Posts tonen met het label Michel Odent. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Michel Odent. Alle posts tonen

zaterdag 12 maart 2016

Seksualisering versus babybelangen, deel 2

Afgelopen week schreef ik deel 1 van een blogserie over het boek ‘De Melkfabriek’.
Ik eindigde daarin met een opmerking over sarcasme, dat door sommigen, waaronder de auteurs, enthousiast wordt toegepast en door Wikipedia als volgt wordt omschreven: “Deze stijlfiguur is scherp en agressief van aard: er ligt altijd een aanval in besloten op een persoon, toestand of uitlating. Weliswaar kan sarcasme daardoor als een vorm van humor worden gezien, maar tegelijkertijd vormt het een aanval.” Ik stelde vorige week als afsluiting de vraag of dat een passende aanpak is voor de prille levensfase.

Het zal je waarschijnlijk niet verbazen als ik zeg dat ik het voor kraamperiode uit den boze acht. Je kunt natuurlijk bediscussiëren in welke levensfase het wél een geschikte manier is om belangrijke onderwerpen te benaderen, maar ik kan me voorstellen dat het soms inderdaad een goede functie vervult. Voor de periode kort na de bevalling lijkt me dat echter niet het geval en ik zal uitleggen waarom niet.

Ik stelde vorige week drie basisvragen:
  1. Worden de behoeften van het kind op waarde geschat?
  2. Schat de moeder zichzelf op waarde?
  3. Schat de samenleving de moeder-kindeenheid op waarde?
Een vervolg op de VBN-fysiologie, bij aanvang van de opleiding tot lactatiekundige

Hoewel de eerste vraag nog niet volledig is beantwoord, wil ik alvast vraag 2. erbij pakken.
Fysiologie is een door veel mensen volstrekt onbegrepen begrip. We zijn allemaal aan fysiologie onderworpen, of we dat nou leuk vinden en willen weten of niet, maar de kennis erover is vaak bedroevend. Hier vind je het één en ander aan uitleg en dan zie je dat het om onder andere stofwisseling gaat. Zowel de afgifte als de opname van stoffen door organen en het brein beïnvloedt hoe het lichaam functioneert en hoe we de wereld om ons heen ervaren én benaderen. Zijn we wantrouwig of ‘vertrouwig’? Streven we naar kracht of snakken we naar macht? Overkomt ons alles of overkomen we bijna alles? Hoe is ons brein geprogrammeerd via de fysiologie?
Afgelopen week las ik het bericht dat de theorie van ‘het ontbrekende stofje’ als verklaring voor depressie in feite een zeer wankel verhaal is. Ik sprak dan ook de verwachting uit dat dit de rol van de vroege levensfase waarschijnlijk alleen nog maar belangrijker maakt, omdat we zo langzamerhand weten dat het brein, zowel de anatomie (de letterlijke opbouw) als het functioneren (het overdragen van signalen) sterk afhankelijk is van de eerste maanden en jaren. De fysiologie heeft daarbij een grote invloed. Het brein is plastisch, het kan tot op hoge leeftijd bijleren en zich aanpassen, maar indringende vroege ervaringen kunnen vaak niet volledig ongedaan worden gemaakt. Je kunt strategieën ontwikkelen om met 'misprogrammering' te leren omgaan, maar dat kost natuurlijk energie, die je dan niet constructief in andere leuke en nuttige zaken kunt steken.

In het hele perinatale gebied (dus bij alles wat zich rondom de geboorte afspeelt) zien we dat de fysiologie niet meer de hoofdrol speelt. Gemiddeld genomen worden vrouwen steeds later zwanger (jarenlang verstoort de pil hun natuurlijke fysiologie), ze baren steeds minder vaak zonder hulpmiddelen en ingrepen in de thuissituatie (klinische, op pathologie ingestelde instellingen verstoren de bevallingsfysiologie) en er starten weliswaar veel vrouwen met borstvoeding, maar die cijfers dalen snel (en kunstvoeding rommelt met de fysiologie van zowel moeder als kind). (En nee, dat in 2012 gepubliceerde onderzoek over 38% met een half jaar was helaas geen goed onderzoek; methodologisch rammelde het aan alle kanten en het is dan ook een pijnlijke kwestie dat veel borstvoedingsdeskundigen er tamelijk klakkeloos achteraan zijn gelopen…).

Iemand die waanzinnig interessante dingen zegt over fysiologie in de perinatale periode is Michel Odent. Deze ‘éminence grise’ (letterlijk grijs, maar inmiddels ook echt op een uiterst respectabele leeftijd met zijn 86 jaar!) legt in diverse van zijn boeken glashelder uit hoe het werkt met fysiologie. Zo is thuis baren bij kaarslicht en zachte muziek niet zomaar een romantisch dingetje, een vage aangelegenheid of een sarcastisch te becommentariëren gebeurtenis, maar een evidence based aanpak. De auteurs doen er nogal schamper over; zo spreken ze in het voorwoord over vrouwen die ‘al klaarkomend hun kind gebaard hebben via hypno-birthing-technieken’. Daar klinkt, voor een ‘handboek’, niet al te veel kennis van de fysiologie in door. Het is namelijk zo dat fel licht de analytische delen van het brein aanspreekt en oproept tot waakzaamheid. Fysiologisch leidt het tot de afgifte van op z’n minst adrenaline, maar mogelijk ook cortisol. En wat is een belangrijk effect van cortisol? Een lage spiegel van oxytocine, want die twee werken antagonistisch: ze kunnen niet allebei hoog zijn. En wat is een belangrijk effect van een lage spiegel van oxytocine? In ieder geval dat je niet meer met een extatisch orgasme zult baren, maar zeker ook minder weeën, minder overgave, minder ontspanning. En wat is dáár het gevolg van? Een bevalling die niet vordert. En dan…? Stress, nog meer stress… en dan pijn… en dan ingrijpen… en misschien naar het ziekenhuis… en hoe moet het dan met het borstvoeden…? En waarom krijg je je baby niet aangelegd? Waarom hapt ze niet? Waarom voel je je zo waardeloos? Is dit nu zo bijzonder, bevallen? Het is meer een doffe ellende waar je doorheen moet om dat kind ter wereld te brengen. Voorlopig even niet nog een keer… Onder zulke omstandigheden lijkt sarcasme, een agressieve aanval op een persoon, toestand of uitlating ineens een stuk meer voor de hand te liggen.

De cijfers over vrouwen die op hun bevalling reageren met verschijnselen van PTSS, een posttraumatische stressstoornis, zijn schrikbarend. Claire Stramrood is erop gepromoveerd en is nu bezig met een onderzoek onder vrouwen die hun ervaring willen delen. Mooi, dat er aandacht voor is, maar wat gaan we doen om al die diep verdrietige ervaringen te voorkomen? Een baring zou een inspirerende, intens transformerende gebeurtenis moeten zijn in het leven van een vrouw, één waaruit ze kracht put die ze via haar moederschap aan haar kind kan doorgeven. Daar past geen sarcasme, dat volgens de definitie agressief van aard is, en waarin altijd een aanval op een persoon, toestand of uitlating besloten ligt. Een aanval… waarop, zo vraag ik me dan af? Op welke persoon, welke toestand, welke uitlating? Hoe kan een borstvoedingsrelatie een succes worden, als agressie (adrenaline ten top… wéér die fysiologie!) de boventoon voert? En hoe ga je het 'mislukken' ervan voor jezelf tot een goed verhaal maken?

Een moeder die baart, een moeder die net heeft gebaard of een moeder die net begint aan een borstvoedingsperiode… ze heeft een oxytocinebad nodig, een heerlijke overdosis van dit prachtige hormoon dat zulke mooie dingen tot stand brengt. Ik legde het onlangs in een consult nog weer eens uit aan een moeder. Als je net bent bevallen, is er een nieuw mensje op de wereld gekomen dat volledig van jou afhankelijk is. Het is de bedoeling dat je verliefd wordt op dat lieve kind, dat je, net als wanneer je verliefd bent op een volwassene, niks liever wilt dan de hele dag samen zijn, zodat je alles van elkaar te weten komt, dat je verdrinkt in elkaars ogen en dat de rest van de wereld nauwelijks nog lijkt te bestaan. Moeder Natuur helpt je daar via de fysiologie fantastisch bij, want oxytocine ondersteunt al die dingen. Je staat met al je poriën open om dat hummeltje in je op te nemen en te voeden. Daar zit één nadeel aan… je staat ook meer dan goed voor je is open voor negatieve dingen in je omgeving. Normaal kun je daar redelijk op filteren, maar met zo’n oxytocine-overdosis is dat moeilijk. De taak van moeders partner en andere dierbaren is dan ook om te zorgen dat moeder alles wat er aan prikkels binnenkomt, risicoloos zou moeten kunnen toelaten, oftewel: ALLE prikkels dienen bij voorkeur veilig en aangenaam te zijn en het vertrouwen van de kraamvrouw in haar moederlijke vaardigheden te ondersteunen. Negatieve kwalificaties over haar buik, haar borsten (‘uiers’...?!), haar baby… allemaal verboden. Sarcasme, agressie met een aanval op persoon, toestand of uitlating: volstrekt taboe.
Een kraamperiode die tegenvalt of aan elkaar hangt van ellende, wordt namelijk een PTSS-spook, een levensfase die je ondermijnt in plaats van ondersteunt, een baby-honeymoon die eerder het risico van een echtscheiding dan van een lang en gelukkig huwelijk in zich draagt (figuurlijk dan, hè, maar als je het letterlijk wilt opvatten, heb ik er ook niks op tegen).

Emancipatie is niet dat je wordt zoals vaak van mannen wordt verwacht dat ze zijn (hoewel het maar zeer de vraag is of die mannen daar zo bij zijn gebaat…), namelijk stoer en ‘geen mietje’ en voorbijgaand aan het zachte. De kunst voor íedere volwassene is om krachtig in het leven te staan, kwetsbaarheid te herkennen waar die zich voordoet en die vastberaden te beschermen. Daar hoort ook bij dat je loslaat wat je beschermde, als die ander of dat andere jouw bescherming niet meer nodig heeft en zichzelf tot ontwikkeling kan brengen. Bij baby’s duurt dat alleen wel even, dus maak maar niet te veel haast. Of, zoals vroedvrouw Rebekka Visser het afgelopen week noemde in haar éénregelige ‘column’: ‘Wat gebeurt er met je cake als je de oven open doet om te kijken of hij al rijst?’ Kortom: bescherm de warmte die je kind doet groeien en houd vooral de deur dicht voor mensen en boeken met sarcasme dat je agressief benadert en klein maakt.

woensdag 5 november 2014

Academisch curriculum

Ken je dat verschijnsel, dat je voor sommige dingen zulke vaste ritmes hebt, dat je er telkens dezelfde mensen tegenkomt, die je verder helemaal niet kent, maar die dus blijkbaar ook dat vaste patroon hebben? Dezelfde klanten als je de wekelijkse boodschappen haalt bij de supermarkt, mede-sporters bij fitness, bepaalde reizigers in het openbaar vervoer… Je ziet elkaar op vaste dagen, knikt elkaar vriendelijk toe en dikwijls blijft het daarbij. Soms word je nieuwsgierig naar elkaar en maak je een keer een wat langer praatje. Dat laatste overkwam mij vandaag.

Al diverse keren was er op maandagochtend een jonge vrouw die net als ik om 10.49 uur aankomt op Amsterdam-Zuid, ook met de intercity uit het noorden en ook met vouwfiets. We staan dan samen een aantal seconden in de lift naar beneden, waarna we onze eigen weg gaan. Ik had haar al twee weken niet gezien op maandag, maar vandaag, woensdag, was ze er op de terugweg. Ze kwam bij mij in de coupé zitten en we raakten in gesprek. Ze studeert Geneeskunde in Amsterdam; ze is bij de derde keer eindelijk ingeloot dit jaar, nadat ze in Groningen twee jaar Biologie deed. Ze woont met plezier in mijn noordelijke geboortestad en reist daarom op en neer naar Amsterdam voor haar studie. Na wat gebabbel over het gedoe van kamers zoeken in grote studentensteden (onze jongste dochter is ook op zoek, maar dan in Utrecht en het valt lang niet mee…), gingen we over op meer inhoudelijke zaken. Ik vroeg of ze al een idee had van het specialisme dat ze zou willen kiezen. Ze noemde met name twee opties: psychiatrie en… kindergeneeskunde! Ik vertelde dat ik lactatiekundige ben en dat onze beroepsgroep de ervaring heeft dat veel kinderartsen uitzonderlijk weinig over borstvoeding weten en dat dat tot heel pijnlijke situaties kan leiden. “Tsja”, zei ze meteen, “dat is een bekend probleem, dat artsen het idee hebben dat ze boven iedereen verheven zijn. Een oom van mij is neuropsycholoog, maar die heeft dezelfde ervaring: hij heeft weinig in te brengen, want ze nemen hem niet serieus.” Ik bevestigde dat dat ook voor onze beroepsgroep geldt: de lactatiekundige is de hoogst opgeleide professional op het gebied van borstvoeding, maar veel kinderartsen nemen die kennis nog niet ter harte en dat weerspiegelt zich soms in bedroevend slecht beleid.

Ze schrok ervan en wilde weten of er heel duidelijke punten zijn waar het misgaat. Daar heb ik wel een idee over en dat vertelde ik haar: moeder en kind worden veel te vaak niet als eenheid gezien en behandeld, borstvoeding is in de beleving van veel artsen niet de normvoeding voor baby’s, en het grote belang voor moeder en kind van interdisciplinaire samenwerking met andere specialisten wordt dikwijls niet onderkend. Het gaat er dus niet zozeer om dat één specifiek probleem niet goed wordt aangepakt of opgelost; waar het om gaat is dat de basishouding niet de juiste is. Borstvoeding is bij ziekte niet het probleem, maar onderdeel van de oplossing! Wel eens een arts horen zeggen dat je maar niet meer je bloed moet rondpompen als je hartklachten hebt? Of dat je moet stoppen met plassen als je een blaasontsteking hebt? Ik bedoel maar. Dat hart moet kloppen, dus het moet genezen. Die urine moet geloosd, dus de blaas en/of de nieren moeten herstellen. Dat moet ook de attitude zijn bij borstvoeding: die borsten moeten melk geven en die baby moet die melk eruit halen, dus als dat niet lukt, dan moeten we uitzoeken waaróm daar een probleem is en dat probleem moet dan worden opgelost.

Borstvoeding is namelijk een cruciaal onderdeel van de ‘primal health period’ en die periode krijgt bij veel aandoeningen veel te weinig aandacht. Dat begrip, ‘primal health period’, schoot me gisteren weer te binnen, toen mij in het kader van politieke beleidsplannen om literatuur werd gevraagd. Dit is de link naar een website met een schat aan informatie over ‘correlations between the ‘primal period’ (fetal life, perinatal period and year following birth) and health and personality traits in later life’: Primal Health Research. De grote initiator achter deze droog ogende, maar spectaculaire site…? Michel Odent! Michel Odent himself, zou ik willen zeggen, als fan van deze pionier. Ik heb zelf nog maar een paar keer een snelle blik op het één en ander geworpen, maar het is een indrukwekkende verzameling artikelen die hier bijeen zijn gebracht met allemaal datzelfde doel: zicht krijgen op de factoren die in de vroege fase van invloed zijn op de gezondheid later in het leven.
Daar zou toch iedere wetenschapper die zich met mensen bezighoudt, in geïnteresseerd moeten zijn? Zodoende zag ik mijn kans schoon om deze misschien kinderarts-in-de-dop het één en ander te vertellen over het belang van borstvoeding. Ze was zeer geïnteresseerd en stelde nog allerlei vragen. Ik vroeg haar of ze al iets over borstvoeding had geleerd. Bij de twee jaar Biologie die ze had gedaan, was er positief over gesproken, maar nu bij Geneeskunde was het in het eerste jaar nog niet aan bod gekomen. Ze zat nu midden in de menselijke anatomie… en hopelijk krijgt de borst daarin dan ook de aandacht die haar toekomt!
Al pratende formuleerde ik ook nog weer eens mijn grote droom: het opzetten van een academisch curriculum voor het vak Humane Lactatie. Daar kun je gemakkelijk vier jaar op studeren en ook promoties en hoogleraarschappen zouden de handen vol hebben aan dit prachtige onderwerp.

“Als je het niet leuk vindt, de studie, dan kun je natuurlijk gewoon weer stoppen, hè, want je hoeft immers niet te studeren?” zeiden sommige mensen het afgelopen jaar tegen mij. Ha… dat moet je nu net tegen mij zeggen… Ik heb na wat pittige eerste weken de smaak te pakken en in plaats van denken aan stoppen rond Kerst, droom ik stiekem al een beetje van wat ik ooit nog eens tot stand zou kunnen brengen voor dat medisch-antropologische vak waar mijn hart ligt: lactatiekunde!

zaterdag 11 januari 2014

De toekomst van homo sapiens

Na een pauze tijdens de kerstvakantie las ik vorig weekend het nieuwste boek van Michel Odent uit, ‘Childbirth and the Future of Homo Sapiens’. Ik vind deze man een mirakel en ben blij dat ik hem een aantal keren mocht horen spreken. Hij wordt dit jaar 84, maar als je zijn boek leest, kon hij ook 60 zijn: je proeft al zijn ervaring, maar daar overheen ligt een dikke laag enthousiasme en gretigheid waaruit een diepgaande kennis over en nieuwsgierigheid naar de fysiologie blijkt. Dat is een woord waar je in zijn boeken niet omheen kunt: FYSIOLOGIE, met dikke vette hoofdletters, en ik vind dat een verademing. Het is namelijk werkelijk om wild van te worden, al die situaties waarin wordt gesproken over goede zorg en evidence based werken en (al dan niet anti-) kwakzalverij en behandeling (waarmee vaak symptoombestrijding wordt bedoeld)… en waarin aan de fysiologie vol-le-dig voorbij wordt gegaan. Is dat nou werkelijk zo’n superingewikkeld onderwerp, fysiologie?

Okay, ik geef onmiddellijk toe dat ons lichaam indrukwekkend gecompliceerd in elkaar zit, dat we heel veel dingen nog niet of nauwelijks doorgronden en dat het totale overzicht van alle samenhangende factoren soms moeilijk in één beeld te vangen is… maar de grote lijn, de basis, de essentie… die kan een gemiddelde zorgverlener toch wel bevatten? Het is toch niet te veel gevraagd om erop te rekenen dat er in ieder geval vanuit die basis een behandelplan wordt opgesteld als er sprake is van een gezondheidsprobleem?
Nou, helaas blijkt dat heel vaak dus wel het geval: het is te veel gevraagd.
Barende vrouwen worden op hun rug gelegd.
Baby’s die huilen, worden van hun moeder afgezonderd.
Borsten die onvoldoende melk produceren, worden op een schema gezet.

Michel Odent begrijpt dat soort handelwijzen volgens mij ook niet, want hij zet in op alles wat er in het begin gebeurt. Hij laat keer op keer zien van hoe cruciaal belang die eerste levensfase is, die 'primal period': fetal life, perinatal period and year following birth.
Ik heb ‘Childbirth and the Future of Homo Sapiens’ dan ook weer met een potlood in de aanslag gelezen en heel veel passages aangestreept, net als in alle andere boeken die ik van hem heb.

Odent begint in het eerste hoofdstuk met de constatering dat de periode rondom de geboorte zowel in academische kringen als door de media meestal niet in overweging wordt genomen als verklaring voor van alles, terwijl de wetenschap inmiddels sterk van mening is dat het een kritische periode betreft in de vorming van het individu. Een belangrijke oorzaak van dat inzicht wordt gevormd door de ontwikkeling van de epigenetica als vakgebied. Transgenerationele effecten van dat wat er tijdens de ‘primal period’ gebeurt, worden steeds meer zichtbaar. De moeder geeft aan haar kind niet slechts het genetische materiaal door, maar ook het epigenetische. De omgevingsinvloeden en het moment waarop ze zich voordoen, hebben (soms grote) invloed op de karakteristieken van een mens. Die verandering verloopt dan niet via het DNA, maar via een veranderde genfunctie. De invloeden uit de omgeving hebben, simpel gezegd, als het ware de capaciteit om sommige genen ‘aan’ of ‘uit’ te zetten.

Het idee van ‘use it or lose it’ geldt ook hier: fysiologische systemen waarop geen beroep meer wordt gedaan, zullen van generatie op generatie verder degenereren en het systeem waarover Odent zich de meeste zorgen maakt, is het oxytocinesysteem. Steeds minder vrouwen baren op basis van de kracht van hun eigen hormoonsystemen, want de invloed van allerlei cocktails aan hulpstoffen (synthetische oxytocine voor de weeën, diverse vloeistoffen voor pijnbestrijding, injecties om na de baring de baarmoeder te laten samentrekken) wordt groter en groter. De kracht van het eigen oxytocine- en dopaminesysteem zou daardoor wel eens drastisch kunnen afnemen. Wanneer er vervolgens ook nog weinig borstvoeding wordt gegeven, daalt de hoeveelheid dagelijks circulerende oxytocine in de gemiddelde populatie nog verder. Dat heeft grote gevolgen voor de empathie die mensen ontwikkelen voor hun omgeving. En dat heeft dan weer zijn weerslag op de mate waarin mensen in staat zijn zich in te leven in de achtergrond en omstandigheden van de ander, om verdraagzaamheid op te brengen, hulpbereidheid aan de dag te leggen, crimineel gedrag binnen de perken te houden, sociaal gedrag de boventoon te laten voeren, discriminatie uit te bannen, uitbuiting van anderen te voorkomen door verantwoord koopgedrag op het terrein van kleding, voedsel en transport. Het is niet niks, wat er op het spel staat, en ik ben van mening dat het geenszins vergezocht is, al zal dat voor velen misschien wel zo lijken. Hij gaat er soms namelijk wel met zevenmijlslaarzen doorheen. In het op één na laatste hoofdstuk schrijft hij onder de paragraaftitel ‘Smashing barriers’ (‘Barrières kapotslaan’): Another step is to claim that the quality of our immune system should not be dissociated from other personality traits.

Daar komt dan natuurlijk wel héél krachtig het borstvoedingsverhaal in beeld, want borstvoeding krijgen is voor een mens primair een immunologische kwestie, meer haast dan van voeding. Evolutionair liggen de wortels van de lactatie namelijk ook in bescherming en niet in voeding. De alinea die volgt is zo boeiend, dat ik ‘m hier graag integraal citeer:
Today we must smash the barriers between the functions of the primitive brain structures and the functions of the immune system. For example, the activities of the immune system are dependent on the release of cortisol by the adrenal gland: it is well known that cortisol levels are under the control of the hypothalamus, a part of the primitive brain that works as an endocrine gland. The ‘set point levels’ of the hypothalamus are established during critical phases of the primal period. We now know that stimulating the immune system sends a flow of information to the hypothalamus. Some antigens – substances that stimulate the immune system – can considerably increase the electrical activity of certain nerve cells of the hypothalamus. So the immune system can be seen as an actual sensory organ which gives information to the brain.

Wow! Wat een verbinding wordt daar gelegd! Dat kun je met recht een holistische aanpak noemen! En het wordt nog wilder: hij gaat door met deze lijn van denken en legt uit hoeveel gemakkelijker het voor een virus is om te muteren dan voor een organisme om daar het immuunsysteem op af te stemmen en zo’n virus adequaat te elimineren. Hij roept daarbij de SARS-epidemie in herinnering. Hij trekt dit door naar een nóg veel grotere context:
Analysing the viral threat is an elegant way of realizing the limits of our domination of nature, as a basic strategy for survival that started with the Neolithic revolution. This domination has included interferences in human physiological processes, particularly those related to sexuality, and especially the birth process. An emotionally dysregulated human being is a product of such strategies for survival. This kind of human being is unable to shift from knowledge to awareness. He is blind to the effects of his behaviour and continues to dramatically disturb ecosystems without taking into account that viruses can adapt much more easily and quickly than mammals to drastic environmental changes, particularly climatic changes. What kind of Homo can break this vicious circle?

Hij eindigt met hoofdstuk 20, dat is getiteld ‘Cultural blindness’: There is a universal lack of interest in the long-term consequences of how babies are born. (…) It is as if there are cultural forces that are pushing us to ignore the essential. (…) This lack of interest – this blindness- is cultural. It is shared by the media, the general public and even authoritative medical and scientific circles.
Hij deelt een denkbeeldig scenario met ons, over de eisen die aan een gynaecoloog of een vroedvrouw worden gesteld in de toekomst:
The basis of her plan is that to become an obstetrician or a midwife the prerequisite will be to be a mother who has a personal positive experience of unmedicated birth.
Ik voorzie hier, gezien de huidige stand van zaken, een forse overbelasting voor de paar zorgprofessionals die dan hun vak nog kunnen uitoefenen! :-)
Odent filosofeert nog wat door en besluit met het volgende:
The conclusion will be: let us get rid of the aftermath of thousands of years of beliefs and rituals and restart from the physiological perspective. Let us act as if it is not too late.
Starten vanuit het fysiologische perspectief: ik zou het er niet hartgrondiger mee eens kunnen zijn!

maandag 15 juli 2013

Wetenschappelijke spijsvertering

Je hebt van die mensen die tot op hoge leeftijd een geniaal brein houden en daarmee dingen verzinnen en tot stand brengen waar de rest van de wereld profijt van heeft. Eén van die mensen is Michel Odent. Ik steek nog maar weer eens de loftrompet over zijn ideeën en visies, want jongens, jongens, het is niet te geloven wat hij altijd maar weer opschrijft!
Afgelopen weekend las ik in een avond en een middag in hoog tempo één van zijn laatste boeken, weliswaar niet zo dik, maar wel razend interessant.

Het boek is van 2011 (toen hij 81 was en dit jaar kwam zijn laatste boek uit, leeftijd 83!) en de titel is ‘Childbirth in the Age of Plastics’. Hij betoogt daarin dat veel van de recente ontwikkelingen in de geboortezorg te danken (of te wijten…?) zijn aan de grootschalige opkomst van het gebruik van ogenschijnlijk veilige plastics. Vrouwen krijgen via plastic infuusslangen tijdens de bevalling allerlei stoffen toegediend, zonder dat we werkelijk weten wat daarvan het effect is op hun oxytocine- en dopaminesystemen én op hun op dat moment nog ongeboren baby.
Het oxytocinesysteem is voor veel aspecten van het leven zo belangrijk, dat Odent zich, mede vanwege de epigenetische aspecten, grote zorgen maakt over het routinematige gebruik van syntocinon en pitocine:
It is possible that, at a quasi-global level, we routinely interfere with the development of the oxytocin system of human beings at a critical phase for gene-environment interaction. (…) Interfering in normal reproductive physiology raises critical issues.


Ingrijpen in de normale fysiologie heeft gevolgen… maar welke? Het is moeilijk om op basis van statistische gegevens goed onderbouwde conclusies te trekken, omdat de hele terminologie in de war wordt geschopt door de gehanteerde definities. Er zijn landen waar een bevalling die niet met tang of vacuüm of keizersnede eindigt, als een ‘spontane’ of ‘normale’ bevalling wordt geclassificeerd, zonder dat erbij wordt vermeld dat er sprake was van een oxytocine-infuus. Is dit echter daadwerkelijk een irrelevant detail? Willen we deze richting aanhouden of kunnen we het tij nog keren?
For the first time in the history of our species, most women do not rely any more on the release of their natural hormones to have babies: either they use pharmacological subsitutes, particularly drips of synthetic oxytocin, or they give birth by caesarean. In other words the human oxytocin system has become useless in the critical period surrounding birth. (…) What will be the effects of a weaker and weaker human oxytocin system? What is the future of love hormones? What is the future of humanity?

Grote vragen, maar wanneer je zijn boek leest (en ziet hoe hij ze linkt aan zaken als voeding, autisme, verslaving, anorexia), voel je de urgentie ervan en realiseer je je dat ze niet uit de lucht gegrepen zijn, maar wel degelijk een wetenschappelijk fundament hebben.

Bij alle wirwar aan onduidelijkheden en bij de kwestie of de medische wereld wel zo ongelimiteerd en schijnbaar eenvoudig allerlei zaken mag toepassen waarvan de langetermijngevolgen niet bekend zijn, geeft hij aan zichzelf in de zorg voor gezinnen meestal een vraag te hebben gesteld die ook mij na aan het hart ligt: “If I were the baby, what would my choice be?
Met humor verwijst hij ook naar een ontdekking uit de jaren 70 van de vorige eeuw: “[We] learnt that a newborn baby needs his or her mother.” Overigens tekent hij hierbij meteen aan dat het in deze tijd politiek incorrect is om het zo te formuleren, want de aanvaarde verwoording luidt: “Een baby heeft zijn of haar ouders nodig.”

Verder bevat het boek diverse pleidooien voor de optimale bevalling:
* Tijdens de baring moet de neocortex zo veel mogelijk het zwijgen worden opgelegd, dus stilte, gedimd licht, een veilige omgeving zijn voorwaarden voor een gemakkelijke geboorte.
* Adrenalinespiegels moeten zo laag mogelijk zijn (want dan kunnen de oxytocinespiegels zo hoog mogelijk zijn), dus gestreste mensen “should be sent miles away”. :-)
* Wie zich bekeken voelt, kan minder goed loslaten, dus geen heel leger aan mensen om de barende heen, maar een breiende vroedvrouw stil in de hoek.
* Oxytocine is een ‘verlegen hormoon’, dus respecteer de privacy om zo een “fetal ejection reflex” mogelijk te maken.
* Het vroegtijdig doorknippen van de navelstreng is een onnodige interventie die de oxytocineflow belemmert, dus laat de navelstreng gewoon rustig uitkloppen.
Zelfs de steriele waterinjecties als middel bij pijnbestrijding komen voorbij, maar Odent ziet weinig toekomst voor deze ingreep: “It is too simple and too cheap.” Tsja…

Het boek eindigt tot slot met een grappige epiloog, waarin een wereld wordt geschetst waarin alle dromen van Michel Odent uitkomen, waar de fysiologie hoogtij viert en de politieke correctheid aan die fysiologie volstrekt ondergeschikt wordt gemaakt.
Dat iemand die zó veel heeft gezien van de wereld en zó diep in de materie zit, uiteindelijk toch weer voornamelijk de fysiologie op de voorgrond plaatst, ervaar ik als een zeer inspirerend verschijnsel. Ik sluit me dan ook van harte aan bij zijn uitspraak dat het niet genoeg is om kennis te hebben, als die kennis haar weg niet vindt naar de alledaagse werkelijkheid!