Posts tonen met het label vaardigheden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vaardigheden. Alle posts tonen

vrijdag 4 september 2015

Probleemoplossing

Om maar met de deur in huis te vallen: ik ben een hartstochtelijk voorstander van probleemoplossing. Dat lijkt een open deur, maar mijn ervaring is dat er vaak met grote overgave aan symptoombestrijding wordt gewerkt. Mij lijkt dat op z’n zachtst gezegd een suboptimale aanpak. Ik draai liever de kraan dicht in plaats van ijverig met goed materieel te dweilen. Ik zorg liever voor nieuwe schroeven in de scharnieren van een keukendeurtje dan dat deurtje steeds met geweld dicht te drukken. Ik trek liever passende schoenen aan dan steeds dure blarenpleisters te plakken. En toen we een paar keer aan het verbouwen waren in en aan ons huis, zag ik liever mijn vakkundige timmermannen lang werken aan een goed fundament voor de uitbouw of aan passende openingen voor de nieuwe kozijnen, dan na verloop van tijd te moeten stutten of tocht en lekkage te moeten aanpakken. In diezelfde lijn help ik ook liever borstvoedingsproblemen op te lossen dan dat ik met een moeder een grondig plan schrijf om de symptomen van die problemen te bestrijden. En zo logisch als dat allemaal moge klinken… ik zie dus echt vaak dat dat wel gebeurt. Hoe ziet dat eruit? Een klein, redelijk eenvoudig uit te breiden rijtje:
O een tepelhoed gebruiken om de pijn van het aanleggen te dempen;
O bijvoeden om de tekortschietende productie te compenseren;
O blijven oefenen met allerlei aanlegmethoden om de te korte tongriem te omzeilen;
O inbakeren om de eenzame of onrustige baby te kalmeren;
O minder aanleggen om de borst bij een borstontsteking ‘rust’ te geven.
En de ultieme symptoombestrijding: stoppen met de borstvoedingsrelatie om van alle problemen af te zijn.

Als vrouw je intrede doen in het moederschap is niet zomaar wat; het is een grote transitie, een ingrijpende overgangsfase in je leven, groter dan voor je partner en anderen in je sociale omgeving. Zeker als je voor de eerste keer een baby krijgt, ga je een intens groot leeravontuur aan. Er is veel dat je over je baby moet leren, maar er blijkt vaak ook ineens heel veel in jezelf te zijn waarop je grondig en toegewijd moet studeren en dat kan een spannend, uitdagend pad zijn, maar ook een confronterende weg vol hindernissen. Een kind vormt immers vaak een kraakheldere spiegel, al denken we misschien dat we een ander gereflecteerd zien als we erin kijken. Zijn we dat zelf…? Is wat dat kleine kindje laat zien, een deel van wie wij zijn? En waarom kunnen we de taal van ons kind nog zo slecht ontcijferen? Heel veel leerpotentieel, kortom.

Hoewel er in de media, in tijdschriften en in cursussen op veel manieren aandacht aan het (aanstaande) moederschap wordt besteed, wordt er tegelijkertijd ook verwacht dat je die taak vervult naast alle andere taken die je al had en dat die andere taken daarbij voortgang vinden zonder al te veel verandering te ondergaan. Ik heb daar een vrij ongecompliceerd idee over: dat kan niet.
Hoe ik tot die simpele gedachte kom? Daar heb ik een aantal argumenten voor; laten we met de voor de hand liggende beginnen.
O Een kind vraagt praktische aanpassingen.
In je huis maak je ruimte voor je kind en hoe groter het wordt, hoe meer ruimte het vraagt met een eigen kamer, speelgoed en een plek om huiswerk te maken. Je koopt een draagdoek, past slaapplekken aan, plaatst een zitje op je fiets en koopt wellicht een andere auto. En verder verandert natuurlijk je dagritme.
O Een kind vraagt financiële aanpassingen.
Een heel aantal van deze praktische aanpassingen gaan met financiële aanpassingen gepaard. Er moeten kleren worden gekocht, schoolboeken, lidmaatschappen van sportverenigingen, fietsen, extra verzekeringen en natuurlijk ook meestal de toegang tot allerlei onderwijsinstellingen.
O Een kind vraagt sociale aanpassingen.
Daar waar je gemakkelijk de deur uitliep voor de geboorte van je kind, moet je nu meer nadenken: ga je alleen, gaat je kind mee, en zo niet wie zorgt er dan voor je baby en is het okay om je baby daar mee naar toe te nemen waar je van plan was heen te gaan? Je plant minder afspraken omdat je zelf nog moe bent of omdat je baby rust nodig heeft en uitgaan ziet er ineens heel anders uit.


Dat zijn de ‘simpele’, de logische dingen. De meest ingrijpende is waarschijnlijk echter de emotionele, de psychologische aanpassing die de komst van een kindje in je gezin met zich meebrengt. Daar waar je, eventueel in goed overleg met je partner, altijd helemaal je eigen leven kon inrichten en de keuzes kon maken die bij jou en jullie pasten, heb je ineens een klein mensje in je midden dat je aandacht vraagt, dat je laat zien hoe kwetsbaar je bent, dat maakt dat er altijd een draadje naar die jonge ander is, hoe ver je ook weggaat of hoezeer je ook met andere dingen bezig bent. Je draagt ineens een grote verantwoordelijkheid voor de veilige en gezonde start van een mensenleven.

Daar zijn heel wat vaardigheden voor nodig en ik denk dat borstvoeding geven en eventuele problemen daarbij overwinnen, een wonderbaarlijk mooie leerschool is voor die capaciteiten. Je legt daarmee een stevig fundament onder het leven van je kind, maar versterkt ook het fundament onder je eigen bestaan. Stoppen met voeden wordt bij oplosbare problemen dan symptoombestrijding, een soort ‘voortijdig schoolverlaten’, een gemiste kans op ‘jong geleerd, oud gedaan’.
Ook voortijdige schoolverlaters bouwen geregeld een goed en waardevol leven op. Toch is de kans reëel dat ze vroeg of laat tegen een kennisleemte aanlopen die hun mogelijkheden beperkt en die ze graag zouden opvullen, wat ineens op latere leeftijd om allerlei redenen een stuk lastiger blijkt.

Ik pleit daarom oprecht en uit het diepst van mijn hart voor lactatiekundige zorg in het basispakket, zodat moeders niet na één consult het gevoel hebben het bijltje erbij te moeten neergooien omdat er te veel huiswerk ligt. Maak van moeders en jonge ouders geen voortijdige schoolverlaters, maar gun ze de kans op het doorlopen van dat vormende, verrijkende, persoonlijk én maatschappelijk belangrijke leertraject van het ouderschap!

donderdag 14 februari 2013

Schot in de roos

Eerder deze week schreef ik een blog dat mij door een aantal mensen niet in dank werd afgenomen. Het ging er heftig aan toe op het (openbare) medium twitter, waar de strekking was:
dat ik niet overal een punt van moet maken;
dat iedereen anders is, dat we weten hoe de zaken er idealiter uitzien, maar dat het leven nu eenmaal niet ideaal is;
dat het een trieste manier van bloggen is als je een product satirisch beschrijft;
dat het een onzinargument is om te stellen dat gadgets de focus verplaatsen van relatie naar attribuut;
dat ik met mijn fanatisme (waarin ik kennis en vertrouwen op de voorgrond plaats, niet gadgets) mensen tegen me in het harnas jaag;
dat ik met zo’n stellingname de scheldterm ‘breastapo’ een rechtvaardigingsgrond bied;
dat ik me schuldig maak aan een heksenjacht, wanneer ik me uitspreek als tegenstander van gadgets die de focus leggen bij schema’s en verwachtingspatronen van de volwassene in plaats van bij zorgvuldige observatie van de behoeften van de baby;
dat ik, kortom, niet kan meebuigen, te principieel ben en venijnig bovendien.
Deze analyse kreeg bijval met: “Ik heb het echt gehad hiermee. Ik word kotsmisselijk van dit soort mensen, sorry.”
Een collega zei: “Het was bepaald niet je beste blog; ik heb me er maar niet in gemengd.”

Er was één persoon die aangaf juist alle consumptie-artikelen rondom borstvoeding als ‘maffia’ te ervaren: “Ik doe er niet aan mee. Gewoon mijn kinderen en ik… Volg je kind en je lijf en dan heb je verder niks nodig.”

Ik was verrast dat het zulke felle reacties uitlokt wanneer je het aanprijzen van gadgets (om de behoeften van de baby te peilen en te bevredigen) ontraadt, omdat je bepleit dat de focus op de relatie zou moeten liggen. Ik heb in een stukje promotionele tekst de baby en de borst vervangen door de partner en knuffels. De tekst krijgt dan blijkbaar een zodanig andere aanblik dat mensen zich erdoor aangevallen en belachelijk gemaakt voelen. De boodschapper wordt afgeschoten om het probleem op te lossen en het gadget in ere te herstellen.



Ik blijf me echter afvragen… is er werkelijk zo’n groot verschil tussen wat gadgets binnen een volwassen partnerrelatie zouden betekenen en de gadgets die ten behoeve van de borstvoedingsrelatie worden aangeprezen? Het gaat mij niet om de persoon die ze aanbiedt; het gaat mij om de onderliggende visie op wat borstvoeding is.
Ik sprak de afgelopen dagen met iemand over vaste voeding en het al dan niet opdringen ervan. “Het gaat bij vaste voeding niet primair om het eten. Het gaat om de ontwikkeling van de persoonlijkheid en de ruimte die het kind krijgt om de wereld in zijn eigen tempo te ontdekken. Het gaat om respect voor het kind en om het vertrouwen van de ouder in de aangeboren vaardigheden die het kind heeft en nog zal ontwikkelen over zijn eigen behoeften.”

Volgens mij gaat voor borstvoeding precies hetzelfde verhaal op. Bij mama aan de borst leert de baby over relatievorming; de relatievorming met de moeder is het begin van alle volgende relaties in het leven. Wat verwachten we van een relatie? “Wat heb je eigenlijk aan een relatie?”, vroeg mij onlangs een jongvolwassene. “Een relatie is toch bedoeld om het leven nog leuker te maken dan het al was? Je zou er toch gelukkiger van moeten worden? Een relatie moet je toch de kans bieden om je allebei te ontwikkelen en je dromen en idealen te koesteren en te verwezenlijken?” Ik vond het moeilijke vragen. Ik kon ze allemaal met ‘ja’ beantwoorden, en toch vertelden ze samen niet het hele verhaal. Bij alle actie die eruit sprak, miste ik er het element van rust en geduld in, van stilzitten met je armen (lees: je aandacht en je gedachten en je liefde) om de ander heen, zonder het gedrag van die ander te willen bijsturen. Ik miste het element van datgene observeren en aanmoedigen wat de ander laat zien, zonder een eigen agenda.
Dat is een uiterst complexe vaardigheid, die de meeste jonge moeders nog niet zo onder de knie hebben. Ook ik beheerste die niet bij de oudste en ik vind dat tot op de dag van vandaag jammer. Ik heb er geen schuldgevoel over, want ik heb naar beste kunnen gehandeld. Wel wens ik nog dikwijls dat ik meer mensen om mij heen had gehad die dat aspect hadden benadrukt en zichtbaar gemaakt. Ik denk dat ik er ontvankelijk voor was geweest.



De rol van de professional (of semi-professional) is in dat geheel overigens een andere dan die van collega-moeders. Professionals horen een beleidsvisie vorm te geven; ook daaraan zitten dromen en idealen vast. Zoals Richard Bowlby zei op een congres: “De kans dat je de roos raakt, is groter als je erop richt.”
Afgelopen week verkocht ik aan een moeder een sonde voor het vingervoeden en bijvoeden aan de borst en twee gehoekte borstschilden waarmee ze een comfortabeler kolfhouding zou kunnen vinden. Ook raadde ik onlangs een moeder aan om kunstvoeding bij te geven, in kleine porties, zodat de baby snel weer honger zou hebben en aan de borst zou willen. Flexibel meebuigen alom, dus, in de individuele situatie. Je zult al die dingen echter niet op mijn website aantreffen. Ik prijs ze niet aan, ik bespreek ze met de moeder als tijdelijk hulpmiddel en we nemen door dat ze de borstvoedingsrelatie op termijn kunnen belemmeren. Voor de baby biedt zogen aan de blote borst nu eenmaal opperste gelukzaligheid.

En natuurlijk mag iedereen kopen en gebruiken wat ze wil; dat spreekt voor zich. Wel vind ik het van belang dat we als professionals de roos, de kern van zaak, niet uit het oog verliezen: borstvoeding is relatievorming. Binnen die relatie vindt allerlei uitwisseling plaats en de melkgift aan de baby is daar (slechts) één van. Liefdevolle aandacht die aanzet tot groei is de essentie.

(Vlak voor het posten van dit blog bleek dat er door Gonneke van Veldhuizen een vergelijkbaar verhaal is verteld vandaag. Dit is toeval; de blogs zijn niet vooraf op elkaar afgestemd, er zit geen strategie achter.)