Posts tonen met het label socialisatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label socialisatie. Alle posts tonen

donderdag 5 maart 2015

Rites de passage: 50!

Vandaag ben ik ziek thuis. In het weekend was het al niet geweldig, dinsdag op mijn collegevrije dag was het één en al gehoest en gesnotter en gister ben ik dapper om 5.52 uur in de trein gestapt, maar viel de dag me zwaar. Van de terugreis heb ik niks gemerkt, want ik was uitgeput in slaap gevallen en werd gelukkig net op tijd wakker om in Assen uit te stappen! Vandaag geef ik het lijf een beetje rust in pyjama naast de warme kachel. Dat is wel spijtig, want ik zou vanmiddag trakteren in mijn werkgroep: morgen is het feest en word ik 50! Ik ben die dag onder de pannen voor een studiedag met collega’s, maar de zaterdag heb ik iets gepland voor een clubje dierbare vrouwen. Waar zich die dag en de rest van het weekend zullen afspelen… dat weet ik echter niet, want onze eigen vier mooie dochter-vrouwen hebben het één en ander in petto waarover ik niets weet. Verrassing, dus!

Daar houd ik wel van, van verrassingen, en dus had ik er gisteren zelf ook één georganiseerd, voor mijn jaargenoten in dit geval. Het leek me helemaal ‘on topic’ om al die antropologen-in-wording te laten proeven van mijn geliefde vakgebied en dus mochten ze allemaal een exemplaar van ‘Slapen met je baby’ meenemen. In de antropologie leren we onder andere over ‘rites de passage’, rituelen die bij bijzondere gelegenheden worden uitgevoerd en die zo een transitie markeren in het leven van degene die het ritueel ondergaat. De transitie gaat gepaard met een statusverandering en voor mij geldt die ook: ik ben in dit 50e levensjaar student geworden en ik doorleef deze status met dankbaarheid en verwondering. Daarover en over de link tussen antropologie en lactatiekunde wilde ik mijn medestudenten graag wat vertellen en dus sprak ik  (in verkorte versie, want mijn verkouden stem liet het afweten) de collegezaal toe met het onderstaande:

“Toen ik vorige week tijdens het NWS-college* zei dat ik Arendsoog had gelezen, antwoordde Nina:
“Ja, maar jij bent oud!” En daar heeft ze, in vergelijking met jullie, natuurlijk helemaal gelijk in.
En ik was dan wel niet in het Bungehuis of het Maagdenhuis, maar in mijn eigen vakgebied ben ik ook al jaren een actievoerder, ‘a rebel with a cause’. Dat werk begon na de geboorte van onze derde dochter, toen ik die kraamvrouwenkoorts kreeg waarover Gerben sprak.
We zijn, zoals we hier zitten, allemaal unieke individuen. We zijn allemaal gesocialiseerd op een bepaalde manier en allemaal beginnen we dat proces als baby. Dat is mijn vakgebied als lactatiekundige: baby’s en de borstvoedingsrelatie met hun moeder.

Geboren worden en bevallen zijn ‘rites de passage’. En hoe je babytijd verloopt, is een belangrijk element in wie je later wordt; daar zitten echt causale elementen in, om in M&T-termen** te spreken! Als mens hebben we een warm nest nodig om ons sociale, ons culturele, en dus ons menselijke potentieel optimaal te ontplooien. Een veilig begin is in feite het grootste culturele kapitaal waarmee je de wereld kunt ingaan. Dat is dan ook het paradigma van waaruit ik werk: bij mij staat het belang van het kind voorop, want een gelukkig kind vergroot de kans op een verantwoordelijke volwassene. Ieder levensverhaal dat zo wordt geschreven, is historisch-particularistisch en al die verhalen samen beïnvloeden hoe de samenleving eruit ziet.
Hoe etnocentrisch we kijken, hoe agressief we zijn, hoe we beoordelen wat eerlijk is, hoe het is gesteld met ons moreel besef, hoe we denken dat een rechtvaardige samenleving of universiteit eruit ziet, hoe we leren verantwoordelijkheid te dragen en agency*** in te zetten… al die dingen hangen mede af van de mate van empathie die we als kind ontwikkelen, de mate dus, waarin we ons in de ander kunnen inleven. Hoe empathisch we zelf zijn, wordt mede bepaald door de empathie van onze ouders, door de vraag hoe sensitief zij waren in hun reacties op de behoeften die we als kind hadden, en die dan groot en dringend en fysiek zijn en bijna geen uitstel dulden.

Hoe dat werkt, daarover is veel geschreven, vooral ook in het Engels, terwijl ouders hier vaak behoefte hebben aan goed leesbare teksten in het Nederlands. Dat is de reden dat ik een paar jaar geleden aan het vertalen geslagen ben met een boek van één van mijn helden, die zijn hele carrière heeft gewijd aan de moeder-kindinteractie tijdens de nachtelijke uren. Het is een controversieel boek, met informatie die ouders in de reguliere zorg vaak niet krijgen.

Ik noemde al de rites de passage… een verjaardag is soms ook een rite de passage en dit jaar zeker: ik word vrijdag 50 en ik heb waarachtig ook een nieuwe status gekregen: ik ben student geworden! Dat ik nu antropologie studeer, is omdat zoveel kennis van borstvoeding antropologisch van aard is. En omgekeerd denk ik dat antropologische kennis zeer gebaat is bij een basisbegrip van waar het allemaal begint. Wat mensen doen als ze volwassen zijn, is immers altijd een gevolg van hun levensgeschiedenis tot dan toe. Het is een optelsom van alle ervaringen, van vertrouwen dat beschaamd of gehonoreerd is, van respect dat werd gegeven of ontnomen, van eigenwaarde die werd gevoed of beschadigd.

Bij verjaardagen is het gebruikelijk om cadeautjes te krijgen, maar op deze voor mij bijzondere verjaardag wil ik graag een cadeautje geven. Er staan doosjes met boeken bij de deur. Ik hoop dat ik jullie daarmee een beetje kan laten proeven van mijn ‘Leidenschaft’, om met Weber**** te spreken, voor deze ‘Wissenschaft als Beruf’, en voor hoe dat veilige begin er voor de jongsten van onze samenleving kan uitzien. De antropologische raakvlakken zijn voor mij een bron van inspiratie. Socialisatie en persoonlijkheidsontwikkeling beginnen heel vroeg; de invloed van nurture (en dus ook van culture) op nature blijkt veel groter te zijn dan vroeger werd gedacht. Dat betekent dat ouderschap van grote invloed is op hoe kinderen zich ontwikkelen en dus ook op hoe de samenleving zich ontwikkelt, want de samenleving… die begint bij ieder kind weer een beetje opnieuw.
De schrijver van mijn eerste boekvertaling is als antropoloog een mondiale autoriteit op zijn specifieke gebied en er is voor jullie allemaal een boek; neem een exemplaar mee en laat me nog maar eens weten wat je ervan vindt. Ik wens jullie veel leesplezier! Dank jullie wel!”

Er zijn zo’n 80 exemplaren meegenomen en wie er niet was, mag volgende week alsnog één afhalen op de faculteit. Ik hoop dat men er plezier aan beleeft.
Ik heb zo’n idee dat ik aan het komende weekend ook plezier ga beleven: de voorbereidingen zijn wat mij betreft klaar en de rest is bij de kinderen in vertrouwde en vaardige handen. Nu alleen nog een goede nacht slapen en stoppen met hoesten en dan mag het feest losbarsten!


* Eén van de twee vakken in dit blok: Inleiding Sociologie der Niet-Westerse Samenlevingen
** Het andere vak: Methoden en Technieken
*** Belangrijk antropologisch begrip: persoonlijke daadkracht
**** Max Weber, één van de grondleggers van de sociologie, gericht op ‘Verstehen’, op het begrijpen en oorzakelijk verklaren van sociaal handelen

woensdag 17 september 2014

Kracht baren

We vallen tijdens de colleges van het ene in het andere onderwerp dat raakvlakken heeft met het lactatiekundige vak. Ik begon bij de VBN ooit bij het belang van borstvoeding, puur om het voeden, maar zijsporen werden hoofdlijnen. Meer en meer ging ik borstvoeding zien als een wezenlijk onderdeel van een veel groter geheel: van vrouwzijn, van moederschap, van ouder-kindrelaties, van zelfvertrouwen, van empathie en daarmee van ethisch bewustzijn… en zodoende dus ook van de manier waarop de samenleving eruit ziet. Dat zijn grote stappen en soms lijken ze vergezocht voor wie die link nog niet zo specifiek legde, maar ik heb er een diep vertrouwen in dat deze relatie bestaat. Mijn uitdaging wordt nu om dat idee in te passen in alles wat ik de komende jaren ga leren.

Daarvoor blijft het contact met moeders en hun baby’s van groot belang. Vorige week zag ik een moeder met haar kindje van een paar maanden. Ze is met haar gezin op zomerverlof en keert binnenkort terug naar haar tijdelijke thuisbasis in Zuidoost-Azië. Ze had daar tot haar spijt tijdens de bevalling en in de kraamperiode niet de zorg gekregen waarop ze had gehoopt.
Nu was ze hier, maar ook de voorbije maand in Nederland was verwarrend voor haar geweest. Ze had allerlei boodschappen gekregen over de zorg voor haar kindje die strijdig waren met haar diepe gevoel over wat goed was voor hen samen. Dat is altijd lastig voor me. Als ook ik nog weer andere dingen ga zeggen… raakt ze dan nog meer verward of helpen die haar om weer dichter bij haar gevoel te komen?

We spraken uitgebreid over haar emoties, over haar eigen waardering voor de dingen die ze nu deed (en haar frustratie over alle dingen die ze niet deed en waarvan ze vond dat ze ze wél zou moeten doen). Toen ik zei dat wat ze nu doet voor haar kindje, immens belangrijk is en dat er voor haar baby op de hele wereld geen belangrijker mens is dan zij, kwamen voor de zoveelste keer de tranen. Ik zal eerlijk bekennen dat ze dan bij mij ook hoog zitten, die tranen. Wat is het toch een toestand, dat vrouwen door hoe onze samenleving functioneert, zozeer het gevoel hebben dat wat ze voor hun kind doen, niet in verhouding staat tot wat ze deden toen ze in een betaalde baan zaten.
Waar begint de vorming van burgers? Waar wordt voor een wezenlijk deel bepaald hoe empathisch en geduldig en blijmoedig we als mens in het leven staan? Waar ligt de basis voor onze lichamelijke en geestelijke gezondheid? In die eerste levensjaren! De zorg van onze moeder (in haar armen bij haar aan de borst) en van onze vader en andere primaire en secundaire hechtingsfiguren legt het fundament onder hoe we de komende tachtig, negentig jaar gaan functioneren. Het is te gek voor woorden dat daarvoor zo weinig aandacht is.

Deze dagen las ik voor mijn studie een artikel over de ongelijkheid tussen man en vrouw en hoe dat verschijnsel een universeel principe is: het komt in iedere samenleving ter wereld voor. Uiteraard krijgt die ongelijkheid overal op een andere manier vorm, maar ze bestaat, of het nu gaat om ongelijke beloning van gelijke arbeid of om de ‘onreinheid’ bij menstruatie, de uitsluiting van deelname aan rituelen of het gedwongen huwelijk.
In Sherry Ortners artikel ‘Is Female to Male as Nature Is to Culture?’ komen deze aspecten voorbij, net als een aantal ideeën van Simone de Beauvoir. Deze beroemde (kinderloze!) schrijfster en filosofe, levensgezel van Jean-Paul Sartre en boegbeeld van het feminisme, wordt aangehaald met citaten die bij mij de indruk wekken dat zij en ik een totaal andere definitie van ‘feminisme’ hanteren. Er klinkt in mijn beleving een pijnlijke verbittering in door.

Wat moeten we denken van het volgende: “She [Simone de Beauvoir, MVK] points out that many major areas and processes of the woman’s body serve no apparent function for the health and stability of the individual woman (…). The breasts are irrelevant to personal health; they may be excised at any time of a woman’s life. (…) the woman is adapted to the needs of the egg rather than to her own requirements.” (pagina 74)
Wel, wel. En wat zijn dan ‘her own requirements’, zo vroeg ik mij af. En als we stellen dat een vrouw wordt overheerst door haar fysiologie, hoe zit dat dan bij de man…? Hoe nuttig is zijn baard? Hoe zinvol is het feit dat hij een penis heeft (als we voortplanting even helemaal uit de vergelijking wegknippen)? En waartoe dient zijn testosteronniveau, dat via haantjesgedrag zoveel ellende aanricht in de wereld?
Anders geformuleerd: is de manier waarop we kijken naar de ‘waarde’ van man en vrouw niet een sociaal construct in zichzelf, dat in stand wordt gehouden als de vrouwelijke reproductie door gezaghebbende schrijvers, denkers en beleidsmakers als zo minderwaardig wordt afgeschilderd?

Ook kinderen komen er niet zo goed van af; in Ortners woorden: “Infants are barely human and utterly unsocialized; like animals they do not walk upright, they excrete without control, they do not speak. Even slightly older children are clearly not yet fully under the sway of culture; they do not yet understand social duties, responsibilities, and morals, their vocabulary and their range of learned skills is small.” (pagina 78)
Ik weet niet eens waar te beginnen met mijn vraagtekens. Kinderen wordt zo tekortgedaan met een dergelijke beschrijving. Het creëert een denkpatroon over kinderen dat volstrekt strijdig is met de liefdevolle benadering die onmisbaar is voor de zorg die ze nodig hebben om tot gezonde, invoelende volwassenen uit te groeien.
Gelukkig zitten er ook wel wat meer genuanceerde passages in het artikel, bijvoorbeeld daar waar er iets wordt gezegd over de rol van vrouwen als moeders jegens hun kinderen: “(…) woman (…) is in fact the primary agent of their socialization. It is she who transforms the newborn infant (…) into a cultured human (…) in order to be a bonafide member of the culture.” (pagina 79-80; de formulering wijkt iets af van de versie die ik zelf heb gelezen)
En ook dit is belangrijk: “[woman] is half of the human race, without whose cooperation the whole enterprise would collapse.” (pagina 76)

En zo is het. Het lijkt dan ook tijd dat het universele beeld wordt bijgesteld en dat we als mondiale samenleving beter gaan zien hoe belangrijk liefdevolle zorg voor onze kleinsten is. We weten tegenwoordig meer over de invloed van de vroege levensfase dan in de tijd van De Beauvoir en van (dit artikel van) Ortner en deze kennis hoort onderdeel te zijn van voorlichting en begeleiding.
De moeder die ik zag, mag gewoon de tijd nemen om te groeien in die (letterlijk en figuurlijk) voedende rol die ze bij de geboorte van haar kind heeft gekregen. Bij gelukkige, gezonde, verantwoordelijke kinderen vaart iedereen wel!