Posts tonen met het label knippen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label knippen. Alle posts tonen

woensdag 28 mei 2014

Toch weer de tongriem, deel 5

De geboorte van je baby gaat met intense gevoelens gepaard. Dat kleine mensje, dat al die tijd in je buik zat, is er ineens uit en heeft allerlei behoeften waaraan je als ouders moet voldoen om haar welzijn in stand te houden. Het is een hele zoektocht om die behoeften te herkennen, om ze te bevredigen en om daarbij ook zelf nog overeind te blijven, zowel geestelijk als lichamelijk. Je weet niet wat normaal is in het gedrag van een pasgeboren baby en dus is het ook lastig om te bepalen of dat wat ze laat zien, afwijkt van wat je mag verwachten en of het een nadere beschouwing verdient.

Ondanks alle kennis die er is, worden veel borstvoedende moeders toch nog opgezadeld met ideeën als: “De pijn hoort er in het begin bij; dat is nu eenmaal zo”, of: “Je hoeft niet aldoor te voeden, want je kind mag ook best even huilen”, of: “Het is normaal dat een voeding eindeloos duurt; ze wil gewoon graag bij je zijn.” Veel dingen liggen dan bovendien zo dicht bij elkaar (nee, het is niet goed voor je kind om alleen te liggen huilen, en nee, het is ook niet de bedoeling dat een voeding eindeloos duurt, terwijl ja, een kind best heel vaak mag drinken), dat het voor de onervaren ouder lang niet altijd meevalt om een helder beeld van de situatie te krijgen. Dan kan wat professionele ondersteuning wel prettig zijn. Dan kan ook blijken dat de techniek die je baby laat zien, niet optimaal is en dat bijvoorbeeld de tongriem van je baby belemmeringen geeft bij het drinken.
Het is zeer zeker *niet* zo dat lactatiekundigen of vroedvrouwen het leuk vinden om ouders deze boodschap te geven en dat ze er in het geheel geen been in zien om voor te stellen dat de tongriem wordt geknipt. Ik wil dat echt met klem benadrukken.

Je baby is kwetsbaar, simpelweg omdat ze net is geboren. Jullie band is kwetsbaar, omdat je elkaar nog moet leren kennen, ook al zijn er al zoveel maanden zwangerschap aan de geboorte voorafgegaan. De borstvoedingsrelatie is kwetsbaar, omdat je allemaal nog in een leerproces zit en nog moet uitvinden wat voor jullie het beste werkt. Al die drie dingen verdienen daarom bescherming en ondersteuning. Ze verdienen ook een deskundig oog, zodat, als er wel iets is dat kan of moet worden aangepakt, dat zo snel mogelijk kan gebeuren en zowel je baby als jullie onderlinge relatie sterk en gezond kan uitgroeien. Dát is de reden dat een lactatiekundige dan tóch soms aanraadt om de tongriem (en/of de lipriem) te laten klieven of knippen of laseren.

En natuurlijk is dat een beroerde onderneming. We kunnen als professionals honderd keer zeggen dat het een kleine ingreep is (en gelukkig bevestigen bijna alle ouders dat ook nadat hun kindje is behandeld), maar even zo goed moet je kind toch worden vastgehouden, moeten er vreemde mensen met haar bezig zijn en sta jij erbij en kijk je ernaar met een knoop in je maag, omdat je het gevoel hebt dat je je baby tegen dit soort ‘geweld’ zou moeten ‘beschermen’, dat je alles in het werk zou moeten stellen om te voorkomen dat er iemand het mes of de schaar in haar zet. Je baby houdt er niet van om zo stevig te worden gefixeerd dat ze haar handjes niet meer vrij kan bewegen, dat ze haar hoofd niet meer kan draaien en zich niet kan onttrekken aan wat er met haar gebeurt. Het kan gemakkelijk voelen als een aantasting van haar lichamelijke integriteit, als een gebeurtenis die heftig is voor haar en voor jou. Is het dat waard…?

Gisteren kreeg ik een telefoontje van een moeder die allerlei klachten had met het voeden van haar zoontje en tijdens het consult zag ik een flinke beperking van de tongmobiliteit. We hebben alles samen doorgenomen en moeder en vader besloten dat ze de tongriem wilden laten knippen. Ik ging met haar en haar zoontje mee naar het ziekenhuis waar de tongriem geknipt zou worden. De arts was het eens met mijn oordeel: een korte tongriem. Hij knipte, moeder legde aan, had de eerste dagen wat last van onrust met haar zoontje, maar gisteren belde ze dus: het gaat nu, weken later, heel goed met hen samen. De borstvoeding loopt goed en ze genieten er samen van.

En vorige week was ik samen met de ouders aanwezig bij het laseren van een tong- en lipriempje bij een kindje van drie weken. Dat was weer een nieuwe ervaring; laseren had ik nog niet eerder meegemaakt. Het duurt iets langer dan het knippen en vooral voor de moeder was het een emotionele gebeurtenis. Ze sprak tegen haar dochtertje tijdens de ingreep, probeerde haar gerust te stellen, haar te laten weten dat ze dichtbij was. Vlak daarna kon het meisje aan de borst en hoewel ze niet meteen heel krachtig dronk, was ze al heel snel weer gerustgesteld aan de borst.

Toen we de praktijk uit liepen, was moeder nog aangedaan en dat vind ik heel begrijpelijk. Papa was blij dat het goed was gelukt en dat de tong meteen al meer bewegingsvrijheid leek te hebben. Toch was het natuurlijk ook voor hem niet zomaar wat. Dat kleine meisje was nog bezig aan de wereld te wennen en dan is zo’n ingreep, hoe nuttig en snel gebeurd ook, niet fijn. Moeder hield haar meisje stevig omhuld in de draagdoek en ik zei dat het logisch was dat ze van slag was, dat ik me pas echt zorgen zou maken als ze niet van slag zou zijn. Deze mama leefde zich in in haar dochtertje en dat maakte dat ze van binnen in tranen was. Dat is wat we alle kinderen toewensen, ouders die zich inleven in wat ze doormaken, die hen troosten en koesteren als ze dingen moeten doormaken die niet gemakkelijk zijn, maar belangrijk voor de lange termijn.
Ik wens alle ouders moed en sterkte, als ze met hun kindje naar een zorgverlener toe gaan om de tongriem te laten knippen. Het is geen grote ingreep, maar emotioneel is het wel. Het is belangrijk dat we daarbij stilstaan als we zeggen dat we een korte tongriem zien.

woensdag 14 mei 2014

Toch weer de tongriem, deel 3

Gisteren beloofde een interessante dag te worden met een bezoek aan de tandarts bij ons in de regio die met behulp van laser tongriemen behandelt! Ik mocht mee met een cliënte, haar man en hun oudste kind. De laatste twee hebben allebei tongriemklachten en nu de jongste, een baby van een paar weken, veel beter aan de borst drinkt na het knippen van de tongriem, lijkt het zinnig ook vader en peuterzoon onder de deskundige loep te nemen. Helaas was het op het laatste moment niet mogelijk om het gezin te vergezellen en dus laat mijn kennismaking met deze ineens zeer populaire tandarts nog even op zich wachten. Jammer, want ik vind het altijd leerzaam om kennis te maken met de mensen achter nieuw verworven doorverwijsadressen. Het is fijn te weten bij wie je cliënten terechtkomen en te weten hoe de betreffende professional te werk gaat.


Als er gelegenheid voor was geweest, had ik zeker ook even in mijn eigen mond laten kijken. Jaren geleden al zei Catherine Watson Genna, expert op het gebied van tongriemen, dat ook ik tongue-tied ben! Ik wist niet wat ik hoorde… ik? Hoezo? Ik kan mijn tong flink ver uitsteken en er ook mijn achterste kiezen mee schoon peuteren. Tsja, het is waar: borstvoeding is voor mij destijds mislukt (en jarenlang zei mijn moeder tegen mij dat het een kwestie van geluk was of je kon voeden of niet…), ik heb forse spijsverteringsproblemen gehad als baby, ik had om de haverklap oorontstekingen, ik was heel erg vaak verkouden, mijn amandelen zijn een paar keer geknipt, mijn neusluchtweg is ooit ‘uitgebrand’ om meer doorgang te creëren, mijn onderste twee snijtanden staan naar binnen, ik heb een hoog gehemelte en ik snurk… maar tongue-tied? Sinds die opmerking van Cathy ben ik me meer en meer in de materie gaan verdiepen en hoewel ik toen het verband nog niet zag tussen al die vroegere klachten van mij en de mogelijkheid dat mijn tongriem te kort is, weet ik nu dat die zaken zeker causaal gerelateerd kunnen zijn. Dat betekent dat ze niet toevallig samen voorkwamen, maar dat er een reële mogelijkheid is dat de tongriem er de oorzaak van was. Zal onze tweede dochter, die (op mijn voorstel) op haar 18e haar tongriem liet knippen, het dan van mij hebben geërfd? We zullen het zien; er doet zich vast binnenkort wel weer een kans voor en anders maak ik zelf een afspraak.

In het uiterst leerzame boek ‘Tongue-Tie; Morphogenesis, Impact, Assessment and Treatment’ van Alison Hazelbaker, volgt na het vorige week besproken Hoofdstuk 4 een ‘photo gallery’. Twaalf pagina’s lang, met op iedere pagina zes foto’s, kun je je vergapen aan de vele vormen van een te korte tongriem of lipriem. Plaatjes kijken is een nuttige bezigheid voor dit soort dingen: het duurt immers wel even voordat je zoveel cliënten hebt gezien met dit probleem, dat je alle mogelijke uiterlijkheden bent tegengekomen! :-)

Hoofdstuk 5 behandelt spraak en andere aangezichtskwesties. Alison geeft een historisch overzicht van hoe er naar dit spraakaspect werd gekeken in de 20e eeuw. Hoewel er veel casuïstiek was, werd het vaak toch als onbeduidend afgedaan, ondanks dat de spraak na knippen meestal verbeterde.
Andere onderwerpen in dit hoofdstuk zijn de ‘deviate swallow’ (hoe kaken, gebit, gehemelte en spieren zich afwijkend ontwikkelen als de mobiliteit van de tong niet normaal is), de gebitshygiëne, ongecontroleerde speekselproductie (sputteren terwijl je spreekt en ophoping van speeksel in je mond) en slaapapneu. Dat laatste is zeker een zorgelijk iets, want het betekent dat de zuurstofvoorziening niet goed op orde is en het kan tot ernstige (over)vermoeidheid leiden, omdat je lichaam maar niet in de diepe slaap komt of blijft. Alison verwijst naar het belangrijke werk van Brian Palmer: “Bottle-feeding, pacifier use, excessive oral habits and tongue-thrusting can actually have a negative impact on the shape of the oral cavity by placing abnormal forces on bone and teeth within the oral cavity. (...) These [abnormal]  forces create the high palates, narrow dental arches and retruded chins that put individuals at risk for snoring and sleep apnea.” Alison komt tot de volgende conclusive: “Each facet of the orofacial complex influences the others. The craniofacial, oral, and pharyngeal structures are so complex and physiologically linked, one compromised factor can disturb all the others. Tongue-tie comprises the first ‘domino’.” (pag. 120)

Hoofdstuk 6 gaat over de verschillende assessmentmethodes die er zijn en hoe bepaalde overwegingen (kunnen) worden gemaakt: “Some believe that if the baby can feed on a bottle, the mother should switch to bottle-feeding since there are no particular advantages to breastfeeding. This position was then, and remains, untenable and indefensible.” (pag. 127)
Ze refereert hiermee nogmaals aan de in Hoofdstuk 4 besproken effecten van een te korte tongriem in het algemeen, dus óók als er sprake is van voeden met een fles. Eén citaat nog uit dat hoofdstuk: “Tongue-tied individuals do not have tongue-tip-to-anus progressive contractions. As a result, sluggish digestion develops, which leads, in turn, to gastrointestinal tract inflammation, reflux, excess gas and bloating, poor nutrient absorption, and poor elimination. Infants may be colicky, experience reflux and/or have secondary lactose intolerance if breastfed (Coryllos et al., 2004; Griffiths, 2004).”

Een correct assessment is natuurlijk doorslaggevend voor een goede diagnose. De functie van de tong is daarbij belangrijker dan het uiterlijk. Het risico op de bovengenoemde langetermijnproblemen  horen een onderdeel te zijn van de afwegingen aangaande behandeling. Het is niet voldoende dat een kind zich kan redden aan de borst; er zijn immers voor het latere leven ook ingrijpende gevolgen mogelijk als de tong niet goed functioneert. Welke tool je ook gebruikt voor dat assessment, er is natuurlijk oefening nodig en zelf leer ik op dat punt nog steeds bij. Alison heeft een beoordelingsmethode ontwikkeld, the Hazelbaker Assessment Tool for Lingual Frenulum Function (HATLFF) en sommige professionals vinden het een lastig ding om mee te werken. Alisons scherpzinnige reactie daarop: “Clinicians should not, on the one hand, demand thoroughness to justify treatment and, on the other hand, complain about the time it takes to be thorough.” (pag. 138) Ik moet daar om lachen, om zo’n stelling, en voel me er waarachtig ook zelf door aangesproken! Zag ik maar zo’n 100 kinderen in de week… dan ging ik bij allemaal de HATLFF afnemen, in de hoop dan ook weer eens ‘gewone’ tongriemen te zien en zo beter het onderscheid te leren maken! Nu denk ik vaak, zoals gezegd, dat het toch niet waar kan zijn dat ik alwéér een te korte tongriem zie, terwijl ik echt beter word in het herkennen van de signalen. En als het dan mis is, dan moet er wat gebeuren, want: “It is as unethical to overtreat as it is to undertreat.” (pag. 141) “Parents should be adequately educated so they can make informed decisions about their child’s care.” Zo is het maar net!
De rest van Hoofdstuk 6 bevat een uitgebreide analyse van de diverse assessment tools en hun wetenschappelijke degelijkheid.
Hoofdstuk 7 bespreekt de diverse behandelingsmethodes en de voors en tegens ervan. Er is helaas nog een groot gebrek aan kennis en er is ook angst voor de behandeling: “Professionals do little service for parents bij leading them to blieve that treatment carries substantial risks when there is no evidence for such an assertion. (…) Scare tactics about unproven risks deprive parents of good information for sound choice-making.” (pag. 169) Ze geeft vervolgens een uitgebreide opsomming van aspecten die het problematisch maken om een afwachtende houding aan te nemen. Zo wordt er wel eens gesteld dat korte tongriemen vanzelf scheuren of verdwijnen: “If lingual frenula always stretch or rupture, then no older children or adults would not be tongue-tied.” (pag. 173) Geen speld tussen te krijgen, lijkt me! “Tongue function without intervention leans toward ever-increasing levels of compensation” (pag. 173), en ‘compensation’ betekent dan dat andere delen van het lichaam gedrag gaan vertonen dat de gebreken van de tong moet compenseren. Dit leidt in het lichaam altijd tot klachten; daarin onderscheidt de tongriem zich niet van andere lichaamsdelen. Als je een zere teen hebt en mank loopt, krijg je ook elders in je lichaam overbelasting; dat is een anatomisch gegeven.
De rest van Hoofdstuk 7 en het nawoord bevatten nog diverse krachtige aanbevelingen, waar we als zorgverleners in het perinatale gebied allemaal mee aan de slag kunnen… nee, aan de slag móeten!
Oh, en wie graag bewijs, bewijs, bewijs wil… er zitten ook nog even 20 pagina’s literatuurreferenties in, dus leesvoer genoeg!

dinsdag 6 mei 2014

Toch weer de tongriem, deel 2

Afgelopen week schreef ik over tongriemproblemen en maakte ik een begin met de bespreking van het boek van Alison Hazelbaker over dit onderwerp. Vandaag wil ik daar graag nog wat meer over zeggen.

De volledige titel van het boek is ‘Tongue-Tie; Morphogenesis, Impact, Assessment and Treatment’ en dat is inderdaad waarover het boek gaat. Alison is ervaringsdeskundige en heeft op haar 42e haar tongriem laten knippen, zo vertelt ze in het boek. Ze zegt dat als ze had geweten hoeveel beperking de korte tongriem haar haar hele leven heeft bezorgd, ze veel eerder had laten knippen. Ze wijst daar ook diverse keren op: wie geen te korte tongriem heeft, heeft geen idee hoezeer die van invloed is op allerlei lichaamsfuncties en op hoe de beweeglijkheid van de mond en de nek worden ervaren.
Dat deze persoonlijke ervaring, aangevuld met twee zonen en een kleinkind met een te korte tongriem, de drijfveer is achter de totstandkoming van het boek, proef je heel duidelijk. Het boek is met vuur en passie geschreven en met een diepgaande betrokkenheid bij het onderwerp. Ik vind dat prachtig; ik houd van zulke gedreven literatuur. De klasse van Alison zit erin dat ze, anders dan je bij ervaringsdeskundigen soms merkt, haar persoonlijke emotie is ontstegen. De drive zit erin, maar het is geen klagend getuigenverslag. Het is wetenschap van hoog niveau, deskundigheid om een puntje aan te zuigen… als je dat kunt, met je beweeglijke tong! :-)

Na het voorwoord van Catherine Watson Genna, een andere aanstekelijke, inspirerende deskundige, volgt de inleiding door Alison zelf. Ze vertelt over het pionierswerk dat gepaard ging met het laten knippen van haar tongriem, hoe ze daarna beter kon praten, slapen en slikken, hoe het klemmen van de kaken verdween, net als de hoofdpijn en de spanning op de borst en in de nek, en hoe de gezondheid van haar gebit en tandvlees verbeterde.
Toch is er ook in de 21e eeuw nog veel weerstand tegen tijdige behandeling van tongue-tie en dus moest haar boek er komen. De weerstand is namelijk van zodanige aard dat lactatiekundigen soms moeten vrezen voor hun baan als ze cliënten wetenschappelijk onderbouwde informatie aanreiken die strijdig is met de overtuigingen van de arts die de cliënt behandelt. Nu kan ik als zzp-er door niemand worden ontslagen, maar de weerstand ken ik helaas. Alison verklaart die weerstand: “Unfortunately, public knowledge lags behind the research.” (pag. 6) Het valt niet mee om die achterstand vlot weg te werken en dus moeten we soms ‘leuren’ met cliënten om een bereidwillige zorgverlener te vinden. Immers: “Despite the old-fashioned unspoken (and sometimes spoken) rule that patients should do whatever their doctor tells them we now know that being well-informed and willing to choose a physician who is both well-educated and supportive is a patient’s right.” (pag. 7) Daar houd ik van, van dat soort aanmoedigingen om de autonomie van de cliënt overeind te houden!

Hoofdstuk 1 gaat over de vraag hoe we tot een goede definitie kunnen komen, zodat iedereen weet waarover het gaat en daarover geen onduidelijkheid meer bestaat. Daarbij is de functie van de tong belangrijker dan het uiterlijk: “We are primarily concerned with how tongue-tie impairs normal physiology; therefore, our definition must be primarily one of function rather than appearance.” Functie, dus: dat is waar het vooral om gaat, de functie van de tong, zeker ook bij borstvoeding. Daarvoor moet een zorgprofessional een kindje goed onderzoeken. Alleen maar kijken of de tongpunt vastzit of niet, is dus een volstrekt ontoereikend assessment van de situatie.

Hoofdstuk 2 en 3 behandelen de embryology (hoe zich de tong in de baarmoeder ontwikkelt) en de coördinatie van zuigen-slikken-ademhalen (met een beschrijving van de spieren en de zenuwen die daarbij van belang zijn). Beide hoofdstukken gingen mij bij vlagen volledig boven de pet. Wát een ingewikkeld proces om van een bevruchte eicel te komen tot een kindje dat een goed functionerende tong heeft, van belang voor de overleving, want cruciaal voor de voedselinname! Natuurlijk was niet alles abracadabra en zelfs als je van deze hoofdstukken alleen maar zou onthouden hoe complex de aanleg van de tongfunctie is, weet je in feite al genoeg om in ieder geval nóóit meer te zeggen dat de mobiliteit van de tong er bij borstvoeding niet toe doet en bij beperking geen enkel probleem oplevert! Lees deze hoofdstukken en je weet dat de ontkenning van tongriemproblematiek klinkklare onzin is.
De simpelste vorm van tongue-tie, type 1, ook wel anterior tongue-tie genoemd

Op pagina 49 schrijft Alison: “Understanding what a newborn can and should do at breast or on a bottle serves as a foundation for picking up on feeding abnormalities due to tongue-tie.” Daar begint dus je kundigheid als zorgverlener, bij de kennis over wat een baby met de tong moet kunnen. Daar komt veel bij kijken, want daarop is ook de ontwikkeling van de kaken en de keelholte van invloed. Het strottenhoofd, betrokken bij ademhaling, bescherming van de luchtpijp en bij het produceren van geluid, is eveneens een belangrijk onderdeel van het geheel. Omdat alle spieren en zenuwen de diverse organen op de juiste manier moeten aansturen en ook zelf op de juiste manier moeten worden aangestuurd, is het bovendien van belang dat de schedelplaten ten opzichte van elkaar niet te veel zijn verschoven of in het gedrang zijn gekomen tijdens de baring, want dat kan ook een flinke beknelling van wervels, zenuwen en spieren veroorzaken. Met de vele kunstverlossingen die er tegenwoordig zijn, is dat een punt van zorg. Denk aan wat er bij een keizersnede gebeurt: het hoofdje komt als eerst naar buiten en wordt vaak uit de baarmoeder gemanoeuvreerd. Daarbij is sprake van opwaartse krachten, tractie in de richting voeten-schedel. Wanneer een kind normaal wordt geboren, vaginaal en ongemedicaliseerd, is er sprake van druk op het hoofd in de richting schedel-voeten; dat is een heel ander proces.

Wat er in de maanden in de baarmoeder is gebeurd, is belangrijk voor de effectiviteit van het zuigen en slikken: “The suck-swallow-breathe sequence is a developmental reflex [which] includes both voluntary and involuntary components, and is a complex set of individual movements and responses of various structures that eventually link during the fetal period to form a schema or programmed response.” (pag. 57) Als de tong al die maanden al niet effectief heeft kunnen bewegen, is het niet verwonderlijk dat er na de geboorte tijd nodig is om het zuigen te ‘herprogrammeren’, zelfs als de tongriem snel wordt geknipt, maar helemaal als daar meer tijd overheen gaat.
Slide uit de presentatie van Alison Hazelbaker op het GOLD Lactation 2014-congres
Hoofdstuk 4 behandelt de invloed van tongue-tie op de borstvoedingsrelatie: “The growing popularity of bottle-feeding in our culture during the first two-thirds of the 20th century created amnesia regarding the tongue’s role in infant feeding.” (pag. 70) Daarmee is echter niet alles zomaar opgelost: “If babies can’t feed well at breast, they also won’t feed well on a bottle – despite the popular, yet mythical, notion that bottle-feeding corrects all manner of sucking problems.” (pag. 75)
Kortom: ook als een kind niet aan de borst is of gaat, moet er wat gebeuren aan een korte tongriem, want er komen allerlei andere problemen uit voort die met de fles niet kunnen worden opgelost: “(…) tongue-tied babies more easily gag, cough, choke and sputter, and are at risk for micro-aspiration (…) become fussy at breast; they pull off frequently, become fretful, wave their legs and arms about, fist, flare their nostrils, and cannot calm. Some tongue-tied babies experience so much feeding stress that they refuse the breast altogether.” (pag. 76) Dat is niet niks! Dat is een heel scala aan symptomen van onrust aan de borst. Alison zegt daarom: “Correcting the tongue-tie as soon as possible remains the best clinical strategy if simple management fails to improve the situation quickly.” (pag. 78) Ook voor de lange termijn en de melkproductie is dat van belang: “The infant drives the breastfeeding system via efficiënt milk removal. The system receives support in the First weeks from high endocrine levels, but, ultimately, how much milk the baby removes determines how much milk the mother makes. Despite its fundamental importance, this fact seems to elude many clinicians.” (pag. 79)
Opnieuw legt de schrijfster dus grote nadruk op een grondige kennis van de normale fysiologie, van het proces van borstvoeding geven, van melk innemen en melk maken. Als daar wat mis gaat, gaan ook de tepels kapot, met alle ellende van dien zoals “nerve inflammation, neuralgia of the breast [and] slowness of nipple and breast healing following frenotomy; (…).”

En nogmaals, want het mag wel wat meer gezegd worden: “Preserving breastfeeding and the mother’s comfort during breastfeeding takes precedence over many concerns – especially those that are ignorance-based or politically motivated.” Hoera, voor deze wetenschapper/zorgverlener die moeder en kind centraal stelt in haar aanbevelingen en positie durft te kiezen!
(Volgende week verder, want we hebben nog een paar hoofdstukken te gaan.)

dinsdag 4 september 2012

Dicht bij elkaar

Afgelopen donderdag was ik op consult bij een moeder met een zoontje van twee weken. Ze waren samen al vanaf het begin aan het ploeteren en nu had moeder zozeer last van pijnlijke tepels dat ze mijn hulp inriep. Ze deed dat telefonisch, maar na een paar zinnen had ik al in de gaten dat ik haar zo niet goed op weg zou kunnen helpen. Er was te veel dat om observatie vroeg en dus spraken we af dat ik de volgende ochtend langs zou komen.

Toen haar zoontje wakker werd, ging ze lekker met hem op de bank zitten om te proberen hem aan de borst te krijgen. Hij deed erg zijn best, maar kreeg het niet voor elkaar om de borst goed aan te happen. Dat was ook wat mama aangaf: ze zag frustratie bij haar kind. Dat is sneu voor zo’n kleine hummel en het maakt het voor een moeder natuurlijk ook moeilijk om rustig te blijven en vertrouwen in het proces te houden.

Terwijl haar zoontje bozig protesteerde en daarbij huilend zijn mondje opende, keek ik wat er binnenin gebeurde met de tong. Dat gaf al wat richting aan mijn vermoedens.
Ik vroeg of ik het mannetje even mocht vasthouden en ik nam hem recht voor me op schoot. We maakten een praatje en hij lachte me vriendelijk toe terwijl ik tegen hem babbelde, mijn tong uitstak en een wijd open mond aan hem liet zien. Hij had er echt plezier in en hij probeerde verwoed om die gekke bekken van mij te imiteren. Dat viel nog niet mee en hoewel hij zijn mondje wat ronder maakte, kwam zijn tong niet naar buiten.


*Het Chinese karakter voor 'goed' (het tweede symbool) wordt gevormd door een gestyleerde moeder met kind.*



Mama legde hem nog eens aan en opnieuw lukte het hem niet om een mooi vacuüm te maken en krachtig door te drinken. Als hij huilde, zo zag ik, kwam de achterkant van de tong weliswaar omhoog, maar de voorkant niet. De tong leek bijna vierkant en het midden werd een fractie naar binnen getrokken. Een vinger eronderdoor halend voelde ik een erg strak riempje en ik legde uit wat mijn idee was. Hoezeer hij ook zijn best zou doen aan de borst… de beperkte bewegingsvrijheid van de tong zou het blijvend moeilijk maken. Dé oplossing… het knippen van de tongriem! Dat is voor ouders vaak een schrikmoment: “Knippen?! In dat kleine kindje van ons? Moet dat…?” Keer op keer kunnen ze achteraf bevestigen wat ik vertel, namelijk dat het niks voorstelt, dat het zo voorbij is en dat veel kinderen daarna al meteen een verbetering laten zien aan de borst.

’s Middags belde ik een verloskundige in de regio die tongriempjes knipt en hoera, ze had een paar uur later al tijd om het gezin te zien en het riempje te knippen.
Inmiddels zijn we vier dagen verder en gaat het geweldig met moeder en kind. Haar baby moet nog wat oefenen, samen moeten ze nog handig worden en de productie (door kolven uit balans geraakt) moet nog weer in evenwicht komen, maar dat komt zeker goed.
Wanneer dit probleem in een vroeg stadium wordt gesignaleerd, kunnen zaken als kunstmatige zuigelingenvoeding, kolven en voeden uit een fles worden voorkomen. Dat is heel wat waard, want dan kunnen moeder en kind als een ondeelbare eenheid dicht bij elkaar blijven, zoals het hoort!