Onlangs ging ik op een donderdagmiddag naar de supermarkt. Ik liep langs een drietal kinderen met alle drie een wat boze, ontevreden blik in de ogen. Ik bespeurde een wolk van negatieve energie om ze heen, terwijl ik zelf goedgemutst was binnengekomen.
Toen ik vlak langs het middelste kind liep (een geschat leeftijdstrapje van ongeveer 5, 7 en 9), haalde hij uit naar de jongste, een meisje. Ik schrok en zei intuïtief: “Hé, dat doen we niet, hè!” Hij keek me heel boos aan: “Nou, maar zij doet vervelend.” Ik probeerde met zijn ogen in contact te blijven: “En dan ga je slaan?” “Nou, het is mijn zusje, hoor!”, was zijn verbolgen en uitdagende reactie. Blijkbaar vond hij dat feit voldoende rechtvaardiging voor zijn handelwijze. Je broertjes en zusjes mag je gerust slaan, geen probleem. Ik overlegde razendsnel bij mezelf: “En omdat ze je zusje is, mag je haar slaan?” “Ja, want zij heeft een flesje water en zij wil niks aan mij geven!” Hij ging met mij in gesprek; dat vond ik positief. Ik realiseerde me echter dat ik geen gelegenheid zou hebben om de zaak uitgebreid te bespreken en de visie van het zusje en het oudere broertje ook nog aan te horen. “Tsja, maar slaan is bijna nooit een goede oplossing voor een probleem”, antwoordde ik. Ik had de indruk dat hij echt hoorde wat ik zei, maar niet wist hoe het anders zou moeten.
Er verstreek nog een seconde, toen de vader, klaar met afrekenen, eraan kwam lopen. “Zo”, zei hij tegen zijn middelste zoon, “jij slaat je zusje? Kom maar mee.” Hij greep het ventje bij de arm en kneep er flink in. Het joch begon te huilen en ik kreeg een beeld voor ogen van hoe dit thuis of mogelijkerwijs al in de parkeergarage zou worden afgehandeld. Dat beeld werd sterker toen de moeder in hun kielzog volgde en de andere twee kinderen beetpakte en voor zich uit duwde. “Zo, is het weer raak?! Het is ook altijd hetzelfde gedonder met jullie! Hup, doorlopen!”
Moest ik achter de vader aan… zeggen dat knijpen net zo min als slaan een oplossing is? Het was druk in de winkel en een scène zou ook de kinderen geen goed doen, nog los van het feit dat ik er niet zeker van was of ik er zelf zonder klappen af zou komen. Wat was wijsheid?
Ik keek het gezin na, schudde mijn hoofd, verdrietig voor de kinderen (omdat het zo overduidelijk was waarom het jongetje zijn probleem met slaan probeerde op te lossen), machteloos (omdat ik iets zag waaraan ik op dat moment niets kon veranderen) en ook in twijfel (omdat ook mijn eigen belang hier had gesproken).
In welke fase was het misgegaan in dit gezin? Vermoedelijk al ver voor de geboorte van de drie kinderen; de ouders hadden als kind zelf waarschijnlijk ook geen luisterend oor en aandacht voor hun vragen.
Met onze kinderen in gesprek blijven, vanaf hun geboorte, en hun signalen serieus nemen lijkt de enige manier om dit soort ellende te voorkomen. Niet laten huilen, dus, dat piepkleine grut, maar hun vertrouwen voeden dat ze gezien, gehoord en gerespecteerd worden. Dan wordt agressie als communicatiemiddel overbodig en zal de wereld er telkens opnieuw een beetje vriendelijker uitzien!
woensdag 19 september 2012
woensdag 12 september 2012
Kiezen en delen
Eerder vandaag maakte ik gebruik van mijn burgerrecht om aan te geven welke partij en welke politicus ik het liefst in de Tweede Kamer zie verschijnen. Toen ik het stembureau uit liep, werd ik overvallen door een onverwachte ontroering. Een stuk papier, een rood potlood, een vakje inkleuren, papier dichtvouwen en in de daarvoor bestemde, afgesloten bus deponeren: democratie! Het lijkt zo eenvoudig, maar het is het resultaat van het afleggen van een lang traject.
Daaraan werd ik krachtig herinnerd toen ik gisteravond, na een lange uitzending met politiek debat, verzeild raakte in een documentaire over Harry Belafonte en zijn rol in de strijd voor gelijke rechten.
Ik realiseerde me hoe heel veel van de dingen die we nu normaal vinden, ooit letterlijk met bloed, zweet en tranen tot stand zijn gebracht, hoe mensen hun leven verloren voor het ideaal dat ze voor ogen stond. Mensen als Belafonte, Martin Luther King en Nelson Mandela hielden hun doelen scherp in het vizier en maakten daaraan hun eigen, persoonlijke belang ondergeschikt. Het ging om het grotere idee, om groepen groter dan de eigen sociale gemeenschap, niet om de kleine, eigen leef- en denkwereld. De dromen konden niet altijd op de korte termijn worden verwezenlijkt, maar vroegen tijd; zonder meteen resultaat te zien, werd er met geduld en vastberadenheid doorgewerkt.
Toen ik gisteren naar bed ging, in mijn hoofd de beelden van zowel debatterende als demonstrerende mannen, vroeg ik me dan ook af: “Wat ga ik morgen stemmen? Stem ik strategisch, omdat ik hoop daarmee een bepaalde coalitie meer kans te bieden? Stem ik pragmatisch? Of kijk ik naar mijn ideële uitgangspunten?”
Het strikt persoonlijke belang ondergeschikt maken aan een groter doel en met toewijding investeren in de lange termijn… dat heeft veel weg van het ouderschap en de zorg voor het jonge kind. Overigens is het natuurlijk de vraag of het optimaal gedijen van het nageslacht niet ook persoonlijk belang is, maar dit nu even terzijde.
De zorg voor een opgroeiende baby is een veeleisende taak die van ouders geduld en inlevingsvermogen vraagt. Hoe belangrijk die twee vaardigheden zijn en hoe groot hun invloed op de ontwikkeling van het kind, wordt niet altijd voldoende beseft. Er zijn eveneens ouders die door hun eigen levensgeschiedenis die vaardigheden onvoldoende beheersen en zich daarvan juist pijnlijk bewust zijn.
Hoe het ouderschap er ook uitziet, wanneer we onze kinderen koesteren en ze voeden met ons verhaal, wanneer we over pijn heen durven stappen en moedig en optimistisch idealen blijven nastreven, dan stappen ze dapper de wereld in. Dan zullen ook zij vanuit hun hart beslissingen nemen. Immers… ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘gedeelde vreugd is dubbele vreugd’.
Pragmatisme is leuk, maar wezenlijke veranderingen met blijvende verbeteringen voor grote groepen mensen komen voort uit idealisme, uit het vertrouwen dat het beter kan en dat onrechtvaardigheid bestreden moet worden. Laten we ons dus gelukkig prijzen in een land waar we met een rood potlood onze stem kunnen laten horen. Eerst kiezen en dan samen delen!
Daaraan werd ik krachtig herinnerd toen ik gisteravond, na een lange uitzending met politiek debat, verzeild raakte in een documentaire over Harry Belafonte en zijn rol in de strijd voor gelijke rechten.
Ik realiseerde me hoe heel veel van de dingen die we nu normaal vinden, ooit letterlijk met bloed, zweet en tranen tot stand zijn gebracht, hoe mensen hun leven verloren voor het ideaal dat ze voor ogen stond. Mensen als Belafonte, Martin Luther King en Nelson Mandela hielden hun doelen scherp in het vizier en maakten daaraan hun eigen, persoonlijke belang ondergeschikt. Het ging om het grotere idee, om groepen groter dan de eigen sociale gemeenschap, niet om de kleine, eigen leef- en denkwereld. De dromen konden niet altijd op de korte termijn worden verwezenlijkt, maar vroegen tijd; zonder meteen resultaat te zien, werd er met geduld en vastberadenheid doorgewerkt.
Toen ik gisteren naar bed ging, in mijn hoofd de beelden van zowel debatterende als demonstrerende mannen, vroeg ik me dan ook af: “Wat ga ik morgen stemmen? Stem ik strategisch, omdat ik hoop daarmee een bepaalde coalitie meer kans te bieden? Stem ik pragmatisch? Of kijk ik naar mijn ideële uitgangspunten?”
Het strikt persoonlijke belang ondergeschikt maken aan een groter doel en met toewijding investeren in de lange termijn… dat heeft veel weg van het ouderschap en de zorg voor het jonge kind. Overigens is het natuurlijk de vraag of het optimaal gedijen van het nageslacht niet ook persoonlijk belang is, maar dit nu even terzijde.
De zorg voor een opgroeiende baby is een veeleisende taak die van ouders geduld en inlevingsvermogen vraagt. Hoe belangrijk die twee vaardigheden zijn en hoe groot hun invloed op de ontwikkeling van het kind, wordt niet altijd voldoende beseft. Er zijn eveneens ouders die door hun eigen levensgeschiedenis die vaardigheden onvoldoende beheersen en zich daarvan juist pijnlijk bewust zijn.
Hoe het ouderschap er ook uitziet, wanneer we onze kinderen koesteren en ze voeden met ons verhaal, wanneer we over pijn heen durven stappen en moedig en optimistisch idealen blijven nastreven, dan stappen ze dapper de wereld in. Dan zullen ook zij vanuit hun hart beslissingen nemen. Immers… ‘wie goed doet, goed ontmoet’ en ‘gedeelde vreugd is dubbele vreugd’.
Pragmatisme is leuk, maar wezenlijke veranderingen met blijvende verbeteringen voor grote groepen mensen komen voort uit idealisme, uit het vertrouwen dat het beter kan en dat onrechtvaardigheid bestreden moet worden. Laten we ons dus gelukkig prijzen in een land waar we met een rood potlood onze stem kunnen laten horen. Eerst kiezen en dan samen delen!
Labels:
idealen,
idealisme,
investeren,
koesteren,
ouderschap,
stem,
vertrouwen
dinsdag 4 september 2012
Dicht bij elkaar
Afgelopen donderdag was ik op consult bij een moeder met een zoontje van twee weken. Ze waren samen al vanaf het begin aan het ploeteren en nu had moeder zozeer last van pijnlijke tepels dat ze mijn hulp inriep. Ze deed dat telefonisch, maar na een paar zinnen had ik al in de gaten dat ik haar zo niet goed op weg zou kunnen helpen. Er was te veel dat om observatie vroeg en dus spraken we af dat ik de volgende ochtend langs zou komen.
Toen haar zoontje wakker werd, ging ze lekker met hem op de bank zitten om te proberen hem aan de borst te krijgen. Hij deed erg zijn best, maar kreeg het niet voor elkaar om de borst goed aan te happen. Dat was ook wat mama aangaf: ze zag frustratie bij haar kind. Dat is sneu voor zo’n kleine hummel en het maakt het voor een moeder natuurlijk ook moeilijk om rustig te blijven en vertrouwen in het proces te houden.
Terwijl haar zoontje bozig protesteerde en daarbij huilend zijn mondje opende, keek ik wat er binnenin gebeurde met de tong. Dat gaf al wat richting aan mijn vermoedens.
Ik vroeg of ik het mannetje even mocht vasthouden en ik nam hem recht voor me op schoot. We maakten een praatje en hij lachte me vriendelijk toe terwijl ik tegen hem babbelde, mijn tong uitstak en een wijd open mond aan hem liet zien. Hij had er echt plezier in en hij probeerde verwoed om die gekke bekken van mij te imiteren. Dat viel nog niet mee en hoewel hij zijn mondje wat ronder maakte, kwam zijn tong niet naar buiten.
*Het Chinese karakter voor 'goed' (het tweede symbool) wordt gevormd door een gestyleerde moeder met kind.*
Mama legde hem nog eens aan en opnieuw lukte het hem niet om een mooi vacuüm te maken en krachtig door te drinken. Als hij huilde, zo zag ik, kwam de achterkant van de tong weliswaar omhoog, maar de voorkant niet. De tong leek bijna vierkant en het midden werd een fractie naar binnen getrokken. Een vinger eronderdoor halend voelde ik een erg strak riempje en ik legde uit wat mijn idee was. Hoezeer hij ook zijn best zou doen aan de borst… de beperkte bewegingsvrijheid van de tong zou het blijvend moeilijk maken. Dé oplossing… het knippen van de tongriem! Dat is voor ouders vaak een schrikmoment: “Knippen?! In dat kleine kindje van ons? Moet dat…?” Keer op keer kunnen ze achteraf bevestigen wat ik vertel, namelijk dat het niks voorstelt, dat het zo voorbij is en dat veel kinderen daarna al meteen een verbetering laten zien aan de borst.
’s Middags belde ik een verloskundige in de regio die tongriempjes knipt en hoera, ze had een paar uur later al tijd om het gezin te zien en het riempje te knippen.
Inmiddels zijn we vier dagen verder en gaat het geweldig met moeder en kind. Haar baby moet nog wat oefenen, samen moeten ze nog handig worden en de productie (door kolven uit balans geraakt) moet nog weer in evenwicht komen, maar dat komt zeker goed.
Wanneer dit probleem in een vroeg stadium wordt gesignaleerd, kunnen zaken als kunstmatige zuigelingenvoeding, kolven en voeden uit een fles worden voorkomen. Dat is heel wat waard, want dan kunnen moeder en kind als een ondeelbare eenheid dicht bij elkaar blijven, zoals het hoort!
Toen haar zoontje wakker werd, ging ze lekker met hem op de bank zitten om te proberen hem aan de borst te krijgen. Hij deed erg zijn best, maar kreeg het niet voor elkaar om de borst goed aan te happen. Dat was ook wat mama aangaf: ze zag frustratie bij haar kind. Dat is sneu voor zo’n kleine hummel en het maakt het voor een moeder natuurlijk ook moeilijk om rustig te blijven en vertrouwen in het proces te houden.
Terwijl haar zoontje bozig protesteerde en daarbij huilend zijn mondje opende, keek ik wat er binnenin gebeurde met de tong. Dat gaf al wat richting aan mijn vermoedens.
Ik vroeg of ik het mannetje even mocht vasthouden en ik nam hem recht voor me op schoot. We maakten een praatje en hij lachte me vriendelijk toe terwijl ik tegen hem babbelde, mijn tong uitstak en een wijd open mond aan hem liet zien. Hij had er echt plezier in en hij probeerde verwoed om die gekke bekken van mij te imiteren. Dat viel nog niet mee en hoewel hij zijn mondje wat ronder maakte, kwam zijn tong niet naar buiten.
*Het Chinese karakter voor 'goed' (het tweede symbool) wordt gevormd door een gestyleerde moeder met kind.*
Mama legde hem nog eens aan en opnieuw lukte het hem niet om een mooi vacuüm te maken en krachtig door te drinken. Als hij huilde, zo zag ik, kwam de achterkant van de tong weliswaar omhoog, maar de voorkant niet. De tong leek bijna vierkant en het midden werd een fractie naar binnen getrokken. Een vinger eronderdoor halend voelde ik een erg strak riempje en ik legde uit wat mijn idee was. Hoezeer hij ook zijn best zou doen aan de borst… de beperkte bewegingsvrijheid van de tong zou het blijvend moeilijk maken. Dé oplossing… het knippen van de tongriem! Dat is voor ouders vaak een schrikmoment: “Knippen?! In dat kleine kindje van ons? Moet dat…?” Keer op keer kunnen ze achteraf bevestigen wat ik vertel, namelijk dat het niks voorstelt, dat het zo voorbij is en dat veel kinderen daarna al meteen een verbetering laten zien aan de borst.
’s Middags belde ik een verloskundige in de regio die tongriempjes knipt en hoera, ze had een paar uur later al tijd om het gezin te zien en het riempje te knippen.
Inmiddels zijn we vier dagen verder en gaat het geweldig met moeder en kind. Haar baby moet nog wat oefenen, samen moeten ze nog handig worden en de productie (door kolven uit balans geraakt) moet nog weer in evenwicht komen, maar dat komt zeker goed.
Wanneer dit probleem in een vroeg stadium wordt gesignaleerd, kunnen zaken als kunstmatige zuigelingenvoeding, kolven en voeden uit een fles worden voorkomen. Dat is heel wat waard, want dan kunnen moeder en kind als een ondeelbare eenheid dicht bij elkaar blijven, zoals het hoort!
Labels:
aanleggen,
knippen,
tong,
tongriem,
verloskundige
donderdag 21 juni 2012
Geboorteviering
Vandaag was onze jongste dochter jarig. Sweet sixteen alweer, maar wat staat me die laatste bevalling nog goed voor ogen. ’s Middags was ik nog met de oudste twee naar de zwemles geweest, rustig aan, met mijn superdikke en prachtige buik. Mijn schoonmoeder had aangeboden het van me over te nemen, maar ik zei: “Nee, dat hoeft niet, hoor, want het gaat nog prima. Als de baby er straks is, heb ik je hulp waarschijnlijk harder nodig dan nu.”
De oudere drie hadden zich allemaal ruim voor de uitgerekende datum aangekondigd: blozende baby’s, blakende borstkinderen, alle drie in ons eigen bed geboren. Onze jongste deed het rustig aan en zat de haar statistisch toebedeelde weken uit. Die avond na de zwemles zat ik rond tien uur lekker op de bank. Ineens ging ik staan, greep naar mijn natte pyjamabroek en zei: “Ho… ho! Nog meer! De vliezen zijn gebroken! Nico, maak het bed maar op, het gaat gebeuren!” Een zeiltje, een molton, een hoeslaken, plastic, een hoeslaken, kraammatrasjes… in een mum van tijd was mijn plekje klaar. We brachten een groot deel van de nacht getweeën door. Zijn vertrouwde handen lokten mijn ademhaling naar diep onderin mijn buik om ons kindje te helpen. Nadat ze rond vijf uur ’s ochtends was geboren en de verloskundige en de kraamverzorgende waren vertrokken, was het stil in huis. Dat lieve kleine meisje lag tussen ons in in bed en we voelden ons gelukzalig, terwijl we afwisselend nog wat sliepen en verwonderd naar haar keken, in afwachting van het moment waarop de andere kinderen wakker zouden worden.
Dat vertelde ik haar gisteravond, toen zowel zij als ik om middernacht nog niet in bed lag, ik mijn armen om haar heen sloeg en haar feliciteerde. Doorgeven, de vreugde van het baren en het koesteren, opdat ook zij vertrouwen heeft in haar vrouwelijke kracht als ze te zijner tijd moeder wordt. Dat vertrouwen zal haar helpen haar kinderen met hulp van haar eigen hormonen op de wereld te zetten.

Ik was bijna klaar met de boodschappen vanmiddag, toen ik een bekende zag. Ze liep me met betraande ogen tegemoet. Haar man, de zeventig royaal gepasseerd, lag met een hersenbloeding in het ziekenhuis en het zag er niet goed uit. Ik dacht aan onze dochter, jarig en in volle bloei. Ik dacht ook aan de kinderen over wie Jill Bergman schrijft in het boek dat ik vertaal, aan die prematuur geboren minimensjes die geregeld hersenbloedingen krijgen omdat het leven buiten de baarmoeder nog te veel voor ze is en ze hun moeder verschrikkelijk missen als ze in de couveuse liggen. Wat een zorgen kunnen er zijn, zowel aan het begin als aan het einde van het leven.
De bekende verliet, vergezeld van haar dochter, de winkel. Ik stond even stil, midden tussen de bloemen, en aarzelde niet meer: geurende witte lelies en witte eustoma voor de grote vaas in de kamer en roodoranje roosjes voor de hal en de schouw, waar de foto’s van mijn overleden ouders staan en een beeldje dat mijn overleden zusje maakte.
We vieren de geboorte van ons lieve kind; wat een zegen!
De oudere drie hadden zich allemaal ruim voor de uitgerekende datum aangekondigd: blozende baby’s, blakende borstkinderen, alle drie in ons eigen bed geboren. Onze jongste deed het rustig aan en zat de haar statistisch toebedeelde weken uit. Die avond na de zwemles zat ik rond tien uur lekker op de bank. Ineens ging ik staan, greep naar mijn natte pyjamabroek en zei: “Ho… ho! Nog meer! De vliezen zijn gebroken! Nico, maak het bed maar op, het gaat gebeuren!” Een zeiltje, een molton, een hoeslaken, plastic, een hoeslaken, kraammatrasjes… in een mum van tijd was mijn plekje klaar. We brachten een groot deel van de nacht getweeën door. Zijn vertrouwde handen lokten mijn ademhaling naar diep onderin mijn buik om ons kindje te helpen. Nadat ze rond vijf uur ’s ochtends was geboren en de verloskundige en de kraamverzorgende waren vertrokken, was het stil in huis. Dat lieve kleine meisje lag tussen ons in in bed en we voelden ons gelukzalig, terwijl we afwisselend nog wat sliepen en verwonderd naar haar keken, in afwachting van het moment waarop de andere kinderen wakker zouden worden.
Dat vertelde ik haar gisteravond, toen zowel zij als ik om middernacht nog niet in bed lag, ik mijn armen om haar heen sloeg en haar feliciteerde. Doorgeven, de vreugde van het baren en het koesteren, opdat ook zij vertrouwen heeft in haar vrouwelijke kracht als ze te zijner tijd moeder wordt. Dat vertrouwen zal haar helpen haar kinderen met hulp van haar eigen hormonen op de wereld te zetten.

Ik was bijna klaar met de boodschappen vanmiddag, toen ik een bekende zag. Ze liep me met betraande ogen tegemoet. Haar man, de zeventig royaal gepasseerd, lag met een hersenbloeding in het ziekenhuis en het zag er niet goed uit. Ik dacht aan onze dochter, jarig en in volle bloei. Ik dacht ook aan de kinderen over wie Jill Bergman schrijft in het boek dat ik vertaal, aan die prematuur geboren minimensjes die geregeld hersenbloedingen krijgen omdat het leven buiten de baarmoeder nog te veel voor ze is en ze hun moeder verschrikkelijk missen als ze in de couveuse liggen. Wat een zorgen kunnen er zijn, zowel aan het begin als aan het einde van het leven.
De bekende verliet, vergezeld van haar dochter, de winkel. Ik stond even stil, midden tussen de bloemen, en aarzelde niet meer: geurende witte lelies en witte eustoma voor de grote vaas in de kamer en roodoranje roosjes voor de hal en de schouw, waar de foto’s van mijn overleden ouders staan en een beeldje dat mijn overleden zusje maakte.
We vieren de geboorte van ons lieve kind; wat een zegen!
dinsdag 5 juni 2012
Koester je kleintje!
Afgelopen vrijdag was ik in het Sophia Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Samen met een collega had ik de eerste fotoshoot gepland voor mijn derde boekvertaling. Het boek ‘Hold Your Prem’ van Jill en Nils Bergman gaat over de zorg voor prematuur geboren baby’s en over hoe belangrijk het is dat deze minimensjes voelen en ervaren dat hun ouders er voor hen zijn. De lijfelijke nabijheid van mama en papa zorgt voor optimale omstandigheden voor lichamelijke en geestelijke groei. Vooral het brein heeft baat bij knuffelen en voeden aan de borst.
Drie van onze vier kinderen werden zo’n twee weken voor de uitgerekende datum geboren, prachtig op gewicht, helder en alert en vaardig aan de borst. De vierde, onze jongste, nam de tijd die haar statistisch was toegewezen: ze kwam twee dagen na de uitgerekende datum als een flinke achtponder ter wereld.
Een achtponder… dat is een baby die vier keer zo groot is als de kleine hummeltjes waarmee ik vrijdag oog in oog stond! Voorzichtig schuifelde ik naderbij, nadat mijn collega mij bij de moeders had geïntroduceerd. De eerste mama met wie ik sprak, lag heerlijk te buidelen met haar kleine meiske. Twaalf dagen was ze nog maar, en toch hadden ze al heel wat beleefd met elkaar en ongetwijfeld hebben ze nog een lange weg te gaan voordat het meisje vier kilo zwaar in hun armen ligt.
Een andere moeder was er net aan toe om plaats te nemen in de comfortabele stoel en de verpleegkundige hielp haar met het positioneren van haar zoontje. Ze gebruikte daarvoor de Benjamin Kangaroo Sweater, een nieuw hulpmiddel in de zorg voor te vroeg geboren baby’s.

Toen ze eenmaal lekker lag met haar kindje, spraken we samen over wat de vroeggeboorte betekent voor het gezin en voor de wijdere sociale omgeving. Het is een ingrijpende gebeurtenis, niet alleen vanwege de zorgen om de baby, maar ook vanwege de logistiek om alles te organiseren. Papa en mama zijn veel in het ziekenhuis, maar oudere kinderen moeten worden verzorgd en hebben juist ook nu de aandacht van hun ouders nodig. Ze weten dat de baby er is, maar kunnen nog niet of slechts af en toe mee naar hun nieuwe broertje of zusje. Opa’s en oma’s kunnen niet zomaar even langswaaien om hun lieve kleinkind te zien. Alles is ingewikkeld, alles is met gedoe en geregel en vooral ook onzekerheid en bezorgdheid omgeven.
Daarom is alles wat bijdraagt aan een goed verloop van deze intensieve en emotionele periode van groot belang. Een vest dat het buidelen prettig maakt en meer privacy geeft, vergroot de kansen dat de baby vele uren op de huid van de ouders doorbrengt. Een boek dat uitlegt hoe ouders zelf een actieve rol kunnen spelen in de zorg voor hun kleintje, vergroot de kansen voor de baby op een gezond (volwassen) leven. Voor Anne-Marie Hofstede en mij zijn deze twee producten dan ook een reden om gepassioneerd hand in hand te werken in de komende periode!
Drie van onze vier kinderen werden zo’n twee weken voor de uitgerekende datum geboren, prachtig op gewicht, helder en alert en vaardig aan de borst. De vierde, onze jongste, nam de tijd die haar statistisch was toegewezen: ze kwam twee dagen na de uitgerekende datum als een flinke achtponder ter wereld.
Een achtponder… dat is een baby die vier keer zo groot is als de kleine hummeltjes waarmee ik vrijdag oog in oog stond! Voorzichtig schuifelde ik naderbij, nadat mijn collega mij bij de moeders had geïntroduceerd. De eerste mama met wie ik sprak, lag heerlijk te buidelen met haar kleine meiske. Twaalf dagen was ze nog maar, en toch hadden ze al heel wat beleefd met elkaar en ongetwijfeld hebben ze nog een lange weg te gaan voordat het meisje vier kilo zwaar in hun armen ligt.
Een andere moeder was er net aan toe om plaats te nemen in de comfortabele stoel en de verpleegkundige hielp haar met het positioneren van haar zoontje. Ze gebruikte daarvoor de Benjamin Kangaroo Sweater, een nieuw hulpmiddel in de zorg voor te vroeg geboren baby’s.
Toen ze eenmaal lekker lag met haar kindje, spraken we samen over wat de vroeggeboorte betekent voor het gezin en voor de wijdere sociale omgeving. Het is een ingrijpende gebeurtenis, niet alleen vanwege de zorgen om de baby, maar ook vanwege de logistiek om alles te organiseren. Papa en mama zijn veel in het ziekenhuis, maar oudere kinderen moeten worden verzorgd en hebben juist ook nu de aandacht van hun ouders nodig. Ze weten dat de baby er is, maar kunnen nog niet of slechts af en toe mee naar hun nieuwe broertje of zusje. Opa’s en oma’s kunnen niet zomaar even langswaaien om hun lieve kleinkind te zien. Alles is ingewikkeld, alles is met gedoe en geregel en vooral ook onzekerheid en bezorgdheid omgeven.
Daarom is alles wat bijdraagt aan een goed verloop van deze intensieve en emotionele periode van groot belang. Een vest dat het buidelen prettig maakt en meer privacy geeft, vergroot de kansen dat de baby vele uren op de huid van de ouders doorbrengt. Een boek dat uitlegt hoe ouders zelf een actieve rol kunnen spelen in de zorg voor hun kleintje, vergroot de kansen voor de baby op een gezond (volwassen) leven. Voor Anne-Marie Hofstede en mij zijn deze twee producten dan ook een reden om gepassioneerd hand in hand te werken in de komende periode!
Labels:
bezorgd,
brein,
kleintje,
koester,
prematuur,
vroeggeboorte,
ziekenhuis
donderdag 31 mei 2012
Support voor de kraam?
Vandaag had ik een exemplaar van het blad ‘Kraamsupport’ in de brievenbus. Ik was verbaasd, want ik had er deze keer geen bijdrage aan geleverd. De vorige keer stond er wél een stuk van mijn hand in. Ik had namelijk gereageerd op de recensie van de Stichting Wiegedood aangaande ‘Slapen met je baby’. Dat is de Nederlandse vertaling van ‘Sleeping With Your Baby’ die ik vorig jaar heb uitgebracht. Ik zou van dat nummer een presentexemplaar ontvangen, maar dat duurde nogal lang. Bij navraag zegde de redacteur toe me een exemplaar te sturen. Dat deed ze ook, maar intussen kreeg ik tóch al een aan mij geadresseerd exemplaar. In het plastic waarin het blad was verpakt, zat een monster van kunstmatige zuigelingenvoeding…! Was dit hetzelfde blad waarvoor ik een tijd geleden met een paar collega’s een stuk over de internationale WHO-code had geschreven? Was de boodschap niet blijven hangen…? Nee, de boodschap bleek inderdaad niet tot principiële keuzes te hebben geleid: hoofdsponsoren van het blad zijn nog altijd twee grote fabrikanten van kunstmatige zuigelingenvoeding. Een paar dagen later kwam er nóg een presentexemplaar. Dit zat niet in plastic, maar in een handgeschreven enveloppe… zonder monster en met onvoldoende frankering. Nu was de situatie dus als volgt: ik had, na een onzorgvuldig geschreven recensie over een boek dat sommigen liever niet hadden zien verschijnen, een reactie gegeven en nadat ik eerst een monster van kunstvoeding had ontvangen, moest ik nu strafport betalen voor een blad dat wordt gesponsord door agressieve marketing plegende, borstvoeding ondermijnende bedrijven. In het blad wordt biologisch en antropologisch normaal gedrag (baby’s die vlak naast of in het bed van hun ouders slapen) afgekeurd en het blad wordt me opgestuurd door een redactie die wéét dat het meezenden van monsters niet in orde is, want speciaal voor mij wordt dat monster verwijderd.
Vandaag was er een reactie op mijn reactie. Gesteld wordt dat ik niet kan of niet wil inzien dat het helemaal niet meevalt met de risico’s van het coslapen in één bed. De heer Hopmans van de Stichting Onderzoek en Preventie Zuigelingensterfte vertelt dat een kwart van de actuele gevallen van wiegendood zich voordoet in het ouderlijk bed.
Even rekenen… dat betekent dat 75% van de gevallen op een andere locatie plaatsvindt! En wat waren de omstandigheden in de ouderlijke bedden bij die 25%? Dáár zou ik graag meer over weten. En hoe kan het dat de sterftecijfers zo zijn gedaald door rugligging? Dat kan alleen als slapen in een wieg al die tijd een gevaarlijke situatie was. Wat ook niet duidelijk wordt, is in hoeverre het nachtelijk alleen slapen door kinderen mede verantwoordelijk is voor allerlei andersoortige problemen. Er komen steeds meer aanwijzingen dat er lichamelijke en psychische schade ontstaat door de ervaren eenzaamheid.
Dit blad heet ‘Kraamsupport’; krijgen kraamverzorgenden echt support, als ze informatie ontvangen die angst bevordert, die nauwelijks ruimte laat voor uiteenlopende visies op responsief en intuïtief ouderschap en die bovendien wordt omlijst door reclame voor een inferieur voedingsproduct? Stof tot nadenken…
Vandaag was er een reactie op mijn reactie. Gesteld wordt dat ik niet kan of niet wil inzien dat het helemaal niet meevalt met de risico’s van het coslapen in één bed. De heer Hopmans van de Stichting Onderzoek en Preventie Zuigelingensterfte vertelt dat een kwart van de actuele gevallen van wiegendood zich voordoet in het ouderlijk bed.
Even rekenen… dat betekent dat 75% van de gevallen op een andere locatie plaatsvindt! En wat waren de omstandigheden in de ouderlijke bedden bij die 25%? Dáár zou ik graag meer over weten. En hoe kan het dat de sterftecijfers zo zijn gedaald door rugligging? Dat kan alleen als slapen in een wieg al die tijd een gevaarlijke situatie was. Wat ook niet duidelijk wordt, is in hoeverre het nachtelijk alleen slapen door kinderen mede verantwoordelijk is voor allerlei andersoortige problemen. Er komen steeds meer aanwijzingen dat er lichamelijke en psychische schade ontstaat door de ervaren eenzaamheid.
Dit blad heet ‘Kraamsupport’; krijgen kraamverzorgenden echt support, als ze informatie ontvangen die angst bevordert, die nauwelijks ruimte laat voor uiteenlopende visies op responsief en intuïtief ouderschap en die bovendien wordt omlijst door reclame voor een inferieur voedingsproduct? Stof tot nadenken…
Labels:
bed,
coslapen,
eenzaamheid,
kraam,
ouderschap,
wiegendood
maandag 14 mei 2012
De ontembare vrouw
Vandaag is een bijzondere dag; het is tweeëntwintig jaar geleden dat onze oudste dochter werd geboren. Het is niet alleen de datum, maar ook dezelfde dag van de week, een maandag. Op zondag begonnen de weeën en, onervaren als ik was, besloot ik in bed te kruipen. Niet zo’n goed idee, want dan kan de zwaartekracht niet meer dat broodnodige handje helpen. Nog altijd denk ik dat het daardoor allemaal langer heeft geduurd dan wanneer ik rechtop was gebleven. Toch werd er niet aan me getrokken om dingen anders te doen; ik mocht het zelf beslissen en deed daarmee waardevolle ervaring op voor de volgende keren.
Ons eigen huis, ons eigen vertrouwde bed was de plaats waar onze vier dochters ter wereld kwamen, waar we ze met tranen van ontroering in de oogjes keken en waar ik ze, aanvankelijk onhandig en later bedreven, aan de borst legde, opdat ze met de melk ook mijn moederliefde konden indrinken.
Met de oudste was alles zo nieuw, met de vierde was ik me bewust van hoe kort die eerste periode is waarin ze wezentjes zijn die nog min of meer in een andere wereld verkeren. Ze nemen er ook jou als moeder mee naar toe, als je dat toelaat. Ik weet hoe ik bij de jongste, geboren op de langste dag, uit het slaapkamerraam keek en zag hoe de zonnige wereld haar gang ging. Ik drukte dat lieve kleine slapende meisje nog wat dichter tegen me aan en hoorde beneden het geroezemoes van de andere kinderen met papa aan tafel. Wat een rijkdom, wat een zegen om dat allemaal thuis te mogen beleven, niet als patiënt, maar als vrouw en moeder, in opperste kracht en bloei.
Wat een scherp contrast met dat vredige beeld vormt het pijnlijk misleidende artikel in ‘de Volkskrant’ op 9 mei 2012, waarin de unieke mogelijkheid van de thuisbevalling met de grond gelijk wordt gemaakt als een barbaarse en volledig achterhaalde methode van kinderen baren.
Heeft de schrijfster werkelijk zo weinig meegekregen van alle onderzoeken over de effecten van pijnbestrijding op het ontstaan van de borstvoedings- en de hechtingsrelatie van de moeder met haar pasgeboren baby? Heeft ze niet de geringste kennis over de endocrinologische effecten van oxytocine en endorfinen op de geestelijke toestand van een mens? Heeft ze echt geen idee hoe groot de rol is van de machtsspelletjes en het geldelijke gewin bij het verplaatsen van de gezonde bevalling naar het ziekenhuis? Ennuh… wel eens van epigenetica gehoord?
Fantastisch, om dan de reactie van Beatrijs Smulders te lezen, een doorgewinterde vakvrouw die pal staat voor haar schitterende beroep! Al die vrouwen die er geen behoefte aan hebben zich zonder noodzaak vrijwillig door de dokter te laten imponeren, die vertrouwen hebben in de kracht en vaardigheid van hun lichaam en de verbondenheid met hun ongeboren kind… zijn die een bedreiging voor de hegemonie van de medische wereld? Ja, natuurlijk zijn ze dat, maar ze zijn een zegen voor hun nageslacht. Was het daar niet om begonnen?
Ons eigen huis, ons eigen vertrouwde bed was de plaats waar onze vier dochters ter wereld kwamen, waar we ze met tranen van ontroering in de oogjes keken en waar ik ze, aanvankelijk onhandig en later bedreven, aan de borst legde, opdat ze met de melk ook mijn moederliefde konden indrinken.
Met de oudste was alles zo nieuw, met de vierde was ik me bewust van hoe kort die eerste periode is waarin ze wezentjes zijn die nog min of meer in een andere wereld verkeren. Ze nemen er ook jou als moeder mee naar toe, als je dat toelaat. Ik weet hoe ik bij de jongste, geboren op de langste dag, uit het slaapkamerraam keek en zag hoe de zonnige wereld haar gang ging. Ik drukte dat lieve kleine slapende meisje nog wat dichter tegen me aan en hoorde beneden het geroezemoes van de andere kinderen met papa aan tafel. Wat een rijkdom, wat een zegen om dat allemaal thuis te mogen beleven, niet als patiënt, maar als vrouw en moeder, in opperste kracht en bloei.
Wat een scherp contrast met dat vredige beeld vormt het pijnlijk misleidende artikel in ‘de Volkskrant’ op 9 mei 2012, waarin de unieke mogelijkheid van de thuisbevalling met de grond gelijk wordt gemaakt als een barbaarse en volledig achterhaalde methode van kinderen baren.
Heeft de schrijfster werkelijk zo weinig meegekregen van alle onderzoeken over de effecten van pijnbestrijding op het ontstaan van de borstvoedings- en de hechtingsrelatie van de moeder met haar pasgeboren baby? Heeft ze niet de geringste kennis over de endocrinologische effecten van oxytocine en endorfinen op de geestelijke toestand van een mens? Heeft ze echt geen idee hoe groot de rol is van de machtsspelletjes en het geldelijke gewin bij het verplaatsen van de gezonde bevalling naar het ziekenhuis? Ennuh… wel eens van epigenetica gehoord?
Fantastisch, om dan de reactie van Beatrijs Smulders te lezen, een doorgewinterde vakvrouw die pal staat voor haar schitterende beroep! Al die vrouwen die er geen behoefte aan hebben zich zonder noodzaak vrijwillig door de dokter te laten imponeren, die vertrouwen hebben in de kracht en vaardigheid van hun lichaam en de verbondenheid met hun ongeboren kind… zijn die een bedreiging voor de hegemonie van de medische wereld? Ja, natuurlijk zijn ze dat, maar ze zijn een zegen voor hun nageslacht. Was het daar niet om begonnen?
Labels:
Beatrijs,
borstvoeding,
kracht,
oxytocine,
thuisbevalling,
Volkskrant
Abonneren op:
Posts (Atom)




