Posts tonen met het label WHO-code. Alle posts tonen
Posts tonen met het label WHO-code. Alle posts tonen

woensdag 25 februari 2015

Context, deel 3

Sinds twee weken schrijf ik over hoe dingen in een context moeten worden gezien en hoe ook altijd alles door de eigen context wordt bepaald. De afgelopen dagen kwam mij in dat opzicht een aantal interessante teksten onder ogen. Ik zag eerst de reacties (die mensen zitten in mijn netwerk, in mijn context…) en pas daarna het gewraakte origineel, dat gisteren bij mij terechtkwam. In de context van een samenleving waarin dienstbaarheid aan de belangen van een kind waarvoor je (meestal) zeer bewust hebt gekozen bijna uit de tijd lijkt, valt zo’n tekst, hoe droevig ook, misschien wel te verklaren. Laten we er eens gedetailleerd naar kijken (citaten cursief).

Velen zullen het al hebben gelezen, het artikel van Phaedra Werkhoven in de NRC van zaterdag 21 februari: Volgende stap van de borstvoedingsmaffia schreeuwt de kop. Daaronder staat een foto van een baby die door de verzorger wel wat al te stevig bij het hoofd gegrepen lijkt te worden tijdens het drinken uit de fles. Krijgt deze baby flesvoeding? Ja, want er is een fles in beeld. Krijgt deze baby kunstmatige zuigelingenvoeding? Daar ben ik niet zo zeker van, want de kleur van de inhoud van de fles geeft aanleiding te denken dat er met deze voedingsmethode wellicht een vroege versie van moedermelk wordt aangeboden. Daar gaat mevrouw Werkhoven dus meteen al de mist in met haar inleiding, waarin ze stelt: Verloskundigen verbreken hun banden met Sanoma wegens advertenties voor flesvoeding. Dat lijkt me een kort-door-de-bocht-formulering van wat de KNOV heeft gedaan; de KNOV heeft de cont(r)acten ongetwijfeld primair opgezegd vanwege de reclame voor kunstmatige zuigelingenvoeding. Die vormen namelijk de hoofdmoot van dit soort reclames. In de kunstmatige zuigelingenvoedingsindustrie zit de bulk van het geld waarmee de bekritiseerde reclames worden betaald. Hoe meer mensen zich laten misleiden door deze reclames, hoe meer geld er is om nóg meer mensen over te halen. Zo zijn er afgelopen jaar volgens deze site 600.000 pakketten melkpoeder naar China verscheept; de 14,5 miljoen euro die dat kostte, was volgens onder andere de Volkskrant 6% van de omzet van de pakketdienst van PostNL. Ik word er beroerd van als ik eraan denk hoeveel menselijk kapitaal er wordt verspild door het feit dat zoveel Chinese baby ’s nu ook al niet meer bij hun moeder drinken. De wereld schreeuwt om ecologisch duurzame oplossingen voor van alles en nog wat en wat gebeurt er in heel die context met de voeding voor de kleinsten in de wereld? Die wordt op grote schaal on-duurzaam gemaakt en al die kleine baby’s beginnen zo al met een onnodig grote ecologische voetafdruk.

De tweede zin van de inleiding, flesvoeding is geen zaak van leven of dood, ongeacht wat verloskundigen ook zeggen (de taalfout is niet van mij), is door mijn college Gonneke van Veldhuizen in dit goede blog uitgebreid behandeld, dus die laat ik voor wat het is.

We lezen verder en volgens mevrouw Werkhoven wordt de aanname dat borstvoeding het beste is (…) niet overtuigend door de wetenschap onderschreven. Ik ben benieuwd naar wat voor onderzoek mevrouw Werkhoven op zoek is en wat zij aan onderbouwing nodig heeft alvorens ze overtuigd is van iets. Ik ben benieuwd of ze ook denkt dat roken geen schade voor de gezondheid geeft, omdat ook die bewering niet voldoende is onderbouwd.

Twijfelaars aan de juistheid van onderzoek dat het belang van borstvoeding ondersteunt, kunnen volgens haar op felle reacties van de zogeheten borstvoedingsmaffia rekenen. Al vaker heb ik de definitie van het woord ‘maffia’ opgezocht en met lezers gedeeld, maar het kan geen kwaad dat nog eens te herhalen. Dit is wat de digitale vanDale erover zegt: 1 geheime bond van misdadigers op Sicilië; 2 grootscheepse, georganiseerde wereld van de misdaad; 3 (minachtend) besloten wereldje: medische maffia.
Even een gedachtenexperiment, een analogie met andere groepen die zich ergens sterk voor maken:
Amnesty International… mensenrechtenmaffia?
Nierstichting… plasmaffia?
Dalai Lama-aanhangers… monnikenmaffia?
Artsen zonder grenzen… noodhulpmaffia?
Unicef… kindermaffia?
You get the drift: het hele gebruik en het napraten van dat ‘maffia’-woord (Werkhoven en de NRC-redactie doen er enthousiast aan mee) is tendentieus. Je laat ermee zien dat je het niet hebt begrepen.

Dat blijkt even verderop ook, want de ‘Internationale Gedragscode voor het op de markt brengen van vervangingsmiddelen voor moedermelk’, in 1981 uitgebracht door de WHO en daarom meestal kortweg de WHO-code genoemd, wordt in het artikel aangeduid met WHO-borstvoedingscode. Waar de code voor is bedoeld, wordt door de collega’s van de Stichting Babyvoeding hier helder uitgelegd. Ze hebben ook nog naar de NRC geschreven, maar dat heeft blijkbaar niet tot plaatsing geleid.

Vervolgens beklaagt mevrouw Werkhoven zich over het feit dat [v]oor alle andere voeding waarmee ouders hun opgroeiende kinderen volstoppen volop geadverteerd [mag] worden, maar poedermelk (…) als iets van de duivel [wordt gezien]. Het is natuurlijk weer een heel andere discussie, maar het feit dat er voor snoep en ongezonde voeding volop wordt geadverteerd, ligt tegenwoordig wel degelijk onder vuur. Overgewicht en slechte voeding zijn een enorme belasting zijn voor de volksgezondheid en daarmee voor allerlei andere aspecten van de samenleving. In die sociaaleconomische context verdient ook die reclame dus een veel kritischer benadering.

De volgende zin bepleit een vrije keuze voor ‘flesvoeding’ (lees: kunstmatige zuigelingenvoeding) op basis van eerlijke informatie. Ten eerste wordt eerlijke informatie natuurlijk niet gerealiseerd door reclame; dat is nu net het hele punt van de WHO-code. Ten tweede is eerlijke informatie de enige manier om een werkelijk goed gefundeerde keuze mogelijk te maken. Ten derde maakt eerlijke informatie over een product de aanschaf van het ongezonde alternatief niet onmogelijk. Rokers kunnen gewoon sigaretten kopen, drinkers gewoon alcohol en fastfoodliefhebbers gewoon een vette, van allerlei dubieuze ingrediënten voorziene hap. Dat kan allemaal; dat zijn de ‘zegeningen’ van de vrije markteconomie.

Vervolgens is de conclusie: Aanstaande moeders zullen wel degelijk meer moreel gedwongen worden door hun verloskundige hun kind borstvoeding te geven. Het beschikbare bewijs is voor mevrouw Werkhoven weliswaar niet toereikend, maar in het algemeen wordt de onderbouwing van het belang van borstvoeding als meer dan voldoende gezien. Met informatie daarover aan hun cliënten maken verloskundigen het oh zo belangrijke ‘informed decision making’ mogelijk: kiezen op basis van niet door commercie of geldelijke belangen gestuurde informatie. Dat wordt breed als een groot goed gezien en het behoort tot de taken van een zorgverlener om daarvoor voorwaarden te creëren. Dat is geen moreel opgelegde dwang, maar het is waar dat het wel als morele dwang kan worden gevoeld. Ik zou willen vragen: wat is daar mis mee? We zeggen ook dat het geen goed idee is om kinderen te slaan; leidt dat tot morele dwang om ze zonder lichamelijke mishandeling groot te brengen? Ja, gelukkig wel, zou ik zeggen. Ik word een beetje moe van al dat gedoe over schuldgevoel: niemand die ervan overtuigd is dat ze het goede heeft gedaan, op welk terrein dan ook, ontwikkelt een schuldgevoel. Zoals ik het eerder deze week elders formuleerde: schuldgevoel is een zegen, de leermeester voor het geweten. Schuldgevoel is een belangrijke factor in onze morele ontwikkeling. Wie zich nooit schuldig voelt, omdat er geen inzicht is verworven in de schade die een ander door bepaald gedrag oploopt, zal gedrag dat niet deugt gemakkelijker herhalen. Omgekeerd: wie weet dat ze alles in het werk heeft gesteld om problemen, op welk terrein dan ook, te voorkomen, zal zich niet schuldig voelen, zelfs als er dingen misgaan. Wel kun je dan natuurlijk rouwen, verdrietig zijn, spijt hebben van de gevolgen van wat je deed. Schuldgevoel en rouw zijn echter twee verschillende dingen. Ik begrijp daarom niet waarom degenen die zeggen bewust voor kunstmatige zuigelingenvoeding te kiezen, telkens zo boos worden over informatie die vraagtekens plaatst bij de effecten van die keuze. Hier lees je meer over mijn visie op schuldgevoel.

Tot slot, over de eisen aan ‘moderne’ moeders (wat zijn dat eigenlijk, ‘moderne’ moeders?): die zijn inderdaad belachelijk hoog en wetgeving om pas bevallen moeders en hun kinderen (en hun partners) meer ruimte te geven in die veeleisende beginperiode is dringend nodig. Het is te gek voor woorden dat vrouwen en gezinnen alsmaar weer te horen krijgen dat ze binnenkort weer aan het werk moet[en]… over morele dwang gesproken! Wetgeving wordt gemaakt door de volksvertegenwoordigers die we zelf kiezen. Kiezen we met z’n allen telkens weer voor partijen voor wie economische groei (meer omzet! meer consumptie!) de hoogste prioriteit heeft, dan wordt het niet beter. Dan voeren we de stress op en blijven ook de kosten voor de gezondheidszorg de pan uit rijzen. Ik vraag me werkelijk af wat mevrouw Werkhoven bedoelt als ze zegt: Een moeder komt voor heel wat grotere uitdagingen te staan voor de gezondheid van haar kind. Welke zijn dat dan? Weet mevrouw Werkhoven niet dat het fundament voor de gezondheid in die eerste fase wordt gelegd, dat je darmgezondheid de basis is van je immuniteit, dat de beschikbaarheid van dat warme, voedende moederlichaam een weldaad is voor het psychisch welbevinden, ook op de lange termijn?

Overigens moet een kind niet aan de borst hangen, zoals het laatste woord luidt; dat is een vrij goede garantie voor een voortijdige beëindiging van de borstvoedingsrelatie. Misschien vinden de adverteerders voor kunstmatige zuigelingenvoeding dat een goede ontwikkeling (meer omzet! meer consumptie! meer winst!), maar voor de gezondheid, voor het milieu en voor de tijdsintensieve aandacht voor en overgave aan een jong leven is het vooral verlies. Het gaat er inderdaad om dat moeder en kind gelukkig zijn, maar helaas zijn er aanwijzingen dat (voortijdig) stoppen met borstvoeding tot gevoelens van intens verlies en depressie leidt. Of doet dat in de context van de kapitalistische samenleving allemaal niet ter zake…?
Ethisch gezien niet meer dan terecht, lijkt mij, de bescherming die de WHO-code wil bieden. Petje af, dus, voor de KNOV! Wie volgt?

maandag 19 mei 2014

De WHO-code en ethische beroepsuitoefening

Afgelopen week raakte ik betrokken bij een discussie over een ‘fout’ gesponsord evenement rondom geboortezorg. Welk evenement het was, is niet zo relevant, want het is één van de vele die eraan ten prooi vallen. Wat ‘fout’ is, is wel relevant: mijn definitie daarvan is ‘door een overtreder van de internationale WHO-code, die de marketing van vervangingsmiddelen voor moedermelk aan banden legt’. Eén van de deelnemers aan de discussie (op een besloten Facebookgroep) liet weten er niet heen te gaan, omdat ze wegblijft van dat soort WHO-code-overtredingen. Daar werd ik blij van. Dat het alweer zover was en dat de organisatie zich ertoe had laten verleiden om deze twee sponsoren uit te nodigen, daar kon ik wel om janken. Wanneer nemen zorgverleners nu eindelijk hun ethische verantwoordelijkheid en zien ze af van dit soort financiering van hun bijeenkomsten? Dat zal nog wel even op zich laten wachten; eerlijk gezegd zie ik daarvoor maar één oplossing: een totaalverbod door de overheid, toezicht op de naleving en stevige sancties bij overtreding.
Onderstaand vind je een compilatie van mijn reacties in de discussie (de citaten, waarvan er een paar van anderen zijn; ik heb ze niet veranderd, enkel geanonimiseerd). Ze zijn emotioneel geladen, omdat ik me erg boos maakte over de misleiding door de industrie en het gebrek aan alertheid door organisatoren. Ik sta in deze reacties als het ware met de handen in de lucht uit pure machteloosheid.

Het zotte was dat er verwarring ontstond over de vraag of deze sponsoring in orde was of niet. Iemand zei: “Hoezo wel reclame toestaan voor kunstvoeding vanaf 6 maanden? Kappen met die onzin. Dit frustreert me enorm.”
Ik bracht in dat het me verontrust dat niet alle organiserende partijen meteen naar de financiering hebben gevraagd, in een stadium waarin daaraan ook nog wat kon worden veranderd: “Dat is toch één van de eerste dingen die je doet bij zoiets als deelnemen aan een symposium? Iedereen WEET toch dat in ons vakgebied dit een heel risicovol ding is, dat de kunstvoedingsindustrie zich er ALTIJD weer in probeert te werken en dat je daar SUPERALERT op moet zijn? En dat je ook een visie daarin moet hanteren en (…) niet moet meedoen, gewoon met veel lawaai moet boycotten? Wat is het dan voor club die dit wél heeft georganiseerd? Wie zijn dat? Wat snappen ze van het perinatale gebied, waarvan borstvoeding een onlosmakelijk onderdeel is? Sorry, maar ik ben (…) flink nijdig hierover. De kunstvoedingsindustrie flikt het gewoon iedere keer weer. Ze lachen in hun vuistje: weer een club dommerds die het niet in de gaten heeft gehad en het heeft laten gebeuren.”

Dat is namelijk echt zo: iedere keer hoor je dat het een volgende keer niet weer gebeurt, maar dat is niet zo. Het gebeurt aldoor weer, want overal zitten iedere keer net weer andere mensen die net weer andere afwegingen maken en dan gaat het zomaar weer mis. En vervolgens zegt de organisatie dan dat het wettelijk is toegestaan en soms is dat, verdorie, inderdaad het geval. Er zijn echter ook heel wat situaties waarin dat niet zo is en de ‘weegpunten’-folder van de Landelijke Borstvoedingsraad kan daarbij behulpzaam zijn.

De vraag is natuurlijk altijd: moet je je bij foute sponsoring terugtrekken of is het in zo’n setting waarin men het niet begrijpt, juist éxtra belangrijk dat je aanwezig bent om dat tegengeluid te laten horen? Het is een uiterst ingewikkelde afweging. Ik zei er dit over: “Ja, het is zeker belangrijk dat ze het gaan snappen, maar het is nog belangrijker volgens mij dat iedereen die het al snapt, veel consequenter is aangaande deelname aan fout gesponsorde evenementen en daar dan stevig kond van doet. Er staat gewoon weer een kraampje; alle mensen die daar komen, krijgen gewoon weer al die shit uitgedeeld en lopen mogelijk weer de hele dag met zo'n achterlijk tasje rond met een dik vet logo erop of schrijven met die pennen op een schrijfblok van die industrie die de boel belazert. Inprenting, inprenting, inprenting... daar is het om te doen en dat lukt ook iedere keer weer belachelijk goed. Men vindt gewoon toch aldoor weer clubs die het 'even' niet door hebben en het toestaan en zeggen: "Volgende keer anders", en ik maak me daar zo boos over. Ze krijgen daar alleen maar de kans toe omdat er aldoor weer organisaties zijn die het of niet weten of niet kan schelen of veel te weinig weerstand ondervinden van mede-organisatoren die het wél weten, maar zich er niet om terugtrekken. Ik word er moedeloos van.
En het is trouwens onzin dat het wettelijk mag. Ik heb het schema doorlopen en ik zie helemaal niet welke route men dan volgt in de beslisboom waarbij men uitkomt op 'het mag'. Ben ik zo onnozel of gaat er ergens anders iets heel erg mis...? [Zie bovengenoemde link voor de folder.] Ik vind dat je de onderste arm moet kiezen, want er komen ook moeders [naar dit evenement]. Op de laatste vraag kun je volgens mij alleen maar 'nee' antwoorden en dus is het een dikke rode OVERTREDING!
En natuurlijk is het goed dat er nu een toezegging is (overigens kan dat best weer mislopen als er dan weer andere organisatoren zijn...), maar nu is er weer een groep mensen die blootstaat aan die onzin en die, door een air van goedkeuring door de organisatie (want ze staan er immers), de indruk krijgt dat het wel okay is met die kunstvoedingsindustrie. Allemaal mensen die of als ouder ermee te maken krijgen of er als professional over moeten adviseren... beide een slechte zaak.
Ik weet dat ik heel boos klink nu, maar ik ben er ook boos over. Dit is waar ik dag in, dag uit, tegen moet strijden, tegen het idee dat het niet zo veel uitmaakt of je borstvoeding geeft of kunstmatige zuigelingenvoeding. Dat is de reden dat ons vak bestaat. Het is ook de reden dat we met zoveel ellende te maken hebben, want die industrie gooit er zo belachelijk veel geld tegenaan om mensen een rad voor ogen te draaien... daar kunnen wij gewoon niet tegenop. En als het dan in onze 'eigen' gelederen ook nog fout gaat, ben ik des te meer teleurgesteld...”

Toen kwam de vraag of ik een brief wilde schrijven naar de organisatoren.

“Ja, dat moet ik misschien maar doen (…). En ik denk echt dat alle clubs die iets organiseren nooit moeten wachten tot ze iets te horen krijgen over sponsoring, maar dat ze heel proactief altijd moeten VRAGEN naar de sponsoring alvorens ze ook maar enigszins met een organisatie in zee gaan. We zeggen dat ook voor ons eigen gebied: als goede sprekers niet meer naar fout gesponsorde evenementen gaan om te spreken, krijgen die alleen maar flutsprekers. Vroeg of laat maakt dat een verschil, zeker als die sprekers zich ook duidelijk zo profileren en niet voor het geld of de eer gaan.”

Mensen werden uitgenodigd aanwezig te zijn om hun stem te laten horen. Dat is zeker nodig, maar ja… De toegang was voor bepaalde doelgroepen gratis en ze konden zelfs hun reiskosten declareren. Niet uit de lucht gegrepen kom ik dan tot de conclusie dat dat kan omdat er zoveel fout sponsorgeld is: als je er heen gaat, ontvang je dus indirect je geld van die WHO-code-overtreders. Dat het gratis is en dat je kosten mag declareren, wekt een positieve indruk… doel weer bereikt.
De samenvatting van het net uitgekomen rapport over de WHO-code schendingen

Oorspronkelijk ging de discussiedraad overigens niet over de overtreding en ik werd voor sommigen langzaam irritant, zo was mijn indruk: “Sorry, als jullie vinden dat ik er te veel over heb gezegd, maar in zijn algemeenheid wordt er gewoon veel te weinig over gezegd. Dat mensen er niet bij stilstaan, is precies de reden dat het aldoor weer misgaat en het is ook een beetje standaard dat de klachten daarover weliswaar worden gehoord, maar toch vaak ook een beetje worden ervaren als input die (en soms ook als gezeur dat) niet te lang moet duren, terwijl de effecten van die agressieve marketing en daardoor gebrek aan borstvoeding bij cliënten en baby's juist levenslang zijn...!”

Daarop kwam de vraag of zo’n overtreding kan worden aangegeven of ‘alleen maar’ een ethische overtreding is. Ik vroeg: “(…) hebben we een wettelijke richtlijn nodig om te weten dat we onze buurman niet moeten bestelen, dat we een ander niet mogen misleiden, dat we een anders gezondheid niet mogen schaden? Het is onethisch om je gedrag pas aan te passen als er een regel voor is, terwijl je weet dat je fout bezig bent. De WHO-code is heel helder over wat niet mag en Nederland heeft die code ondertekend. Dat men vervolgens zo'n flutwetgeving maakt, tsja, dat is erg genoeg, maar iedereen kan de WHO-code als leidraad nemen. De scope daarvan is ALLE voeding die product moedermelk vervangt, plus flessen en spenen, omdat die het proces borstvoeding ondermijnen.
Het probleem is bovendien dat het die bedrijven niet zozeer gaat om WELK product er op dat moment [tijdens een evenement] met folders wordt aangeprezen. Het gaat ze om logoherkenning, om inprenting, om gezien te worden, om leuke babbeltjes met de doelgroep te maken. En als dat dan ook nog professionals betreft... des te beter, want die adviseren aan de klanten, die vervolgens dat product eindeloos lang in hun boodschappenwagen stoppen en die waarschijnlijk bij een volgend kind wéér voor dat merk kiezen. Dáár gaat het om, niet om welke folder of welk product. Dat is voor die industrie van ondergeschikt belang. Dat product komt vanzelf, als het logo maar op het netvlies gebrand staat. Kent iedereen hier 'The Politics of Breastfeeding' van Gabrielle Palmer? Van harte aanbevolen!
(…) En ik weet ook niet altijd of het beter is als je helemaal niet meer wordt gehoord of in ieder geval niet binnen de kringen waar die foute sponsoring niet als een probleem wordt gezien. Ik weet alleen wel dat het inbrengen van bezwaren in een fase waarin er nog invloed op keuzes voor sponsoren mogelijk is, de enige manier is waarop je het kunt veranderen. Het SBO-congres is al een paar jaren sponsorvrij! Voorwaarde is dan wel dat iedereen zich bewust is van het belang van zorgvuldigheid op dat punt en dat bewustzijn ontstaat alleen als er steeds wéér over wordt gesproken, niet als dat ergens door een kleine groep wordt gedaan waar velen niet meeluisteren.”

Iemand kwam met het voorstel om tijdens de bijeenkomst plenair te benoemen dat hier een over het hoofd gezien ethisch knelpunt speelt dat betrekking heeft op de WHO-code. Het leek er namelijk op dat één van de instanties die om raad was gevraagd, een uitspraak had gedaan die niet overeenstemt met de weegpunten-folder. Dat is natuurlijk helemaal zorgelijk. De kraampjes zouden dus gewoon weer in de hal staan en de kans was groot dat er ook van alles zou worden uitgedeeld: “Het gaat niet alleen om de cliënten, zoals mijn verhaal hierboven hopelijk duidelijk heeft gemaakt...! Het gaat JUIST om de professionals!! Als ik (…) een brief maak (…), kan die mee in de mapjes als stuk dat bij dit evenement hoort. Daar gaat het nu juist om: bewustzijn creëren!”
De sponsoren zien namelijk soms nog liever professionals aan hun kraam dan ouders. Die professionals krijgen immers in hun hele carrière met enorme aantallen ouders te maken; als zij positief beïnvloed worden en de industrie een warm hart toedragen, is er méér ‘gewonnen’ dan wanneer één ouderpaar voor het bewuste merk kiest.

Iemand die het voor haar werk had uitgezocht, reageerde en zei: “Er is geen twijfel over mogelijk! Het is gewoon niet toegestaan. Je hebt een poot om op te staan en er fel tegen te ageren.” Dat is ook wel nodig, want er bleken ook nog kleine cadeautjes te worden uitgedeeld. Dat is al helemáál verboden, net als het uitdelen van reclamefolders die reclame aanreiken in plaats van wetenschappelijke, neutrale informatie: “(…) dat MAG dus NIET! Het is wettelijk verboden!! En iedereen die meedoet met de organisatie en dit laat gebeuren, is dus onderdeel van dit foute systeem.
Een [cadeautje] met een logo is niet beter dan [datzelfde ding] zonder logo. Het gaat dus niet om het [ding], mensen... HET GAAT OM HET LOGO! Ik wil het wel van de daken schreeuwen, want het blijft maar doorgaan en ik word er (…) echt doodziek van. Men lijkt het gewoon echt niet te (willen) begrijpen, hoe ondermijnend dit is, en gaat toch weer voor het (grote) geld, waarmee dan bijvoorbeeld reiskostenvergoedingen kunnen worden uitbetaald, die dus indirect van de kunstvoedingsindustrie afkomstig zijn. Iedereen die de WHO-code wil respecteren, zou niet naar fout gesponsorde evenementen moeten gaan en zeker geen geld moeten aannemen, want reken maar dat [X] en [Y] de grootste sommen geld hebben aangeleverd. Zodra een evenement ook maar iets met baby's te maken heeft, komen ze als aasgieren op de doelgroep af. En iedereen denkt: "Wat een leuke vogels! Vriendelijk en je krijgt ook nog wat van ze! Niks mis mee!" ”

Wat mij betreft is er dus heel veel mis mee en ik ben (voor sommigen irritant) vasthoudend in mijn afwijzing. Punt is… hoe vaker het misgaat, hoe verbetener ik zelf word, omdat ik het onethische van de overtredingen onverdraaglijk vind. Dat is misschien/waarschijnlijk niet de beste communicatietechniek, maar ik ben ook maar een mens. Dat ik me er zo druk over maak, is geen ‘regelfetisjisme’; dit gaat over zieke en dode baby’s, over moeders die, net als hun kinderen, meer gezondheidsrisico lopen als er geen (langdurige) borstvoedingsrelatie is, over torenhoge kosten in de gezondheidszorg voor de korte en lange termijn en over nog veel meer. Maar ik zit al ruim over de 2000 woorden, dus genoeg voor vandaag! :-)

dinsdag 25 februari 2014

Wat is (antropo)logisch?

Jaren geleden, in 2006, woonde ik het Europese lactatiekundigencongres bij in Maastricht. Ik was nog maar net aan de opleiding begonnen en was nog niet zo thuis in die wereld. Ik kende de ‘grote namen’ nog niet en wist niet wat de ‘heikele issues’ waren in mijn toekomstige beroep. Ik genoot van de lezingen, van al het boeiende en interessante wat voorbijkwam, maar het viel allemaal nog niet heel duidelijk op z’n plaats, binnen een kader dat me helder voor ogen stond.
In één van de pauzes maakte ik een babbeltje met een buitenlandse spreker. Hij had wat allergieklachten en zocht een zakdoek. Ik had papieren zakdoekjes in de tas, bood hem er één aan en hij nam het vriendelijk in ontvangst. Zijn zachtmoedige en tegelijkertijd krachtige en overtuigende uitstraling vielen me op.
Pas jaren later realiseerde ik me werkelijk met wie ik had gesproken, ook al kende ik zijn naam al: James McKenna, antropoloog aan de Universiteit van Notre Dame in de Verenigde Staten! Destijds had ik niet kunnen vermoeden dat ik vijf jaar later het door hem geschreven boek ‘Sleeping With Your Baby’ in het Nederlands zou uitbrengen nadat ik samen met hem intensief aan de vertaling had gewerkt. In die vijf jaren heb ik ontdekt hoe prachtig de overlap is tussen antropologie en lactatiekunde.

Ik ben er intussen meer en meer van overtuigd geraakt dat de meeste borstvoedingsproblemen helemaal geen borstvoedingsproblemen zijn, maar antropologische, sociale, culturele en psychologische problemen. Zoiets basaals als het voeden van ons nageslacht… dat zou toch niet zo’n problematische aangelegenheid moeten zijn? Dat zoveel vrouwen er niet in slagen een bevredigende borstvoedingsrelatie tot stand te brengen of in stand te houden, kan gewoon niet de uitslag van een fysiologische loterij zijn; anders had de mensheid toch niet kunnen overleven? Hoe bestaat het, dat we als samenleving zo ver van onze oorsprong zijn afgedreven dat ouders op een consultatiebureau door de ‘zorgverleners’ worden aangemoedigd om het hulpgeroep van hun kind te negeren en zelfs te bestraffen? Dat kunnen we toch geen vooruitgang in onze ontwikkeling meer noemen? We beschikken dan wel over hoogontwikkelde digitale communicatiekanalen en hoogontwikkelde manieren om planeten op lichtjaren afstand te bewonderen, maar hoe zit het met de intermenselijke netwerken met mensen om de hoek en dierbaren in ons huis? Zijn we nog wel ‘human beings’ of zijn we dikwijls vooral ‘human doings’?

Al deze vragen hebben me tot nog veel meer vragen geleid, zoals:
·        - Zijn er specifieke mannen- en vrouwenbezigheden?
·         - Hoe waarderen we als samenleving allerlei verschillende taken?
·         - Wat is de invloed van de invulling van het dagelijks leven op je zelfbeeld?
·         - Wat hebben kinderen op basis van hun blauwdruk nodig en wie kan ze dat het beste bieden?
·         - Op welke manier kan de maatschappij de verschillende leeftijdsfases beter op biologische patronen afstemmen?
·         - Wat is de impact van opvoedmethodes op het karakter van de samenleving?
·         - Hoe sterk is de verbinding tussen lichaam en geest?

Het is maar een greep. Zoals ik onlangs zei: “Toen ik begon in dit vakgebied, leken sommige dingen met borstvoeding te maken te hebben. Inmiddels vraag ik me af wat er eigenlijk niet mee te maken heeft.”

Hongerig naar kennis en naar een antwoord op tenminste een deel van die vragen heb ik me de afgelopen jaren een slag in de rondte gelezen in de meest prachtige boeken op ons brede vakgebied en dat van aangrenzende disciplines. Er is veel waarvoor je me niet hoeft wakker te maken, maar laat me niet los bij een rijkelijk gevulde boekentafel bij een goed congres, want dan kan ik niet zonder iets te kopen weer vertrekken. Nu in de nazomer onze jongste dochter de deur uit gaat na het afronden van het gymnasium, lijkt de tijd dan ook rijp om een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan: antropologie studeren!

Om alvast wat in de stemming te komen, heb ik afgelopen weekend getracht met een antropologisch oog te kijken naar wat zich allemaal afspeelde op de Negenmaandenbeurs. Vrijdag en zaterdag sprak ik op het Kennisplein in totaal vier keer een half uur over coslapen. Daarvóór en daarna had ik voldoende tijd om op me te laten inwerken wat jonge ouders zoal krijgen voorgeschoteld. Het is overweldigend; mij is het allemaal te veel en te druk en te lawaaierig en te commercieel. Uiteraard doen vooral de enorme stands van de fabrikanten van kunstmatige zuigelingenvoeding mij zeer aan de ogen. “Wat kost dat wel niet allemaal?” vroeg ik mijn collega die er zaterdag ook was, “handen vol geld!” “Nee, hoor”, zei ze met een grijns, “dat is allemaal gratis!” We schudden bedroefd glimlachend ons hoofd; consumenten hebben niet in de gaten dat al die promotie, al dat weggeefmateriaal en al die misinformatie natuurlijk gewoon betaald worden met de prijs van het product dat ze aanschaffen. De promotie ervan was ook op de Negenmaandenbeurs weer in grote letters strijdig met de internationale WHO-code.

Gelukkig was er ook een stand met draagdoeken die heel goed werd bezocht. Gezien de rest van het aanbod is zo’n grote draagdoekenstand bijna een uitzonderlijke gast in het geheel. Ik hoop dat het effect ervan is dat het belang van nabijheid meer vanzelfsprekend wordt onder alle ouders, ook onder hen voor wie het dragen in de sociale omgeving nog niet heel gewoon is.

Van een andere orde is een stand voor ‘Natuurlijke geslachtsbeïnvloeding’, zoals het visitekaartje zegt. Aan de ene kant vraag ik me dan af of de wens daartoe te maken heeft met de steeds grotere behoefte in de westerse samenleving om het leven precies naar wens in te kleuren. Anderzijds is het een gegeven dat er al millennia lang voorkeuren bestaan voor een jongen of een meisje. Daar kunnen economische, sociale of religieuze motieven aan ten grondslag liggen. Toch blijf ik het een moeilijk onderwerp vinden, want brengt niet ieder kind een heel eigen input mee en kunnen we niet gewoon dankbaar zijn voor wat dat specifieke kind toevoegt aan ons bestaan…? Het spreekt voor zich dat als er medische risico’s zijn bij de geboorte van één bepaald geslacht, er een andere lading ligt op dit onderwerp, maar ‘zomaar’…?

En zo’n Negenmaandenbeurs… is dat een geschikte omgeving voor het laten maken van een echo…? Daar was namelijk ook een stand van. En dat je daar dan een dvd van krijgt… of dat je meteen een pakket aanschaft met een tegoed voor nog een aantal echo’s… zodat je precies kunt weten wat je kunt verwachten? Kunnen we echt niet meer wachten en verwachten zonder iets te weten, in vertrouwen op wat komt, in afwachting en verwachting van een geheim dat bij de geboorte zal worden onthuld? Weten we wel zo zeker dat echo’s zo onschadelijk zijn en dat ze een baby in dat veilige holletje niet verstoren? Is het logisch, dat je iets wilt weten als daarvoor de technische mogelijkheid aanwezig is?

En over techniek gesproken… een toedieningsysteem waarbij tussen de fles en de speen een verwarmingselement aanwezig is, zodat je geen magnetron of flessenwarmer nodig hebt… is dat vooruitgang? Of wat vroeger een ‘wipstoeltje’ heette, nu uitgevoerd met instelbare wiebelsterktes zodat je baby van links naar rechts of van voor naar achter wordt geswingd, zonder dat je je met je kind bezig hoeft te houden… (antropo)logisch?

Kortom: er was heel wat waarvan ik me afvraag of alle kindertjes van de toekomst er wel mee gebaat zijn. Ik kijk dan ook uit naar de Ouders Natuurlijk-beurs waar de bezoekers scherp het lezingenprogramma in de gaten houden, hongerig als ze zijn naar deskundige informatie over zaken rondom de geboorte en het opgroeien van hun kroost. Ouders die net voor de ingang hun niet opgerookte sigaret op de grond gooien… die zul je daar vrijwel niet zien en het grote aantal draagdoeken en borstdrinkende hummeltjes is hartverwarmend!

dinsdag 24 december 2013

Weerstand bieden

Vandaag is de laatste dag van de jaarlijkse Serious Request-actie, die dit jaar in Leeuwarden wordt gehouden. Ook vorig jaar heb ik aandacht aan dit onderwerp besteed, toen met dit blog. Dit jaar is het onderwerp het voorkomen van diarree om zo kindersterfte te bestrijden. Dat is natuurlijk op zich weer een loffelijk streven, zoals vorig jaar het algemene doel ‘het voorkomen van babysterfte’ ook van groot belang was.

De afgelopen dagen was er echter weer het nodige over te doen, aangezien gebleken is dat het Rode Kruis op haar website een fabrikant van kunstmatige zuigelingenvoeding als ‘strategische partner’ heeft staan. Zie deze pagina en scroll dan helemaal naar beneden. Dan zie je de logo’s van diverse ondernemingen.
(Vorig jaar is er op borstvoeding.com een goed blog verschenen; klik hierin vooral op de link ‘verkoopstrategie’).

Eén collega maakte de afgelopen dagen op haar eigen Facebook-pagina een opmerking over die sponsoring vorig jaar en vroeg zich af hoe dat dit jaar zou gaan. Velen mengden zich in de discussie en ik was er één van. Een selectie van mijn bijdragen:
(Afbeelding gebruikt met toestemming van het Kenniscentrum Borstvoeding)

De actie van Cam**** was inderdaad beschamend (ik boycot ze al vrijwel het hele jaar, koop geen zuivel meer van ze) en je hoeft er de beleidsdocumenten van de zuivelindustrie maar op na te slaan om te zien dat het exporteren van babyvoeding naar de ontwikkelingsgebieden tot hun belangrijkste doelen behoren! Wat nou SR steunen? Het is gewoon een kwestie van het grote publiek zand in de ogen strooien in plaats van de EERLIJKE informatie aan te reiken. Natuurlijk worden ook volwassenen ziek van diarree, maar wie als baby dood gaat, wórdt helemaal niet volwassen; die kán helemaal geen weerstand opbouwen om te overleven. Wie een beetje verstand van borstvoeding en immunologie heeft, die weet ook wat de meest kwetsbare fase in het leven is voor de overleving en de weerstand: de babytijd. Fabrikanten van kunstmatige zuigelingenvoeding willen gewoon 'maagaandeel', zoals ze met een walgelijke term beschrijven. De overheid zou eindelijk eens wat daadkrachtiger de WHO-code moeten doorvoeren in de wet; dan komen we ergens (zoals ik ook afgelopen vrijdag in het radio-interview op Radio 5 betoogde: http://avondweekend.radio5.nl/.../2013.../uitzendingen.html , Dichtbij Nederland, vanaf 22.07 uur).

Iemand was van mening dat je in de categorie ‘azijnpisser’ valt, wanneer je niet onverdeeld enthousiast bent over een fenomeen als Serious Request.

Je hoeft helemaal geen azijnpisser te zijn om je borstvoedingsvisie krachtig naar voren te brengen! Je moet alleen gedegen documentatie aanreiken, krachtige brieven schrijven, goed onderbouwde teksten. En, het allerbelangrijkste... je moet voor je zaak durven te staan, ook als je dat mogelijk kritiek oplevert. Denk je dat Mandela had bereikt wat hij heeft bereikt, als hij met iedereen vriendjes had willen blijven? No way. En ja, dan doet het wel eens zeer, als je je visie verdedigt; that's all in the game. Maar zijn we daar nou werkelijk zo bang voor? We hebben een huis en een bed (anders dan de Syrische vluchtelingen en veel Afrikaanse slachtoffers van diarree); durven we dan niet de kritiek te weerstaan van degenen die een schromelijk kennistekort hebben over een belangrijk deel van de oorzaken van ziekte en sterfte in arme gebieden? En als dat achter-de-schermen-werk van vorig jaar zo fantastisch effectief is geweest... waarom heb ik dan nu nog niemand over borstvoeding gehoord? Waarom kan ik het hele woord 'borstvoeding' op de website niet terugvinden? Waarom wordt gebrek eraan niet als oorzaak genoemd, evenals de valse marketing door de kunstmatige zuigelingenvoedingsindustrie? Waarom staat er dat diarree de weerstand afbreekt? Waarom staat er niet dat diarree een gevolg is van ontoereikende weerstand? Kortom: borstvoeding speelt in dit verhaal opnieuw GEEN ENKELE rol. Wie mij kan laten zien wat de geweldige resultaten zijn van al het lobbywerk van de borstvoedingorganisaties vorig jaar, die is daartoe van harte uitgenodigd.

We zijn inmiddels een kleine week verder: ik heb geen bewijzen aangeleverd gekregen die laten zien dat het werk van de borstvoedingorganisaties tot nieuwe inzichten en accentverschuivingen heeft geleid.
Iemand stelde mij in de draad de vraag wat er dan wél moet gebeuren, als ik van mening ben dat dit niet werkt of te veel negatieve effecten heeft. Bovendien… al die giften van iedereen die bijdraagt… die komen toch uit een goed hart?

En dat dingen uit een goed hart komen, is mooi, maar zonder de juiste kennis is dat lang niet altijd toereikend en soms zelf contraproductief. Kunstmatige zuigelingenvoeding naar rampgebieden sturen is ook iets wat men als particulier met de beste bedoelingen doet, maar het werkt de ellende voor een deel verder in de hand. De zelfredzaamheid van de bevolking wordt erdoor ondermijnd en je geeft er een heel verkeerd signaal mee af.
Wat ik verder zelf doe... alsmaar weer aandacht vragen voor foute zaken op dit gebied, zodat het bewustzijn groeit. Zo heb ik gisteren bijvoorbeeld dit blog gepost.
Als we de problemen in de ontwikkelingslanden willen oplossen (dus meer doen dan met Serious Request pleisters plakken), gaat het om heel andere zaken. Dan moet je niet meer bij Primark kopen, bijvoorbeeld (of vergelijkbare winkels), omdat de armoede in die landen in stand wordt gehouden als wij voor een habbekrats onze spullen willen kopen. Dan moet je *hier* meer biologisch eten zodat *daar* de voedselproductiecapaciteit voor de eigen bevolking kan worden aangewend. Ik doe dat ook nog niet altijd, maar ik ben ermee bezig. We zullen echt hier moeten consuminderen, als het ons menens is met het oplossen van de ellende daar. Dat kost veel meer moeite dan een bedragje doneren. Al die mensen die geld geven voor een actie of cakejes of wat dan ook... die hébben dat geld dus gewoon beschikbaar? Als je die cakejes nou niet zou bakken, dan kon je ook dát geld nog aan het goede doel geven! Gewoon alleen maar geven, dus, zonder er iets voor terug te verwachten in de vorm van een product of een prestatie van/door een ander.
En natuurlijk kun je ook dit weer gezeur vinden waarmee die mensen daar niets opschieten, maar helpt het ze wel als we voor de tv gaan zitten (met wat te eten en te drinken erbij), kijkend naar Serious Request...?

Naar aanleiding van de discussies en de opmerkingen op twitter en Facebook is er door sommige mensen contact gelegd met het Rode Kruis en heeft het Rode Kruis mails verzonden waarin een toelichting op het één en ander wordt gegeven. Op twitter vroeg ik expliciet om een statement op hun website, zodat iedereen kennis kan nemen van de onderliggende motivatie van het Rode Kruis voor de keuze van de ‘strategische partner’, maar daarvan heb ik nog niets gezien.
Nadat de mails waren verstuurd, liet het Rode Kruis op twitter weten:

@bvcpantarhei We hebben onze standpunten telefonisch en schriftelijk besproken. Daar laten we het graag bij.

Ik heb op die mail echter nog niet gereageerd en kwam er ook verontrustende mededelingen in tegen, die mij doen twijfelen aan het kennisniveau op het gebied van borstvoeding. De opmerkelijkste opmerking was deze:

Ook Fr**** Camp**** onderschrijft het belang van exclusieve borstvoeding door moeders, en respecteert daarbij bovendien de WHO code for the marketing of breastmilk substitutes in alle landen waar zij kindervoeding verkoopt.

Ik weet niet of ik vandaag nog kans zie om daar een genuanceerd antwoord op te schrijven, maar ik vroeg gisteren al wel:

@
RodeKruis
Betekent dat, dat als ik informatie kan aandragen die een ander beeld geeft, jullie dan niet meer antwoorden...?

(De fabrikant las inmiddels trouwens mee met de tweets, want het Rode Kruis had ze getagged en ik heb die ook laten staan, maar hier nu niet overgenomen.)
Helaas is op deze tweet geen antwoord gekomen. Of ze het gesprek inhoudelijk blijven voeren, zal dus moeten blijken op het moment dat mijn mail klaar en verzonden is.

Het blijft allemaal uiterst ingewikkelde materie, maar dat het bedrijf de code respecteert is in ieder geval aantoonbaar niet waar. Kijk maar eens naar deze powerpoint van de stichting Wemos
 of naar deze uitgave van ‘Goed Gevoed’ van de Stichting Zorg voor Borstvoeding.
Ik laat het hier voor nu even bij. Ik ga nader op onderzoek uit en zal daarover ook het Rode Kruis informeren. Voor vandaag staan er nog andere dingen op het programma, zoals een consult voor een moeder met een kindje van zeven weken. Moeder tobt al weken met pijn en daar moet dus wat aan worden gedaan. Ze komt straks hier en ik hoop dat ze met wat suggesties fijne, rustige kerstdagen zal hebben.

Die wens ik overigens iedereen toe. Het feest dat de geboorte van een kind in een ongastvrije wereld herdenkt, is het waard om je af te vragen hoe je weerstand kunt bieden. Via het geven van borstvoeding bied je je kind een prachtige kans om zijn eigen weerstand tegen ziekte veilig en gezond op te bouwen. Zijn we eenmaal mondige volwassenen, dan lijkt het me een goed idee om met vereende krachten weerstand te bieden aan de agressieve commerciële marketing die ons van alles op de mouw speldt waarmee onze gezondheid niet gebaat is en die van kinderen in arme streken al helemaal niet. "Let's clean this shit up" is dus wel een goed motto, al bedoelt men er geloof ik wat anders mee dan ik...!

woensdag 18 december 2013

Van kunde tot kolder, KtoK

Het is december. Behalve een tijd van bezinning is dat voor mij ook altijd een tijd om door alle papierstapels heen te lopen. Wat moet er nog worden afgewerkt en wat kan worden weggegooid, zodat ik in januari met een schone lei kan beginnen?

Al opruimende kwam ik promotiemateriaal tegen van een fabrikant van kolven, flessen en spenen. Dat spul is mij een aantal maanden geleden al toegezonden, zonder dat ik daarom had gevraagd. Al een paar keer stond ik ermee in de hand om het af te voeren naar de container, maar het zinde me ergens niet om er helemaal niets mee te doen. Ik heb er namelijk de pest over in, dat ik zulke zaken krijg toegestuurd, want ze laten me weer zien dat men het in het algemeen niet zo nauw neemt met de WHO-code en met het belang van borstvoeding. Dat ergert me en bovendien geeft het me een machteloos gevoel, omdat ik me ervan bewust ben dat ik er als kleine praktijk weinig tegen kan doen. Toch waag ik daartoe weer een poging middels dit blog en ook nu weer laat ik aan de hand van citaten zien waar het naar mijn mening mis gaat. Ik pak de meest storende zaken eruit.

De folder over de kolf:
Borstvoeding = beter
Borstvoeding is de beste start voor je baby. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die borstvoeding krijgen minder vaak ziek zijn dan kinderen die geen borstvoeding hebben gehad. (…) Terwijl borstvoeding juist in het eerste halfjaar zo belangrijk is voor de ontwikkeling van je kind.

Wie mij een beetje volgt, weet natuurlijk al waarop ik blijf haken: kunstmatige zuigelingenvoeding is in deze tekst weer de norm waartegen borstvoeding wordt afgezet. Borstvoeding is beter, borstvoeding geeft minder ziekte… dat is de omgekeerde wereld! Borstvoeding is normaal, is wat zoogdierjongen nodig hebben. Daarmee vergeleken is kunstmatige zuigelingenvoeding *slechter* en geeft het *meer* ziekte. De misleiding van ouders blijft maar voortbestaan: ze krijgen voorgeschoteld dat borstvoeding een extraatje biedt, niet dat het kunstmatige alternatief risico’s oplevert.
En dan dat eerste halfjaar… daarmee wordt indirect gezegd dat het daarna niet meer zo belangrijk is. Weten de opstellers van die tekst niet dat in dat tweede halfjaar bepaalde immunologische waarden juist omhóóg gaan, omdat de baby in die levensfase meer mobiel wordt en met meer ziekteverwekkers in aanraking komt? Of weten ze dat dondersgoed en laten ze het bewust weg?

Vermeldenswaard is trouwens dat er heel wat negatieve ervaringen met deze kolf in omloop zijn. Een collega vertelde over een moeder die bijna geen opbrengst meer had met deze kolf. Ze vroeg tot drie keer toe een nieuw exemplaar en uiteindelijk vroeg ze haar geld terug. De kolf die ze daarna koos, leverde een vier à vijf keer zo hoge opbrengst bij het kolven.

Over de kolf:
Na afloop van het kolven kan je de afgekolfde melk (…) direct aan je baby geven door de flessenspeen op de (…)fles te draaien.

Direct aan je baby geven…? Als je baby en jij bij elkaar zijn… waarom zou je dan kolven?

De voorkant van het boekje waarin allerlei producten worden aangeprezen, laat een lachende baby zien met een speen in de mond. Een speen is om uiteenlopende redenen niet zo’n goed idee, maar met zo’n foto wordt weer benadrukt dat het beeld van een baby-met-speen heel normaal is, een soort ondeelbare eenheid. Op de eerste pagina binnenin, als inleiding van de directeur:
(naam bedrijf) bewijst dat zorgen voor en genieten van opgroeiende kinderen gecombineerd kan worden.

Zo, wel, nou dan… dus we hebben bedrijf X nodig om te laten zien dat het zorgen voor onze kinderen niet een constant drama is waarvan je niet kunt genieten…? Wat voor droevige visie ligt hieronder?

Pagina 5:
Deze slimme fles is vanaf de geboorte te gebruiken en ideaal in combinatie met borstvoeding.

Even voor de duidelijkheid… wie *borstvoeding* geeft, gebruikt *geen* fles. Wie moedermelk geeft, heeft misschien een fles nodig, maar ook niet per se. En áls je dan al een fles gebruikt, dan is dat natuurlijk niet ‘ideaal’, want je baby is gebaat bij drinken aan de borst, om immunologische, anatomische en hormonale redenen die deze schrijvers onbekend of onwelgevallig zijn.

Pagina 7:
Flessenspeen met zachte afwerking die aanvoelt als de moederborst en zorgt voor meer zuiggrip

Dit is apert in strijd met de WHO-code, die voorschrijft dat producten die vallen onder de scope (en flessen en spenen horen daarbij) niet geïdealiseerd mogen worden en niet als net zo goed of beter dan de borst mogen worden gepresenteerd.

Pagina 11:
De brede flessenspeen is een extra brede flessenspeen die lijkt op de moederborst.

Dames, leg je borst ernaast en maak een afspraak met de plastisch chirurg, want ik denk dat je borst sterk afwijkt van deze speen ‘die lijkt op de moederborst’. Kortom: misleiding.

Door het boekje heen wordt een aantal keren opgemerkt dat alle producten en informatie tot stand zijn gekomen met hulp van lactatiekundigen. Ik kom er zo één-twee-drie niet achter welke dat zijn, maar die horen zich aan de WHO-code te houden, zoals alle IBCLC’s. Hoe kan dit gebeuren en hoe kan hun input voortduren?

Pagina 16:
Veel baby’s hebben een sterke zuigbehoefte. Vaak steken ze hun eigen duim of vingers in hun mondje om op te sabbelen. Duimzuigen heeft als nadeel dat het een slechte invloed heeft op de vorm van de mond en de ontwikkeling van het gebit. Daarnaast is het makkelijker om een kind het zuigen op een fopspeen af te leren. Tips hiervoor zijn te vinden in het Stoppen met Foppen Boek.

Dat is fraai, zeg: eerst de kinderen aan de speen helpen, met het verhaal dat dat beter is dan duimzuigen (alsof een speen geen schade aan de orale anatomie veroorzaakt…!) en vervolgens een boek proberen te verkopen om het kind weer van het speengebruik af te helpen! En waar blijft de wérkelijk onschadelijke methode om de zuigbehoefte te bevredigen, namelijk zuigen aan de borst?

Bij het plaatje van de speen:
Stimuleert de juiste ontwikkeling van de kaak- en mondvorm

Euhm… zie boven.

Na zeven bladzijden over spenen volgt informatie over antilekbekers.
Over de informatie heb ik niet zo veel te melden. Zelf ben ik echter geen voorstander van dit soort bekers. Een kind leert daardoor niet hoe de zwaartekracht inwerkt op vloeistoffen. Dat ze uit een beker of een kopje op je kleren en op de grond stromen als je niet goed oplet, dat is een waardevolle ontdekking. Als je een kind een gewone beker aanbiedt op een leeftijd waarop het eraan toe is, kun je samen dat leerproces doorlopen. Wil je voorkomen dat het aldoor overal een puinhoop is, dan moet je als verzorger inderdaad goed opletten en… dus ook aanwezig zijn. Is dat de reden dat de antilekbekers zo in trek zijn geraakt, omdat aan die voorwaarde lang niet altijd wordt voldaan?

Op pagina 28 worden lepels vertoond. Er wordt een kindje gevoerd dat overduidelijk nog geen halfjaar oud is, dus ook hier gaat weer het één en ander mis met de aanbevelingen die zeggen dat een kind het beste een halfjaar lang niets anders krijgt dan borstvoeding.

En aan het einde op pagina 33 een verhaaltje over het ‘Stoppen met Foppen boek’, onder de header ‘Coaching & Guiding’:
Samen met medische experts ontwikkelde (naam bedrijf) een aantal boeken om ouders te ondersteunen bij mijlpalen in het leven van een kind.
Het populaire Stoppen meet Foppen boek bestaat uit een 15-daags stappenplan waarbij kinderen op spelenderwijs worden voorbereid op het afscheid nemen van de vertrouwde speen. Op de laatste dag van het stappenplan wordt het kind gevraagd de fopspeen op te sturen naar Soe Soe de fopspenenfee.

Mijlpalen in het leven van een kind… ik heb daarbij een andere voorstelling, maar dat kan natuurlijk aan mij liggen.

En dan tot slot de brief om nog meer aandacht voor de kolf te vragen; die opent als volgt:

“Ik lijk wel een melk koe!”
Professionals op het gebied van borstvoeding zullen deze uitspraak vaker gehoord hebben. Dit zou toch niet het beeld moeten zijn dat vrouwen hebben als ze aan kolven denken?
(…)
Ons doel: Moeders de kans geven om zo lang mogelijk zonder obstakels borstvoeding te geven.
Weg met het melk koe effect!
(…)
Als professional wil je de cliënt toch niet onthouden van de moderne mogelijkheden op het gebied van kolven. In samenwerking met een professioneel team waaronder 2 Lactatiekundigen hebben wij in 5 jaar tijd de (…) mama vriendelijke borstkolf ontwikkeld.

Nog afgezien van de diverse taalfouten in deze tekst… is het niet om droevig van te worden?
Is dit de manier waarop ik mij als professional wil laten aanspreken door een bedrijf dat niet borstvoeding, maar moedermelkvoeding wil stimuleren?
Ik lees op de laatste pagina van de brief dat ik mij kan laten trainen door dit bedrijf. Ik zal, onder toezending van de link naar dit blog, laten weten dat ik daarvoor geen belangstelling heb. De folders en het mapje met een geluidsopname van de werkende kolf kunnen nu wel weg.

vrijdag 10 mei 2013

Foute sponsor

“Is dit misschien wat voor jou om naar toe te gaan?” Een lieve collega mailde me een link en ik klikte die aan. Ik was er al snel uit: “Nee”, was mijn antwoord, “foute sponsor! :-)"
Ik mailde nog wat meer overwegingen, maar dit was de kern. De collega antwoordde zelf ook niet te gaan, om precies dezelfde reden.

Wat moeten we ermee, met organisaties die zichzelf als vakorganisaties betitelen, maar die zich royaal laten sponsoren door bedrijven die producten verkopen die de gezondheid negatief beïnvloeden of die de normale fysiologie van een baby niet kennen of niet in acht nemen?
Iedereen die zich aanmeldt voor een dag als deze, zal worden blootgesteld aan reclame van die bedrijven. Ik weet dat, want ik was onlangs zelf nog weer op een dergelijk symposium, waar iedereen met een plastic sponsortasje van zo’n fabrikant liep en de hele dag met een gesponsorde pen op een gesponsord notitieblok schreef, ook de artsen die geacht worden optimaal beleid voor zuigelingen na te streven en die even later een certificaat in ontvangst namen...
En helemaal sceptisch word ik als zo’n bedrijf dan ook nog een workshop mag geven met de titel ‘Eerste hulp aan kinderen’ waarvan de omschrijving als volgt luidt: “Juist de eerste levensjaren van het kind zijn van groot belang. In die jaren maakt een kind een belangrijke groei door en wordt de basis gelegd voor de ontwikkeling en de gezondheid voor nu en later. Als kraamverzorgende speel je vanaf het eerste moment een belangrijke rol in het leven van moeder en kind. In samenwerking met de CCB Groep biedt N******* jou een kennismakingsworkshop 'Eerste Hulp aan kinderen' aan. Je krijgt een eerste inzicht in de gevaren die de gezondheid van met name zuigelingen bedreigen. Met deze kennis geef jij alvast iets extra's mee aan de veiligheid in de gezinnen waarin jij een belangrijke rol speelt.”



Eén van de eerste gevaren die de gezondheid van zuigelingen bedreigen direct na de geboorte is immers die soortvreemde melk die dat bedrijf gretig aan de man brengt! Dat doet het op een zodanige manier dat het bij de notoire overtreders van de internationale WHO-code behoort. Dat was zo in 2004 en in het rapport van 2010 komt de naam nog steeds voor. Daarbij moet worden opgemerkt dat lang niet alle overtredingen in het rapport worden genoemd en dat er steeds weer nieuwe strategieën worden ontwikkeld die proberen de letter van de code te omzeilen, maar die overduidelijk de geest van de code aantasten.
Gelukkig zijn er ook mensen die vraagtekens plaatsen bij de marketingpraatjes die fabrikanten van kunstmatige zuigelingenvoeding zelfs op de landelijke tv mogen verkondigen, maar de gemiddelde consument hoort vooral de paniekverhalen en grijpt mis bij de zoektocht naar de ‘A-merken’. Collega Gonneke van Veldhuizen zei in het radioprogramma ‘Knooppunt Kranenbarg’ (op 135 minuten ongeveer) dat het allemaal één pot nat is, die nepmelk, en dat is een aardige samenvatting, die zij en Lydia de Raad op internet nog eens herhaalden. Kijk voor de aardigheid ook nog eens hier om een indruk te krijgen van de mate waarin kunstmatige zuigelingenvoeding tekortschiet.



En nog een vraag… op welke wijze kunnen zorgverleners zich meer bewust worden van de invloed die al die agressieve marketing heeft op hun beeld van het gepromote product?
Is het okay dat een bedrijf de WHO-code overtreedt omdat ze ook góed werk doen? Is het okay dat ik anderen misleid of vals voorlicht of besteel, als ik op andere dagen liefdevol vrijwilligerswerk verricht? Toen ik aan een collega liet weten dat ik half april naar een congres in het buitenland zou zijn, vroeg ze of dat misschien in Kopenhagen was. Nee, dat was het niet, want het aldaar gehouden symposium was niet alleen gesponsord, maar georganiseerd door een WHO-code-overtreder en dan zul je mij er niet zien. Ik was in Manchester, bij het jaarlijkse congres dat daar, geheel verantwoord, werd georganiseerd door de Engelse lactatiekundige collega’s. Het was de derde keer dat ik een congres van LCGB bijwoonde en het zal waarschijnlijk niet de laatste keer zijn geweest: altijd prettig gezelschap en goede sprekers.
Eén man aldaar wordt helemaal blij als hij ons ziet, namelijk de boekverkoper! Tegen alle goede voornemens in laten we ons toch altijd weer verleiden tot de aanschaf van boeiende literatuur en ik heb onder andere de meest recente versie van ‘The Politics of Breastfeeding’ aangeschaft. Ik las ooit al een eerdere uitgave, maar deze schijnt een stevige update te hebben doorgemaakt.
Mijn voorstel: maak dit boek verplichte kost voor alle lactatiekundigen wereldwijd. Dat zal zeker bijdragen aan een meer genuanceerde kijk op ethiek in marketing!