Posts tonen met het label L'Hoir. Alle posts tonen
Posts tonen met het label L'Hoir. Alle posts tonen

woensdag 13 november 2013

Richtlijn excessief huilen, deel 9

Vorige week liep ik wat vertraging op in het bemachtigen van de benodigde achtergrondinformatie, maar sinds gisteren heb ik die in huis en dus volgt nu deel 9 in de serie over de ‘Multidisciplinaire richtlijn excessief huilen bij baby’s’.

In Bijlage 4 van de richtlijn wordt het onderwerp ‘Inbakeren’ behandeld en daarbij wordt verwezen naar het boekje ‘Inbakeren brengt rust’ van Ria Blom, uitgave februari 2011. Zoals al eerder opgemerkt ben ik van mening dat de kernredactie met de verwijzing naar deze uitgave een groot risico neemt, in mijn beleving een onaanvaardbaar risico. Ik had zelf de versie van 2003 in de kast staan en hoopte dat die van 2011 op grond van alle inzichten een structureel ander document zou zijn. Die hoop is gistermiddag tijdens het lezen vervlogen. Het boekje staat bol van wonderlijke uitgangspunten en het is moeilijk te bepalen waar ik zal beginnen en wat ik zal behandelen en wat niet. Laat ik maar gewoon een start maken en zien waar we uitkomen. Zo nodig moet deel 10 ook over het inbakeren gaan. Ik zal zinnen citeren en mijn gedachten eraan toevoegen. Ook nu geldt weer dat ik het niet zonder meer eens ben met de dingen die ik niet bespreek. Ik pak de essentie eruit.
Ik wil er overigens op wijzen dat op bladzijde 7 dr. Monique L'Hoir (projectleider) en dr. Bregje van Sleuwen (onderzoekster) het voorwoord ondertekenen en zich daarmee duidelijk verbinden aan de inhoud van het boekje. Zij zijn ook degenen die zich sterk maken voor de implementatie van de richtlijn.

Pagina 8:
Vaak is dit [jengelgedrag rond drie weken] het gevolg van een onregelmatig slaap- en drinkpatroon.

Hoe kunnen we dat zeker weten? Een baby van drie weken hééft meestal nog helemaal geen duidelijke regelmaat; die is nog volop bezig om aan de wereld te wennen en heeft vooral nabijheid nodig. Daarnaast: wat is de definitie van ‘onregelmatig’? Dit wordt vooralsnog niet toegelicht.

Dan wordt het kind steeds in slaap geholpen in plaats van uit zichzelf in slaap te vallen.

Kan iemand mij vertellen hoe je voor een ander in slaap kunt vallen in plaats van dat zelf te doen?

Dezelfde kinderen drinken tien keer kleine beetjes aan de borst in plaats van vijf keer een volledige voeding.

Vijf keer? Op welke leeftijd? En ‘volledig’? Wat is de definitie? Waar is de fysiologie in deze visie?

Pagina 9:
Het inbakeren zelf moet worden gezien als een tijdelijk hulpmiddel om te komen tot regelmaat en zelfredzaamheid. Zo kan het kind weer toekomen aan de eigen slaap-, drink- en speelbehoefte.

Regelmaat, maar vooral zelfredzaamheid is de komende maanden (voor sommige aspecten zelfs jaren!) nog lang niet aan de orde. De mens is een draagzoogdier en een mensenkind is totaal afhankelijk van de verzorgers en dus van coregulatie. Het kind kan haar behoeften aangeven en het is aan de ouders om daar responsief op te reageren.

Inbakeren gebeurt niet in de kraamtijd. Ouder en kind moeten de kans krijgen zich op elkaar af te stemmen en natuurlijkerwijs in een regelmaat te komen.

Het is totaal onrealistisch om te verwachten dat dit afstemmingsproces na een week is voltooid.

Het leren ‘lezen’ van de lichaamstaal helpt daarbij en wordt zichtbaarder bij een niet ingebakerd kind.

Dat lijkt een juiste constatering, dus waarom dan al zo snel inbakeren?

Pagina 10
Naar de buik draaien wordt aanzienlijk bemoeilijkt door op de juiste manier in te bakeren en het bed op de juiste manier op te maken.

Naar de buik leren draaien is een ontwikkelingsstap in het leven van een kind. Waarom zou je die ontwikkeling willen bemoeilijken als het eenmaal zover is?

Pagina 11
Er worden indicaties voor inbakeren genoemd:
-          ontevredenheid/niet alleen kunnen zijn/spelen
-          veel huilen door onverklaarbare darmkrampjes

Een pasgeboren baby hoeft helemaal niet alleen te kunnen zijn of alleen te kunnen spelen. Daarvoor is het veel te vroeg. En wat de darmkrampjes betreft… die hebben dikwijls best een oorzaak waaraan met aangepast voedingsbeleid iets is te doen. Als er sprake is van de ‘normale’ onrust, dan helpen warmte en massage vaak goed, net als het gedragen worden.

Pagina 12
Deze kinderen [met onrustig drinkgedrag] blijven vaak aanmerkelijk beter ‘bij de les’ wanneer zij stevig gewikkeld in een omslagdoek of ingebakerd de borst of de fles aangeboden krijgen.

Borstvoeding geven met het kind in de bakerdoek lijkt mij een slecht plan. Voeden aan de borst is een belangrijke zintuiglijke ervaring voor zowel moeder als kind en de baby heeft daarbij de armen en haar hele lijfje nodig om zich op mama te kunnen oriënteren en de borst te vinden en te pakken.

Pagina 14
Met regelmaat wordt bedoeld: dezelfde opeenvolging van gebeurtenissen in de volgorde: slapen – wakker worden, dan ontbakeren – voeden – naar behoefte knuffelen op de arm of op schoot – alleen spelen in de box – moe, dan inbakeren en wakker in bed te slapen leggen.

De vraag die bij mij opkomt: op wiens behoefte aan knuffelen wordt hier gedoeld? En waarom mag een baby niet aan de troostende, warme borst in slaap vallen? Is dat niet wat heel veel jonge zoogdieren doen, bij mama liggen en genieten, terwijl mama ook zelf volop geniet?

Met eenduidigheid wordt bedoeld: dezelfde gebeurtenis op dezelfde plek, met name: altijd alleen-spelen van de baby in de box (…)

Waarom moet een baby alleen spelen? Waarom mag de primaire hechtingsfiguur niet de vertrouwde speelkameraad zijn, die de baby helpt de wereld te leren kennen vanuit de veiligheid van de armen?

Pagina 15
Wanneer je je handelen laat afhangen van de situatie, is er geen voorspelbaarheid.

Tsja, that’s life, dat niet alles voorspelbaar is. De grootste kunst die ouders zich eigen kunnen maken, is nu juist dat ze hun handelen wél van de situatie laten afhangen en er flexibel mee omgaan.

Het spreekt voor zich dat er na de late avondvoeding en in de nacht niet gespeeld wordt. (…) Leg je ingebakerde kind na de nachtvoeding wel terug in het eigen bed.

Dat het na verloop van maanden een goed idee is om er in de nacht geen feestje van te maken, daarin kan ik me vinden, maar we spreken hier nog over baby’s van dagen, weken oud. Die hebben nog geen idee van dag en nacht en hebben gewoon de klok rond liefdevolle aandacht nodig. Die mag echter niet bij de ouders in bed gegeven worden, want het ‘eigen’ bed is voorschrift…

Accepteer huilen voor het in slaap vallen in de overgangsfase naar een nieuw ritme met eenduidige patronen. (…) Sommige kinderen hebben het nodig zichzelf kortdurend in slaap te huilen.

Andermaal ontbreekt hier een definitie; wat moeten we onder ‘kortdurend’ verstaan? Hoe dan ook, het in slaap laten huilen wordt hier als volstrekt aanvaardbaar neergezet.
Op pagina 16 wordt het allemaal nog een flink stuk erger. Ik geef een lang citaat en wil daarmee graag laten zien dat de kookwekker weliswaar uit de richtlijntekst is verdwenen, maar er met het opnemen van dit boekje in de bijlage via de achterdeur tóch weer in komt (en nu geruststellend een ‘wekkertje’ wordt genoemd)! Dit is een beschamende aangelegenheid.
Dit citaat is voor deze week het laatste deel van het boekje. Pagina 17 tot en met 28 gaat over het daadwerkelijke inbakeren. Volgende week start ik op pagina 29, vanaf waar we nog meer dubieuze zaken over voeden en protest tegen het inbakeren tegenkomen.

Goed, het citaat dat mij grote zorgen baart, op pagina 16:
Spreek met jezelf af hoe lang je kind mag huilen. In het onderzoek werd ouders gevraagd om zich maximaal 30 minuten niet aan hun kind te laten zien. Dit om hem de kans te geven zelf in slaap te leren vallen. Om een reëel besef van de huilduur te hebben werd de kookwekker als hulpmiddel aangeraden, net als in de voorgaande drukken van dit boekje. Een aantal ouders/beroepsgenoten vond deze 30-minutengrens (de meeste kinderen huilen korter!) te lang. De kookwekker stuitte op weerstand. Uit ervaring is gebleken dat het omslagpunt van huilen naar slapen vaak rond de 15 minuten ligt. Daarom is besloten om het advies voor ongestoord (sic! MVK) laten huilen naar 15 tot 20 minuten te verlagen. Uiteraard is de keuze aan de ouder hoe deze tijd in de gaten te houden. Voor de een kan het helpen om op te schrijven hoe laat het kind naar bed gaat, de ander gebruikt liever een wekkertje.

Laat je gedachten erover gaan, mensen, en vraag je af of je graag deze behandeling zou ondergaan als je een baby was…

woensdag 25 september 2013

Richtlijn excessief huilen, deel 3


En verder maar weer, met de analyse van de definitieve tekst van de richtlijn aangaande excessief huilen van het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid!

Op pagina 8 lezen we het volgende (en ook op pagina 18 en 19 komt de perceptie van de ouders voorbij): De beleving van het huilen door de ouders is het uitgangspunt.
In de dagelijkse ervaringen met ouders blijkt telkens weer dat ze vaak een tamelijk onrealistisch verwachtingspatroon hebben over het gedrag van een baby en over de tijd die een baby vraagt. In de veel gebezigde uitdrukking ‘kinderen nemen’ komt naar voren dat een kind niet meer als een zegenrijk geschenk wordt gezien, maar als iets wat je neemt, zoals je een hond neemt, of een Iphone of een nieuwe auto, maar in ieder geval als iets wat moet passen in je leefstijl en je dagritme. Valt dat even tegen: een baby is een individu met wie je een relatie moet aangaan en waarin je waanzinnig veel tijd moet steken alvorens de coregulatie in zelfregulatie verandert. Dan kan de beleving van het huilen al snel frustraties geven: het kind kan nauwelijks worden weggelegd, activiteiten moeten op een lager pitje, de structuur is weg. Doet die beleving recht aan de behoeften van de baby?

Excessief huilen kan gevoelens van onzekerheid bij ouders vergroten en een schaduw werpen over het geluk en plezier dat een baby geeft.

In alle commentaarrondes heb ik bezwaar gemaakt tegen deze formulering, die de indruk wekt dat een baby een ‘hebbedingetje’ is dat de ouders geluk en plezier moet verschaffen. Waar is hier de empathie voor wat de baby doormaakt? Hoe zou het klinken als je het zó zou zeggen: “Het huilen van een goede vriend of vriendin geeft gevoelens van onzekerheid bij jou en werpt een schaduw over het geluk en plezier dat een vriendschap geeft.” Is het dan óók acceptabel of zouden we van mening zijn dat hier wel een zeer vreemde opvatting over vriendschap te berde wordt gebracht? En als het antwoord op die vraag ‘ja’ is, waarom roept de formulering ten aanzien van baby’s dan niet veel meer weerstand op?

Op pagina 13 staat dat mevrouw dr. M.P. L’Hoir klinisch pedagoog, GZ-psycholoog, psychotherapeut, onderzoeker is. Ik mis hier haar diensten voor een bekende kunstmatige zuigelingenvoedingsfabrikant, waarvoor ze ‘on tour’ is om over de preventie van overgewicht te spreken. Ja, je leest het goed: voorkomen van obesitas met kunstvoeding. Hier heeft iemand toch wel een stuk evidence gemist en de WHO-code lijkt ook niet tot het gedachtegoed te behoren. De opmerking op pagina 16 komt daarmee wel in een heel vreemd daglicht te staan: De geldigheid van deze richtlijn verloopt eerder, indien resultaten uit wetenschappelijk onderzoek of nieuwe ontwikkelingen aanpassing vereisen.

Op pagina 17 werd ik verrast. Daar staat het volgende: Uit onderzoek naar de prevalentie van huilen blijkt dat vanaf de geboorte de totale duur van het huilen langzaam toeneemt tot rond de leeftijd van 6-8 weken een piek wordt bereikt die in onze samenleving gemiddeld 2-2,5 uur per dag is.

De toevoeging ‘in onze samenleving’ is nieuw en volstrekt relevant en roept uiteraard vragen op: hoe is het in andere samenlevingen? Wat is de invloed van verzorgingspatronen op de duur ervan?
Daarom verdient de opmerking even verder beslist een nadere beschouwing: Dit vroege patroon van huilen lijkt minder afhankelijk te zijn van de manier van verzorgen of opvoeden dan het huilen later in het eerste levensjaar (Barr 1990).

De volgende zin doet de baby enorm tekort en ook de afstemming tussen ouder en kind raakt ondergesneeuwd: Wanneer de baby 3 maanden oud is, nemen zijn capaciteiten om op andere wijzen te communiceren toe (hij benut bij voorbeeld vaker de glimlach als sociaal contactmiddel).
Er is al vanaf het begin communicatie, niet pas met drie maanden! Wat we moeten leren inzien, is dat de baby niet onze volwassen taal moet leren spreken (dat komt vanzelf), maar dat we als ouders en zorgverleners de taal van de baby in de beginfase moeten (willen) leren verstaan. Dát is de kern.

En wat hiervan te denken:
Excessief huilen komt voor bij 5 tot 40% van de baby’s in geïndustrialiseerde samenlevingen (Sleuwen van 2008), afhankelijk van hoe excessief huilen wordt gedefinieerd. Bij slechts een zeer klein percentage (minder dan 5%) van de baby’s die veel huilen wordt een lichamelijke aandoening gevonden die het vele huilen kan verklaren (Gormally and Barr 1997; Zwart, Vellema-Goud, Brand 2007).

Dit is evolutionair gezien een belachelijk hoog percentage. Er moet echt worden gekeken naar de opvoedstijlen in de geïndustrialiseerde samenlevingen, want huilen is een noodsignaal!
Dat erkent de redactie ook; op pagina 20 staat namelijk dit:
Huilen door het pasgeboren jong (ook wel ‘separation distress call’ genoemd) is universeel gedrag bij zoogdieren, inclusief de mens. Neonataal huilen heeft primair de functie te waarschuwen wanneer het jong wordt gescheiden van de moeder (Christensson and others 1995; Lummaa and others 1998; Soltis 2004a).
Wiskunde is niet mijn sterke punt, maar dat één en één twee is, daar kom ik nog wel uit. Veel voor de hand liggender kan het toch bijna niet worden…?

En tot slot voor vandaag, op pagina 19:
Uit twee Nederlandse onderzoeken blijkt dat van de baby’s die volgens de rapportage van de ouders meer dan 3 uur per dag huilen, na invulling van een 24-uurs dagboek 32 tot 39% overblijft (Brugman and others 1999; Sleuwen van and others 2006).
Dit geeft aan dat zo’n 60-70% van de ouders het huilen van hun kind ernstig overschat. Het is hun perceptie die tot de conclusie ‘excessief huilen’ leidt en het is tevens hun perceptie die het uitgangspunt is voor behandeling, zo is eerder in de tekst aangegeven. Dat betekent dus ook dat er heel veel kinderen worden behandeld die niet excessief huilen. Zou niet de perceptie van de ouders het onderwerp van behandeling moeten zijn in plaats van het gedrag van de baby? Ik snap dat dat ongemakkelijker is dan de baby als ‘schuldige’ aan te wijzen, maar symptoombestrijding en probleemoplossing zijn echt twee verschillende dingen. Het ware probleem in onze samenleving is de visie op baby’s, hoe ze zich zouden moeten gedragen, wat hun behoeften zijn en of het nodig is die behoeften vlot te vervullen in de levensfase waarin een baby nog weinig draagkracht heeft. Wanneer de draagkracht van de ouders niet toereikend is voor de draaglast van het verzorgen van een gezonde baby met normaal gedrag, dan is dát waaraan moet worden gewerkt. Ongemakkelijk wellicht, maar onvermijdelijk, als we een gezonde samenleving willen bevorderen!

donderdag 18 juli 2013

Overheidsmisleiding versus CBM


Eergisteren, 16 juli 2013, was de uitspraak van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Amsterdam inzake de klachten tegen drie verloskundigen, al zie ik ze liever ‘vroedvrouwen’ genoemd, zodat we bij de essentie blijven: wijsheid. Die eigenschap is aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg helaas grotendeels voorbijgegaan.
Weliswaar hadden er dingen beter gekund en dat geven de betrokkenen zelf ook toe. Een kernpunt blijft echter onbesproken en dat is de vraag zoals die de afgelopen dagen ook op twitter voorbij kwam: “Wie is de baas over de bevalling?”
In de film ‘Freedom for Birth’ komt uitgebreid de zaak Tsernovski versus Hongarije aan de orde en de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Die uitspraak bevestigt dat de keuze van de vrouw ten aanzien van haar baring een onvervreemdbaar mensenrecht is.
Wat zegt de IGZ hierover in de uitspraak tegen de vroedvrouwen?
“(…) Het voorgaande maakt duidelijk dat het hier niet gaat om een onder alle omstandigheden te respecteren ‘grondrecht’ van de vrouw om de bevalling zo in te richten zoals zij zelf wil. Dat recht wordt gerespecteerd, maar daaraan moeten duidelijk grenzen worden gesteld.”

Interessant: een grondrecht met grenzen en die grenzen worden, blijkens de uitspraak van het Tuchtcollege, door de Nederlandse overheid gesteld. Je zou massaal, bevolkingsbreed protest verwachten tegen deze denktrant van de overheid, maar dat blijft vooralsnog uit.
Ik word om eerlijk te zijn zo langzamerhand doodziek van die overheid die het zogenaamd zo fantastisch voorheeft met onze gezondheid en de bescherming van kinderen tegen hun ouders. De verontwaardiging is bij herhaling zo ongelooflijk selectief, dat ik heb besloten eens een kleine en zeer zeker niet uitputtende bloemlezing te geven.
Hoewel het een greep is uit wat ik erover kwijt wil (ik zou nog veel meer links en gedachten kunnen en moeten delen), is het toch veel langer geworden dan ik dacht, dus zoek een plekje in de zon (goed voor je vitamine D-status) en ga er maar even voor zitten. En haak ook gerust af als het je te veel wordt; mij wordt het bij vlagen ook bedroevend veel te veel.

* De overheid, bij monde van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ), schorst en berispt drie verloskundigen die vrouwen helpen die niet gevangen willen worden in de netten van de medicalisering in de geboortezorg. De sectio’s en de ingeleide bevallingen blijven in aantallen stijgen en wekken de indruk dat hedendaagse vrouwen niet meer ongemedicaliseerd een kind ter wereld kunnen brengen. Dat is in essentie natuurlijk onzin, maar als je mensen maar bang genoeg maakt, dan kunnen ze het inderdaad werkelijk (fysiologisch) niet meer. Dat er risico’s zijn aan al dat ingrijpen, daar gaan zowel slecht geïnformeerde leken als professionals aan voorbij. Intussen wordt het onderliggende probleem, gebrek aan vertrouwen in het eigen lichaam en slechte communicatie met te vaak nog autoritaire zorgverleners, niet aangepakt.

* De overheid roept van de daken dat het belangrijk is om gezond te leven en zegt hoog in te zetten op preventie: “Alle kinderen moeten gezond en veilig kunnen opgroeien, hun talenten ontwikkelen en naar vermogen participeren in de samenleving. Ouders zijn hiervoor eerst verantwoordelijk.” Dat lezen we op de website van Captise, een organisatie die veel boodschappen van de overheid doorgeeft. Gezond en veilig kunnen opgroeien begint met responsieve zorg en gezonde voeding: borstvoeding. Nu mogen jullie raden hoe vaak het woord ‘borstvoeding’ voorkomt in de bij elkaar 300 bladzijden tekst onderaan de pagina van Captise waarin de nieuwe Jeugdwet wordt weergegeven en toegelicht. Ja…? Wat denk je…? Juist, inderdaad 0 (nul!) keer.

* De overheid zegt borstvoeding belangrijk te vinden en heeft daartoe het Voedingscentrum opdracht gegeven dit onder de bevolking te promoten. Er is een document ontwikkeld, genaamd het Charter voor Borstvoeding, dat deze boodschap moet verspreiden, maar op de homepage van deze site gaat het al mis. Men wil iedereen bekend maken met “de voordelen van borstvoeding”. I hate to break it to you: die zijn er niet. Borstvoeding is normvoeding en kunstmatige zuigelingenvoeding heeft nadelen en risico’s, maar dat lees je dan weer niet op deze site. Wél lezen we dat er stickers zijn, die zeggen: ‘Voeden kan hier’. Dat draagt natuurlijk geweldig bij aan het normaliseren van borstvoeding, dat een sticker ‘toestemming’ geeft. Mijn voorstel: maak een sticker met ‘Voeden kan hier niet’. Geen sticker? Voeden maar!
(Ook op de eigen website put het Voedingscentrum zich uit in superlatieven, alsof borstvoeding niet normaal, maar een extraatje met allerlei voordelen is. Kijk dit filmpje eens voor een andere blik hierop of lees dit artikel.)

* De overheid zegt zowel borstvoeding als de internationale WHO-code (die met minimumeisen de marketing voor moedermelkvervangers aan banden legt) belangrijk te vinden, maar de Nederlandse Warenwet is op dit punt een halfslachtige poging om weliswaar iets op te nemen, maar de kunstmatige zuigelingenvoedingsindustrie toch ook weer niet ál te zeer voor de voeten te lopen. De WHO-code is slechts ten dele opgenomen, niet integraal, zoals de bedoeling was. Overtreders van de WHO-code worden niet of nauwelijks aangepakt en kunnen rustig hun gang gaan. Hun misleiding en agressieve benadering van jonge ouders en het grote publiek kunnen ongestraft plaatsvinden, met alle gevolgen van dien voor de borstvoedingsrelatie en de borstvoedingsduur.

* De overheid zegt borstvoeding belangrijk te vinden, maar bereidt geen wetgeving voor die lactatiekundige zorg opneemt in het basispakket van de zorgverzekeraars. De zorgverlening in de meest kosteneffectieve ziektepreventie voor zowel moeder als kind is zo voor veel ouders duur. En wat belangrijker is: ouders krijgen niet het signaal dat zowel het proces borstvoeding als het product moedermelk een wezenlijk onderdeel is van goede zorg voor hun pasgeboren kind voor de korte én de lange termijn. Dat velen, met wie jonge ouders in aanraking komen, zich haasten te beklemtonen dat kunstmatige zuigelingenvoeding 'een prima alternatief' is, draagt ook niet bepaald positief bij.

* De overheid jaagt mensen de betaalde arbeidsmarkt op, ook jonge ouders, omdat de economie moet groeien en groeien en groeien, net zo lang tot de aarde kapot gegroeid is, natuurlijke rijkdom uitgeput en de wereldpopulatie en masse overspannen en van de naaste vervreemd. De overheid zegt er niet bij dat een overdaad aan onderzoek laat zien dat kinderen in hun vroege levensfase stabiele primaire hechtingsfiguren nodig hebben, mensen die tijd hebben om in alle rust bij hun kind te zijn. De overheid faciliteert ook geen royaal zwangerschapsverlof dat de ruime aandacht in die eerste jaren mogelijk maakt. De overheid creëert, kortom, barrières voor een situatie waarin het kind zich gehoord en gezien en geliefd weet, empathie kan leren, optimale morele vorming kan doorlopen en een sociaal vaardig wezen kan worden.

* De overheid wil iedereen van allerlei vaccins voorzien, want ziekte is taboe en bovendien zijn zieke mensen niet nuttig voor de arbeidsmarkt. De overheid zegt er echter niet bij dat de vaccinaties helemaal niet gratis zijn, maar worden betaald door de bevolking zelf uit potjes die via de salarissen van betaalde arbeidskrachten worden aangelegd. Onder het mom van: “We willen jullie beschermen! Waarom weigeren jullie die bescherming? Je wilt toch geen kanker krijgen of dood gaan?” wordt ons een half verhaal verteld. Luister hier maar eens naar. Waar het geld dan wél naar toe gaat…? Nou, naar de farmaceutische industrie, maar lezer, je weet toch wel dat die het beste met ons voorheeft en dat die industrie één grote filantropische instelling is?

* De overheid zegt dat vaccins belangrijk zijn en dat dankzij die vaccins ziekte wordt voorkomen. Lees hier eens een beetje of scroll naar beneden in de pagina en klik eens wat links aan. Via-via kwam ik hier terecht en vond ik het onderstaande plaatje. Studeer er maar eens op; stof tot nadenken…

* De overheid vindt het reuze gevaarlijk dat kinderen bij hun ouders in bed slapen en laat geen kans onbenut om te melden dat dat echt niet ‘mag’ (oh… beslist de overheid daarover, met wie we in één bed slapen?) en dat zorgverleners het ook ten strengste moeten ontraden, daarmee volstrekt voorbijgaand aan het begrip ‘informed decision making’ en aan het begrip ‘autonomie’. Inhoudelijk wil ik hier voor nu volstaan met een verwijzing naar twee blogs van collega Gonneke van Veldhuizen, namelijk dit en dit.

* De IGZ doet in het vonnis voor de verloskundigen de volgende uitspraak: “Daarbij heeft verweerster de wens van de ouders om geen vitamine K te geven, ondanks de rand-prematuriteit en het lage geboortegewicht, niet ter discussie gesteld. De pasgeborenen hebben derhalve geen vitamine K gekregen, hetgeen niet overeenkomstig de richtlijn ‘Vitamine K toediening bij pasgeborenen en zuigelingen’ is.” Heeft de IGZ niet gezien dat het een *richtlijn* betreft en weet ze niet dat ouders *zelf* mogen beslissen over wat hun kind binnenkrijgt? Of gaat de overheid ook ingrijpen als dat kind te veel snoep, pizza en patat verorbert en blootstaat aan sigarettenrook? En als de overheid zo bezorgd is over de vitamine-intake, waarom hanteert de Gezondheidsraad dan zulke lage doseringen voor vitamine D, terwijl er internationaal zoveel bekend is over het belang van veel hogere doseringen? Zoek een paar vrije uurtjes en kijk en luister hier maar eens naar. Vitamine D werkt zelfs preventief tegen kanker (en een hele reeks andere aandoeningen)! Maar ja… da’s wel errug goedkoop, hè, vitamine D… lang niet zoveel winst mee te behalen als met chemotherapie en weet ik welke andere therapie voor heftige ziektebeelden…

* De overheid steekt (na een treurige poging ter promotie van het laten huilen dat werd aangemoedigd door Ria Blom, Bregje van Sleuwen en Monique L’Hoir, waarbij de laatste geld opstrijkt van de kunstmatige zuigelingenvoedingsindustrie) nu geld in het opvoedingsprogramma TripleP, dat bol staat van onjuiste uitgangspunten over hoe een kind te motiveren is. Lees en luister maar eens wat Alfie Kohn erover te zeggen heeft en zie hoe belonen de keerzijde van de medaille van het straffen is. De overheid zegt er bij de introductie van programma’s als TripleP niet bij dat ze op de lange termijn niet leiden tot intrinsiek gemotiveerde en sociaal coöperatieve volwassen burgers.

“Angst is een slechte raadgever”, zegt het spreekwoord, maar angst is het kernbegrip in al deze situaties. De overheid gooit angst in de strijd: angst voor ziekte, angst voor een dood kind, angst voor gezond verstand, angst voor de levenslust van niet aan disciplineterreur onderworpen kinderen.
Waarom wordt ons geen angst voor de commerciële partijen aangepraat, die wel varen bij de verkoop van vaccins, opvoedprogramma’s, voedingsmiddelen, zonnebrandcrèmes, chemokuren, kunstmatige zuigelingenvoeding? Hebben al die commerciële partijen primair onze gezondheid op het oog, de veilige hechting van onze jongsten, of toch meer de dividenduitkeringen voor de aandeelhouders en de eigen portemonnee?

Internet zorgt dat kennis die elders in de wereld wordt verworven, gemakkelijk toegankelijk is. Waarom wordt ze niet toegepast? Waarom wordt er zo vreselijk veel, voor de lichamelijke en de psychische gezondheid gevaarlijke onzin verkocht? Waar blijft een gedegen en gepassioneerde toewijding aan CBM, Confidence Based Medicine? Ik zal me er, in het zweet des aanschijns, sterk voor blijven maken. Wie doet er mee?