Posts tonen met het label pasgeboren. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pasgeboren. Alle posts tonen

maandag 7 januari 2013

Leerproces

De afgelopen twee weken ben ik een beetje ‘onder de radar’ geweest, zoals sommige collega’s dat zo mooi zeggen. Twee weken kerstvakantie lijken vooraf altijd een lange periode, maar ieder jaar blijkt weer dat die dagen in een oogwenk voorbij zijn. Ze zitten vol met feestdagen en weekends en de normale dagelijkse productiviteit gaat volledige verloren met alle huiselijke gezelligheid.
Nu pak ik de draad weer op, met diverse dingen op het programma voor het nieuwe jaar. Mijn nieuwjaarskaartje van de praktijk laat het zien:
















De publicatie van ‘Koester je kleintje’ heeft een hoge prioriteit, dus daar gaat de komende weken veel tijd en aandacht in zitten. Dat was ook de afgelopen weken nog wel het geval, trouwens. De zoveelste redactieronde nam dagen in beslag, dus het was fijn dat veel andere dingen min of meer stil lagen. Zo kon ik in alle rust eindeloos fröbelen aan de finesses van de tekst en aan het uitkiezen van de foto’s voor de diverse hoofdstukken. Het is weer een bijzonder proces om stap voor stap, in nauw overleg met Jill en Nils Bergman, tot een mooi en revolutionair eindproduct te komen. Sommigen lijken uit mijn nieuwjaarskaartje te hebben opgemaakt dat het boek al klaar is, maar dat is nog niet het geval. Er wordt nog hard aan gewerkt, maar het boek laat hopelijk niet lang meer op zich wachten!

De afgelopen weken hebben we als gezin ook uren op de bank doorgebracht, kijkend naar de gedigitaliseerde videofilmpjes uit de tijd dat de kinderen net geboren waren en de jaren dat ze als dreumesjes, peutertjes en kleutertjes van alles en nog wat beleefden. Wat een aandoenlijke aanblik, die kleine snoetjes, dat onschuldige gebabbel en de onderlinge interactie tussen de vier zusjes, prachtig!
We bekeken ook de beelden die mijn man maakte vlak na de geboorte van onze derde dochter. Het was voor mij een tamelijk genante aangelegenheid, mag ik wel zeggen… Ik zag mezelf allemaal dingen doen die ik nu, met de kennis die ik sinds haar geboorte in 1994 heb verworven, echt nooit meer zou doen!

Ze was er nog maar net en ik zag mezelf op de tv, bloot en met de telefoon in de hand. Ik keek ernaar en vond het gesprek met mijn moeder ein-de-loos duren; ik kon maar niet begrijpen dat ik niet in alle rust met dat kleine ding op de buik en aan de borst lag. Waarom had die telefoon zo’n haast? Waarom bleef mijn man filmen, terwijl de vroedvrouw en de kraamverzorgende zich met ons kleine meisje bezig hielden? Wat was ik, achteraf bezien, onnozel en onwetend over de behoeften van dat pasgeboren mensje. Overigens heb ik het in de dagen en weken daarna wel goed gemaakt. Ik was doodziek, had wekenlang meer dan 40 graden koorts, maar bleef haar voeden en verloor haar ook toen ik eenmaal in het ziekenhuis lag, vrijwel niet uit het oog. Waar velen de borstvoeding voor mij een te zware belasting achtten, ging ik stug door en hield ik haar, ondanks mijn eigen, zeer zorgelijke uitdrogingsverschijnselen, aan de borst. Wel had ik haar die anderhalve dag dat ze kunstmatige zuigelingenvoeding kreeg omdat ik nauwelijks bij bewustzijn was, bij nader inzien graag van donormelk willen voorzien, maar ja… andere tijden en vooral ook zoveel minder kennis.

Ik kon het filmpje nauwelijks tot het einde aanzien, maar het is goed om op een bepaalde manier mild te zijn naar je eigen geschiedenis. Dat ik het zo moeilijk vond, laat immers ook zien dat ik een leerproces heb doorgemaakt. Destijds wist ik niet beter, dus ik voel me niet schuldig. Wel vind ik het jammer dat ik niet beter wist. En het is een mooi aanknopingspunt, want net zoals we van onze kinderen verwachten dat ze op school letterlijk en figuurlijk bij de les blijven, siert het ons als volwassenen om blijvend open te staan voor nieuwe inzichten, ook als die soms zagen aan de poten van onze overtuigingen. Niet alles zal haalbaar zijn, maar met een open geest is er al veel gewonnen.

Nu is er weer een nieuw jaar aangebroken en hoewel ik geen kind meer aan de borst heb, gaat het kennis verzamelen gewoon door. De vlucht naar een congres in Manchester is bijna geboekt, een kinderarts heeft me op het hart gedrukt een boeiende cursus te volgen, de jaarlijkse online GOLD-conferentie staat alweer in de agenda en het boek ‘Affective Neuroscience’ ligt uitdagend op me te wachten en schreeuwt om te worden gelezen. Aan het werk, dus, en natuurlijk allemaal een inspirerend en leerzaam jaar gewenst!

woensdag 8 december 2010

Beter dichtbij

Afgelopen week las ik het boek ‘The Vital Touch’ uit. Ik had het te leen uit de bibliotheek van de VBN. De beheerster had het mij aangeraden, want ze vond het wel een boek voor mij. Nou, ze kent mijn interessegebied behoorlijk goed, want ik heb ervan genoten en het vervolgens meteen maar (tweedehands) besteld via Amazon. Het (Engelstalige) boek heeft als ondertitel: ‘Hoe intiem contact met je baby leidt tot een meer gelukkige en meer gezonde ontwikkeling’. Het is al in 1997 geschreven door Sharon Heller en je vraagt je af hoe het kan dat van hetgeen ze schrijft, zo weinig is terug te vinden in de adviezen die ouders met baby’s vaak krijgen.
Het is zo’n boek dat je met een potlood in de hand wilt lezen, voor het aanstrepen van de boeiende passages. Ze noemt bij herhaling het boek ‘Touching’ van Ashley Montagu, dat al in 1971 verscheen. Dat heb ik nog niet helemaal uit, maar het is geen wonder dat dat haar inspiratiebron was.

Beide boeken vertellen over de immense impact van aanraking op ons wezen. Dat begint bij de geboorte, als moeder en kind de kans krijgen om het genot te ervaren van het blote huid-op-huidcontact. Een pasgeboren baby, die nog zo vreselijk onrijp is, is ervoor gemaakt om in duet (en aan de borst!) met mama de wereld te verkennen.
Ashley Montagu noemt dit ‘exterogestation’. Na een intrauteriene fase (de tijd in de baarmoeder) zou een baby nog een heel lange extrauteriene draagtijd moeten doormaken. Dat betekent dat een kindje het beste gedijt als het tijdens de wakkere uren veel wordt gedragen en tijdens de nachtelijke en de slaapuren heel dicht bij mama kan blijven.
Ze moet op reuk- en gehoorsafstand zijn, zodat ze elkaar over en weer onmiddellijk horen als dat nodig is. Wanneer een baby moet schreeuwen om gehoord te worden en om de lichamelijke behoeften bevredigd te krijgen, heeft dat een meetbaar effect op het lichaam. De zuurstofvoorziening wordt minder, de hartslag versnelt, de hoeveelheid stresshormonen neemt toe, het immuunsysteem komt op scherp te staan, energie die voor groei is bestemd, gaat op aan ‘verdediging’ en de vermoeidheid die van dat alles het gevolg is, brengt de bereidheid van de baby om aan de borst te drinken in gevaar.
Dat is allemaal niet niks… Hoe komt het dan toch dat er zo’n sterke drang blijft bestaan om ouders te waarschuwen voor het ‘verwennen’ van hun baby, wanneer ze ‘te veel’ nabijheid bieden en hun baby niet alleen in slaap laten vallen…? Het is een raadsel. Voor al dat waarschuwen bestaat helemaal geen wetenschappelijke grond. Vanzelfsprekend wennen kinderen aan de betrouwbaarheid en nabijheid van hun ouders. Daar is helemaal niks mis mee, integendeel. Het is een voorwaarde om tot een stabiele volwassene uit te groeien. Hoeveel mensen zouden nog depressief worden, als hun kinderjaren anders waren verlopen? Hoeveel eenzaamheid blijft er over, als je als kind veel veiligheid voelt en op je gemak bent met jezelf? Boeiende vraagstukken… die eerlijke antwoorden verdienen!