Posts tonen met het label straffen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label straffen. Alle posts tonen

woensdag 26 maart 2014

Positief Pedagogisch Programma, zeg maar deel 12

Na mijn blog van afgelopen week heb ik een aantal reacties ontvangen en daardoor is er in ieder geval materiaal voor deze week. Iemand stuurde me een folder uit, naar het lijkt, ook weer een serie, getiteld ‘Kinderen in de basisschoolleeftijd’ met als specifiek onderwerp ‘Huiswerk’.

Huiswerk maken moet met zo min mogelijk stress verlopen en als een prettige tijdsbesteding ervaren worden. Dit gebeurt wanneer ouders hun kinderen aanmoedigen en hulp bieden wanneer dat noodzakelijk is.

Huiswerk als een prettige tijdsbesteding… dat is in veel gevallen wellicht nog te hoog gegrepen. Als je Alfie Kohn erover hoort, krijg je echter wel een heel ander dan het standaard beeld voorgeschoteld over huiswerk. De strekking van zijn verhaal is: “Afschaffen, dat huiswerk; kinderen hebben ook sociale tijd nodig en zorg gewoon dat de lessen op school zo leuk zijn dat ze dáár veel meer leren in de uren dat ze er zijn. En als dat wat ze doen, de moeite waard is, dan willen ze er thuis af en toe best aan doorwerken.” Ik weet nog niet precies hoe dat eruit moet zien, maar kan me zeker vinden in de uitspraak: “It’s not what we teach, it’s what they learn.” Onderwijzen en leren zijn twee verschillende dingen en uiteindelijk gaat het om het leren, het ontwikkelen van een nieuwsgierige attitude.

Prijs je kind dat hij met zijn huiswerk bezig is.
Door kinderen te prijzen voor hun inzet stimuleer je ze om met hun huiswerk door te gaan. – Goed zo! Nou heb je al vijf vragen af.

De aanname is hier, net als in de vele andere folders, dat prijzen en belonen tot intrinsieke motivatie leidt. Daar valt nogal wat op af te dingen. Dat dit telkens weer het uitgangspunt is, geeft alle folders van TripleP een zeer wankele basis.
De hele folder wekt bovendien de indruk dat je er als ouder bovenop moet zitten met dat huiswerk. Is dat zo? Ik weet nog dat ik zelf op de middelbare school zat en dat ik op een dag in de stad liep en de moeder van een klasgenoot tegenkwam. Ze zei: “Goh, wel veel huiswerk, hè, voor vak X? Een paar hoofdstukken en heel wat opgaven!” Ik was perplex; mijn moeder zou niet op het idee komen om te kijken wat voor huiswerk ik had. Weliswaar ben je op de middelbare school alweer een stuk ouder, maar tegen de tijd dat kinderen huiswerk krijgen, zijn ze op een leeftijd dat ze ook een agenda hebben en kunnen lezen. Is de taak van de ouder niet veel meer om het kind te leren leren, om het kind te helpen het proces goed te laten verlopen? “Hé, lieverd, hoe was het op school? Heb je nog huiswerk? Goed in je agenda kijken, hè?” Een fundamenteel aspect van de vaardigheid van een kind om zich verantwoordelijk te voelen voor huiswerk en voor welke andere taak dan ook, is dat een kind de kans krijgt die verantwoordelijkheid ook werkelijk zelf te dragen. Dat is een zeer wezenlijk leerproces en dat begint veel eerder dan het moment waarop huiswerk in beeld komt. Dat begint bijvoorbeeld bij je jas zelf aan de kapstop hangen (kapstok op kinderhoogte!), de wc zelf doorspoelen en leren veters strikken en dat dan ook zelf mogen doen, ook als het wat meer tijd kost.

Als je kind bijvoorbeeld vraagt hoe je ‘tuin’ moet spellen, zonder dat hij het eerst zelf probeert, kun je zeggen – Hoe denk jij dat het gespeld moet worden? (…) Prijs je kind wanneer hij probeert om zelf het woord te spellen. Als hij het goed heeft, prijs hem dan nog een keer.

Prijzen, prijzen, prijzen… wie zou er niet gek van worden, als er aldoor iemand om je heen staat te roepen hoe geweldig je bent, terwijl jij taken uitvoert die je geacht wordt tot een goed einde te kunnen brengen? Zulke overdadige loftuitingen impliceren verbazing bij de ‘prijzer’; er was blijkbaar geen wezenlijk vertrouwen in de vaardigheid van het kind om de taak goed te volbrengen. “Wat goed, je hebt het water doorgeslikt en de aardappels gekauwd! Fantastisch!” Echt…? Of werkt dat infantiliserend en ondermijnend?
(Illustratie door Gregory Ferrand voor 'Education Week', VS 2008; zie bovenstaande link onder "It's not what we teach")

Op de achterzijde van de folder:
Je kind zal beter met je meewerken wanneer je ze helpt na maar een of twee keer aangeven het zelf te proberen.
(De taalfouten zijn niet van mij.)
Hier gaat het volgens mij behoorlijk de mist in met die eigen verantwoordelijkheid. De formulering ‘Je kind zal beter met je meewerken’ impliceert dat de ouder een doel heeft waaraan het kind moet bijdragen. Dat is niet het geval. Het kind heeft een taak met een doel, namelijk dingen leren zodat het zich later als volwassene goed zal kunnen redden. De taak van de ouders is dat proces te faciliteren, niet om het over te nemen.

Stimuleer gewenst gedrag
Prijs en beloon de inspanning van je kind wanneer hij zijn huiswerk af heeft. Als beloning kun je denken aan tv mogen kijken of samen een spelletje doen.
Wat geef je als ouder voor boodschap af als je taken voortdurend beloont? Word je zelf ook aldoor beloond voor alles wat je doet? Eten gekookt? Beloning. Boodschappen gedaan? Beloning. Kamer opgeruimd? Beloning. Bejaarde buurman even geholpen? Beloning. Auto gewassen? Beloning. Gras gemaaid? Beloning. Werkt dat motiverend? Of hoort de voldoening over het verrichte werk de belangrijkste ‘beloning’ te zijn?
En mag je kind alleen maar tv kijken als hij dat recht heeft ‘verdiend’? Kijk je zelf ook tv als ‘beloning’ voor het feit dat je overdag hebt gewerkt? Of kijk je ter ontspanning? Doe je samen met je partner iets leuks in het weekend ter beloning van het feit het deze week op het werk goed is gegaan? Of ga je samen op pad of lekker lezen (of een spelletje doen!) omdat het fijn is samen tijd door te brengen en tot rust te komen? Het is bedroevend dat deze methode voortdurend ouders aanspoort om kinderen te manipuleren en te chanteren tot van alles en nog wat en dat liefde en gezelligheid aldoor moeten worden verdiend.

En als een kind het lastig vindt om huiswerk te maken, moet je omwille van de toekomst dan niet uitzoeken waar dat van komt? Dat is niet wat de folder aanraadt; je moet volgens de schrijvers zeggen: Vertel je kind dat hij punten kan verdienen met huiswerk maken. Agenda mee naar huis? 1 punt. Zonder tegenstribbelen beginnen? 2 punten. Een kwartier lang ononderbroken werken? 5 punten. Zeg je kind dat hij de punten kan inwisselen voor een dagelijkse beloning of een grotere beloning aan het eind van de week. (…) De beloning moet in ieder geval iets zijn waar je kind graag zijn best voor doet.
Hier gaat het natuurlijk goed mis. De boodschap is namelijk dat *het huiswerk zelf* niet iets is waarvoor een mens graag zijn best wil doen!  “Dat huiswerk”, zo zeg je als ouder met deze aanpak, “dat is een toestand, maar doe het nu maar gewoon, want dan krijg je iets leuks.” Is dat werkelijk de boodschap die je als ouder wilt geven, dat de dingen die je doet ter voorbereiding op de rest van je leven, een doffe ellende zijn waarvoor het niet de moeite waard is je best te doen? En dat zou je kinderen dan moeten ‘stimuleren’? Ik geloof er helemaal niets van dat dat werkt.

Beslis wat je doet als je kind zijn huiswerk niet maakt. Ga nooit zelf het huiswerk voor je kind afmaken. (…) Ook thuis kun je er een consequentie aan verbinden als je kind zijn best niet doet.
Nee, uiteraard moet jij het huiswerk niet afmaken, want dan schiet je het leerdoel voorbij. Een kind leert immers niet rekenen als jij de sommen maakt. Dát is de ware en echte ‘consequentie’. De manier waarop dit woord in deze context wordt gebruikt, is echter misleidend. Het is een nieuw eufemisme; wat hier bedoeld wordt, is gewoon ‘straf’. Je kunt het wel anders nóemen, maar het blijft hetzelfde.

Een geschikte consequentie is dat een leuke activiteit of voorrecht niet doorgaat als zijn huiswerk niet in orde is. Bijvoorbeeld buiten mogen spelen met een vriendinnetje, tv-kijken of langer op mogen blijven. Zorg dat je kind van te voren weet wat de consequentie is als hij zijn huiswerk niet maakt.
(De taal- en spellingfouten zijn niet van mij.)
Dus… als je kind maar weet wat voor ellende haar boven het hoofd hangt, dan kijkt ze wel uit om haar plichten te verzaken? Is dat dan hoe we als volwassenen door onze taken heen werken in het dagelijks leven, met een baas die met ontslag dreigt als we fouten maken, met een partner die een ‘consequentie’ aankondigt als we ons niet overeenkomstig diens wensen gedragen, met vrienden die dreigen een etentje af te zeggen als we iets vergeten zijn? De ‘consequenties’ hebben ook nog eens niets met het huiswerk zelf te maken; ze bevorderen niet het leerproces, ze ondermijnen slechts het vertrouwen.

Als je kind een opdracht niet afmaakt, geef dan op die dag geen punten voor die opdracht. (…) Negeer eventuele protesten of smeekbeden en ga niet in discussie. Voer gewoon de consequentie uit die je tevoren hebt gezegd. (…) Misschien moet je een paar dagen achter elkaar consequenties gebruiken, voordat je kind geleerd heeft om zijn huiswerk te maken.

Verder gaat het over speelgoed pas teruggeven als het gewenste gedrag wordt gezien, geen verdiende punten afpakken (sic!), de eisen voor de beloning opvoeren en ‘consequenties’ volhouden.
De laatste alinea stelt: Misschien heeft je kind extra hulp nodig bij bepaalde vakken.
Euhm… moet je dat niet éérst bepalen, voordat je met een strafsysteem start…? De beschikbaarheid van de ouder om te overhoren of de stof samen doornemen als het kind daaraan behoefte heeft, is natuurlijk waardevol: samen bezig, samen leren.
Bedenk dat goede schoolprestaties net zo goed worden beïnvloed door de inzet en motivatie van je kind als door aanleg of intelligentie. De beste manier om een kind te motiveren is om je aandacht te richten op zijn successen – op de dingen die hij goed doet, in plaats van op de dingen die hij fout doet.
In heel deze alinea wordt met geen woord gerept over hoe belangrijk het (ook voor schoolprestaties!) is dat je kind een positief zelfbeeld heeft, dat ze een prettig mens is om mee samen te zijn, dat ze inzicht verwerft in wat er in het leven belangrijk is en dat het kracht geeft om met het vertrouwen en de liefde van haar ouders en andere dierbaren als basis, tot persoonlijke ontwikkeling te komen. Dát zijn de dingen die een kind motiveren, niet de focus op gedrag en prestatie. Verantwoordelijkheid leren dragen lukt het beste als je je veilig ondersteund voelt, niet als je je bekeken en onder druk gezet voelt door sancties. Wanneer gaan ‘opvoedexperts’ dat inzien?

(Met dank aan Joyce van den Boogaard uit Den Bosch voor het opsturen van de folder)

woensdag 12 februari 2014

Positief Opvoeden Drenthe, deel 6

In vrijwel alle culturen ter wereld neemt samen eten een belangrijke plaats in in het sociale leven. Het is onderdeel van rituelen, van inwijdingen, van memorabele momenten, van het welkom heten van gasten en nieuwe leden van de leefgemeenschap.
Tegelijkertijd weten we dat eten ook een uitlaatklep voor emoties kan zijn. Het zogenaamde ‘emotie-eten’ (eten om bepaalde onaangename gevoelens de kop in te drukken) kan volledig uit de hand lopen en tot allerlei ongezonde gevolgen leiden, zowel lichamelijk als geestelijk. En natuurlijk is het ook vaak zo dat deze vorm van eten een ongezonde geestelijke toestand als oorzaak heeft. Hoe zorgen we er nu voor dat eten van jongs af aan een gezond en sociaal karakter heeft, dat kinderen zich niet overeten en niet ondervoeden?

Wel, het zal geen verbazing wekken als ik zeg dat borstvoeding (dus voeden aan de borst) daarvoor de normale start is. De moeder biedt voeding en de baby neemt wat ze nodig heeft en stopt als ze genoeg heeft gehad. De baby weet dat ze weer mag drinken als de honger opduikt en dat er genoeg voeding voor haar is. Ze hoeft niet te wachten tot de klok een bepaalde tijd aangeeft, want mama is beschikbaar en weet dat de fysiologie van haar baby geen lange wachttijden toestaat.
Naarmate de baby groter wordt, komt er, zo vanaf een half jaar, ook vaste voeding op het menu. Deel uitmaken van de gezinsmomenten aan tafel is tegen die tijd waarschijnlijk allang gewoonte geworden, want de meeste baby’s willen graag aan de borst als de rest van het gezin gezellig zit te eten. Die aangeboren neiging om prosociaal gedrag te vertonen zit in ieder kind. Antisociaal gedrag dient immers de overleving niet, dus waarom zou een kind de boel verstieren? En als iedereen lief voor je is en je je plekje in de sociale kring gunt… waarom zou je dan rottig doen?

Wanneer we dit alles als uitgangspunt nemen, roept de folder ‘Gezellig samen eten’ (ondertitel: Genieten van het eten en genieten van elkaar’) heel wat vraagtekens op.
Op pagina 02 lezen we: Samen eten is het gezinsmoment bij uitstek. Genieten van het eten en genieten van elkaar. Maar een kind aan tafel die niet wil eten of vervelend is, maakt het een stuk minder gezellig.(…) Met deze folder leer je het jouw peuter of kleuter ook, en breng je de goede sfeer aan tafel weer terug.
(De taalfout is niet van mij.)
De inleiding van de folder neemt, zo lijkt het, alvast een voorschot op de verwachting dat je kind de stemming zal bederven. Het startpunt van de folder is dus dat het niet gezellig is aan tafel. Is dat ‘positief’ opvoeden…?

Na een jaar beginnen de meeste peuters met hun handen te eten en leren ze om een lepel vast te houden.
Het gezonde advies is om een kind tot en met zes maanden uitsluitend borstvoeding te geven en vanaf dan met vaste voeding te starten. De methode die daarvoor optimaal de zintuigen van het kind prikkelt en het kind regie geeft over zijn eigen voedingsgedrag, zonder dwang, is de Kleintjes-methode. De baby doet mee met de rest van het gezin, omdat ze van nature geneigd is de anderen na te doen. Dat is natuurlijk gedrag, net als ademhalen en om zich heen kijken. Wordt een kind daarvoor telkens geprezen (Prijs hem als hij het proeft.), dan ontstaat bij haar de indruk dat ze iets heel bijzonders doet. Eten verliest daarmee een deel van het ongedwongen karakter en dat is een hellend vlak.

Kinderen in de (fysieke en mentale) groei kunnen hun eigen honger niet altijd helemaal goed inschatten en bovendien varieert die honger nogal eens, afhankelijk van de geleverde inspanningen en opgedane ervaringen.
Pagina 03 zegt: Geef je peuter niet meer dan hij op kan, en laat hem geen grote hoeveelheden melk of vruchtensap drinken bij het eten. Even daarvoor is echter ook gesteld dat 20 tot 25 minuten lang genoeg [is] om zijn bord leeg te eten.
Dit maakt het wel wat lastig, want het veronderstelt dat jij als ouder wel altijd weet hoeveel honger je kind heeft. Jij bent immers degene die de hoeveelheid bepaalt en óók degene die zegt dat het bord leeg moet. We kennen dat vast allemaal wel, dat je ergens te gast bent en dat je niet zelf mag opscheppen, maar dat de gastheer of gastvrouw dat voor je doet. Hoe voelt dat, als je een hoeveelheid voedsel krijgt toebedeeld die je niet op kunt, gewoon omdat je normaal veel minder eet, of omdat je dit voedsel niet gewend bent? Het voelt meestal niet zo fijn, want dat idee dat het bord leeg moet, is er bij de meesten van ons stevig ingepeperd. Een klein beetje opscheppen en dan nóg een keer mogen toetasten… dat voelt een heel stuk prettiger. (Vanuit milieu-oogpunt is het een goed idee je bord niet halfvol te laten en de resten dan weg te gooien, maar vanuit gezondheidsoogpunt is het géén goed idee om meer te eten dan je nodig hebt, alleen maar omdat je bord leeg moet.)

Pagina 04: Prijs je kind als het hem lukt om eten op zijn lepel te doen, en helemaal als hij er ook nog in slaagt om het eten in zijn mond te krijgen. Ook hier geldt: oefening baart kunst en hoe vaker je hem helpt, hoe eerder hij het leert.
Het prijzen lijkt een onmisbaar onderdeel van het leren eten, zoals het ook in de andere folders een onmisbaar aspect lijkt. Het is een misverstand te denken dat prijzen de intrinsieke motivatie stimuleert en het is ook de vraag of het vele helpen het leerproces bevordert. Wat met name belangrijk is bij leerprocessen, is de kans en de ruimte die je krijgt om te oefenen en om hulp te vragen wanneer je die nodig hebt. Is het fijn om iets te leren, als iedere handeling die je verricht, met een regen aan complimenten en loftuitingen gepaard gaat…? Of voelen we ons dan vooral erg op de nek gezeten, zeker als het om normale sociale dingen gaat?

Niet willen eten, eten uitspugen of op de grond gooien, zeuren of jengelen, geef er geen aandacht aan en eet zelf gewoon rustig door. Blijft hij doorgaan, blijf hem dan negeren en wees erop voorbereid dat zijn gedrag erger wordt. Hij gaat op deze manier gewoon extra zijn best doen om je aandacht te krijgen. Eventueel kun je zijn eten weghalen. Stopt je peuter met zijn gedrag, geef hem dan zijn eten terug. Gaat hij weer rustig eten, geef hem dan alle aandacht en prijs hem voor zijn goede gedrag. Is de tijd voor de maaltijd voorbij, haal de borden dan van tafel, ook al is je kind nog niet klaar.

Tsja… ik vrees dat ik in herhaling ga vallen met mijn commentaar op deze alinea… Helaas wordt het op pagina 05 nog erger:
Gedraagt je kind zich voorbeeldig? Proeft hij voedsel dat nieuw voor hem is, eet hij met zijn lepel, blijft hij rustig zitten of eet hij zijn hele bord leeg? Prijs hem dan, lach naar hem, aai hem over zijn bol, zeg hem wat hij zo goed doet en vertel hoe trots je op hem bent.
Het kind moet, kortom, de liefde van de ouders verdienen door het gewenste gedrag te vertonen; dat is ver verwijderd van onvoorwaardelijk ouderschap.

Je kind dwingen om iets te eten dat hij niet lust, is nergens voor nodig en zorgt er ook niet voor dat hij het lekker gaat vinden. Niet doen, dus, net als in discussie gaan, dreigen met straf en maar blijven proberen om hem over te halen.
Nu wordt dreigen met straf als een slecht idee voorgesteld, maar er zijn al diverse maatregelen besproken die door een kind zeker als straf worden ervaren (zoals negeren en eten weghalen).

Pagina 06: Geef je kind een paar duidelijke regels tijdens het eten en neem ze met hem door. (…) als hij zich aan de regels houdt, beloon hem dan en geef hem complimentjes. Ook kun je hem extra belonen met een speciaal toetje wat hij lekker vindt of door iets met hem te doen wat hij ontzettend leuk vindt. Zo stimuleer je het gedrag dat je graag ziet.
Dit grote misverstand is zeer hardnekkig. Wat hier in feite gebeurt, is dat er van het eten een machtsmiddel wordt gemaakt. Deze aanpak leidt uiteindelijk alleen maar tot verliezers. Je kunt een kind immers niet dwingen te eten, maar je kunt haar wel je liefde onthouden en zo je eigen macht (van ouder en groter zijn ten opzichte van een alleszins afhankelijk mensje) misbruiken.

Pagina 07/08:
Zijn jullie klaar met eten? Ga dan even rustig zitten met je kind en vertel wat je goed of niet goed vond gaan. Heeft je kleuter zich keurig aan de regels gehouden, geef hem dan de beloning die je voor hem in petto had. Natuurlijk moet je geen beloning geven als het niet goed ging, ook al vind je dat een beetje sneu. Neem rustig door wat er niet goed ging, en zeg hem dat hij de volgende keer de beloning wel krijgt als hij doet wat je zegt. Na verloop van tijd zijn de ‘nabesprekingen’ en de beloningen niet meer nodig. Je kleuter gaat, net zoals jij vroeger, goede eetmanieren ontwikkelen en zich keurig aan de regels houden.

Wie of wat is hier nu ‘sneu’…? Dit is je reinste traumatisering: van elke maaltijd een therapeutische sessie maken en zo het sociale karakter van dat moment totaal verstoren. Zou je zelf na iedere maaltijd zo geanalyseerd, bekritiseerd en gemanipuleerd willen worden? De chantage-elementen erin, de problematisering van het eten, de intimidatie… het mag een wonder heten als een kind dat aan een dergelijk beleid wordt blootgesteld, géén eetproblemen ontwikkelt, nu of later. In mijn terminologie mag dit absoluut geen ‘positief opvoeden’ heten.

woensdag 5 februari 2014

Positief Opvoeden Drenthe, deel 5

En weer is er een folder aan de beurt in de serie ‘Positief Opvoeden Drenthe’; dit keer betreft het ‘Lief samen spelen’ met als ondertitel ‘Boosheid en ruzie bij kleuters’.
Om eerlijk te zijn word ik al helemaal kriegel van alleen al de titel. Wat als hier zou staan ‘Lief samen werken’ (voor een folder op kantoor) of ‘Lief samen praten’ (voor een folder over vriendschap)? Zou je je als lezer serieus genomen voelen? En gaat het bij het spelen om wat de kinderen eraan beleven (sociaal en creatief) of om hoe de volwassenen ernaar kijken?
De inleiding zet meteen de toon: Ruzie hoort bij het leven. Ruzies oplossen ook. Dat moeten we allemaal leren, van kinds af aan. Daarom moet je al vroeg beginnen om je kleuter dit bij te brengen, want uit zichzelf kan hij dat niet. Hij heeft je daar echt bij nodig anders bestaat de kans dat hij iemand gaat slaan en pijn doet. Maar troost je, meestal blijft het bij ruzie en boosheid beperkt tot schelden, duwen en trekken, ruw met elkaar omgaan, niet willen delen, gillen of schreeuwen. Je moet dan altijd direct ingrijpen om het niet uit de hand te laten lopen. In deze folder lees je hoe je dat het beste kunt doen en ervoor kunt zorgen dat ze lief samen spelen.

Deze inleiding zit vol met aannames waarover je een boom zou kunnen opzetten.
Moet je je kleuter actief bijbrengen hoe je ruzies oplost of kan ze dat van jou afkijken, zoals zo veel dingen in het leven? Zal slaan en de ander pijn doen inderdaad hetgeen zijn waar je kleuter snel naar grijpt? Loopt het altijd uit de hand, als je niet meteen ingrijpt? Is ‘lief samen spelen’ een doel op zichzelf?
Daar lijkt het wel op, want op pagina 03 is de eerste kop: Hoe laat je ze lief samen spelen?
Volgens de folder is het ‘prijzen’ van de suggesties van de kinderen zelf daarbij een goed hulpmiddel. Ook leren delen wordt van harte aangemoedigd, al valt daarop nog wel wat af te dingen, zoals dit artikel in Kiind laat zien.

Onderaan de pagina: Zie je dat je kinderen lief met elkaar spelen, samen aan iets bouwen of samen iets delen? Zeg dan wat je zo fijn vindt en geef ze complimentjes. Ook kun je ze ervoor belonen met iets wat ze fijn, lekker of leuk vinden.
Begrijp ik nu goed dat hier wordt voorgesteld om te trachten normaal sociaal gedrag met omkoopmethoden te bekrachtigen…? Onze kinderen leerden van mij al heel jong wat chantage is: “Als jij dit… dan doe ik dat.” Eerst leerde ik ze hoe dit principe werkt en later paste ik het soms toe, om te zien of ze het herkenden. Dat deden ze, feilloos. Ze gingen vaak helemaal niet in op wat ik zei; ze zeiden alleen maar: “Chantage” en gingen onverstoord door met waar ze mee bezig waren. Ik ben blij dat ze zo jong al doorhadden hoe omkoping eruit ziet, want ze zullen nu niet snel slachtoffer worden van mensen die hen op die manier voor het eigen karretje proberen te spannen of die manipulatief zijn ingesteld.
Overigens vroeg ik natuurlijk heus wel geregeld: “Gaat het goed?”, “Lukt het?” of ik zei: “Sjonge, wat wordt dat mooi, zeg!” of “Wat een gezellige boel is het hier!” en daar kwamen dan natuurlijk uiteenlopende reacties op, inhóudelijke reacties, geen defensieve of agressieve.

Bij de tips op pagina 04 lezen we onder andere:
Geef je kind veel complimentjes als hij lief met anderen speelt.
Reageer altijd direct op ruzie en boosheid en wees altijd consequent in je reactie en de eventuele straf die je erop laat volgen als hij niet luistert.
Reageert hij goed op straf of op een pauze, laat hem dan weer doen waar hij mee bezig was zodat hij kan bewijzen dat hij je begrepen heeft.

Complimentjes? Altijd consequent? Straf? Luisteren? Bewijzen?
Ik proef in dit alles heel veel machtsvertoon, zeker ook in combinatie met de eerste alinea op pagina 05: Zeg luid en duidelijk waarmee ze moeten ophouden en vertel ze wat ze in plaats daarvan wel moeten doen. Geef ze complimenten als ze goed naar je luisteren en doen wat er gezegd wordt. Luistert je kind niet, kies dan voor een consequentie die bij de situatie past en leg uit wat je doet en waarom je dat doet. Blijven ze ruzie maken wie er op de schommel mag, zeg dan dat ze allebei niet op de schommel mogen. Laat dit gerust een kwartiertje duren en kijk dan of ze samen wel lief om de beurt op de schommel kunnen. Zo leren ze hoe het wel moet. Laten ze dit inderdaad ook zien, geef ze dan weer complimentjes. Gaat het niet goed, pas dan de consequentie weer toe, desnoods laat je dat de rest van de dag duren.

In de volgende alinea wordt een ‘pauze’ (lees: time-out) bepleit, die ertoe zou dienen het kind ‘te laten inzien dat hij fout is’, maar is dat wat er gebeurt, als een kind wordt weggetrokken uit de setting waarin ze bezig was…? Of ontstaat er ergernis of wrok over de maatregel, of schaamte over de vernedering die ze ervaart? Onder stress en dus onder invloed van cortisol kan een mens niet leren; daarvoor is een oxytocinerijke gemoedstoestand nodig, een omgeving waarin je je veilig voelt. Straf en machtsgebruik, met afzondering en genegeerd worden tot gevolg, helpen daar meestal niet bij. Dit artikel (in het Engels, met dank aan collega Linda Rikkers) stipt belangrijke nadelige effecten aan van straffen.

De folder eindigt op pagina 06 met: (…) zet hem eventjes apart in een andere ruimte. Laat hem weer binnen als hij 1 of 2 minuten rustig en stil is geweest en ga niet in op boosheid, protesteren, gehuil of gejengel. Het is lastig om dit steeds door te voeren, maar de ervaring leert dat je inzet loont. En reageert hij goed, laat hem dan weer doen waar hij mee bezig was zodat hij kan bewijzen dat hij je begrepen heeft. Gaat dat goed? Prijs hem dan en zeg hoe lief je hem vindt.
Dus wanneer je kind zich overeenkomstig jouw wil gedraagt, kan hij weer op je liefde rekenen…? Is dat ook hoe we met onze partners en onze vrienden omgaan? Jouw wil is consequent wet en als ze daaraan gehoorzamen, dan zeg je weer hoe lief je ze vindt…? Het is een triest geheel.

En de vraag is natuurlijk: hélpt deze methode werkelijk, en helpt ze beter dan een andere aanpak?
Een citaat uit de Leeuwarder Courant van 1 februari 2013 (met dank aan Gabriëlle Jurriaans):

Opvoedhulp is blijvertje, ondanks kritiek op methode

Bewijs dat het kinderen helpt ontbreekt
LEEUWARDEN - Friese ouders krijgen nog zeker drie jaar 'Positief opvoeden' aangeboden als ruggensteun. Maar het is onduidelijk of hun kinderen baat hebben bij de methode.
De aanpak van Triple P, de afkorting voor Positive Parenting Program, maakt vanuit Australië een wereldwijde opmars.
De introductie in Friesland was provinciale staten een slordige EUR800.000 waard. Als ouders gewapend worden met omgangsfoefjes en wat meer zelfvertrouwen krijgen, zou dat meer tevreden en gezeglijke kinderen kunnen opleveren. Plus een kleinere kans dat het kroost vroeg of laat ontspoort.
(…)
Triple P heet een bewezen techniek van effectieve ouderhulp te zijn, maar die typering ligt toenemend onder vuur. Schotse onderzoekers hielden vorig jaar 33 Engelstalige effectstudies tegen het licht, die positief tot zeer positief rapporteerden over het effect op de kinderen van ouders die aan Triple P waren blootgesteld.
De uitslag is schokkend. Op een na alle effectstudies blijken uit de koker te komen van auteurs of coauteurs, die zelf zakelijke of organisatorische banden hebben met het commerciële bedrijfTriple P International. In bijna alle gevallen bleef deze omstandigheid, die subjectieve omgang met data in de hand kan werken, in de publicaties onvermeld.
De Schotse meta-analyse trekt in twijfel of kinderen wel aanwijsbaar baat hebben bij Triple P. De Groninger hoogleraar psychologie Jim Coyne gaat nog een stap verder. Hij vindt dat Triple Pde ,,extravagante claim van bewezen succes'' voor een groot deel stoelt op veel te kleine steekproeven.
Zulke onderzoekjes onder vaak nog geen twintig ouders vallen stuk voor stuk positief voor de methode uit. Coyne: ,,Statistisch kan dat gewoon niet waar zijn.''
De hoogleraar vermoedt dat er wordt gerommeld met de resultaten door achteraf hypotheses te verzinnen of door selectief te publiceren en te winkelen in verkregen data. In een branche waar zo veel publiek geld omgaat, vindt Coyne dat onverantwoord.
Aan de inleiders op het Friese symposium was de kritiek donderdag niet besteed. ,,Triple P heeft de kritiek inmiddels rechtgezet'', aldus Geraldien Blokland, die de methode in de Nederlandse opvoedingsmarkt heeft gezet. (…)

En dit valt onder de veel gebruikte (of zal ik zeggen ‘misbruikte’) term ‘evidence based medicine’? Hoeveel waarde moeten we nog hechten aan dat uitgangspunt, als het op deze manier wordt ingezet?

Nee, het was niet altijd rozengeur en maneschijn bij ons thuis, toen onze vier kinderen klein waren.
Heb ik sommige van de bovenbeschreven methoden wel eens toegepast? Ja, dat heb ik. Sta ik daar nog steeds achter…? Nou, nee, niet onverdeeld achter alles. Ik herinner me situaties waarvan ik nu denk: “Had ik toen maar geweten wat ik nu weet en had ik toen maar meer geduld gehad, meer zicht op wat de kinderen en mij bewoog, zodat ik voor ons allemaal meer begrip had kunnen opbrengen.” Volgens mij is dat wat we ‘voortschrijdend inzicht’ noemen. Ik heb daarom ook geen behoefte om tegen de kinderen te zeggen: “Zus en zo was prima, want jullie zijn er toch ook niet minder van geworden?” Als we richting onze kinderen dan al ergens consequent in moeten zijn, dan lijkt mij ‘zelfreflectie’ een goede kandidaat. “Zeg, kind, ik heb er nog eens over nagedacht en bij nader inzien…” Volgens mij kun je dan als gezin en als mens heel ‘lief samen-leven’!