegingen. Degene die intervenieert, is dus meestal iemand die tussenbeide komt, die zich inmengt in wat er tussen twee partijen gebeurt, vanuit de gedachte dat hij het als interveniërende partij beter weet dan degenen op wie hij zijn actie richt.
Goede borstvoedingszorg begint er daarentegen mee interventies te voorkomen, zodat er geen problemen ontstáán (en dan hoef je ze vanzelfsprekend ook niet op te lossen). Als moeder en kind wel uit elkaar zijn gehaald of op afstand van elkaar verkeren, begint een goed consult met het weer bij elkaar brengen van de partners in de dyade, de twee-eenheid. In de woorden van de Engelse kinderarts en psycholoog Donald Winnicott: “There is no such thing as a baby; there is always a baby and someone.” Dat weten we ergens ook wel, want een baby kan zich in z’n eentje immers niet redden. Mama’s lijf, mama’s armen… die vormen zijn habitat, zijn veilige leefomgeving in de beginfase van zijn leven. Daar hoort hij thuis. En als je je het daarmee eens bent, is huid-op-huidcontact dan een interventie? Of was in essentie de scheiding die eraan voorafging de ingreep, de tussenkomst, de inmenging?
Goed wetenschappelijk onderzoek is erop gericht een interventie te bestuderen en die te vergelijken met de situatie waarin er niet wordt ingegrepen. Als dat nou eens wat beter zou worden begrepen! Dan zouden we heel andere onderzoeksstudies (en krantenkoppent!) krijgen. Dan zou het worden: ‘Kunstmatige zuigelingenvoeding en het risico op obesitas’ (in plaats van ‘Borstvoeding en de bescherming tegen obesitas’) of ‘Scheiding van de moeder en hartritmestoornissen bij de baby’ (in plaats van ‘Verminderde hartritmestoornissen bij huid-op-huidcontact’). Het normale, de situatie waarin er niet wordt geïntervenieerd, dat is je referentiepunt en daarmee vergelijk je de gevolgen van het ingrijpen.
Vroeger zei ik soms tegen de kinderen: “Kijken met de ogen, niet met de handen.” Dat is ook in de zorg voor borstvoedende moeders een goed uitgangspunt. Eerst maar eens de boel stevig bij elkaar houden, goed observeren en niet tussenbeide komen, dus … hands off!
Labels:
baby,
borstvoeding,
habitat,
huid-op-huidcontact,
interventie,
moeder,
onderzoek,
wetenschappelijk
Abonneren op:
Posts (Atom)






