Posts tonen met het label consequent. Alle posts tonen
Posts tonen met het label consequent. Alle posts tonen

woensdag 5 februari 2014

Positief Opvoeden Drenthe, deel 5

En weer is er een folder aan de beurt in de serie ‘Positief Opvoeden Drenthe’; dit keer betreft het ‘Lief samen spelen’ met als ondertitel ‘Boosheid en ruzie bij kleuters’.
Om eerlijk te zijn word ik al helemaal kriegel van alleen al de titel. Wat als hier zou staan ‘Lief samen werken’ (voor een folder op kantoor) of ‘Lief samen praten’ (voor een folder over vriendschap)? Zou je je als lezer serieus genomen voelen? En gaat het bij het spelen om wat de kinderen eraan beleven (sociaal en creatief) of om hoe de volwassenen ernaar kijken?
De inleiding zet meteen de toon: Ruzie hoort bij het leven. Ruzies oplossen ook. Dat moeten we allemaal leren, van kinds af aan. Daarom moet je al vroeg beginnen om je kleuter dit bij te brengen, want uit zichzelf kan hij dat niet. Hij heeft je daar echt bij nodig anders bestaat de kans dat hij iemand gaat slaan en pijn doet. Maar troost je, meestal blijft het bij ruzie en boosheid beperkt tot schelden, duwen en trekken, ruw met elkaar omgaan, niet willen delen, gillen of schreeuwen. Je moet dan altijd direct ingrijpen om het niet uit de hand te laten lopen. In deze folder lees je hoe je dat het beste kunt doen en ervoor kunt zorgen dat ze lief samen spelen.

Deze inleiding zit vol met aannames waarover je een boom zou kunnen opzetten.
Moet je je kleuter actief bijbrengen hoe je ruzies oplost of kan ze dat van jou afkijken, zoals zo veel dingen in het leven? Zal slaan en de ander pijn doen inderdaad hetgeen zijn waar je kleuter snel naar grijpt? Loopt het altijd uit de hand, als je niet meteen ingrijpt? Is ‘lief samen spelen’ een doel op zichzelf?
Daar lijkt het wel op, want op pagina 03 is de eerste kop: Hoe laat je ze lief samen spelen?
Volgens de folder is het ‘prijzen’ van de suggesties van de kinderen zelf daarbij een goed hulpmiddel. Ook leren delen wordt van harte aangemoedigd, al valt daarop nog wel wat af te dingen, zoals dit artikel in Kiind laat zien.

Onderaan de pagina: Zie je dat je kinderen lief met elkaar spelen, samen aan iets bouwen of samen iets delen? Zeg dan wat je zo fijn vindt en geef ze complimentjes. Ook kun je ze ervoor belonen met iets wat ze fijn, lekker of leuk vinden.
Begrijp ik nu goed dat hier wordt voorgesteld om te trachten normaal sociaal gedrag met omkoopmethoden te bekrachtigen…? Onze kinderen leerden van mij al heel jong wat chantage is: “Als jij dit… dan doe ik dat.” Eerst leerde ik ze hoe dit principe werkt en later paste ik het soms toe, om te zien of ze het herkenden. Dat deden ze, feilloos. Ze gingen vaak helemaal niet in op wat ik zei; ze zeiden alleen maar: “Chantage” en gingen onverstoord door met waar ze mee bezig waren. Ik ben blij dat ze zo jong al doorhadden hoe omkoping eruit ziet, want ze zullen nu niet snel slachtoffer worden van mensen die hen op die manier voor het eigen karretje proberen te spannen of die manipulatief zijn ingesteld.
Overigens vroeg ik natuurlijk heus wel geregeld: “Gaat het goed?”, “Lukt het?” of ik zei: “Sjonge, wat wordt dat mooi, zeg!” of “Wat een gezellige boel is het hier!” en daar kwamen dan natuurlijk uiteenlopende reacties op, inhóudelijke reacties, geen defensieve of agressieve.

Bij de tips op pagina 04 lezen we onder andere:
Geef je kind veel complimentjes als hij lief met anderen speelt.
Reageer altijd direct op ruzie en boosheid en wees altijd consequent in je reactie en de eventuele straf die je erop laat volgen als hij niet luistert.
Reageert hij goed op straf of op een pauze, laat hem dan weer doen waar hij mee bezig was zodat hij kan bewijzen dat hij je begrepen heeft.

Complimentjes? Altijd consequent? Straf? Luisteren? Bewijzen?
Ik proef in dit alles heel veel machtsvertoon, zeker ook in combinatie met de eerste alinea op pagina 05: Zeg luid en duidelijk waarmee ze moeten ophouden en vertel ze wat ze in plaats daarvan wel moeten doen. Geef ze complimenten als ze goed naar je luisteren en doen wat er gezegd wordt. Luistert je kind niet, kies dan voor een consequentie die bij de situatie past en leg uit wat je doet en waarom je dat doet. Blijven ze ruzie maken wie er op de schommel mag, zeg dan dat ze allebei niet op de schommel mogen. Laat dit gerust een kwartiertje duren en kijk dan of ze samen wel lief om de beurt op de schommel kunnen. Zo leren ze hoe het wel moet. Laten ze dit inderdaad ook zien, geef ze dan weer complimentjes. Gaat het niet goed, pas dan de consequentie weer toe, desnoods laat je dat de rest van de dag duren.

In de volgende alinea wordt een ‘pauze’ (lees: time-out) bepleit, die ertoe zou dienen het kind ‘te laten inzien dat hij fout is’, maar is dat wat er gebeurt, als een kind wordt weggetrokken uit de setting waarin ze bezig was…? Of ontstaat er ergernis of wrok over de maatregel, of schaamte over de vernedering die ze ervaart? Onder stress en dus onder invloed van cortisol kan een mens niet leren; daarvoor is een oxytocinerijke gemoedstoestand nodig, een omgeving waarin je je veilig voelt. Straf en machtsgebruik, met afzondering en genegeerd worden tot gevolg, helpen daar meestal niet bij. Dit artikel (in het Engels, met dank aan collega Linda Rikkers) stipt belangrijke nadelige effecten aan van straffen.

De folder eindigt op pagina 06 met: (…) zet hem eventjes apart in een andere ruimte. Laat hem weer binnen als hij 1 of 2 minuten rustig en stil is geweest en ga niet in op boosheid, protesteren, gehuil of gejengel. Het is lastig om dit steeds door te voeren, maar de ervaring leert dat je inzet loont. En reageert hij goed, laat hem dan weer doen waar hij mee bezig was zodat hij kan bewijzen dat hij je begrepen heeft. Gaat dat goed? Prijs hem dan en zeg hoe lief je hem vindt.
Dus wanneer je kind zich overeenkomstig jouw wil gedraagt, kan hij weer op je liefde rekenen…? Is dat ook hoe we met onze partners en onze vrienden omgaan? Jouw wil is consequent wet en als ze daaraan gehoorzamen, dan zeg je weer hoe lief je ze vindt…? Het is een triest geheel.

En de vraag is natuurlijk: hélpt deze methode werkelijk, en helpt ze beter dan een andere aanpak?
Een citaat uit de Leeuwarder Courant van 1 februari 2013 (met dank aan Gabriëlle Jurriaans):

Opvoedhulp is blijvertje, ondanks kritiek op methode

Bewijs dat het kinderen helpt ontbreekt
LEEUWARDEN - Friese ouders krijgen nog zeker drie jaar 'Positief opvoeden' aangeboden als ruggensteun. Maar het is onduidelijk of hun kinderen baat hebben bij de methode.
De aanpak van Triple P, de afkorting voor Positive Parenting Program, maakt vanuit Australië een wereldwijde opmars.
De introductie in Friesland was provinciale staten een slordige EUR800.000 waard. Als ouders gewapend worden met omgangsfoefjes en wat meer zelfvertrouwen krijgen, zou dat meer tevreden en gezeglijke kinderen kunnen opleveren. Plus een kleinere kans dat het kroost vroeg of laat ontspoort.
(…)
Triple P heet een bewezen techniek van effectieve ouderhulp te zijn, maar die typering ligt toenemend onder vuur. Schotse onderzoekers hielden vorig jaar 33 Engelstalige effectstudies tegen het licht, die positief tot zeer positief rapporteerden over het effect op de kinderen van ouders die aan Triple P waren blootgesteld.
De uitslag is schokkend. Op een na alle effectstudies blijken uit de koker te komen van auteurs of coauteurs, die zelf zakelijke of organisatorische banden hebben met het commerciële bedrijfTriple P International. In bijna alle gevallen bleef deze omstandigheid, die subjectieve omgang met data in de hand kan werken, in de publicaties onvermeld.
De Schotse meta-analyse trekt in twijfel of kinderen wel aanwijsbaar baat hebben bij Triple P. De Groninger hoogleraar psychologie Jim Coyne gaat nog een stap verder. Hij vindt dat Triple Pde ,,extravagante claim van bewezen succes'' voor een groot deel stoelt op veel te kleine steekproeven.
Zulke onderzoekjes onder vaak nog geen twintig ouders vallen stuk voor stuk positief voor de methode uit. Coyne: ,,Statistisch kan dat gewoon niet waar zijn.''
De hoogleraar vermoedt dat er wordt gerommeld met de resultaten door achteraf hypotheses te verzinnen of door selectief te publiceren en te winkelen in verkregen data. In een branche waar zo veel publiek geld omgaat, vindt Coyne dat onverantwoord.
Aan de inleiders op het Friese symposium was de kritiek donderdag niet besteed. ,,Triple P heeft de kritiek inmiddels rechtgezet'', aldus Geraldien Blokland, die de methode in de Nederlandse opvoedingsmarkt heeft gezet. (…)

En dit valt onder de veel gebruikte (of zal ik zeggen ‘misbruikte’) term ‘evidence based medicine’? Hoeveel waarde moeten we nog hechten aan dat uitgangspunt, als het op deze manier wordt ingezet?

Nee, het was niet altijd rozengeur en maneschijn bij ons thuis, toen onze vier kinderen klein waren.
Heb ik sommige van de bovenbeschreven methoden wel eens toegepast? Ja, dat heb ik. Sta ik daar nog steeds achter…? Nou, nee, niet onverdeeld achter alles. Ik herinner me situaties waarvan ik nu denk: “Had ik toen maar geweten wat ik nu weet en had ik toen maar meer geduld gehad, meer zicht op wat de kinderen en mij bewoog, zodat ik voor ons allemaal meer begrip had kunnen opbrengen.” Volgens mij is dat wat we ‘voortschrijdend inzicht’ noemen. Ik heb daarom ook geen behoefte om tegen de kinderen te zeggen: “Zus en zo was prima, want jullie zijn er toch ook niet minder van geworden?” Als we richting onze kinderen dan al ergens consequent in moeten zijn, dan lijkt mij ‘zelfreflectie’ een goede kandidaat. “Zeg, kind, ik heb er nog eens over nagedacht en bij nader inzien…” Volgens mij kun je dan als gezin en als mens heel ‘lief samen-leven’!

woensdag 22 januari 2014

Positief Opvoeden Drenthe, deel 3


De brochure die ik vandaag wil doornemen, heet ‘Goed ouderschap’ (ondertitel ‘Positieve opvoedingsaanpak van je kind’) en borduurt door op de uitgangspunten in het blog van vorige week. Het resultaat van goed ouderschap wordt in de inleiding als volgt omschreven: een gelukkig kind dat de wereld onbevangen tegemoet treedt, later minder last heeft van gedragsproblemen en goed in de maatschappij kan functioneren.
Een gelukkig kind: check; mee eens. Dat vervolgens het functioneren in de maatschappij wordt genoemd ná het voorkomen van gedragsproblemen… dat vind ik merkwaardig. Waarom kunnen we die problemen niet gewoon weglaten uit deze doelstelling? Het is in feite immers een pleonasme: wie gedragsproblemen heeft, functioneert immers niet goed en is meestal ook niet gelukkig. Bovendien… waarom in die vroegste beginfase al zo de nadruk op problemen gelegd? Helemaal niet nodig; ga gewoon uit van vertrouwen, van het aangeboren (pro)sociaal gedrag van het kind. Een kind heeft er immers ook zelf een groot belang bij om niet uit de groep te worden verstoten, want dat vermindert de overlevingskansen.

Over de aanpak: Kies gewoon de aanpak waar jullie je als ouders prettig bij voelen en waarvan je denkt dat het voor jullie goed werkt.
Ik heb eerder aangegeven dat ik bij al mijn werk door de ogen van het kind kijk. Waar is in deze tekst dat perspectief? Moet de aanpak niet juist voor het kind prettig voelen en ‘werken’ op termijn?
Heb je een partner, dan is het belangrijk dat je er samen als één team in staat.
Dit advies wordt in veel methodes benadrukt en het is waar dat het waarschijnlijk moeilijk is om als partners aan je kinderen een harmonieuze leefomgeving te bieden, wanneer je voortdurend op wezenlijke punten met elkaar van mening verschilt. Het grootste risico van er totaal anders in staan is evenwel dat op den duur de relatie waarschijnlijk geen stand houdt en eindigt of tot zoveel ruzie leidt, dat de kinderen er ernstig de dupe van worden.
Strikt één lijn trekken bij alles, ook als ouders er niet hetzelfde over denken, zal in veel gevallen echter tot gevolg hebben dat het kind zich voor een front geplaatst ziet, een ondoordringbare muur waar ze in al haar afhankelijkheid van haar ouders niet doorheen kan breken. Dat maakt haar eenzaam en geeft haar een machteloos gevoel. Dat is bepaald geen goede basis voor veilige hechting en zelfvertrouwen.

Op pagina 03 komen we weer tegen wat al eerder is genoemd: Trouwens, het perfecte kind bestaat ook niet. Dit nastreven levert alleen maar frustratie en teleurstelling op.
Wat is de definitie van ‘perfect’?

Verderop op de bladzijde: Voor sommige kinderen is het reuze spannend om de grenzen op te zoeken van wat wel en niet mag, en gaan graag de machtsstrijd met je aan. (…) Hij weet dat dit gedrag veel aandacht oplevert en gaat er daarom maar wat graag mee door.
(De taalfout is niet van mij.)
Wat een negatieve benadering! Wie introduceert hier nu de machtsstrijd… het kind of de ‘professional’ die een ‘pedagogisch programma’ promoot? En wie zegt dat een kind er ‘graag mee door’ gaat? Ziet niemand de wanhoop van een kind dat niet wordt gehoord en begrepen?
Beter is het om dit gedrag [‘goed’ gedrag, ‘lief spelen’, MVK] te belonen met aandacht en complimenten. Hiermee stimuleer en bevorder je zijn goede gedrag.
Mijn samenvatting: het is manipulatie, het is africhten. Alfie Kohn stelt (ik herhaal het nog maar eens): “Hoe meer macht je uitoefent, hoe minder invloed je hebt.” En hoe meer je beloont, hoe sterker de intrinsieke motivatie afneemt. Collega Linda Rikkers schreef er een mooi verhaal over, met als motto: "Voed jezelf op en laat je kind met rust."

Pagina 04: Als je kind fouten maakt, ongewenst gedrag vertoont of in de problemen komt, kun je dat jezelf niet aanrekenen.
Echt niet? Nooit? Is dat niet wat al te gemakkelijk en te zeer van zelfreflectie gespeend…?
Neem de verantwoordelijkheid dus niet op je, want dit belemmert je alleen maar bij een stabiele en consequente opvoeding van je kind.
Aha… Gelukkig legt de volgende paragraaf uit dat het ook niet fair [is] om een kind bij problemen en ongewenst gedrag altijd de schuld te geven. Met zulke uitspraken zou elke ouder echter het spoor bijster raken. Hoe kunnen we gedrag nu verklaren, als niemand er de oorzaak van is?

Je kind is je alles, maar daar moet je niet alles voor opofferen. Sommige ouders gaan daarin zo ver dat ze hun eigen behoefte aan rust, ontspanning, intimiteit en plezier opzij schuiven. Niet alleen kan dat de relatie met je partner schaden, het staat ook goed ouderschap in de weg. Streef daarom naar een goede balans tussen eigen tijd en ‘kinder’tijd.
Hieruit blijkt dat ‘kinder’tijd (wat is dat eigenlijk…?) dus geen ‘eigen tijd’ is en dat je tussen die twee een heldere scheiding kunt aanbrengen. Geen idee, hoe dat moet, eerlijk gezegd… Onze kinderen waren namelijk altijd een integraal onderdeel van ons leven. Ze doordrenkten de keuzes en afwegingen die we maakten, de wijze waarop we onze tijd indeelden en hoeveel tijd er voor andere zaken overbleef. Ik begrijp nu dat we met die leefwijze veel hebben ‘opgeofferd’ (wij zeggen altijd: geïnvesteerd) en dat we heel ver zijn gegaan omwille van het welzijn voor onze kinderen…? Vreemd misschien, maar het zijn juist die jaren en hoe we ze invulden, waarvan ik nooit spijt zal krijgen. Ze hebben de relatie met mijn partner én met onze kinderen juist geweldig sterk gemaakt.

Pagina 04/05: Er zijn ouders die ongewenst gedrag niet aanpakken omdat ze denken dat het gewoon een fase is die vanzelf wel over gaat. Deze ouders zoeken niet naar de oorzaak noch naar een oplossing en vergroten bij hun kind daarmee de kans op ernstig(r) gedragsproblemen.
Er zit een rare kronkel in deze tekst in relatie tot de rest van de folder. In de folder worden namelijk allerlei zaken aanbevolen (machtsstrijd, bepaalde vormen van gedrag negeren, prijzen en belonen), die niet het probleem, maar het symptoom bestrijden, die de intrinsieke motivatie van het kind ondermijnen en die daarmee juist gedragsproblemen in de hand werken. Het is me daarom niet duidelijk wat er met deze passage wordt bedoeld.

De rest van pagina 05 behandelt een aantal zaken waarop ik in het vorige blog al heb gereageerd, zoals dat opvoeden energie kost, dat je niet ‘teveel’ van jezelf moet eisen en dat de perfecte ouder en het perfecte kind niet bestaan.

Pagina 06 staat vol met aanmoedigingen om je kind te belonen, te prijzen en te complimenteren (laatste twee zijn verbaal belonen) wanneer het ‘doet wat je zegt’. Heel deze bladzijde, maar in feite de hele serie brochures, gaat over het bekrachtigen of uitdoven van gedrag. Er wordt niet of nauwelijks aandacht besteed aan de emotionele, psychologische of fysiologische oorzaken van het kinderlijk gedrag en evenmin aan de empathische en zodoende ook morele en ethische vorming van het kind. Ik vind dit uitermate zorgelijk, want juist die laatste twee aspecten bepalen voor een groot deel of het kind later als volwassene ‘goed in de maatschappij kan functioneren’, wat volgens de inleiding het resultaat van ‘goed ouderschap’ is.

Op pagina 07 lezen we: Probeer zoveel mogelijk met die ontwikkeling [van het opgroeiende kind] mee te groeien. Zorg dat je kennis altijd up-to-date is. Lees goede informatie over ouderschap en opvoeding en blijf praten en ideeën uitwisselen met familie, vrienden en andere ouders.
Ook deze alinea voelt weer zeer tegenstrijdig aan, want dat een behavioristische focus niet per se tot de meest empathische volwassene leidt… dat is wetenschappelijk bekend, maar wordt niet belicht en de folder biedt dus geen up-to-date informatie. De adviezen in de folders gaan juist sterk uit van het belonen bij gewenst en van ‘love withdrawal’ bij ongewenst gedrag. Je kind je liefde onthouden door bijvoorbeeld te negeren, is sociale uitsluiting; die geeft net zo veel pijnprikkels in het brein als fysieke pijn. Worden ouders daarover wel bijgepraat, als ze deze folders lezen…? Ik vrees van niet…

woensdag 15 januari 2014

Positief Opvoeden Drenthe, deel 2

Afgelopen week schreef ik de inleiding tot de blogserie over ‘Positief Opvoeden Drenthe’ met daarin een eerste analyse. Vandaag volgt deel 2 in de serie; daarin staat de brochure ‘Een leukere ouder in 10 stappen’ (ondertitel ‘De kracht van positief opvoeden’) centraal. Als altijd pak ik de meest opvallende punten eruit, waarmee niet gezegd wil zijn dat ik onverdeeld enthousiast ben over de rest van de tekst.

De folder is net als die van vorige week één A4 met aan de achterkant een opsomming van punten.
Punt 1.: Opvoeden kost veel energie. Zorg dus ook goed voor jezelf. Kun je rusten, doe het dan ook. Laat de boel de boel en doe iets wat je ontspant.
Kost opvoeden veel energie… of kost het zorgen voor een ander mens, zeker wanneer die volledig van jou afhankelijk is, veel energie? Ik zou zeggen: het laatste. Wanneer je in die eerste jaren goede zorg levert en een goed voorbeeld geeft, is daarmee een groot deel van de ‘opvoeding’ al gedaan.
Dat de folder begint met een beschrijving die de indruk wekt dat het primair een zware klus is, dat ‘opvoeden’ van je kinderen… dat vind ik niet geen al te bemoedigende formulering.
En nog veel treuriger vind ik dat in deze opsomming de ouder weer bovenaan staat; waar is de focus op de behoeften van het kind?

Punt 2. stelt: Prijs je kind zo vaak mogelijk bij goed gedrag. Je zult dan zien dat ze zich steeds vaker goed gaan gedragen.
Hier springt opnieuw de behavioristische aanpak in het oog. De opvoeding dient blijkbaar gericht te zijn op ‘goed gedrag’ (definitie ontbreekt…) en dat kun je bewerkstelligen door je kind te conditioneren. Leeft er onder dat vernislaagje bij je kind echter ook de overtuiging dat het ‘vereiste’ gedrag zinvol of wenselijk is? Is juist dát niet wat je kind nodig heeft om prosociaal gedrag te blijven vertonen, ook als er geen ouderlijk toezicht is? Dat vereist intrinsieke motivatie en die blijkt, zoals Alfie Kohn in zijn boek ‘Punished by Rewards’ laat zien, alleen maar af te nemen bij voortdurende materiële of verbale beloning.

Punt 3.: Een knuffel, een kus, op schoot een aai over de bol, je kind vindt het altijd fijn en kan er geen genoeg van krijgen.
Kinderen gedijen inderdaad op liefdevolle aanraking en het klopt dat je ze daarmee niet kunt verwennen. Elders in andere uitgaven wordt echter betoogd dat je het kind bij ‘ongewenst gedrag’ (definitie ontbreekt…) juist je liefde en aandacht moet onthouden. Dat schept verwarring; dat is niet ‘consequent’, zoals op andere plekken met klem wordt geadviseerd.

Punt 4., 5. en 6. en 10. zijn een herhaling van dezelfde punten op de vorige brochure (regels stellen, perfecte ouder en kind bestaan niet, aanmoedigen en complimenteren, ruimte in huis maken voor lekker spelen). Ten aanzien van ‘streng en consequent opvoeden’ is dit overigens een mooie link. Klik ook vooral door naar het stuk onder het woord ‘Vonk’.

Punt 7.: Blijf altijd rustig bij vervelend gedrag. Zeg dat je kind ermee moet stoppen en maak hem of haar duidelijk hoe het wel moet. Prijs je kind als het doet wat je zegt.
Hier lijkt geen twijfel te bestaan over de vraag of dat wat je als ouder zegt tegen of eist van je kind, boven elke discussie verheven is. Jouw wil is wet, blijkbaar, en tegen dat uitgangspunt maak ik bezwaar, want hier wordt geen enkele overlegmogelijkheid ingebouwd. Ook wordt hier niet onderzocht wat de oorzaak is van het gedrag dat de ouder niet bevalt. Er wordt aan symptoombestrijding gedaan (stoppen) in plaats van aan probleemonderzoek en -oplossing.
En nog een punt van belang: maakt het wat uit wat de opvoeder zegt over wat het kind moet doen? Of is het volstrekt irrelevant wat je verlangt en moet je kind je gewoon klakkeloos gehoorzamen? Dat idee van ‘Befehl ist Befehl’ heeft op vele momenten in de geschiedenis niet tot zulke goede resultaten geleid. Autonome denkers die vragen blijven stellen, zijn een uiterst noodzakelijke factor om een samenleving blijvend goed te laten functioneren. Onze kinderen worden, sneller dan we ons kunnen voorstellen als ze 0 of 3 of 10 zijn, een volwassen onderdeel van die samenleving. Wat verwachten we van hen? Welke eigenschappen zien we graag ontwikkeld in ons nageslacht? Kijk maar eens naar de derde slide van de presentatie van socioloog Henk de Vos, die hij op 13 januari in Eelde gaf. Daar zien we een rijtje eigenschappen die ouders als belangrijk opgeven; de bovenste drie, de drie die de hoogste prioriteit krijgen, zijn zo ongeveer precies het tegenovergestelde van wat met TripleP/POD wordt bepleit. Het voorbeeld van de ouders doet immers volgen? Wanneer zij worden aangemoedigd zeer beperkt rekening te houden met de behoeften van hun kind, maar haar afschilderen als een kleine machtswellusteling die je kort moet houden… wat kunnen ze dan verwachten van het verantwoordelijkheidsgevoel, de autonomie en de empathie van hun kroost?

Punt 8.: Maak tijd voor je zoon of dochter en geef je kind aandacht. Lees voor of doe samen wat leuks en leg daar je krantje of andere bezigheden even voor opzij.
Even…?  En wat is de definitie van ‘iets leuks’…? Is samen bezig zijn met van alles in de keuken of samen boodschappen doen niet net zo goed iets leuks als samen lezen of een spelletje doen? Heel veel hangt af van de wijze waarop de volwassene de activiteit aangaat en deelt met het kind.

Punt 9.: Vertel je kind hoe je dag was en vraag wat hij of zij allemaal heeft gedaan.
Begrijp ik hieruit dat het kind eerst moet luisteren naar wat *jij* als ouder hebt gedaan en pas dán zelf aan de beurt is…? Over welke leeftijdsgroep spreken we hier? Andermaal wordt de ouder op de eerste plaats gezet en moet het kind haar beurt afwachten. Hoe jonger het kind, hoe groter het belang om ruimte te bieden voor spontane ontboezemingen, waarin het kind niet hoeft te wachten tot de verhalen uit de wereld van de volwassene zijn verteld. Je bent als ouder in de beginjaren de coregulerende factor: je bevredigt de behoeften van je kind en je kind leert daardoor de eigen behoeften te reguleren (zelfregulatie). Dit fysiologische feit hoort basiskennis te zijn voor zorgverleners en opvoeders: stressregulatie begint met coregulatie. Dát is de manier waarop de HPA-as tot een juist afstelling kan komen en ook later in het leven adequaat kan werken. Lees hier maar eens (in het Engels, scroll bijvoorbeeld naar ‘Stress and Disease’), wat de HPA-as voor invloed kan hebben, of hier.
Naar mijn mening heb je als ouder ten opzichte van je kind primair plichten (of taken of verantwoordelijkheden, zo je wilt) en veel minder rechten, maar ik heb de indruk dat dit in veel settings en in veel ‘opvoedmethodes’ vloeken in de kerk is. Het blijkt een heel moeilijke uitspraak te zijn, want het motto is vaak: “Het moet wel leuk blijven”, “Ik wil ook tijd voor mezelf hebben”, “Ik heb zelf ook een leven!”. Dit is ook wat de folders ademen: “Hoe houd ik ondanks mijn kind, mijn eigen leven leefbaar?”
Lees voor de aardigheid dit stuk eens, getiteld ‘Apenkunstjes’. Of lees dit artikel, eveneens van de hand van Gabriëlle Jurriaans, over de miljoenen die met het opvoedprogramma gemoeid zijn. Is dat wat we willen met onze kinderen, dat ze opzitten en pootjes geven om het ons gemakkelijk te maken? Willen we hun voorleven dat onvoorwaardelijkheid niet bestaat en dat ze zich overeenkomstig onze eisen moeten gedragen om onze liefde te verdienen? Mijn antwoord daarop is een helder ‘nee’. Nu nog kijken hoe we deze methode de wereld uit krijgen. Dat is een hele kluif, want ik heb nóg elf folders liggen en het schijnt dat er op de cb’s binnenkort alléén nog maar deze folders mogen liggen… zucht. Arme kinderen, arme ouders, arme samenleving…

Zo dadelijk heb ik een gesprek met iemand van de organisatie die deze folders mede uitgeeft. Ik ben benieuwd waar we op uitkomen!