dinsdag 12 juni 2018

Het bed delen met je baby en (on)verantwoord(elijk) gedrag, deel 2


Afgelopen donderdag schreef ik hier over wat mij op 31 mei was overkomen voor de deur van De Meervaart in Amsterdam, waar die dag een Kraamcafé werd gehouden. De reden dat ik daar was, was hetgeen er op het programma stond die dag. Dit is een deel van de tekst van het programma:
Het minder voorkomen van dat waarvoor wordt gewaarschuwd, namelijk wiegendood, wordt aangegrepen als reden voor een scholing erover. Tegelijkertijd weten we niet werkelijk hoeveel kinderen er bij de ouders in bed slapen, gedrag dat vaak als één van de belangrijkste factoren bij wiegendood wordt gepresenteerd. Een hypothese: stel dat er 15 kinderen bij de ouders in bed slapen en er zijn 15 gevallen van wiegendood (dit is ongeveer het jaarlijkse aantal in Nederland). Als er geen verklaringen worden gevonden voor hun overlijden, dan zou je kunnen stellen dat het sterftecijfer of de kans op wiegendood bij het slapen in één bed 100% is.
(Dit is trouwens niet zeker: de essentie van wiegendood (vanwaar die naam?!) is dat er *geen* oorzaak voor het overlijden wordt gevonden. Als het kind dus door verstikking zou zijn overleden, is het *wel* babysterfte, maar *geen* wiegendood. Voor de realiteit maakt het geen verschil, want het kind is gestorven en dat is een tragedie, hoe het overlijden ook wordt genoemd. Voor de wetenschap en de voorlichting maakt het echter wél verschil, omdat sterfte door wiegendood en sterfte door een bekende oorzaak verschillende grootheden zijn, die een andere aanpak vereisen.)
Nu een andere hypothese: stel dat er 15.000 kinderen bij de ouders in bed slapen en er zijn 15 gevallen van wiegendood, overlijdens waarbij geen andere oorzaak wordt gevonden. In dat geval is de kans op wiegendood door samen slapen maximaal 0,001% (want er kunnen nog steeds andere oorzaken zijn, maar we weten het niet: dat is immers de essentie van wiegendood, een *niet bekende oorzaak*). En zo kunnen we doorgaan: nemen 100.000 ouders hun kinderen bij zich in bed en sterven er 15 waarvoor geen andere oorzaak kan worden gevonden, dan is het risico 0,00015%.
Het verschil tussen beredeneren en ervaren, tussen analyseren en voelen
Mijn punt: hoe gevaarlijk het is om baby’s bij de ouders in bed te laten samen, weet je pas als je *exact* weet hoeveel kinderen dat doen en hoeveel kinderen *daardoor* sterven. Je moet zeer zorgvuldig alle mogelijk relevante factoren in beeld hebben, anders kun je er geen zinnige uitspraak over doen. Als je niet helder hebt om hoeveel baby’s het gaat en of de baby kunstvoeding kreeg, of de ouders hadden gerookt, gedronken, medicijnen hadden genomen, hadden geblowd of onveilig beddengoed hadden gebruikt… dan weet je simpelweg niet wat de grootste factor was in het sterven van het kind. En met al dat dreigen kun je er vanuit gaan dat veel ouders niet heel enthousiast zijn om te vertellen dat hun kind (al dan niet regelmatig) bij hen in bed slaapt. Ze zullen bij vragen daarover gemakkelijk geneigd zijn een sociaal wenselijk antwoord te geven: ‘Baby slaapt in eigen bed.’

Overigens werd in het NOS-item van een aantal maanden geleden betoogd dat 25% van de gevallen van wiegendood kinderen betreft die bij de ouders in bed lagen (zie dit blog). Het blijft verbazingwekkend dat *niemand* op het idee komt om te vragen waar die andere 75% dan liggen. Als dat kinderbedden zijn… zijn die dan niet véél gevaarlijker dan het ouderlijk bed? En als er een trend wordt benoemd dat kinderen steeds vaker bij de ouders in bed liggen, terwijl er tegelijkertijd wordt gesignaleerd dat de wiegendoodcijfers dalen… wat moet daarvan dan de conclusie zijn? Kan het zijn dat ouders steeds beter in staat zijn om zich goed te laten informeren over hoe ze veilig met hun kind samen kunnen slapen, zodat ze ook in de nachtelijke uren het kind zowel fysiek een veilige plek kunnen geven als psychisch en emotioneel een gevoel van veiligheid kunnen bieden? Dat laatste, zo heeft de wetenschap inmiddels onomstotelijk aangetoond, is namelijk cruciaal voor hoe een kind opgroeit tot volwassene, voor de mate waarin een mens de eigen stress kan reguleren, zichzelf kan beheersen en empathie voor een ander kan opbrengen. Zonder een diepgeworteld gevoel van veiligheid en eigenwaarde zijn deze laatste dingen heel moeilijk. De kans is dan veel groter dat mensen hun frustraties afreageren op een ander, dat ze anderen agressief tegemoet treden, dat ze niet goed tot rustig overleg in staat zijn, dat ze hun emoties niet kunnen beheersen.

Daar ligt ook een deel van de basis van de controverse over dit onderwerp. Het zou interessant zijn uit te zoeken hoe felle tegenstanders van samen slapen zélf sliepen toen ze kind waren. Hoe hebben hún ouders het nachtelijk ouderschap vormgegeven? Mochten ze bij bange dromen bij papa en mama in bed kruipen? Werden ze opgepakt en gevoed en getroost toen ze als baby huilmomenten hadden? Moesten ze al snel ‘zelfredzaam’ zijn of mochten ze uitproberen en falen, zonder dreiging en chantage? Werd gehoorzaamheid afgedwongen of werd zelfstandigheid gekoesterd, zodat ze stapsgewijs kon groeien? Was het genot van lichamelijk contact een moeilijk onderwerp, voorbehouden aan bepaalde relaties, of een vanzelfsprekendheid, geuit met knuffels en omhelzingen en samen tot rust komen? Er zijn zooooo veel vragen denkbaar en een goed begin erbij is reflectie: “Hoe ben ik groot geworden? Hoe gingen de belangrijke volwassenen in mijn omgeving met mij om? Hoeveel veiligheid heb ik als kind ervaren en hoe veilig voel ik mij nu bij mijn naasten? Hoe werd er macht uitgeoefend en hoe tracht ik zelf macht uit te oefenen? Werd ik gezien en gehoord toen ik klein was? Word ik gezien en gehoord nu ik volwassen ben? Hoe is mijn zelfbeeld?” Wanneer je onder ogen moet zien dat je deze vragen op een verdrietige wijze moet beantwoorden, volgt vaak een periode van rouw. Als je nu wél een veilige sociale omgeving hebt, kun je die rouw een plaats geven en werken aan je herstel en aan je vaardigheden om empathisch en geduldig met anderen om te gaan.

Daarmee is de cirkel rond. Ik stond in Amsterdam ‘Slapen met je baby’ uit te delen omdat eerlijke en empathische informatievoorziening belangrijk is, omdat kraamverzorgenden daarin aan het begin van een nieuw mensenleven een waardevolle rol kunnen spelen, én omdat de praktijk heeft uitgewezen dat ze vaak niet breed worden geschoold op dit punt van samen slapen. De meneer van de organisatie die mij belaagde, was een voorbeeld van hoe zaken uit de hand kunnen lopen als je jezelf niet in de hand hebt.
Behalve veel vragen zijn er ook veel oorzaken van het agressieve gedrag denkbaar; dat neemt echter niet weg dat je als volwassene verantwoordelijk bent voor je eigen gedrag. Ik ben daarom vandaag bij het politiebureau geweest om met de dienstdoende agent te overleggen over wat de beste aanpak is van deze gebeurtenis, aangezien ik van anderen hoorde dat deze man zich vaker zo gedraagt. De wijkagent zal bij hem langs gaan en nogmaals laten weten dat zijn handelwijze verwerpelijk is, hoe irritant hij het ook moge vinden dat ik daar sta. Dat is nu eenmaal een vrijheid die we hebben in een democratische samenleving, dat je een ander geluid mag laten horen dan het dominante of meest gepraktiseerde, en dat je daarvoor mag demonstreren. (En een eventuele volgende keer zal ik zorgen dat ik precies dáárvoor, voor een demonstratie, de juiste procedures doorloop!) Ik hoop dat een bezoek van de wijkagent hem op de één of andere manier tot reflectie zal brengen, dat hij anderen in zijn omgeving heeft met wie hij kan overleggen, die hem kunnen bereiken en die hem kunnen laten zien dat er betere manieren zijn om met andere meningen en tegenslagen om te gaan dan schreeuwen en schelden, razen en tieren en andermans spullen beschadigen.
Ik zei tegen iedereen aan wie ik een boek gaf: ‘Ik heb een cadeautje voor je; veel plezier ervan in je werk!’ Dat hoop ik oprecht, dat kraamverzorgenden ouders ondersteunen bij alles wat nieuw is in het leven met een pasgeboren baby, zeker ook bij het nachtelijk ouderschap. Voor velen is dat immers een intense uitdaging en tegelijkertijd zó belangrijk voor hoe een baby de wereld ervaart. Wanneer we leren wat een baby voor die veiligheid nodig heeft, zullen we beter in staat zijn ons eigen gemis te herkennen. Als we die rouw verwerken, hoeven we de boosheid erover niet door te geven en dáárvan wordt de wereld dan écht een stuk veiliger!

donderdag 7 juni 2018

Het bed delen met je baby en (on)verantwoord(elijk) gedrag, deel 1


Vorige week rond deze tijd, donderdag 31 mei, was ik thuis aan het bijkomen van een trip naar Amsterdam die me erg heeft geschokt en me veel te denken heeft gegeven. Ik was bij De Meervaart in Amsterdam agressief bejegend door iemand die mijn actie, het uitdelen van ‘Slapen met je baby’ aan kraamverzorgenden, niet kon waarderen. Hij was door anderen opgetrommeld, kwam met zijn auto voorrijden, stapte met een dreigende lichaamshouding uit en trok meteen van leer. Hij voer tegen mij uit, hanteerde zonder mij iets te vragen of met mij te overleggen meteen schuttingtaal, schopte tegen mijn spullen aan, gooide mijn banner over straat, tilde de doos met boeken op en kwakte die een eindje verder weer neer, en al die tijd bleef hij schreeuwen en schelden, razen en tieren tegen mij. Of het mijn aanwezigheid voor de deur van ‘zijn’ evenement was dat hem zo nijdig maakte of het onderwerp waar ik voor stond… daar ben ik nog niet uit. De twee opties haken op een bijzondere manier in elkaar. Toch vind ik het uitermate pijnlijk dat de organisator van een studiedag voor kraamverzorgenden, die worden geschoold over hoe ze jonge gezinnen een zo gezond en liefdevol mogelijke start kunnen geven, zó tekeer gaat tegen iemand die over exact dát onderwerp iets uitdeelt. Hoe kunnen we dat duiden?

In één bed slapen met degene van wie je waanzinnig veel houdt, het lichaam van die ander dichtbij weten, armen om je heen voelen, je bewust zijn van het feit dat je niet alleen bent… de meeste mensen zullen zich er zeer goed een voorstelling van kunnen maken. Voor volwassenen is het een soort vanzelfsprekendheid dat ze met hun partner in één bed slapen, uitzonderingen daargelaten. Voor baby’s is het echter afwachten of ze ’s nachts kunnen rekenen op de nabijheid van hun moeder, die hen met haar borsten van hun basale voeding en van troost en veiligheid voorziet. Voor baby’s luidt het overheersende devies van veel zorgverleners jegens ouders kort samengevat: ‘Neem je kind niet bij je in bed, want daar gaat het dood!’ Tamelijk kras, maar hier komt het op neer; geen uitleg, geen nuance, geen context, en vooral: geen aanmoediging tot het onderzoeken van de vele manieren waarop je met elkaar de nacht kunt doorbrengen en tot het bereiken van een geïnformeerde beslissing. Gewoon ronduit verbieden: dat wordt het ‘veiligst’ geacht.

Op veel andere terreinen zien we dat verbieden niet werkt; degene die het verbod krijgt opgelegd, wordt hooguit zwijgzamer en vooral ook slinkser om zo te zorgen dat het verboden gedrag niet wordt waargenomen, dat de ‘dader’ niet wordt ‘betrapt’. Het werkt daarmee geen verbinding in de hand, maar vernedering, geen vertrouwen, maar verwijdering. Het stimuleert geen dialoog, maar bevestigt een (al dan niet terecht vermeend) autoriteitsverschil. De verbieder leeft in de veronderstelling macht te hebben over de ander en die ander iets te kunnen opleggen. (Zelfs als dit tijdelijk waar is… hoe lang zal die macht duren?) Tegelijkertijd wordt gedreigd met de consequenties van het negeren van het verbod: ‘Je mag niet te laat thuiskomen van het feestje, anders mag je morgen niet weg’, ‘Je mag je schoolwerk niet op de tweede plaats zetten, anders komt er niks van je terecht’, ‘Je mag geen koekje, anders word je te dik’, en dus deze: ‘Je mag je baby niet in bed nemen, anders zal die dood gaan.’Afbeeldingsresultaat voor anti bedsharing campaign


Wat zegt ons dat over de visie van de verbieder op de medemens? Waarom is er zo’n honger naar die machtspositie? Wat veroorzaak die drang tot intimidatie, tot emotionele chantage, tot straffen? Waar komt het wantrouwen vandaan? Wie heeft de verbieder, vaak al in de kindertijd, op zodanige wijze behandeld dat die nu, als volwassene, denkt dat dit een effectieve, motiverende handelwijze is die de onderlinge relatie verstevigt? En hoe denkt de verbieder dit soort sanctie- en dreiggedrag tot in lengte van jaren vol te houden? Waarom krijgen ouders voor het vervoer van baby’s in auto’s wél heldere instructies over stoeltjes en chauffeursgedrag in plaats van het vervoer te verbieden? Waarom krijgen jongeren wél seksuele voorlichting, zodat seks letterlijk en figuurlijk veilig verloopt, aangezien we weten dat verbieden niet helpt? Waarom gebeurt dat in het algemeen niet bij coslapen? Waarom roept een baby in het ouderlijk bed zóveel controverse op?

Veel vragen… waarop niet zo eenvoudig een antwoord te formuleren is. Ik heb me er afgelopen week weer het hoofd over gebroken, vanwege de bovengenoemde ervaring bij De Meervaart. Net als in 2013 was ik daarheen gegaan om aan de bezoekers van het Kraamcafé een exemplaar van ‘Slapen met je baby’ uit te reiken. Het programma van het Kraamcafé maakte duidelijk dat er opnieuw een podium zou worden geboden aan een paar sprekers van wie ik weet dat ze faliekante tegenstanders zijn van het ouderlijk bed als slaapplaats van baby’s. De argumenten die vóór een dergelijke slaapgewoonte pleiten, worden systematisch genegeerd, de risico’s van onveilige manieren van bedding-in worden uitvergroot, terminologie wordt onzorgvuldig gehanteerd en woordgebruik laat een neiging tot emotionele chantage zien. De ‘dode-baby’-kaart, zoals die wel wordt genoemd, wordt gretig getrokken. Geen enkele ouder wil haar of zijn kind verliezen, dus de dreiging daarmee, alsof het een onvermijdelijk gevolg van het gekozen slaapgedrag is, is heftig. Vaak zoeken ouders daardoor alternatieven voor het in bed nemen van het kind die veel gevaarlijker zijn dan het weloverwogen veilig maken van de slaapomgeving. Zo is ’s nachts slaperig in een stoel zitten met een baby in je armen een heel onveilige toestand, net als slapen met een baby op een bank die daarvoor niet is ontworpen.
Uitdeelactie in 2013, met dezelfde banner als in 2018

Ik snap wel dat het irritant kan zijn, dat je een evenement organiseert en dat er ‘tegengeluiden’ van dat wat je sprekers binnen gaan betogen, direct buiten voor de deur te horen zijn, maar zijn agressie en vernielzucht daarop dan het adequate antwoord? Ter plekke heb ik me gedeisd gehouden, maar ik voelde mij zeer bedreigd. Ik stond te trillen op mijn benen, het hart klopte me in de keel en het zweet brak me uit. Omdat ik geen eigenrichting wens te plegen, heb ik de politie gebeld, zodat die mij kon beschermen tegen verdere en fysieke escalatie. Het is treurig dat het zover moest komen en ik heb daarom afgelopen week nagedacht over de vraag hoe ik hierop zou kunnen reageren. Daarover zal ik dinsdag meer vertellen.

(Hier kun je 'Slapen met je baby' bestellen!)

dinsdag 13 februari 2018

Nieuwsuur over bedding-in, deel 4: mailwisseling met journalist

Via de onderstaande mailwisseling kunnen jullie een idee krijgen van de totstandkoming van de Nieuwsuur-reportage over bedding-in, gemaakt door Siebe Sietsma. Zijn e-mailgegevens heb ik verwijderd; de inhoud van zijn berichten onderschrijft hij en mag ik gebruiken, zo heeft hij aangegeven. Ik laat graag het oordeel aan jullie zelf!
Hiermee sluit ik deze serie af, al zal het onderwerp ongetwijfeld wel weer eens voorbijkomen!

*****

Van: Siebe Sietsma
Verzonden: zondag 4 februari 2018 11:47
Onderwerp: Fwd: bv

Beste Marianne,

Graag reageer ik op je blog over mijn reportage over bedding in.

Ons vertrekpunt qua toon is de zorg die artsen en kraamverzorgers uitspreken over een toename in samen slapen (nog weer wat anders dan co-slapen).
Onbekendheid met de risico's bij ouders speelt daarbij een rol. Maar ook goed geïnformeerde ouders laten hun kind nog in bed slapen, bijvoorbeeld omdat ze niet willen / het zielig vind dat het huilt. De cijfers uit Engeland zijn enkel de kapstok geweest om naar Nederland te kijken (we trekken daaruit geen andere conclusies dan dat het daar tot discussie leidt).

Artsen en kraamverzorgers hebben een heel helder verhaal, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek: kinderen liggen het veiligst in de wieg, en alle varianten in bed of aan bed brengen meer gezondheidsrisico's met zich mee.
Niet doen dus. Het feit dat samen slapen óók voordelen heeft, bijvoorbeeld qua hechting, doet daar niets aan af. Dat hebben we voorrang gegeven.

Vriendelijke groeten,

Siebe Sietsma
Nieuwsuur

*****

Verzonden: zondag 4 februari 2018 15:54
Aan: Siebe Sietsma
Onderwerp: Fwd: bv; reactie Marianne

Beste Siebe,

Hartelijk dank voor je bericht! Fijn, dat je de moeite hebt genomen te reageren.
Helaas gaat er in je antwoord hetzelfde mis als in je reportage: veel aannames, geen onderbouwing, een zichtbaar gebrek aan achtergrondkennis en een normatieve conclusie.
Ik heb twijfels over de vraag of jullie je realiseren wat je aanricht onder jonge ouders, door zo te werk te gaan. Je voedt angst en angst is een slechte raadgever.
Het zou hetzelfde zijn als wanneer je tegen jongeren zou zeggen:
'Onbekendheid met de risico's van onbeschermde seks bij jongeren speelt daarbij een rol. Maar ook goed geïnformeerde jongeren nemen nog wel risico's met seks, bijvoorbeeld omdat ze zich seksueel geprikkeld voelen / behoefte hebben aan fysieke liefde. Het veiligst is gewoon om geen seks te hebben, want dat brengt gezondheidsrisico's met zich mee. Niet doen dus. Het feit dat seks ook prettig en gezond kan zijn, doet daar niets aan af.'
Of dit: 'Onbekendheid met de risico's van het vervoeren van een baby in de auto speelt daarbij een rol. Maar ook goed geïnformeerde ouders nemen nog wel risico's met hun baby in de auto, bijvoorbeeld omdat ze ergens naar toe moeten / haast hebben. Het veiligst is gewoon om geen baby's in auto's te vervoeren, want dat brengt gezondheidsrisico's met zich mee. Niet doen dus.
Het feit dat auto's praktisch zijn, doet daar niets aan af.'
Hoe klinkt je dat in de oren...? Is dat de meest effectieve benadering om met seks om te gaan en de veiligheid rondom seks te vergroten, of om het vervoer van baby's in auto's veilig te maken?
Het antwoord moge helder zijn: nee. Beide voorbeelden laten zien wat ook voor bedding-in/bedsharing geldt: het *gebeurt gewoon*, wat wie er ook over zegt, dus licht mensen goed en eerlijk voor, zodat ze weten wat ze kunnen doen om op een zo veilig mogelijke manier met zaken om te gaan.

Het antwoord van de arts en de kraamzorginstelling *klinkt* wel helder, maar is het niet. Het is simplistisch, paternalistisch en tendentieus.
De hele reportage trekt een rookgordijn op dat iedereen het zicht en de adem beneemt. Ik vind dat een blamage voor de publieke omroep en het tast zeer de geloofwaardigheid van een programma als Nieuwsuur aan. De gezondheid en het welzijn van jonge kinderen zijn cruciaal voor hun fundamentele fysiologie en stressregulatie, voor een gezonde psychoneuroimmunologische ontwikkeling.
Het arsenaal aan wetenschappelijk onderbouwde argumenten die vóór coslapen pleiten afdoen met 'gezellig' en 'vinden het zielig' geeft werkelijk geen pas. Het is een treurige manier van framen van juist vaak uitzonderlijk gemotiveerde ouders. Het aspect 'hechting' is niet zomaar een 'modedingetje'; er is waanzinnig veel onderzoek over de impact van onveilige
(angstige-afwerende/vermijdende/gedesoriënteerde) hechting op het latere leven. Ook hierover zijn bibliotheken volgeschreven; voor de basis ervan kun je terecht bij John Bowlby, grondlegger van de hechtingstheorie.
Als je me je adres stuurt, stuur ik je een exemplaar van mijn boekvertaling (stikvol referenties!) van James J. McKenna, mondiale autoriteit op het gebied van coslapen, en dan spreek ik daarna graag een keer met je af.

In dat boek kun je dan ook lezen hoe het zit met de terminologie (die vaak zeer slordig wordt gehanteerd en daardoor zinvolle uitspraken en vergelijkingen onmogelijk maakt):
Cosleeping (in het Nederlands: samen slapen) is een *overkoepelende* term voor alle vormen waarbij een kind op zintuiglijke, armlengte afstand van de ouders slaapt.
Rooming-in: het kind ligt op de kamer van de ouders, in hetzelfde bed, in een eigen bed of in een cosleeper.
Bedding-in of bedsharing: het kind slaapt in het bed van de ouders, op hetzelfde slaapoppervlak.
Cosleeper (het type bedje Alexander Otto): het kind ligt op een eigen slaapoppervlak in een bedje dat naadloos aan het ouderlijk bed vastzit.

Ik hoor graag van je en zal een exemplaar voor je klaarleggen; dat kan dan op de post zodra ik je adres heb!

Met vriendelijke groet,

Marianne Vanderveen-Kolkena IBCLC, BSc
Borstvoedingscentrum Panta Rhei
Lactatiekundige en antropoloog

*****

Van: Siebe Sietsma
Verzonden: zondag 4 februari 2018 17:42
Aan: Info Bvc Panta Rhei
Onderwerp: Re: bv; reactie Marianne

Beste Marianne,

Dank voor het bericht. Ik wil geen eindeloze discussie aangaan, en we kunnen verschillende opvattingen hebben over onze berichtgeving. Maar ik ben het echt met je oneens als je zegt dat wij op basis van aannames berichten.
Wetenschappelijk onderzoek door medici is het uitgangspunt voor onze berichtgeving, en we hebben ons ook gebaseerd op gangbare meest recente adviezen voor ouders van pasgeboren kinderen, zie verder mijn vorige mail.
Dat lijkt me de meest verantwoorde manier, aangezien verkeerde informatie kan leiden tot ernstige ongelukken. Verder heb ik ook al aangegeven dat er inderdaad ook voordelen zijn van samen slapen (bv. hechting). Daar ga je in je reactie aan voorbij.

Dank voor het aanbod van het boek, mag ik het beleefd afslaan?

Vriendelijke groeten,

Siebe Sietsma

*****

Van: info@borstvoedingscentrumpantarhei.nl
Verzonden: zondag 4 februari 2018 18:33
Aan: Siebe Sietsma
Onderwerp: Fwd: bv; reactie Marianne

Beste Siebe,

Dank voor je reactie, die ik tamelijk teleurstellend vind.
Je lijkt niet bereid om wetenschappelijk onderzoek met een volledig andere conclusie tot je te nemen, zelfs niet als het je heel gemakkelijk wordt gemaakt.
Dat is naar mijn idee helemaal geen verantwoorde manier; dat is volstrekte eenzijdigheid.
Ik zou verwachten dat je als journalist nieuwsgierig bent naar hoe het kan dat andere wetenschappers (van mondiale faam) tot een totaal andere conclusie komen.
En áls je dan al conclusies van een arts noteert, dan moet dat uiteraard wel correct gebeuren. Dat heb je op twitter niet gedaan; je citaat c.q. interpretatie was niet juist.
Ik heb gereageerd, maar nog geen antwoord van je gezien.

Wat je zegt, is waar: verkeerde informatie kan leiden tot ernstige ongelukken. Daar hebben jullie nu zelf aan bijgedragen.
Je nóemt de hechting wel (overigens heeft gedrag in lijn met de biologische blauwdruk geen voordelen, maar heeft afwijken daarvan risico's en nadelen, maar dat terzijde), maar je doet die af als ondergeschikt. Daarmee doe je aan heel veel zaken geen recht. Ik heb geprobeerd daarover wat toelichting te geven, maar daar ga je niet op in.
Je gaat ook niet in op de twee analogieën die ik heb gegeven over informatievoorziening en veiligheid en de effecten van paternalistische benaderingen.
Al met al komt je mail op mij als volgt over: 'Ik ben er nu wel klaar mee en ik wil geen andere invalshoek horen of bestuderen, zelfs niet als ik een boek daarover gratis kan krijgen.'
Dat lijkt me strijdig met de NOS-missie die ik in het begin van mijn blog heb genoemd en waaraan jij je, neem ik aan, ook moet conformeren. Desalniettemin maak jij uiteraard zelf de keus of je je in het onderwerp wilt verdiepen (zij het dan dat achteraf natuurlijk te laat is...).

Ik neem aan dat je volledig achter je onderstaande twee mails staat? Het is niet ondenkbaar dat ik de inhoud daarvan zal gebruiken voor een blog.
Het lijkt me wenselijk dat het brede publiek een idee kan krijgen van hoe de NOS te werk gaat en op welke manier zo'n reportage tot stand komt.
Iemand vroeg al naar wat je had gezegd, maar ik gaf aan jou eerst de kans te willen geven je nader in het onderwerp te verdiepen en op mijn mail in te gaan.
Dat laatste heb je nu gedaan en je lijkt de discussie te willen sluiten; klopt dat...? Mocht je nog iets willen toevoegen aan of nuanceren in je reactie, dan hoor ik het graag.
Ik betreur dat je de discussie sluit. Ik zou denken dat de NOS haar taak van eerlijke en gebalanceerde informatievoorziening serieus neemt. Dat heeft ze met deze reportage zeker niet gedaan en ik vind dat eerlijk gezegd een blamage. Met een groot bereik komt ook een grote verantwoordelijkheid.
Dit is wat de website zegt over Nieuwsuur: 'Nieuwsuur wordt gemaakt door de taakomroepen NTR en NOS en brengt onafhankelijk, onpartijdig en ongebonden achtergronden bij het nieuws.'
Deze reportage was niet onpartijdig; er was een vooropgestelde boodschap die men/jij wilde overbrengen, en niet de intentie om beide kanten van de medaille te laten zien, zodat ouders afwegingen kunnen maken.
Ik ga ervan uit (ja, dat is een aanname... correct me if I'm wrong) dat het de bedoeling was om de veiligheid te vergroten; dat gebeurt helaas niet met deze benadering.

Ik hoop dat je nog reageert, maar ik houd er rekening mee dat je daarvan zult afzien.

Met vriendelijke groet,

Marianne

*****

Van: info@borstvoedingscentrumpantarhei.nl
Verzonden: zondag 4 februari 18 23:16
Aan: Siebe Sietsma
Onderwerp: RE: bv; reactie Marianne

Hallo Siebe,

Ik reageer even tussen je tekst met **...

-----Oorspronkelijk bericht-----
Van: Siebe Sietsma
Verzonden: zondag 4 februari 2018 20:13
Aan: Info Bvc Panta Rhei
Onderwerp: Re: bv; reactie Marianne

Hoi Marianne,

De twee analogieën die je gebruikt vind ik niet sterk: bij seks en autorijden is het risico op de dood extreem klein - en ook binnen die context lijkt het me trouwens verstandig alle mogelijke veiligheidsmaatregelen te nemen.

**Zeker, veiligheidsmaatregelen nemen! Dat is precies wat we bepleiten, en wat iets heel anders is dan verbieden! Dat is namelijk wat zorgverleners doen: verbieden, taboeïseren, wegzetten als onverantwoord.

Overigens is het risico bij bedsharing ook heel klein, al kan mevrouw Engelberts niet zeggen hoe klein (of hoe groot), zolang ze niet weet hoeveel ouders hun kind in bed nemen. Zoals ik in mijn blog stel:

'Even simpel: als vijf ouderkoppels hun kind in bed nemen en die vijf kinderen overlijden, is het risico 100%. Als er 500.000 ouderkoppels hun kind in bed nemen en er overlijden vijf, dan spreken we over een risico van 0,001%. Da’s nogal een verschil.'

Mevrouw Engelberts 'denkt' dat het toeneemt, maar ze heeft blijkbaar geen (betrouwbare) cijfers, anders had ze zeker gezegd: 'We weten uit onderzoek dat het toeneemt.'

Als journalist ben ik inderdaad nieuwsgierig. Maar je kunt niet verwachten dat ik bij een onderwerp gemaakt in een dag een boek tot me neem en ook nog evt. van toepassing zijnde wetenschappelijk onderzoek. Daarbij merk ik nog op dat de praktijk in de VS niet zomaar van toepassing is in Nederland: door armoede en slechte behuizing is samen slapen daar vaker een noodgedwongen oplossing. In Nederland is het weer vaker een bewuste keuze.

**Een bewuste keuze verkleint het risico aanmerkelijk, maar juist als er sprake is van noodzaak, is het des te belangrijker om ouders te informeren over hoe ze het veilig kunnen doen, zoals je in landen waar het water vervuild is, extra uitleg moet geven over hoe mensen besmetting met ziektes in dat water kunnen voorkomen. Hoe hoger het risico (waardoor dan ook), hoe *groter* de noodzaak van gedegen informatie.

Wat de mogelijkheden tot voorbereiding betreft: als je het niet verantwoord kunt doen en een 'scaremongering' item is het resultaat... is dat dan hoogstaande journalistiek, of is het 'laag-bij-de-grond'?

Zoals Stevo Akkerman vandaag uitlegde in zijn lezing hier in Assen: er is veel waarvan we kunnen zeggen: 'Het klopt wel, maar het deugt niet.' Het klopt wel dat een goede voorbereiding veel tijd kost, maar dat je die voorbereiding onvoldoende pleegt en dan angst creëert... dat deugt niet. (En helaas is er in je item ook nog veel wat inhoudelijk niet klopt.)

Daarom leun ik op de expertise van bijv. de bijzonder goed ingevoerde dr. Engelberts, zeker als haar opvattingen worden gesteund door andere experts.

**Dr. James McKenna is een nog veel beter ingevoerde expert en zijn opvattingen worden ook door heel veel experts gesteund, op grond van enorm veel onderzoek en stapels publicaties als resultaat.

Zie ook het werk van een andere mondiale grootheid, namelijk dr. Helen Ball en haar vakgroep in Durham (waar een prachtig sleep lab is, waar ik een paar jaar geleden nog was): https://www.isisonline.org.uk/ .

Een filmpje als dit https://www.facebook.com/culturacolectivaplus/videos/2077317248952394/ is een super bondige samenvatting van enorm veel onderzoek van de laatste decennia (waarin ACEs, epigenetica, eigenschappen van de HPA-as en neurologische impact op breinanatomie een grote rol spelen). Dat ouders zoeken naar manieren om hun kind niet te laten huilen (en wat is een betere manier dan de troost van de primaire hechtingsfiguur, zeker als die lacterende borsten heeft), is dus een wetenschappelijk verantwoorde aanpak. Ik kan je papers sturen van zowel McKenna als Ball.

Als je wilt kun je mijn mails gebruiken in je blog of elders. En mocht ik me nog eens verder willen verdiepen in het onderwerp, dan maak ik graag alsnog gebruik van het boek dat je me aanbood.

**Ik wacht het af!

Onderzoeksjournalistiek behelst meer dan even snel een itempje maken, zonder je rekenschap te geven van wat daarvan de consequenties zijn voor degene die je interviewt of degene die je reportage ziet.

Het innerlijk kompas, waarover Stevo vandaag sprak, zou je kunnen doen besluiten om te zeggen: 'Ik weet nog niet genoeg; ik moet me er meer in verdiepen voordat ik dit naar buiten breng.'

Natuurlijk kun je aanvoeren dat je vastzit in het systeem van 'snel, snel, snel', maar dat is nu precies waar Stevo's boek (net als dat van Joris Luyendijk, 'Dit kan niet waar zijn') bezwaar tegen maakt.

Hij stelt dat de systemische structuren de individuele moraal (dat innerlijk kompas) om zeep helpen en sprak in dat kader over de journalistieke plicht om misstanden en onjuiste informatie door te prikken.

Daar heb je een prachtkans laten liggen. Dat is zowel praktisch als ethisch een treurige kwestie, zowel voor de doelgroep van de reportage als voor je eigen beroepsgroep.

Mijn collega's en ik blijven er alles aan doen om ouders eerlijke informatie te geven en we moedigen de 'grassroots approach' in ouderschapskwesties van harte aan.

Ik zal je taggen in de volgende delen van mijn blog, zodat je geïnformeerd blijft.

Vriendelijke groeten,

**En weer terug,



Marianne

Siebe