Posts tonen met het label doorslapen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label doorslapen. Alle posts tonen

woensdag 19 februari 2014

Positief Opvoeden Drenthe, deel 7

Baby’s en slapen… Ouders met baby’s en slapen… het is en blijft een hot topic in de wereld van opvoeding en ouderschapsadviezen. Afgelopen zaterdag heb ik daar al het één en ander over gezegd in mijn blog en vandaag pak ik één van de folders erbij die door Positief Opvoeden Drenthe zijn uitgegeven over dit onderwerp. De titel is ‘Slaap kindje slaap’ met als ondertitel ‘Lekker slapen bij baby’s’. Hé… nu ik naar die ondertitel kijk, moet ik eigenlijk wel glimlachen… ‘slapen bij baby’s’… dat is een goed idee! Eens kijken of de strekking van de folder daadwerkelijk een aanbeveling is om lekker bij je baby te slapen. Ik heb zo’n idee dat we bedrogen gaan uitkomen…

De meeste kinderen zijn nog maar net geboren of ze vallen alweer in slaap. Het is een belangrijk onderdeel in hun jonge leventje en als ouder wil je niets liever dan je kindje lekker te laten slapen. Daarvoor is het belangrijk dat je baby een vast slaapritme ontwikkelt. Makkelijk inslapen, ’s nachts verder slapen na het wakker worden, het is het eerste leerproces in een mensenleven. Deze folder helpt je bij het ontwikkelen van dat slaapritme en zorgt ervoor dat je zoveel mogelijk kunt genieten van je baby, ondanks dat jouw slaapritme ook verandert.

Wel, het begint weer gezellig, met een opeenstapeling van misvattingen, mag ik wel zeggen.
Willen ouders niets liever dan dat kun kind lekker slaapt? Of willen ouders dat hun kind zich prettig voelt bij alle activiteiten, waarvan slapen er één is?
Wie zegt (en toont aan!) dat het ontwikkelen van een vast slaapritme heel belangrijk is in de vroege levensfase? En voor wie is dat belangrijk… voor de baby of voor het dag- en nachtritme van de ouders, dat door de komst van de baby liefst niet verstoord moet raken?
Inslapen en ‘doorslapen’ zijn NIET, ik herhaal NIET de eerste leerprocessen in het leven. Het eerste leerproces van een baby om te overleven is het maken van sociaal contact met de primaire verzorgers en vervolgens het leren drinken aan de borst. Inslapen is überhaupt geen leerproces; inslapen is iets wat gebeurt als een baby moe is en zich veilig voelt. Ook ’s nachts verder slapen na wakker worden gaat vanzelf als een kind zich gekoesterd en geborgen weet.

Baby’s zijn net volwassenen.
Dit is een denkfout. Baby’s zijn volwaardige mensjes en ze kennen emoties die inderdaad een zelfde soort uitwerking op hen hebben als die emoties hebben op een volwassene (zoals angst, geluk en tevredenheid). Met hun onrijpe brein zijn ze echter bepaald niet vergelijkbaar met een volwassene. Het cruciale feit dat het cognitieve deel van het brein nog lang en lang niet is volgroeid, maakt dat baby’s een wezenlijk andere behoefte hebben aan troost en bevestiging van hun veiligheid dan grotere kinderen en volwassenen. Ze zijn nog niet tot zelfregulatie in staat en hebben dus de coregulatie van een groter lichaam nodig. Dit heeft grote consequenties voor hoe we ze verzorgen en wat we ze bieden ten aanzien van hun slaap.
Geconstateerd wordt in de folder dat kinderen heel verschillend zijn. Het is dan ook moeilijk om hier richtlijnen voor te geven. Zo is dat, dus laten we dat dan ook maar niet doen.
Ieder kind heeft zijn eigen leerproces, maar ze hebben allemaal wel hetzelfde doel: langer slapen ’s nachts, en minder overdag.
Dit is helemaal geen doel; het is misschien het doel van de ouders (of van de schrijvers van deze folder), maar het is niet het doel van het kind. Dit is gewoon wat er gebeurt, als een kind de kans krijgt zich overeenkomstig het normale patroon te ontwikkelen; het is geen doel.

Vanaf drie maanden zien we steeds meer baby’s zes uur achter elkaar doorslapen en rond een half jaar slapen de meeste baby’s de hele nacht door.
Gewoontegetrouw stel ik de definitievraag: wat is ‘de hele nacht’ en wat is ‘doorslapen’? Vrijwel geen volwassene ‘slaapt de hele nacht door’. Of is de definitie: ‘gedraagt zich zodanig dat de ouders er niet door gestoord worden’?
Dan een bijzondere tussenkop op pagina 03, ook al is al gesteld dat je voor het slapen geen richtlijnen kunt geven:
Lekker slapen doe je zo
Er lijkt dus een truc te zijn die je kunt toepassen.

Je wilt genieten van je kind. En genieten doe je het meest als jezelf ook uitgerust bent.
(De spelfout is niet van mij.)
Ik krijg de kriebels van dit soort formuleringen: een kind is geen gadget dat jou vermaak biedt. Daarnaast proef ik polarisatie in deze zin, een ‘jij vs. ik’-sfeer. Waarom staat hier niet iets als: “Om goed te functioneren en om de onderlinge communicatie gedurende de dag prettig en geduldig te laten verlopen, heb je allemaal je rust nodig.”
Genieten van je kind doe je het meest als jezelf ook blijft genieten van het leven. Neem daar dus gewoon de tijd voor.
Blijkbaar is ‘genieten van het leven’ gedefinieerd als ‘dingen zonder je baby doen’.

Pagina 04:
Je kindje slaapt het lekkerst op zijn rug en op een stevig matras.
Kan dat worden onderbouwd? Is dat aan baby’s gevraagd?

Bij jou in bed laten slapen, heeft een aantal nadelen. Je baby kan onder het dekbed terecht komen, tussen jullie in bekneld raken, en er is een grotere kans op wiegendood. Verder slapen kinderen onrustiger bij hun ouders in bed en loop je de kans dat je baby na verloop van tijd niet meer terug in de eigen wieg wil.

Tsja… waar zal ik beginnen?

In de eerste paar maanden na de geboorte is het goed om regelmaat aan te brengen in de eet- en slaaptijden.
Weer: wie zegt dat, dat dat belangrijk is? En vanaf welk moment gaan we baby’s in dat ritme persen?
Pagina 05: Na het wakker worden de voeding, spelen en rondkijken, en vervolgens weer op bed leggen bij de eerste tekenen van vermoeidheid. Zo leert je baby dat hij wakker op bed wordt gelegd en zelf in slaap moet vallen.
Wakker in bed leggen… dat is in veel methodes helemaal ‘in’ tegenwoordig. Dus als je van de voeding bij mama aan de borst heerlijk bedwelmd bent geraakt, moet je eerst weer wakker worden? Je mag niet in haar armen of aan haar borst verder slapen? Je *moet* in je eigen bed? En als iedereen het nou heerlijk vindt, al die lichamelijke nabijheid… wat zijn dan de goed onderbouwde bezwaren?
En dat ‘zelf in slaap vallen’, dat is ook zo wat… je valt toch altijd zelf in slaap? Dat kun je niet uitbesteden!

Je baby gaat langer slapen en je kunt na verloop van tijd de nachtvoeding afbouwen. Houd dit ritme vast en probeer te voorkomen dat de slaaptijden van je baby worden verstoord.
Na verloop van hoeveel tijd? Het is heel normaal als een baby nog lange tijd, tot een jaar of anderhalf of langer zelfs, ’s nachts wat bevestiging nodig heeft. Borstvoeding kan die prachtig en snel bieden.
Hoe de fysiologie van voeden, veiligheidsbeleving en slaap in elkaar zit… daarover ontbreekt behoorlijk wat kennis, zo laat de volgende alinea op pagina 05 zien:
Veel ouders wiegen hun kindje in slaap en leggen hem dan in bed. Dat klinkt vertederend, maar kun je beter niet doen. Is je kindje erg overstuur of huilerig, dan kun je een beetje wiegen of schommelen om het in slaap vallen makkelijker te maken. Maar in slaap vallen is in principe iets dat hij zelf moet leren. Leg hem daarom het liefst wakker in bed, en verlaat de kamer. Valt je baby in slaap tijdens het voeden, ga dan niet door maar leg je kindje op bed. Als dit vaker gebeurt, vervroeg dan de eettijden om in slaap vallen te voorkomen.

Ook op pagina 06 staat nog allerlei droevigs, maar mijn blog is alweer aardig lang, dus nog even naar pagina 07 en 08.

Na zijn voeding gaat hij meestal weer rustig slapen. Zo niet, dan kun jij of je partner hem een beetje wiegen, een speentje geven, hem strelen of zachtjes tegen ‘m praten om hem kalm te krijgen.
Waarom wordt hier niet geopperd om nog weer of gewoon wat langer te voeden? Dát biedt een baby wat hij nodig heeft: voeding, warmte, troost, veiligheid. Een speen is daarvoor een inferieur alternatief en kan in de vroege fase de borstvoeding verstoren. Bovendien kosten al deze technieken vaak veel meer energie en tijd van de ouders; die moesten toch zorgen zelf zo goed mogelijk uitgerust te zijn…?

Bij de tips:
Probeer je kindje altijd wakker in bed te leggen en voorkom dat hij in jouw aanwezigheid in slaap valt.
(…) Ga daarom ook nooit te snel naar je kindje toe als hij ‘s nachts wakker wordt, maar geef hem even de ruimte om zelf weer in slaap te vallen.
Betekent dit dat je een baby moet laten huilen…? Ik kan het niet opmaken uit de tekst en vind er ook geen waarschuwing in tégen laten huilen.

Tot slot, op pagina 08:
Het is van belang dat ze dit [zelf in slaap vallen] zelf aanleren. Na drie tot zes maanden is de nachtvoeding niet echt meer nodig en kun je ermee stoppen. Je kindje kan nog wel wakker worden, maar hij wil dan eerder aandacht dan voeding. Het is dan aan jou om te beslissen wat je doet. Ga je nog even door met de nachtvoeding of niet.
Dit klinkt mij niet in de oren als een warm pleidooi voor borstvoeding in de nacht, terwijl dat ook de aandacht en troost geeft die je kind nodig heeft.

De sfeer van de folder is andermaal dat je ervoor moet zorgen dat je kind je zo snel mogelijk niet meer nodig heeft en zich behoorlijk gedraagt, want anders roep je allerlei ellende over jezelf af.
Lees dit eens en luister ook naar wat Darcia Narvaez te zeggen heeft over de zorg voor baby’s (vooral 2.50-3.52 minuten), ook in de nacht. Of doet wetenschappelijk inzicht er niet toe en is de behavioristische visie leidend…?

zaterdag 25 januari 2014

Gedraag je (naar je soort)!

Eerder deze week kreeg ik van een collega dit artikel toegestuurd. Er staan mooie dingen in, zoals dit: “The close contact between mother and young is a defining feature of mammals.” A defining feature… dat betekent zoveel als ‘een eigenschap die karakteristiek is voor de soort’.
“The mother’s physical presence and provision of species-typical postpartum behavior supports growth and thriving of mammalian young.” De moeder is dus dichtbij en laat gedrag zien dat bij haar soort hoort (en levert melk die bij haar soort hoort!), als gevolg waarvan de jongen groeien en gedijen.
© Anna Vanderveen

“Research in nonhuman mammals, mainly rodents, has shown that early maternal contact is accompanied by biobehavioral processes that promote physiologic and behavioral development and have an impact on the infants brain systems that manage stress and enhance social adaptation. Early maternal deprivation, on the other hand, exerts lifelong negative effects on offspring. Being
a mammal therefore implies that the brain is not fully formed at birth, and maturation of systems that enable adaptive functioning in the world are gradually acquired through close contact with an
alert, responsive mother, albeit to varying degrees across species.”
Dit zijn grote uitspraken: de biologische gedragspatronen die moeder en kind samen laten zien, zijn van invloed op de ontwikkeling van de fysiologie en het gedrag en ook op de hersensystemen die voor stressregulatie zorgen en die de sociale vorming ondersteunen. Een zoogdierbaby kan dus niet zonder haar moeder, want dat blijkt levenslange, negatieve gevolgen te hebben.

Dat is natuurlijk precies de reden waarom ik me zo druk maak over de richtlijn excessief huilen en het opvoedprogramma TripleP, dat in mijn provincie Positief Opvoeden Drenthe heet. Beide methodes doen namelijk allerlei aanbevelingen die erop gericht zijn het kind de zaken in haar eentje te laten opknappen. Ze moet zichzelf redden, moet bij huilen ‘tot zichzelf komen’ en mag niet ‘te afhankelijk’ zijn. Het zijn wonderlijke gedachtegangen en onlangs gaf ik aan iemand die mij allerlei vragen over mijn werk stelde, weer eens een paar analogieën ten beste.
Stel je voor… je hebt een kind van vier, vijf maanden en je zegt: “Nou, ik heb dit kind nu vier, vijf maanden steeds moeten dragen. Het zal tijd worden dat ze zelf gaat lopen.”
Stel je voor… je hebt een kind van zeven jaar en je zegt: “Nou, ik heb nu zeven jaar lang dit kind van eten en drinken en kleren voorzien. Het zal tijd worden dat ze het zelf regelt.”
Stel je voor… je hebt een kind van vijftien jaar en je zegt: “Nou ik heb nu vijftien jaar het schoolgeld betaald en kost en inwoning verschaft. Het zal tijd worden dat ze op zichzelf gaat wonen en in haar eigen onderhoud voorziet.”
Geen van deze scenario’s zal als realistisch worden beschouwd. De ouder die dit met klem poneert en met gretige inzet tracht te verwerkelijken en het kind bestraft als het in de gegeven opgave niet slaagt, zal vermoedelijk bij het AMK worden gemeld wegens mishandeling en geestelijke of fysieke verwaarlozing. De sociale omgeving zal er schande van spreken en er zullen maatregelen volgen. En volkomen terecht, mag ik wel zeggen.







Wat is in dezen nu het wezenlijke verschil met de ‘eisen’ die door veel zorgverleners en ouders worden gesteld aan pasgeboren baby’s die op tijd worden geboren of nog indringender… die veel te vroeg worden geboren? Waarom moeten die zelfredzaam zijn, acht of tien uur aan een stuk doorslapen, zonder borstvoeding kunnen en zichzelf kunnen vermaken, op een leeftijd waarop ze daar fysiek, psychisch en neurologisch nog niet aan toen zijn?
Zoals het onderzoek zegt (en zoals veel meer literatuur aangeeft): Being a mammal therefore implies that the brain is not fully formed at birth, and maturation of systems that enable adaptive functioning in the world are gradually acquired through close contact with an alert, responsive mother, albeit to varying degrees across species.
Niet ieder zoogdierjong heeft haar moeder even hard nodig, maar de mens is een draagzoogdier en mensenbaby’s vallen dus in de categorie waarin de jongen echt niet zonder hun moeder kunnen (ik ga er daarbij vanuit dat de baby bij de eigen moeder drinkt) en in ieder geval niet zonder volwassene die lichaamscontact en geruststelling biedt.
Dat betekent dat baby’s in een couveuse niet zo goed af zijn, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd: “Je kunt gerust naar huis gaan; je kind is hier in de couveuse met alle apparatuur op de beste plek.” Dat is niet het geval, hoe pijnlijk dat wellicht ook is om te horen. De beste plek is het moederlichaam (primaire hechtingsfiguur, met borsten en melk) of het partner-/vaderlichaam (secundaire hechtingsfiguur).

Ik wil in die context graag een mogelijk controversiële stellingname poneren: in je rol als ouder heb je naar je kind toe voornamelijk plichten en veel minder rechten, met name in de eerste jaren van het leven van je kind. De geboorte van zo’n afhankelijk mensje vergt donders veel van ouders. De tijden van zomaar de deur uitlopen en met niemand rekening hoeven houden, zijn voorbij. En zelfs als je thuis bent met je baby, kun je niet ongestoord van alles en nog wat doen zoals je dat gewend was. Je zult een ander ritme moeten vinden.
In extreme mate geldt dat wanneer een baby veel te vroeg wordt geboren. Het beroep van je kind op jou is dan niet minder (omdat het in het ziekenhuis ligt), maar gróter (omdat het zo ongelooflijk kwetsbaar is). Je kind leeft niet meer aan de goede kant van je buikwand (binnenin), maar aan de buitenkant. De afstand zou echter nog steeds minimaal moeten zijn, oftewel: creëer huid-op-huidcontact en geef je eigen melk, want kunstmatige zuigelingenvoeding is een risico voor je kind. Lees dit blog van collega Linda Rikkers maar eens voor een aantal ontluisterende praktijken.
Het belang van die non-stop beschikbaarheid van primaire en secundaire hechtingsfiguren, het belang van borstvoeding, het belang van een autonome aanpak door de ouders die zich niet laten vangen in de protocollen van het ziekenhuis, maar in het belang van hun kind de grenzen opzoeken en verleggen… ze vormen samen vaak geen gemakkelijke weg. De boodschap van ‘Koester je kleintje’ roept soms dan ook verzet op, zoals onderstaand citaat laat zien:
Er staan ook dingen in die me tegen de borst stuiten. Niet alleen over borstvoeding (ik ben het absoluut met je eens dat borstvoeding de eerste keus is voor elke pasgeborene, maar het is niet de enige mogelijkheid. Ik ben van mening dat je een ouder ook moet steunen als het kind flesvoeding krijgt: als er geen borstvoeding is of als je het niet kunt opbrengen om te kolven, is er gelukkig een alternatief: flesvoeding. Donormelk is ook niet altijd het juiste alternatief: een baby van 30 (zwangerschaps)weken verdraagt misschien de melk van een moeder van een kindje van een half jaar helemaal niet: moedermelk past zich immers aan aan de behoefte van het kind? Dat staat tenminste ook in je boek: ”Moedermelk is dynamisch, want je lichaam maakt het aan voor precies jouw baby in precies die fase van haar ontwikkeling.”  Daarnaast denk ik niet dat kunstvoeding risicovol is, het is natuurlijk wél dat moedermelk bescherming biedt en dat een kind immuniteit kan opbouwen door het drinken van moedermelk en die beschermende stoffen mist een kunstgevoed kind. Maar dat wil niet zeggen dat er in de kunstvoeding risicovolle stoffen zitten.
Ik zal je een ander voorbeeld geven. Op pagina 24 staat dat je je kind tenminste een uur op de borst moet houden, dat het mondje niet mag worden uitgezogen… Prachtig, een ideaal. Maar bij (extreem) prematuren lang niet altijd mogelijk: hoe vaak moet een kind niet meteen worden geïntubeerd? En ja, het zou mooi zijn als dat op de borst van het de moeder zou kunnen gebeuren, maar dat is lang niet altijd mogelijk en tijd om in discussie met je arts te gaan is er niet (als je daar emotioneel gesproken al toe in staat zou zijn).

In deze hartenkreet lees en hoor ik verdriet en teleurstelling en opstandigheid, maar helaas hier en daar ook gebrek aan correcte informatie. Hopelijk kan het bovengenoemde artikel, net als ‘Koester je kleintje’, helpen om het tekort aan informatie op te heffen en misinformatie te voorkomen.
En als afsluiter wil ik jullie de slotopmerking van de onderzoekers niet onthouden:
Finally, it would be important to test whether for any human infantpremature or born at termif enhancing the mothers uninterrupted presence and full bodily contact during the neonatal period may help reduce the high levels of unregulated stress, sleep disturbances, and cognitive difficulties observed in so many of todays children.

Revolutie!

(Hoewel ‘Koester je kleintje’ primair is bedoeld voor ouders van een te vroeg geboren kind, kan ik het alle ouders en zorgverleners van harte aanbevelen voor een diepgaand begrip van de ontwikkeling van onze kinderen!)