Posts tonen met het label OudersNatuurlijk-beurs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label OudersNatuurlijk-beurs. Alle posts tonen

dinsdag 25 februari 2014

Wat is (antropo)logisch?

Jaren geleden, in 2006, woonde ik het Europese lactatiekundigencongres bij in Maastricht. Ik was nog maar net aan de opleiding begonnen en was nog niet zo thuis in die wereld. Ik kende de ‘grote namen’ nog niet en wist niet wat de ‘heikele issues’ waren in mijn toekomstige beroep. Ik genoot van de lezingen, van al het boeiende en interessante wat voorbijkwam, maar het viel allemaal nog niet heel duidelijk op z’n plaats, binnen een kader dat me helder voor ogen stond.
In één van de pauzes maakte ik een babbeltje met een buitenlandse spreker. Hij had wat allergieklachten en zocht een zakdoek. Ik had papieren zakdoekjes in de tas, bood hem er één aan en hij nam het vriendelijk in ontvangst. Zijn zachtmoedige en tegelijkertijd krachtige en overtuigende uitstraling vielen me op.
Pas jaren later realiseerde ik me werkelijk met wie ik had gesproken, ook al kende ik zijn naam al: James McKenna, antropoloog aan de Universiteit van Notre Dame in de Verenigde Staten! Destijds had ik niet kunnen vermoeden dat ik vijf jaar later het door hem geschreven boek ‘Sleeping With Your Baby’ in het Nederlands zou uitbrengen nadat ik samen met hem intensief aan de vertaling had gewerkt. In die vijf jaren heb ik ontdekt hoe prachtig de overlap is tussen antropologie en lactatiekunde.

Ik ben er intussen meer en meer van overtuigd geraakt dat de meeste borstvoedingsproblemen helemaal geen borstvoedingsproblemen zijn, maar antropologische, sociale, culturele en psychologische problemen. Zoiets basaals als het voeden van ons nageslacht… dat zou toch niet zo’n problematische aangelegenheid moeten zijn? Dat zoveel vrouwen er niet in slagen een bevredigende borstvoedingsrelatie tot stand te brengen of in stand te houden, kan gewoon niet de uitslag van een fysiologische loterij zijn; anders had de mensheid toch niet kunnen overleven? Hoe bestaat het, dat we als samenleving zo ver van onze oorsprong zijn afgedreven dat ouders op een consultatiebureau door de ‘zorgverleners’ worden aangemoedigd om het hulpgeroep van hun kind te negeren en zelfs te bestraffen? Dat kunnen we toch geen vooruitgang in onze ontwikkeling meer noemen? We beschikken dan wel over hoogontwikkelde digitale communicatiekanalen en hoogontwikkelde manieren om planeten op lichtjaren afstand te bewonderen, maar hoe zit het met de intermenselijke netwerken met mensen om de hoek en dierbaren in ons huis? Zijn we nog wel ‘human beings’ of zijn we dikwijls vooral ‘human doings’?

Al deze vragen hebben me tot nog veel meer vragen geleid, zoals:
·        - Zijn er specifieke mannen- en vrouwenbezigheden?
·         - Hoe waarderen we als samenleving allerlei verschillende taken?
·         - Wat is de invloed van de invulling van het dagelijks leven op je zelfbeeld?
·         - Wat hebben kinderen op basis van hun blauwdruk nodig en wie kan ze dat het beste bieden?
·         - Op welke manier kan de maatschappij de verschillende leeftijdsfases beter op biologische patronen afstemmen?
·         - Wat is de impact van opvoedmethodes op het karakter van de samenleving?
·         - Hoe sterk is de verbinding tussen lichaam en geest?

Het is maar een greep. Zoals ik onlangs zei: “Toen ik begon in dit vakgebied, leken sommige dingen met borstvoeding te maken te hebben. Inmiddels vraag ik me af wat er eigenlijk niet mee te maken heeft.”

Hongerig naar kennis en naar een antwoord op tenminste een deel van die vragen heb ik me de afgelopen jaren een slag in de rondte gelezen in de meest prachtige boeken op ons brede vakgebied en dat van aangrenzende disciplines. Er is veel waarvoor je me niet hoeft wakker te maken, maar laat me niet los bij een rijkelijk gevulde boekentafel bij een goed congres, want dan kan ik niet zonder iets te kopen weer vertrekken. Nu in de nazomer onze jongste dochter de deur uit gaat na het afronden van het gymnasium, lijkt de tijd dan ook rijp om een lang gekoesterde wens in vervulling te laten gaan: antropologie studeren!

Om alvast wat in de stemming te komen, heb ik afgelopen weekend getracht met een antropologisch oog te kijken naar wat zich allemaal afspeelde op de Negenmaandenbeurs. Vrijdag en zaterdag sprak ik op het Kennisplein in totaal vier keer een half uur over coslapen. Daarvóór en daarna had ik voldoende tijd om op me te laten inwerken wat jonge ouders zoal krijgen voorgeschoteld. Het is overweldigend; mij is het allemaal te veel en te druk en te lawaaierig en te commercieel. Uiteraard doen vooral de enorme stands van de fabrikanten van kunstmatige zuigelingenvoeding mij zeer aan de ogen. “Wat kost dat wel niet allemaal?” vroeg ik mijn collega die er zaterdag ook was, “handen vol geld!” “Nee, hoor”, zei ze met een grijns, “dat is allemaal gratis!” We schudden bedroefd glimlachend ons hoofd; consumenten hebben niet in de gaten dat al die promotie, al dat weggeefmateriaal en al die misinformatie natuurlijk gewoon betaald worden met de prijs van het product dat ze aanschaffen. De promotie ervan was ook op de Negenmaandenbeurs weer in grote letters strijdig met de internationale WHO-code.

Gelukkig was er ook een stand met draagdoeken die heel goed werd bezocht. Gezien de rest van het aanbod is zo’n grote draagdoekenstand bijna een uitzonderlijke gast in het geheel. Ik hoop dat het effect ervan is dat het belang van nabijheid meer vanzelfsprekend wordt onder alle ouders, ook onder hen voor wie het dragen in de sociale omgeving nog niet heel gewoon is.

Van een andere orde is een stand voor ‘Natuurlijke geslachtsbeïnvloeding’, zoals het visitekaartje zegt. Aan de ene kant vraag ik me dan af of de wens daartoe te maken heeft met de steeds grotere behoefte in de westerse samenleving om het leven precies naar wens in te kleuren. Anderzijds is het een gegeven dat er al millennia lang voorkeuren bestaan voor een jongen of een meisje. Daar kunnen economische, sociale of religieuze motieven aan ten grondslag liggen. Toch blijf ik het een moeilijk onderwerp vinden, want brengt niet ieder kind een heel eigen input mee en kunnen we niet gewoon dankbaar zijn voor wat dat specifieke kind toevoegt aan ons bestaan…? Het spreekt voor zich dat als er medische risico’s zijn bij de geboorte van één bepaald geslacht, er een andere lading ligt op dit onderwerp, maar ‘zomaar’…?

En zo’n Negenmaandenbeurs… is dat een geschikte omgeving voor het laten maken van een echo…? Daar was namelijk ook een stand van. En dat je daar dan een dvd van krijgt… of dat je meteen een pakket aanschaft met een tegoed voor nog een aantal echo’s… zodat je precies kunt weten wat je kunt verwachten? Kunnen we echt niet meer wachten en verwachten zonder iets te weten, in vertrouwen op wat komt, in afwachting en verwachting van een geheim dat bij de geboorte zal worden onthuld? Weten we wel zo zeker dat echo’s zo onschadelijk zijn en dat ze een baby in dat veilige holletje niet verstoren? Is het logisch, dat je iets wilt weten als daarvoor de technische mogelijkheid aanwezig is?

En over techniek gesproken… een toedieningsysteem waarbij tussen de fles en de speen een verwarmingselement aanwezig is, zodat je geen magnetron of flessenwarmer nodig hebt… is dat vooruitgang? Of wat vroeger een ‘wipstoeltje’ heette, nu uitgevoerd met instelbare wiebelsterktes zodat je baby van links naar rechts of van voor naar achter wordt geswingd, zonder dat je je met je kind bezig hoeft te houden… (antropo)logisch?

Kortom: er was heel wat waarvan ik me afvraag of alle kindertjes van de toekomst er wel mee gebaat zijn. Ik kijk dan ook uit naar de Ouders Natuurlijk-beurs waar de bezoekers scherp het lezingenprogramma in de gaten houden, hongerig als ze zijn naar deskundige informatie over zaken rondom de geboorte en het opgroeien van hun kroost. Ouders die net voor de ingang hun niet opgerookte sigaret op de grond gooien… die zul je daar vrijwel niet zien en het grote aantal draagdoeken en borstdrinkende hummeltjes is hartverwarmend!

zondag 26 mei 2013

Wakker worden over samen slapen

Wat een prachtige dag was het gisteren! Ik ben geen liefhebber van vroeg opstaan, maar voor het goede doel kom ik graag mijn bed uit.
En een goed doel, dat was het: met mijn stand op de OudersNatuurlijk-beurs staan en net als een aantal dierbare collega’s een presentatie houden over borstvoedingsgerelateerde onderwerpen. Rachel sprak over hersenontwikkeling, Emmy over vitamine D en Stefan over bijvoeding in stukjes, met behoud van borstvoeding. Gonneke hield een interactieve workshop waar de aanwezigen over de meest uiteenlopende borstvoedingsonderwerpen vragen konden stellen en zelf bracht ik het onderwerp coslapen weer voor het voetlicht. In 2012 stond dat niet op het programma en mensen hadden het gemist, dus op verzoek van Petra (die ook dit jaar weer een werkelijk fantastische prestatie heeft neergezet met de beurs, complimenten!) heb ik er dit jaar weer over verteld. In 2011 zat de zaal meer dan stampvol en ook nu was er een mooie opkomst. De discussie was levendig en we hadden een goed en intens uur met elkaar. Het is duidelijk: slapen met je baby is een onderwerp dat sterk leeft onder ouders en waarvoor ze telkens weer op zoek zijn naar verantwoorde informatie.



Verantwoorde informatie over samen slapen is meer dan de opmerking: “Doe het niet, het is gevaarlijk!”
Ik houd erg van die bekende vergelijking met voorlichting over veilige seks voor pubers ter voorkoming van SOA’s en tienerzwangerschappen. Zeggen we tegen ze: “Je kunt er ziek of zwanger van worden, dus heb geen seks!” Zal dat werkelijk leiden tot een veiliger omgang met deze oerdrift? Of zeggen we: “Je kunt als je seks hebt, ziek of zwanger worden, dus zorg ervoor dat je het veilig doet, zodat je deze risico’s niet loopt. Je kunt het volgende doen: (…)”, waarna dan een uitgebreide instructie volgt over het één en ander.

De vergelijking met slapen met je baby is niet ver gezocht. Dat is namelijk ook een oerdrift en ook hier hebben mensen informatie nodig over hoe ze de veiligheid kunnen optimaliseren. Alle zoogdieren, dus ook de mens, willen hun jongen beschermen, willen er zeker van zijn dat ze niets kan overkomen en willen ze dus in het oog en onder handbereik houden. Dat is wat we overdag heel normaal vinden met heel jonge kinderen. Is het niet vreemd, dat veel ouders voor de nacht dan ineens te horen krijgen: “Je hoeft ze niet in het oog en onder handbereik te houden. Doe dat niet, want dat is gevaarlijk”…?

En nog een stap verder… is het niet raar dat ook veel zorgverleners die boodschap van hun leidinggevenden te horen krijgen en geacht worden door te geven aan de ouders en gezinnen waarmee ze werken? Waar is in dat totaalbeeld de autonomie van de ouders? Zijn zij niet degenen die beslissen waar hun kind slaapt en hoe ze hun gezin vormgeven? Is het niet zaak dat zorgverleners zich breed (laten) informeren, zodat er voor ouders wat te kiezen valt en zodat ouders een geïnformeerde keuze kunnen maken en niet één die op de angst en de onwetendheid van de zorgverlener is gebaseerd?



Ik was dan ook verbijsterd toen ik vorig jaar hoorde op welke manier iemand van TNO bij het evenement Kraamcafé (hier vind je de link naar de website, maar ik deel ‘m met tegenzin, vanwege de overvloedige foute, WHO-code-schendende sponsoring…) een presentatie over veilig slapen had gegeven. In de powerpoint was de cover van mijn boekvertaling ‘Slapen met je baby’ opgenomen… met een rood kruis erdoorheen! Is dat hoe een semi-overheidsinstelling als TNO in deze tijd te werk gaat… censuur toepassen? Hebben zorgprofessionals niet het recht, naast de plicht, om zich breed te informeren en daarbij uiteenlopende (wetenschappelijke) inzichten tot zich te nemen? Hoe kunnen we verwachten dat de samenleving tot de ontplooiing komt waar minister Bussemaker zo de mond van vol heeft, als diezelfde overheid van alles in het werk stelt om zaken als veilige hechting en de kostbare menselijke erfenis van fysiologie en neurologie onder het tapijt te vegen?

Morgen is er een nieuwe editie van het Kraamcafé. Opnieuw zal er iemand van TNO over veilig slapen spreken. Als je de website bezoekt, in de linker marge ‘kennis update’ aanklikt en vervolgens ‘test je kennis’, dan is er de mogelijkheid een zogenaamde ‘kennistest’ over veilig slapen te doen. Oordeel zelf, of dit kennis betreft of gesublimeerde angst voor de enorme kracht die vrijkomt als ouders en kinderen zich aan elkaar durven over te geven, van elkaar afhankelijk durven te zijn, elkaar met huid en haar en hart en ziel nabij durven te komen om zo uit te groeien tot stabiele, sprankelende persoonlijkheden die hun potentieel optimaal tot ontplooiing brengen?

Al die kraamverzorgenden die morgen de deur van ‘De Meervaart’ in Amsterdam binnen stappen, zouden toch op z’n minst een graantje van de wetenschappelijke kennis daarover moeten kunnen meepikken, niet waar? Ik zal er nog eens over nadenken…


(Voor weerlegging van het recent gepubliceerde en slecht onderbouwde artikel van het British Medical Journal verwijs ik naar mijn blog van afgelopen week.)