Posts tonen met het label etnocentrisme. Alle posts tonen
Posts tonen met het label etnocentrisme. Alle posts tonen

dinsdag 6 februari 2018

Nieuwsuur over bedding-in, deel 2

Afgelopen vrijdag heb ik een begin gemaakt met het analyseren van de uitzending van Nieuwsuur, waarin het onderwerp ‘bedding-in/bedsharing’ aan bod kwam. Nieuwsuur-journalist Siebe Sietsma heeft mij gemaild en we zijn over het onderwerp in gesprek; dat is nuttig en daarover zal ik later nog berichten. Dat neemt niet weg dat ook de rest van de reportage een analyse verdient, om te laten zien wat er mis gaat met de beeldvorming en de informatievoorziening. We pakken de draad op bij 24 minuten en pakweg 20 seconden van de Nieuwsuur-uitzending .

Tweebeeke neemt weer het woord:

‘En ondanks alle waarschuwingen zijn er in Nederland toch ouders die met hun kinderen in bed slapen.’

Hier zit de tendentieuze toon primair in twee woorden, of drie misschien: ‘ondanks’, ‘waarschuwingen’ en ‘toch’. Er wordt in Nederland heel wat af gewaarschuwd. Dat is tot op zekere hoogte een goede zaak, want de kindersterfte is in ons land heel laag. Er zijn veel zorgmethodieken die bijdragen aan een regelmatige controle van de gezondheid van kinderen en daardoor kunnen allerlei achterstanden sneller worden opgespoord en aangepakt dan wanneer die controles er niet zijn. Tegelijkertijd zijn er ook veel dingen waarvoor niet of nauwelijks wordt gewaarschuwd of waartoe zelfs wordt aangemoedigd, terwijl ze wél veel schade geven voor de gezondheid en het welzijn van het kind. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de landelijk uitgegeven Huil- en Slaaprichtlijnen (die ik beide zeer uitgebreid onder de loep heb genomen; zie voor een verhandeling over de slaaprichtlijn bijvoorbeeld dit essay en aan programma’s als TripleP en de Kanjertraining. Andermaal: ik ga nu niet in op de inhoud van deze dingen, want dat is niet de focus van dit blog. Wel denk ik nog hieraan:
‘En ondanks alle waarschuwingen zijn er in Nederland toch ouders die hun kinderen aldoor weer fastfood geven.’
‘En ondanks alle waarschuwingen zijn er in Nederland toch ouders die hun kinderen slaan en afsnauwen.’
‘En ondanks alle waarschuwingen zijn er in Nederland toch ouders die hun kinderen met de auto naar school brengen, terwijl ze best kunnen fietsen.’
Okay, you get the picture; Nieuwsuur kan nog even vooruit, zullen we maar zeggen.

Punt is dat we hebben afgesproken met elkaar dat niet de overheid bepaalt hoe ouders hun kinderen opvoeden, maar *ouders zelf*. Dat valt onder de noemer ‘autonomie’, het recht van de ouders om eigen opvoedingskeuzes te maken. Soms pakt dat een heel stuk slechter uit dan wenselijk is voor het kind en dan de overheid voor ogen heeft (en daarom worden soms regels aangescherpt). Soms ook pakt dat een heel stuk béter uit dan wat sommige kinderen moeten doorstaan en dan de overheid voor mogelijk houdt (maar dat is een stuk minder zichtbaar).
Dat laatste scenario, afwijken van de standaard, is lastig, want als ouders willen afwijken van wat gangbaar is, dan valt het soms nog helemaal niet mee om die autonomie te handhaven en niet voor gek te worden versleten… of door jeugdzorg te worden aangeklaagd. In deze uitzending wordt het slapen met je kind in één bed heel bewust neergezet als een verwerpelijke wijze van omgaan met nachtelijk ouderschap. Kinderen alleen te slapen leggen is de westerse norm (zoals vader Alexander terecht opmerkt), maar zoals ik in het stuk van Kiind betoog: als de jeugdgezondheidszorg beweert dat ‘slaaphygiëne’ (ja, dat woord heb ik ook niet zelf bedacht…) in de babytijd bepalend is voor later, wat moeten we dan denken van de enorme aantallen mensen die met slapeloosheid tobben? Ik geef het maar ter overweging.


Dan krijgen we een filmpje van Alexander, zo’n 'samenslaapvader', die ‘ondanks alle waarschuwingen toch’ met zijn vrouw en drie kinderen in één bed sliep (en slaapt, wellicht).

De interviewer:

‘Het is TOCH heel bijzonder, met AL je kinderen in één bed slapen. Dat DOEN ouders niet.’
We zien een herhaling van zetten: er wordt een normatieve uitspraak gedaan over het gedrag van de vader en zijn gezin, namelijk: zoiets DOE je niet. Hij wordt weggezet als een vreemd geval (‘TOCH heel bijzonder’) en er wordt geïmpliceerd dat hij allerlei ongeschreven wetten overtreedt (‘dat DOEN ouders niet’). In feite wordt hij geportretteerd als een loser, als een ontaarde vader, als lid van een ontaard gezin dat niet weet hoe je op een fatsoenlijke, deugdelijke manier het ouderschap invult.
Wat mij betreft slaagt die opzet niet, want de vader repliceert geweldig:

‘Nou, in NEDERland gebeurt het natuurlijk niet zo veel. Ik denk dat er over de hele wereld meer mensen zijn die dat WEL doen dan niet, maar hier in het westen zijn we dat niet heel erg gewend, nee. Dat klopt.’

De interviewer:

‘Nee! En waarom deden jullie het WEL?’

Nog even doorporren: hoe kwamen jullie er nu toch in vredesnaam toe om zoiets achterlijks te doen? Op een positieve, journalistiek gezien waardige manier had de vraag kunnen (en moeten!) zijn: ‘Wat was jullie motivatie om voor deze vorm van slapen te kiezen?’

De vader spreekt over luiheid en gemak als motivatie én over het goede gevoel van het dicht bij de kinderen te zijn in de nacht. Hij zit er relaxed bij en glimlacht tevreden. Hij wordt niet zenuwachtig; hij staat volledig achter zijn keuze, zo lijkt het. En dat geldt voor heel veel ouders die bewust voor deze vorm van slapen kiezen, niet omdat ze zo lui zijn, maar omdat ze zien hoe hun kinderen gedijen op dat goede gevoel van bij elkaar zijn en niet in hun eentje het donker over zich heen hoeven laten komen. Bijzonder, dat er in de hele reportage geen woord wordt gewijd aan wat het met de kinderen doet; er is geen enkel kind om commentaar gevraagd. Dat valt weer fraai onder het concept Adult Supremacy (waarover meer in andere teksten en blogs, zoals hier en hier ).


De voiceover:

‘Pasgeboren baby’s die ’s nachts niet in de WIEG, maar bij de ouders in BED slapen: een trend onder internationale sterren, die in de boulevardbladen vertellen hoe intiem het is om zó met je kind de nacht door te brengen.’

Tsja, wat moeten we ervan zeggen… dit is zo’n ongelooflijk onnozele benadering, die overduidelijk zo pijnlijk is gespeend van ook maar de geringste antropologische kennis over menselijke gewoontes aangaande slaap en nachtelijk ouderschap. Kunnen we dit nog serieus nemen…? De stelling die met de bewoording en de klemtoon wordt gecreëerd is: ‘Baby’s HOREN in een wieg, maar sommigen zijn zo raar om een trend te volgen en nemen hun baby’s in BED.’ In de geschiedenis van de mensheid is een wieg een tamelijk recent verschijnsel en in heel veel samenlevingen wordt een wieg ook tegenwoordig niet gebruikt. Behalve onnozel is deze uitspraak dus ook etnocentrisch; hij is volledig gebaseerd op de beperkte kennis van wat er in de *eigen* samenleving gebruikelijk is. Hoe past dit in de missie van de NOS, die ‘ontwikkelingen in de wereld’ betrouwbaar en objectief wil presenteren? Het is niet voor niks dat dit acroniem veel wordt gebruikt voor westerse gewoontes: WEIRD (wat staat voor Western, Educated, Industrialised, Rich, Democratic). In verhouding tot landen die niet aan deze criteria voldoen, zijn WEIRD-landen ‘weird’, raar, afwijkend.
Bovendien: boulevardbladen en internationale sterren… deze combinatie creëert andermaal een specifiek beoogde vorm van framing. Ouders die deze sterren ‘nadoen’ (het woord ‘intiem’ legt nog weer een heel andere, seksueel getinte lading over het geheel heen!) door zich aan te sluiten bij deze ‘trend’, die deugen eigenlijk niet. Die brengen hun kind in levensgevaar.


Het filmpje gaat verder; de voiceover:

‘Ook Nederlandse websites promoten het [enter: Kiind, ‘Waarom samen slapen met je baby juist veilig is’], maar het is NIET zonder risico’s voor het kind.’

Kiind is een stuk minder etnocentrisch en beschouwt en onderzoekt allerlei trends (ja, trends… die kunnen behalve slechte namelijk ook heel goede dingen teweegbrengen) op het gebied van ouderschap. Alternatieven voor je kind in de nacht alleen laten huilen (zoals nog geregeld door allerlei zorgverleners en overheidsdocumenten wordt bepleit) horen daar zeker bij.

Tot hier voor vandaag de analyse van de Nieuwsuur-uitzending over coslapen. Binnenkort deel 3!

Wil je je verdiepen in wat James McKenna evidence based over bedding-in zegt? Hier kun je ‘Slapen met je baby’ bestellen!

woensdag 10 september 2014

Varkens, koeien, melk en antropologie

Dinsdagmiddag… het college is afgelopen en ik kijk op de klok. Als ik hard fiets, kan ik de trein van 13.12 uur halen in plaats van die van 14.12 uur. Geen tijd, in dat geval, om na te kletsen en ideeën uit te wisselen met medestudenten, maar thuis meer tijd om in alle rust te werken aan de opdrachten voor woensdag en donderdag… Gezien de overstelpende hoeveelheid leesvoer kies ik voor het laatste. Ik pak mijn tas in, loop naar de fietsenkelder en spring op mijn vouwfiets voor een supersnelle rit naar station Amsterdam-Zuid. Vandaar heb ik een rechtstreekse verbinding met Assen en dus tijd om bijna twee uur lang ongestoord te lezen en te werken.

Terwijl ik op mijn snelle karretje door de stad vlieg, laat ik de uitspraken van het college door mijn hoofd gaan. Ik merk dat ik het wel even kan gebruiken, die sprint naar de trein, zodat ik mijn energie de vrije loop kan laten. Ik voel een mate van onrust door wat ik heb gehoord. We zijn als eerstejaars in een week tijd al met heel veel termen en begrippen en theorieën en cultuurvisies overladen en nu het vandaag over voedsel en voedseltaboes ging, kwam het allemaal natuurlijk al heel dicht bij mijn werk als lactatiekundige. Op zulke momenten merk ik hoezeer dat borstvoedingsverhaal na twintig, vijfentwintig jaar een embodied iets is geworden voor me. Het zit in mijn lijf, in mijn leven, in mijn denken en mijn visies. Als er vreemde dingen over worden gezegd, wordt alles in mij wakker en gaat de adrenaline (niet per se de cortisol, trouwens) stromen. Ik wil dan zorgen dat misvattingen geen kans krijgen om in een nieuwe setting wortel te schieten, en zeker niet in, zoals nu, een hele groep jonge academici die de beleidsmakers van de toekomst zijn.
Casu Marzu, verrotte kaas met maden... een Sardinische delicatesse!
Het onderwerp van vandaag was ‘taboes’ en dan specifiek taboes over voedsel. Waarom eten Joden en moslims geen varkens? Waarom eten Hindus geen koeien? Waarom eten niet-Sardiniërs geen wormenkaas? Dat zijn boeiende vragen voor een antropoloog, want ze kunnen vanuit heel veel invalshoeken worden benaderd en inzicht bieden in wat voor een groep belangrijk is.
Een theoretisch instrument dat we al op dag 1 aangereikt kregen, is het ‘Wiel van Cultuur’. Het Wiel bestaat uit drie elementen: gedrag, ideeën en materie. Wanneer je naar een samenleving kijkt, zie je dat deze elementen elkaar in een voortdurende beweging beïnvloeden. Materie in de vorm van bijvoorbeeld internet beïnvloedt ons gedrag. Ons gedrag (surfen op internet) beïnvloedt onze ideeën (we nemen eenvoudig kennis van zaken die ver van ons bed gebeuren) en die ideeën beïnvloeden vervolgens weer ons gedrag (we doen al dan niet mee aan de Ice Bucket Challenge of we zien dat borstvoeding een belangrijke onderdeel is van een duurzame leefstijl) en daarna weer de materie die we ontwikkelen (donatiestructuren, borstvoedingsvoorlichting).

Taboes aangaande voedsel kunnen ook vanuit diverse invalshoeken worden benaderd. Een bepaald idee kan er de bron van zijn, maar het kunnen ook omgevingsomstandigheden zijn (materie) die bepalen dat we iets niet (mogen) eten of juist wel. Zo zal een verbod op vis niet aanslaan onder volkeren op de Noordpool: de omstandigheden laten zo’n taboe niet toe. Taboes blijken daarom vaak aan te sluiten bij wat al gangbaar is; doen ze dat niet, dan vinden ze geen weerklank.
We spraken dus onder andere over het varken en over Indiase koeien. Zodra het begrip ‘melk’ in beeld komt, ben ik alert. Doe een uitspraak als: “Varkens geven geen melk” of “Indiase koeien geven bijna geen melk”… en dan heb je mij helemaal scherp.
Dan denk ik als net begonnen student aan een handvol termen die ik al heb moeten bestuderen:
- etnocentrisme: een andere cultuur beoordelen en wellicht veroordelen op basis van je eigen achtergrond;
- antropocentrisme: zaken benaderen vanuit het idee dat de mens het middelpunt is;
- holisme: alle mogelijke aspecten meenemen in je overwegingen en conclusies.

Ik kon het niet laten; ik zei: “Alle koeien geven melk. Dat is een biologisch feit.”
En ik dacht: “Maar niet alle koeien worden zo opgefokt als die in de veeteelt om een belachelijke hoeveelheid melk te produceren die niet voor hun jongen is bedoeld, maar voor menselijke consumptie. Zeggen dat ze bijna geen melk geven is etnocentrisch, antropocentrisch en non-holistisch.”
Ik drukte me geloof ik niet helder genoeg uit, want mijn opmerking werd als niet relevant voor de discussie terzijde geschoven.
En over dat varken, dat zogenaamd geen melk geeft, dacht ik: “Varkens kunnen we niet voor melk exploiteren, want ze zijn voor de mens niet zo gemakkelijk te melken als diverse andere zoogdieren, maar voor hun jongen geven ze gewoon voldoende melk, net als ieder ander zoogdier, waaronder de mens. Zeggen dat een varken geen melk geeft is etnocentrisch, antropocentrisch en non-holistisch.” (En ja, ik weet dat er pathologische uitzonderingen zijn, maar we gaan even uit van de zoogdiernorm.)

Wat moet ik hier nu mee? Maken deze gedachten mij tot een etnocentrische denker in mijn eigen lactatiekundige niche? Moet ik het laten voor wat het is en doen alsof er niets bijzonders is gezegd? Of is het zinnig dat ik hier donderdag (in de werkgroep over hetzelfde onderwerp) op terugkom en benoem wat ik hierboven beschrijf? Wat zegt het over mij dat ik me hier druk over maak? Waarom heb ik de behoefte om iets wat ik beschouw als een misvatting, recht te zetten? Is het wel echt een misvatting? Of is het gewoon een beetje onhandig geformuleerd? En doet dat ertoe, hoe je formuleert?
Vooroordelen (www.favim.com)
Het vak waarbij dit college hoort, heet ‘Etnografisch Schrijfpracticum’. We gaan hier leren lezen en schrijven. “Ah”, zei mijn man plagerig na de eerste week, “dat is leuk, lezen en schrijven. Je zult zien dat er een wereld voor je opengaat!” We moesten er samen hartelijk om lachen; ik kan immers best al wel aardig lezen en schrijven. Het gaat in dit vak echter om de vaardigheid een cultureel verschijnsel goed te bestuderen, de literatuur aandachtig te lezen en te overwegen en vervolgens alles te combineren en een analyse te maken van hoe de praktijk zich tot de theorie verhoudt. Daarbij is de essentie dat je leert je standpunt overtuigend te onderbouwen en je woorden zorgvuldig te kiezen; je moet zodanig formuleren dat er geen misverstanden ontstaan.
Ik heb dan ook zo'n idee dat, mits professioneel verwoord, een nadere beschouwing over de bovenstaande punten in het kleinere werkgroepverband zeker gepast is. Ik zal dus mijn gedachten nog wat laten gaan over waar voor mij de essentie zit van wat me triggerde. Antropologie, kennis van de mens, begint immers bij kennis over wie je zélf bent, over hoe jouw achtergrond je gemaakt heeft tot wie en hoe je nu bent en denkt!