Posts tonen met het label koester je kleintje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label koester je kleintje. Alle posts tonen

woensdag 11 februari 2015

Context, deel 1

Afgelopen week publiceerde ik het derde deel in een kleine serie over het werk van antropologe Margaret Mead en het commentaar dat er kwam op haar onderzoek op Samoa. Ik eindigde met een uitspraak van iemand die mij in mijn vakgebied zeer dierbaar is, Nils Bergman, en die kreet luidde als volgt: “It’s highly contextual.”

Ik weet nog goed wanneer ik hem dat de eerste keer hoorde zeggen. Ik zat midden in het vertaalproces van ‘Hold Your Prem’ dat in het Nederlands nu ‘Koester je kleintje’ heet. Nils was voor een symposium in België en ik had besloten dat symposium bij te wonen, vooral omdat we dan een face-to-face werkafspraak konden plannen. Ik liep bij het vertalen namelijk tegen heel wat punten aan waar ik aarzelde: deze term, dat woord, die uitleg, dit verband… of toch nog heel anders? Sommige dingen zijn niet goed van Engels naar Nederlands vertaalbaar, maar er zijn ook dingen die in de context (ja, daar is ‘ie weer en niet voor het laatst…) van het ene land anders uitwerken dan in de context van het andere land. Bovendien was er alweer wat tijd verstreken tussen de publicatie van ‘Hold Your Prem’ en mijn geplande publicatiedatum, dus hier en daar konden we misschien al dingen updaten.
Ik had toegezegd dat ik alles wat ik wilde aanpassen, zou voorleggen aan Nils en zijn vrouw Jill, die de hoofdauteur is van het boek. Dat leek me logisch, want ze gaven hun ‘kindje’ aan mij uit handen en zo’n ‘adoptie’ brengt natuurlijk een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Dan wil je minstens net zo goed voor de boreling zorgen als de ‘echte’ ouders.

Nils en ik zaten op een kleine werkkamer, laat in de avond, te ploeteren op een aantal tekstfragmenten. Wat te doen? Hoe ze om te zetten naar het Nederlands, zodat het zou passen in de Nederlandse setting? Op een goed moment dacht Nils bij een paar zinnen diep na en toen zei hij, aarzelend: “Well, it’s highly contextual…” Ik was verrast en liet de betekenis ervan tot me doordringen. We spraken erover door, we kwamen samen tot heel wat oplossingen voor diverse passages en ik ging twee dagen later tevreden naar huis: ik kon weer verder en het mooie eindresultaat kwam weer een stuk dichterbij!

Krap een half jaar later had ik de eer om Jill Bergman op een congres in Engeland persoonlijk een eerste exemplaar van het boek te overhandigen: ze was zó blij! Ik had geïnvesteerd in een fullcolour uitgave en dat was te zien; ze was helemaal gelukkig met het uiterlijk van het boek en natuurlijk deed me dat goed. Later dat weekend spraken we tijdens het diner over die uitspraak van haar man, “It’s highly contextual”, en ik zei hoe mooi ik die vond. Ze grijnsde, keek me schuin en ondeugend aan en zei: “You know, Marianne, he always says that when he doesn’t know, doesn’t want to think about it or doesn’t feel like answering!” We lachten ons met z’n allen helemaal dubbel. Ik dacht op een filosofisch diepzinnige uitspraak te zijn gestuit en Jill zette me met beide benen stevig terug op de grond?! Het werd dat congresweekend een ‘running gag’; zodra iemand twijfelde, trok ze een ernstig gezicht en zei: “Well, you know… it’s highly contextual”! Nog steeds, twee jaar later, trekken we die kreet met een zekere regelmaat uit de kast.
Het gesprek met Jill was boeiend; natuurlijk begreep ze wel wat haar man bedoelde en ze kon er vanzelfsprekend vierkant achter staan. Ze relativeerde slechts zijn diepzinnigheid een beetje (of de mijne?) en daarna spraken we nog uitgebreid over hoe complex de kwesties van context zijn.

Heel dat aspect van contextgevoelige aangelegenheden is eigen aan het vakgebied van de lactatiekunde en zeer zeker ook aan dat van de antropologie. Wat is gepast en wat niet? Wat kun je in redelijkheid zeggen en wat niet? Wat kun je, omgekeerd, ongezegd laten en wat zeker niet? Wat is ethisch verantwoord? Het zijn moeilijke vragen en ze zijn allemaal highly contextual. Dat maakt dat het soms lastig is om te bepalen wat je zegt en welke informatie je geeft, want niet altijd ken je de context zodanig goed dat je de reacties kunt inschatten. En zelfs als je de context wél goed kent, is een mens soms een onvoorspelbaar wezen en kan dat wat je beweert, bij de ander helemaal verkeerd vallen, misschien omdat diegene op dat moment in een (sociale of emotionele of financiële) context verkeert waarin jouw uitspraak onwelgevallige, pijnlijke of confronterende informatie bevat. Dag aan dag staan we dus allemaal telkens opnieuw voor de keuze waarover we spreken en waarover we zwijgen. Woorden kunnen pijn doen, maar zwijgen kan evenzeer veel schade veroorzaken.

Wat kun je doen op dat punt, als ouder, als professional, als wereldburger? Soms bijna niets, soms heel veel, soms nu nog niets, maar op termijn heel veel als je maar blijft herhalen, soms voor de één niets als die er nog niet aan toe is of zich aangevallen voelt, soms voor de ander heel veel omdat die ervoor openstaat of wel wat bijval kan gebruiken… kortom: it’s highly contextual. Je kunt daarin enorm de mist in gaan en dat is soms echt je eigen schuld: niet goed opgelet, te onwetend, te impulsief. Je kunt ook veel commotie veroorzaken zonder dat de werkelijke oorzaak bij jou ligt: pijnlijk punt geraakt, te direct, te dichtbij. Waar je eigen onzorgvuldigheid of de gevoeligheid van de ander vandaan komt…? Ook dat is bijna altijd highly contextual, gebaseerd op je persoonlijke levensgeschiedenis en op de mate waarin je hebt gereflecteerd op of je al dan niet hebt verzoend met de dingen die daarin moeilijk waren of juist zo gemakkelijk gingen dat je je niet realiseert hoe lastig ze voor een ander kunnen zijn.

En altijd is daar weer die vraag: hoe kunnen we onze kinderen zo begeleiden naar volwassenheid dat ze een goed gevoel ontwikkelen voor wanneer ze welke dingen kunnen zeggen, kunnen doen, kunnen bepleiten? Leef je ze voor dat het beter is botsingen uit de weg te gaan, omdat die de sfeer verpesten? Of leef je ze voor dat het belangrijk is om dingen aan de kaak te stellen, omdat ze elders, in een andere context niet alleen de sfeer, maar het alledaagse bestaan van mensen verpesten? Of leef je ze een middenweg tussen die twee voor, dus soms het één en soms het ander? Van wie ‘pikken’ we waarschuwingen over wat er wel en niet deugt in de wereld en van wie niet? Maakt het wat uit, of Rutte of Obama of een moslim-activist het zegt? Kunnen we luisteren naar de boodschap an sich, zonder die meteen ten onrechte op onszelf te betrekken of juist ten onrechte verre van ons te werpen? In die context bekeek ik het onderstaande filmpje, dat mijn man op Youtube tegenkwam, nadat op 29 januari 2015 de NOS-studio was bezet door iemand die mogelijk banden had met deze Anonymous-groep. Luister er maar eens naar:



Ik gruwel persoonlijk van de wraakzuchtige woorden die vanaf 3’17” worden gesproken, maar voor de rest zit er veel in de tekst waar je het op goede gronden mee eens kunt zijn. Het is zonneklaar dat er censuur wordt gepleegd bij nieuwsreportages en dat de highly important context van de lokale omstandigheden niet wordt meegewogen, dat geld om de banken en de economie te ‘redden’ out of thin air ineens beschikbaar is, maar dat geld voor persoonsgebonden budgetten, goede kraamzorg, lactatiekundige zorg of vluchtelingen niet gevonden kan worden, dat grootschalige migratie wordt veroordeeld, maar dat het VOC-verleden wordt geroemd.
Het is een vreemde wereld, waarin we onze kinderen zien opgroeien en waarin we ze liefst empathisch en blijmoedig in het leven zien staan. Ik wens iedereen wijsheid bij het dag aan dag maken van keuzes en het beschouwen van gebeurtenissen. En bedenk… it’s all highly contextual!

zaterdag 25 januari 2014

Gedraag je (naar je soort)!

Eerder deze week kreeg ik van een collega dit artikel toegestuurd. Er staan mooie dingen in, zoals dit: “The close contact between mother and young is a defining feature of mammals.” A defining feature… dat betekent zoveel als ‘een eigenschap die karakteristiek is voor de soort’.
“The mother’s physical presence and provision of species-typical postpartum behavior supports growth and thriving of mammalian young.” De moeder is dus dichtbij en laat gedrag zien dat bij haar soort hoort (en levert melk die bij haar soort hoort!), als gevolg waarvan de jongen groeien en gedijen.
© Anna Vanderveen

“Research in nonhuman mammals, mainly rodents, has shown that early maternal contact is accompanied by biobehavioral processes that promote physiologic and behavioral development and have an impact on the infants brain systems that manage stress and enhance social adaptation. Early maternal deprivation, on the other hand, exerts lifelong negative effects on offspring. Being
a mammal therefore implies that the brain is not fully formed at birth, and maturation of systems that enable adaptive functioning in the world are gradually acquired through close contact with an
alert, responsive mother, albeit to varying degrees across species.”
Dit zijn grote uitspraken: de biologische gedragspatronen die moeder en kind samen laten zien, zijn van invloed op de ontwikkeling van de fysiologie en het gedrag en ook op de hersensystemen die voor stressregulatie zorgen en die de sociale vorming ondersteunen. Een zoogdierbaby kan dus niet zonder haar moeder, want dat blijkt levenslange, negatieve gevolgen te hebben.

Dat is natuurlijk precies de reden waarom ik me zo druk maak over de richtlijn excessief huilen en het opvoedprogramma TripleP, dat in mijn provincie Positief Opvoeden Drenthe heet. Beide methodes doen namelijk allerlei aanbevelingen die erop gericht zijn het kind de zaken in haar eentje te laten opknappen. Ze moet zichzelf redden, moet bij huilen ‘tot zichzelf komen’ en mag niet ‘te afhankelijk’ zijn. Het zijn wonderlijke gedachtegangen en onlangs gaf ik aan iemand die mij allerlei vragen over mijn werk stelde, weer eens een paar analogieën ten beste.
Stel je voor… je hebt een kind van vier, vijf maanden en je zegt: “Nou, ik heb dit kind nu vier, vijf maanden steeds moeten dragen. Het zal tijd worden dat ze zelf gaat lopen.”
Stel je voor… je hebt een kind van zeven jaar en je zegt: “Nou, ik heb nu zeven jaar lang dit kind van eten en drinken en kleren voorzien. Het zal tijd worden dat ze het zelf regelt.”
Stel je voor… je hebt een kind van vijftien jaar en je zegt: “Nou ik heb nu vijftien jaar het schoolgeld betaald en kost en inwoning verschaft. Het zal tijd worden dat ze op zichzelf gaat wonen en in haar eigen onderhoud voorziet.”
Geen van deze scenario’s zal als realistisch worden beschouwd. De ouder die dit met klem poneert en met gretige inzet tracht te verwerkelijken en het kind bestraft als het in de gegeven opgave niet slaagt, zal vermoedelijk bij het AMK worden gemeld wegens mishandeling en geestelijke of fysieke verwaarlozing. De sociale omgeving zal er schande van spreken en er zullen maatregelen volgen. En volkomen terecht, mag ik wel zeggen.







Wat is in dezen nu het wezenlijke verschil met de ‘eisen’ die door veel zorgverleners en ouders worden gesteld aan pasgeboren baby’s die op tijd worden geboren of nog indringender… die veel te vroeg worden geboren? Waarom moeten die zelfredzaam zijn, acht of tien uur aan een stuk doorslapen, zonder borstvoeding kunnen en zichzelf kunnen vermaken, op een leeftijd waarop ze daar fysiek, psychisch en neurologisch nog niet aan toen zijn?
Zoals het onderzoek zegt (en zoals veel meer literatuur aangeeft): Being a mammal therefore implies that the brain is not fully formed at birth, and maturation of systems that enable adaptive functioning in the world are gradually acquired through close contact with an alert, responsive mother, albeit to varying degrees across species.
Niet ieder zoogdierjong heeft haar moeder even hard nodig, maar de mens is een draagzoogdier en mensenbaby’s vallen dus in de categorie waarin de jongen echt niet zonder hun moeder kunnen (ik ga er daarbij vanuit dat de baby bij de eigen moeder drinkt) en in ieder geval niet zonder volwassene die lichaamscontact en geruststelling biedt.
Dat betekent dat baby’s in een couveuse niet zo goed af zijn, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd: “Je kunt gerust naar huis gaan; je kind is hier in de couveuse met alle apparatuur op de beste plek.” Dat is niet het geval, hoe pijnlijk dat wellicht ook is om te horen. De beste plek is het moederlichaam (primaire hechtingsfiguur, met borsten en melk) of het partner-/vaderlichaam (secundaire hechtingsfiguur).

Ik wil in die context graag een mogelijk controversiële stellingname poneren: in je rol als ouder heb je naar je kind toe voornamelijk plichten en veel minder rechten, met name in de eerste jaren van het leven van je kind. De geboorte van zo’n afhankelijk mensje vergt donders veel van ouders. De tijden van zomaar de deur uitlopen en met niemand rekening hoeven houden, zijn voorbij. En zelfs als je thuis bent met je baby, kun je niet ongestoord van alles en nog wat doen zoals je dat gewend was. Je zult een ander ritme moeten vinden.
In extreme mate geldt dat wanneer een baby veel te vroeg wordt geboren. Het beroep van je kind op jou is dan niet minder (omdat het in het ziekenhuis ligt), maar gróter (omdat het zo ongelooflijk kwetsbaar is). Je kind leeft niet meer aan de goede kant van je buikwand (binnenin), maar aan de buitenkant. De afstand zou echter nog steeds minimaal moeten zijn, oftewel: creëer huid-op-huidcontact en geef je eigen melk, want kunstmatige zuigelingenvoeding is een risico voor je kind. Lees dit blog van collega Linda Rikkers maar eens voor een aantal ontluisterende praktijken.
Het belang van die non-stop beschikbaarheid van primaire en secundaire hechtingsfiguren, het belang van borstvoeding, het belang van een autonome aanpak door de ouders die zich niet laten vangen in de protocollen van het ziekenhuis, maar in het belang van hun kind de grenzen opzoeken en verleggen… ze vormen samen vaak geen gemakkelijke weg. De boodschap van ‘Koester je kleintje’ roept soms dan ook verzet op, zoals onderstaand citaat laat zien:
Er staan ook dingen in die me tegen de borst stuiten. Niet alleen over borstvoeding (ik ben het absoluut met je eens dat borstvoeding de eerste keus is voor elke pasgeborene, maar het is niet de enige mogelijkheid. Ik ben van mening dat je een ouder ook moet steunen als het kind flesvoeding krijgt: als er geen borstvoeding is of als je het niet kunt opbrengen om te kolven, is er gelukkig een alternatief: flesvoeding. Donormelk is ook niet altijd het juiste alternatief: een baby van 30 (zwangerschaps)weken verdraagt misschien de melk van een moeder van een kindje van een half jaar helemaal niet: moedermelk past zich immers aan aan de behoefte van het kind? Dat staat tenminste ook in je boek: ”Moedermelk is dynamisch, want je lichaam maakt het aan voor precies jouw baby in precies die fase van haar ontwikkeling.”  Daarnaast denk ik niet dat kunstvoeding risicovol is, het is natuurlijk wél dat moedermelk bescherming biedt en dat een kind immuniteit kan opbouwen door het drinken van moedermelk en die beschermende stoffen mist een kunstgevoed kind. Maar dat wil niet zeggen dat er in de kunstvoeding risicovolle stoffen zitten.
Ik zal je een ander voorbeeld geven. Op pagina 24 staat dat je je kind tenminste een uur op de borst moet houden, dat het mondje niet mag worden uitgezogen… Prachtig, een ideaal. Maar bij (extreem) prematuren lang niet altijd mogelijk: hoe vaak moet een kind niet meteen worden geïntubeerd? En ja, het zou mooi zijn als dat op de borst van het de moeder zou kunnen gebeuren, maar dat is lang niet altijd mogelijk en tijd om in discussie met je arts te gaan is er niet (als je daar emotioneel gesproken al toe in staat zou zijn).

In deze hartenkreet lees en hoor ik verdriet en teleurstelling en opstandigheid, maar helaas hier en daar ook gebrek aan correcte informatie. Hopelijk kan het bovengenoemde artikel, net als ‘Koester je kleintje’, helpen om het tekort aan informatie op te heffen en misinformatie te voorkomen.
En als afsluiter wil ik jullie de slotopmerking van de onderzoekers niet onthouden:
Finally, it would be important to test whether for any human infantpremature or born at termif enhancing the mothers uninterrupted presence and full bodily contact during the neonatal period may help reduce the high levels of unregulated stress, sleep disturbances, and cognitive difficulties observed in so many of todays children.

Revolutie!

(Hoewel ‘Koester je kleintje’ primair is bedoeld voor ouders van een te vroeg geboren kind, kan ik het alle ouders en zorgverleners van harte aanbevelen voor een diepgaand begrip van de ontwikkeling van onze kinderen!)

zaterdag 18 januari 2014

Vrije geboorte koesteren

Afgelopen week las ik het boek ‘Vrije geboorte’, geschreven door Anna Myrte Korteweg, met als ondertitel ‘In je kracht zwanger zijn en bevallen’. Ik had dat boek al wel eens op een beurs gezien, maar ik ben al zo’n vreselijke boekenjunkie en ik probeer soms toch om mijn kooplust nog enigszins in bedwang te houden en de grenzen van mijn interessegebied niet al te zeer te verleggen. Met daar waar ze nu liggen, is het gebied namelijk al aan de forse kant en bevat het meer interessante zaken dan ik in een 24-uurs dag (wanneer gaan ze dáár eens wat aan doen?) kan behappen.
Dat neemt niet weg dat het hele perinatale veld (alles wat te maken heeft met de gebeurtenissen, keuzes, beslissingen en transities rondom de baring) in feite ook tot het lactatiekundige veld behoort en dat mijn interesse daarvoor de laatste anderhalf jaar flink is toegenomen. Ik lees mee met de Geboortebeweging-pagina op Facebook en ontmoet daar allemaal gedreven collega’s die zich sterk maken voor autonomie voor de zwangere en barende vrouw.
En met alles wat ik de laatste jaren heb geleerd, ben ik er nog rotsvaster van overtuigd geraakt dat krachtig moederschap/ouderschap begint met een intens beleefde zwangerschap en een goede bevalervaring. Wanneer deze beide fases vol vertrouwen zijn doorlopen, is de kans op een goed lopende borstvoedingsperiode ook een stuk groter. En dat is om allerlei redenen natuurlijk een zeer goede zaak!

Naar aanleiding van de contacten via de Geboortebeweging liet Anna Myrte mij een dag of tien geleden weten dat ze mijn vertalingen ‘Slapen met je baby’ en ‘Koester je kleintje’ graag wilde lezen. Zo zijn we tot een mooie ruil gekomen: zij mijn boeken en ik die van haar.
Ik ben meteen aan het lezen geslagen en ben zoveel prachtige passages tegengekomen!
Een paar citaten:
Hoofdstuk 2. Een alternatief voor de reguliere weg, kopje Disbalans, pagina 25:
In plaats van terug te gaan naar de wijsheid van mijn zwangere lijf en te onderzoeken wat dat lijf (met baby en al) echt nodig had, gaf ik mijn autonomie uit handen aan de verloskundigen en aan de medisch deskundigen uit de standaardboeken die ik las.
Kopje Cultureel bepaald, pagina 31:
Vooral onverwerkte angst, schaamte en schuldgevoel zorgen er volgens de schrijfster [Laura Shanley] voor dat vrouwen tijdens de bevalling verkramping en pijn ervaren.
Hoofdstuk 5. De pijn van vrouwen, kopje Onvoorwaardelijk, pagina 50:
Het is heel eng om onvoorwaardelijk met volledige verantwoordelijkheid te leven, want je kunt niets of niemand meer de schuld geven van je eigen situatie.
Hoofdstuk 9. Een dag ‘laborland’, kopje Werking, pagina 85:
Eigenlijk is het heel simpel om goed te bevallen, als je maar uit je hoofd gaat. Wij westerlingen hebben daar veel moeite mee, want het getetter in onze kop, dat eeuwige commentaar, gaat maar door.
Hoofdstuk 13. Werk, kopje Tempo, pagina 106:
Doorgaan is in de moderne wereld belangrijk, doorgaan en groeien. Maar er is weinig plaats voor het gegeven dat rust en ontvankelijkheid noodzakelijk zijn voor volwaardige groei.
Kopje Oplossing, pagina 110:
Al met al denk ik dat er in onze cultuur een grondige herwaardering van het moederschap nodig is. Een herwaardering die echt feministisch is, en niet alleen maar vrouwen dezelfde rechten wil geven als mannen, want vrouwen zijn nu eenmaal anders dan mannen: ze hebben een ander lichaam met andere behoeften. Het is belangrijk dat wij de tijd en ruimte krijgen om het wonder van nieuw leven in ons te laten voltrekken, tijdens de zwangerschap, maar ook in de periode na de geboorte. En ook negen maanden later, als een moeder haar kind nog steeds de borst wil geven (…).

En daar is dan heel concreet een raakpunt met de boeken die ik zelf heb uitgebracht. Afgelopen jaar publiceerde ik in april ‘Koester je kleintje’, de Nederlandse vertaling van ‘Hold Your Prem’, geschreven door Jill Bergman, samen met haar man Nils Bergman. ‘Koester je kleintje’ is één lang pleidooi voor wat Anna Myrte in het hierboven genoemde citaat aan de orde stelt. De baby heeft de moeder nodig en dus moet de moeder, omwille van het welzijn van haar kind, de tijd en de ruimte krijgen om bij haar kind te zijn, ook en vooral als die baby veel te vroeg ter wereld komt.

Eerder deze week ontving ik een bericht van iemand die zo’n vroeggeboorte heeft meegemaakt en moeite heeft om de inhoud van het boek tot zich te nemen. Ze vertelt over haar eigen ervaring en die van een collega-moeder:
Veel dingen ervaar ik (en X overigens ook) als bijna niet op te brengen voor moeders (24 uur per dag bij Y zijn, ik had geen idee gehad hoe ik dat had moeten doen terwijl ik zelf nog bijna niets kon, laat staan moeders die op de intensive care liggen). Ik krijg bij een aantal passages het gevoel dat de schrijfster zelf niet in de schoenen van (vaak zelf zieke) moeders heeft gestaan. Daarnaast krijg je in de Nederlandse ziekenhuizen (waar wij gelegen hebben en over hebben gehoord) natuurlijk ook helemaal geen ondersteuning bij bepaalde dingen die aangereikt worden. Gelukkig komen er steeds meer moeder-kind-centra, maar zelfs dan vraag ik mij af hoe lang moeders daar eigenlijk mogen blijven? Nou ja, en dan roept het dat welbekende schuldgevoel op. Blijkbaar "vindt het boek" dat ik tekort ben geschoten en dan word ik dus af en toe boos (onterecht, dat weet ik! ;-)!

Schuldgevoel over een ervaring die een prachtige belevenis had moeten worden en die heel anders is gegaan dan je voor mogelijk had gehouden… daar zijn een vroeggeboorte en een baring wel heel nauw aan elkaar gerelateerd. Zoals Anna Myrte bepleit dat een baring een spirituele ervaring zou moeten zijn, die je sterkt in je rol als moeder, zo zouden de eerste dagen met je baby ook een inspirerende periode moeten zijn, waarin je de wereld buitensluit en in je gezinscocon woont en helemaal verliefd wordt op je kind. Als je kind die eerste dagen, weken, maanden echter ongelooflijk kwetsbaar is en jullie dagelijks leven door zorgen, twijfels en spanning worden gekleurd, hoezeer je ook van je kind houdt… dan is er geen sprake van privacy. Je hebt met heel veel vreemden te maken en je bent maar zelden helemaal met elkaar en je kind alleen. Dat is heftig en laat sporen na in je ziel.

Een tijd geleden schreef ik over schuldgevoel een lang blog op de website van Kleine Kanjers. Ik denk dat veel schuldgevoel in feite verdriet is, diep verdriet, aangrijpende rouw om wat mis ging, wat je misliep, wat gemist wordt. Dat geldt voor vrouwen die op een ellendige baringservaring terugkijken, die hun kind niet lang genoeg in de veilige baarmoeder konden houden of die hun lieve baby niet op die manier de borst konden geven die ze voor zich zagen. Zoals ik schreef, kan dat verdriet met de jaren zelfs groter worden, als je kennis toeneemt en als je begrijpt dat sommige dingen misschien helemaal niet nodig waren geweest, als je maar…

Dát is waar Anna Myrte in haar boek toe wil aanmoedigen en waar Jill en Nils voor pleiten: zorg dat je weet wat je mogelijkheden zijn. Laat je niet afschepen met standaardverhalen, want er is vaak zoveel meer mogelijk. Vecht als een leeuw(in) voor wat je nodig hebt om deze gebeurtenis tot een goede ervaring te maken. Houd de regie over wat er gebeurt, zodat je met kracht en liefde kunt terugkijken op wat je, samen met je kind en je partner, hebt ervaren in deze wonderbaarlijke uren, dagen, weken, opdat je de maanden en jaren die komen met vertrouwen en zonder schuldgevoel tegemoet kunt treden. Je weet dat je hebt gegeven wat je kon; meer kan niemand van je verwachten. En meer hoef je ook zeker van jezelf niet te verwachten. Als je je stinkende best hebt gedaan, dan is het goed. Dan mag je rouwen om wat je verloor en kun je na verloop van tijd hopelijk loslaten wat je bezwaart op je levensweg. Dan kun je dankbaar zijn voor wat de gebeurtenissen aan je levenservaring hebben toegevoegd. Als je zó in het leven kunt staan, met volledige verantwoordelijkheid voor je keuzes, dan zul je voor je kind een lichtend voorbeeld zijn.

dinsdag 16 april 2013

Finish als start

Wat een heerlijk weekend hadden we bij de Engelse lactatiekundige collega’s in Manchester!
Donderdagochtend zetten we voet op Britse bodem en zondagavond kozen we het luchtruim terug naar de Lage Landen. In de tussenliggende dagen hebben we vreselijk veel plezier gehad en prachtige presentaties beluisterd. Mijn wens om Diane Wiessinger te horen spreken, is in vervulling gegaan. Wat een krachtige vrouw! Ze is authentiek, ze brengt haar boodschap vanuit een diepe overtuiging, spreekt in alle rust en is tegelijkertijd grappig en intrigerend. Ik heb me al het hoofd gebroken over de vraag hoe ze dat doet, dingen zeggen die zich vasthaken in je geheugen om nooit meer te worden vergeten, terwijl ze een heel simpele en voor de hand liggende indruk maken. Dat is natuurlijk een gevolg van jarenlang oefenen en je de stof door en door eigen maken. Ik heb een enorme bewondering voor dat soort mensen en voel me zeer geïnspireerd om ook zelf mijn presentaties weer eens onder de loep te nemen. Als we de zaken met humor kunnen benaderen, wordt alles al een stuk gemakkelijker!

Een belangrijk aspect van de glans van het congresweekend was echter de overhandiging van ‘Koester je kleintje’ aan schrijfster Jill Bergman. Zij was in Manchester één van de sprekers en dat was een fantastische gelegenheid om haar weer te ontmoeten en haar persoonlijk de vrucht van mijn arbeid in handen te geven. Het was zo mooi elkaar weer te zien, na alle weken en maanden waarin er alleen via e-mail contact was over alle openstaande kwesties en alle puntjes op de i. We hebben elkaar stevig omhelsd na elkaar over en weer stevig aan het werk te hebben gehouden. Wederzijds hadden we echter maar één doel voor ogen: het allerbeste eindresultaat, opdat ouders en zorgverleners zo veel mogelijk aan het boek zullen hebben.



Jill werd bij het uitpakken van het boek zowaar verlegen van vreugde. Ze sloeg de handen voor haar gezicht en grijnsde van oor tot oor. Dat deed me heel erg goed, want het is een grote verantwoordelijkheid om het werk van een ander in een nieuwe vorm te gieten. Dat is naar de mening van zowel Jill als haar man Nils zodanig goed gelukt, dat ze mijn versie nu mooier vinden dan hun eigen. Kijk, daardoor word ik dan weer verlegen van vreugde…!
We hebben nog veel gepraat in de loop van het weekend en de samenwerking is met de publicatie van de Nederlandse vertaling zeker nog niet ten einde. Ze willen hun eigen versie nu ook herzien en mijn aanbod om proeflezer te zijn, is in dank aanvaard. Met elkaar kunnen we kijken hoe we dit boek een vervolg kunnen geven en wat er mogelijk is om ouders laagdrempelig te ondersteunen.

Maandag ben ik de hele dag in de weer geweest om alle exemplaren voor de ouders en anderen die hebben meegewerkt, te voorzien van een door Jill en mij gesigneerde opdracht. Dat leverde een vracht van vele kilo’s op voor de post en de meeste enveloppen zijn dinsdag ook al aangekomen. Ik las al trotse reacties van ouders die met hun kind in het boek staan. Daar zijn ook twee kindjes bij voor wie de start te gecompliceerd was. Zij zullen niet samen met hun ouders de levensweg bewandelen en hun plaatsje in het boek is een eerbetoon aan hun korte leven. Er zijn ook twee kindjes bij die ondanks de moeilijke start wél bij hun ouders konden blijven, maar die hun tweelingbroertje of –zusje moeten missen. Deze kinderen en hun ouders maken een glimp zichtbaar van de grote zorgen waarmee een vroeggeboorte is omgeven en het is waarachtig een hele kunst voor deze gezinnen om de levensdraad vast te houden en verder te gaan. Daar zijn zachtheid, geduld, moed en liefde primaire levensbehoeften.
Er zijn echter veel vormen van verlies. Ook voortijdig je mooie dikke buik kwijtraken, je gedroomde thuisbevalling in rook zien opgaan, je knuffelige kraambed mislopen of de borstvoedingsperiode waarnaar je uitkeek amper van de grond kunnen krijgen zijn ervaringen die diep ingrijpen in het leven van ouders en kinderen. Dat doet pijn en dat zijn daarom allemaal des te meer redenen om het krachtige pleidooi van dit boek te ondersteunen: zo veel mogelijk huid-op-huidcontact, zodat de veilige hechting niet in gevaar komt, de moedermelk zo snel mogelijk kan gaan stromen en de baby op het ouderlijk lichaam rust mag vinden.

Ik wens iedereen die bij die goede zorg betrokken is, moed en wijsheid om de juiste prioriteiten te stellen. Zo kan, gegeven de omstandigheden, tóch een relatief goed begin worden gemaakt. De nabijheid van de ouders is daarbij een niet in geld uit te drukken investering voor de toekomst.
Met het wordingsproces van het boek zijn we bij de finish aangekomen; moge het de start zijn van een andere manier van kijken naar wat baby’s nodig hebben!

maandag 7 januari 2013

Leerproces

De afgelopen twee weken ben ik een beetje ‘onder de radar’ geweest, zoals sommige collega’s dat zo mooi zeggen. Twee weken kerstvakantie lijken vooraf altijd een lange periode, maar ieder jaar blijkt weer dat die dagen in een oogwenk voorbij zijn. Ze zitten vol met feestdagen en weekends en de normale dagelijkse productiviteit gaat volledige verloren met alle huiselijke gezelligheid.
Nu pak ik de draad weer op, met diverse dingen op het programma voor het nieuwe jaar. Mijn nieuwjaarskaartje van de praktijk laat het zien:
















De publicatie van ‘Koester je kleintje’ heeft een hoge prioriteit, dus daar gaat de komende weken veel tijd en aandacht in zitten. Dat was ook de afgelopen weken nog wel het geval, trouwens. De zoveelste redactieronde nam dagen in beslag, dus het was fijn dat veel andere dingen min of meer stil lagen. Zo kon ik in alle rust eindeloos fröbelen aan de finesses van de tekst en aan het uitkiezen van de foto’s voor de diverse hoofdstukken. Het is weer een bijzonder proces om stap voor stap, in nauw overleg met Jill en Nils Bergman, tot een mooi en revolutionair eindproduct te komen. Sommigen lijken uit mijn nieuwjaarskaartje te hebben opgemaakt dat het boek al klaar is, maar dat is nog niet het geval. Er wordt nog hard aan gewerkt, maar het boek laat hopelijk niet lang meer op zich wachten!

De afgelopen weken hebben we als gezin ook uren op de bank doorgebracht, kijkend naar de gedigitaliseerde videofilmpjes uit de tijd dat de kinderen net geboren waren en de jaren dat ze als dreumesjes, peutertjes en kleutertjes van alles en nog wat beleefden. Wat een aandoenlijke aanblik, die kleine snoetjes, dat onschuldige gebabbel en de onderlinge interactie tussen de vier zusjes, prachtig!
We bekeken ook de beelden die mijn man maakte vlak na de geboorte van onze derde dochter. Het was voor mij een tamelijk genante aangelegenheid, mag ik wel zeggen… Ik zag mezelf allemaal dingen doen die ik nu, met de kennis die ik sinds haar geboorte in 1994 heb verworven, echt nooit meer zou doen!

Ze was er nog maar net en ik zag mezelf op de tv, bloot en met de telefoon in de hand. Ik keek ernaar en vond het gesprek met mijn moeder ein-de-loos duren; ik kon maar niet begrijpen dat ik niet in alle rust met dat kleine ding op de buik en aan de borst lag. Waarom had die telefoon zo’n haast? Waarom bleef mijn man filmen, terwijl de vroedvrouw en de kraamverzorgende zich met ons kleine meisje bezig hielden? Wat was ik, achteraf bezien, onnozel en onwetend over de behoeften van dat pasgeboren mensje. Overigens heb ik het in de dagen en weken daarna wel goed gemaakt. Ik was doodziek, had wekenlang meer dan 40 graden koorts, maar bleef haar voeden en verloor haar ook toen ik eenmaal in het ziekenhuis lag, vrijwel niet uit het oog. Waar velen de borstvoeding voor mij een te zware belasting achtten, ging ik stug door en hield ik haar, ondanks mijn eigen, zeer zorgelijke uitdrogingsverschijnselen, aan de borst. Wel had ik haar die anderhalve dag dat ze kunstmatige zuigelingenvoeding kreeg omdat ik nauwelijks bij bewustzijn was, bij nader inzien graag van donormelk willen voorzien, maar ja… andere tijden en vooral ook zoveel minder kennis.

Ik kon het filmpje nauwelijks tot het einde aanzien, maar het is goed om op een bepaalde manier mild te zijn naar je eigen geschiedenis. Dat ik het zo moeilijk vond, laat immers ook zien dat ik een leerproces heb doorgemaakt. Destijds wist ik niet beter, dus ik voel me niet schuldig. Wel vind ik het jammer dat ik niet beter wist. En het is een mooi aanknopingspunt, want net zoals we van onze kinderen verwachten dat ze op school letterlijk en figuurlijk bij de les blijven, siert het ons als volwassenen om blijvend open te staan voor nieuwe inzichten, ook als die soms zagen aan de poten van onze overtuigingen. Niet alles zal haalbaar zijn, maar met een open geest is er al veel gewonnen.

Nu is er weer een nieuw jaar aangebroken en hoewel ik geen kind meer aan de borst heb, gaat het kennis verzamelen gewoon door. De vlucht naar een congres in Manchester is bijna geboekt, een kinderarts heeft me op het hart gedrukt een boeiende cursus te volgen, de jaarlijkse online GOLD-conferentie staat alweer in de agenda en het boek ‘Affective Neuroscience’ ligt uitdagend op me te wachten en schreeuwt om te worden gelezen. Aan het werk, dus, en natuurlijk allemaal een inspirerend en leerzaam jaar gewenst!