Posts tonen met het label autonomie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label autonomie. Alle posts tonen

donderdag 18 december 2014

Zelfbeheersing

Wel, dat was even bikkelen de laatste weken… zozeer zelfs, dat het blog er vorige week bij in is geschoten! Dat gebeurt me niet vaak, maar vorige week lukte het werkelijk niet.
Ik had al mijn aandacht nodig voor een essay dat ik moest schrijven. Zowel bij het op papier zetten als bij het erover nadenken leverde me dat heel wat hoofdbrekens op. Kan het echt zo moeilijk zijn, dat ik er de woorden niet voor kan vinden…? Ja, ik raakte innerlijk in de knoop.

Het essay ging over het boek dat we met het schrijfpracticum hadden gelezen, getiteld ‘Veiled Sentiments’. Het gaat over een bedoeïenengemeenschap, de Awlad ‘Ali, in het noordwesten van Egypte. Deze samenleving is heel specifiek georganiseerd: overerving verloopt via de vaderlijke lijn (patri-lineair) en gehuwde paren wonen op de lokatie van de vader (patri-lokaal). In veel gevallen betekent dat dat vrouwen hun eigen bloedverwanten moeten verlaten bij hun huwelijk, omdat ze vanaf dat moment horen bij de lijn van (de vader van) hun echtgenoot. De organisatiestructuur is zo strikt, dat wanneer een huwelijk spaak loopt en vrouwen weggaan, ze hun kinderen min of meer ‘kwijtraken’, want die behoren aan de lijn van hun eigen vader toe. De vrouw kan dan teruggaan naar haar eigen bloedverwanten, maar dan zal ze haar kinderen niet of nauwelijks meer zien. Dat is een heftige aangelegenheid en dus proberen vrouwen zo veel mogelijk hun huwelijk overeind te houden. Nou is dat op zich natuurlijk een goed idee, maar niet alleen voor vrouwen en ook niet om de reden dat ze anders hun kinderen niet meer mogen zien. Ook hier doemt weer de vraag op in hoeverre bepaalde regels ten dienste staan van het belang van de kinderen of dat ze vooral in het leven zijn geroepen om de belangen van de ouders, of in dit geval van de vaders, te behartigen. Ik vind dat lastige kwesties en al snel in het boek worstelde ik daarmee.

Het werd er met het vorderen van de pagina’s echter niet beter op. Een kernaspect van het boek is dat mannen en vrouwen op hun eigen manier aan hun eerbaarheid kunnen werken. Voor mannen kan dat door zelfbeheersing te ontwikkelen en door zo veel mogelijk autonomie te verwerven en dus te zorgen dat je vrij bent van de overheersing door anderen. Bij elkaar valt dit onder de term ‘agl en het creëert morele superioriteit. Daar voel ik dan al nattigheid, want het kan dan niet anders dan dat er vervolgens ook een groep is die moreel inferieur is (zonder het één kan immers het ander niet bestaan). En ja, dat is ook zo: vrouwen kunnen helaas zo’n staat van ‘agl niet bereiken. Zij zijn moreel inferieur, want het feit dat ze menstrueren en zwanger worden, laat zien dat ze geen zelfbeheersing hebben: “Women’s association with nature is seen as a handicap to their ability to attain the same level of moral worth as men” (p. 124), “Women’s monthly menstruation commemorates the fall into earthly sin” (p. 130) en “Childbirth (…) is considered polluting” (p. 132). Hun lichaam gaat met ze aan de haal en ze kunnen deze twee processen die zo nauw aan de voortplanting zijn verbonden, niet onder controle houden.

Toen had ik het even gehad met het boek. Het onderwerp dat voor mij bijna heilig is en zoveel ontzag en bewondering en respect afdwingt (namelijk het dragen, baren en zogen van een kind)… dat zou een bewijs zijn van gebrek aan zelfbeheersing en dus een rechtvaardiging inhouden voor het moreel inferieur verklaren?! Dat wil er bij mij niet in. Dat druist in tegen alles wat ik de voorbije twintig jaar heb geleerd over hoe een mens gelukkig wordt, wat een minimensje nodig heeft om tot een gebalanceerde volwassene uit te groeien, en hoe belangrijk daarbij de rol van het moederlichaam is als bron van troost en warmte en veiligheid en voeding.
De tranen sprongen me erbij in de ogen: zo wordt er dus gedacht in sommige samenlevingen. Wat betekent dat voor het opgroeien van de kinderen? Wat betekent dat voor het zelfbeeld en de autonomie en de gelijkwaardigheid van vrouwen? De kantlijnen van het boek staan bij bepaalde passages vol met boze bliksemschichten, chagrijnige smiley’s en uitgesproken uitroeptekens.

Maar ja… ik ben antropoloog (in wording) en ik mag daarover geen oordeel hebben. Ik moet, in ieder geval in deze fase, uitsluitend observeren, registreren, analyseren en beschrijven, zorgvuldig beschrijven en me van persoonlijk commentaar onthouden. Wie mij een beetje kent, weet dat dat voor mij als zorgprofessional met activistische trekjes niet meevalt. Bij het voorgaande essay waren er ook al dingen in beeld gekomen waarbij ik een link zag met de fysiologie, met het vroege begin, met de babytijd als oorzaak van latere ellende. Ik heb dat aspect ingevoegd in mijn tekst en… dat kostte punten. Ik moet me op dit moment gewoon echt nog beperken tot de stof en daar een goed samenhangend verhaal over schrijven. Ik voelde me met al mijn boosheid over zoveel gebrek aan respect voor het vrouwelijke dan ook zeer bewust zeer onbekwaam als antropoloog. “Ik wil hier niet over zwijgen! Ik wil er wat over zeggen! Ik vind hier iets van!” Nu is de kern van een studie natuurlijk dat je jezelf een leeropgave geeft. In leerprocessen is het lang niet altijd het verwerven van specifieke kennis wat de meeste moeite kost. Soms loop je vooral aan tegen je eigen houding of overtuigingen of manieren van aanpak. Ik was me daar wel van bewust en dus besloot ik aan mijn eigen ‘agl, mijn eigen zelfbeheersing te werken.

Toen ons in de werkgroep werd gevraagd wat we van het boek vonden, was bijna iedereen lovend over de eerste helft die gelezen moest zijn: “Heel mooi, heel goed geschreven, heel interessant!” “Marianne, hoe ver ben jij en wat vind jij ervan?” Ik had de vraag verwacht en had me thuis voorgenomen dat ik er niets over zou zeggen: “Ik heb het boek uit en ik laat het op me inwerken; ik wil er nog niets over kwijt nu.” De docent kende me inmiddels goed genoeg en was verrast: “Oh? En euh… de schrijfstijl of de strekking?” “Nee, ik zeg er nog even niks over.” “Okay, prima”, zei ze, en ik voelde dat ze me oprecht ruimte liet voor deze keuze, al vermoedde ik ook dat een uitspraak met een stevige mening vermoedelijk minder verrassing had opgeleverd.

De week erna moest iedereen het boek uit hebben en ging de analyse verder. Op een gegeven moment kreeg iedereen bijna op rij de beurt voor input. Ik was de allerlaatste… “En, Marianne, wil je inmiddels wél met ons delen wat je ervan vindt?” zei de docent lachend. Tussen de beide werkgroepen in had ik een reflectieverslag moeten schrijven over waar ik knelpunten zag in mijn schrijfproces. Ik had daarin uitgebreid aandacht besteed aan mijn ongeduld, aan mijn ‘sense of urgency’ over alles wat broodnodig moet veranderen in de wereld en dus in de zorg voor jonge kinderen. De docent had me per mail bedankt voor mijn openhartige reflectie en luisterde in die laatste werkgroep denk ik anders naar wat ik te melden had. Bovendien merkte ik zelf dat ik ook wat anders te melden had! Ik kon nu genuanceerd onder woorden brengen wat ik bedoelde, omdat ik mezelf meer tijd had gegund. Ik begon met me aan te sluiten bij sommige uitspraken van medestudenten (als laatste had ik iedereen kunnen beluisteren). Vervolgens kon ik aangeven dat we weliswaar theoretische kaders aangeleerd krijgen, maar dat ik ook al een theoretisch kader héb en dat ik al die kennis over mijn eigen vakgebied niet zomaar aan de kant kan gooien, dat ik die geïnternaliseerd heb en dat die het fundament vormt van waaruit ik werk met en voor baby’s en moeders, en dat het lastig voor me is als die kaders botsen. Dat leek ze heel goed te begrijpen en dat voelde voor mijzelf ook prettig.

Nu is het afwachten of het is gelukt om ‘binnen de lijntjes te kleuren’, zoals ik het gekscherend noemde in het reflectieverslag, want het cijfer is nog niet binnen. Met mijn themakeuze heb ik geprobeerd toch een beetje zichtbaar te maken van waar mijn pijn zit, maar ik heb me echt tot de thema’s in het boek beperkt. Eén uitstapje heb ik gemaakt, namelijk naar Sarah Blaffer Hrdy (een antropoloog, dus beter verantwoord dan de psycholoog Darcia Narvaez die ik de vorige keer aanhaalde…); zij zegt in haar boek ‘Mothers and Others’: “Primate social organization is famously variable. But ... females who live among kin are better able to defend their interests than those who leave their natal groups to forage and breed among nonkin.” En dan moet ik ook meteen denken aan Robin Grille, die heeft vastgesteld dat hoe patriarchaler een samenleving is, hoe meer er vaak met sancties wordt gewerkt en hoe groter ook de kans dat agressie en gebrek aan empathie een rol spelen. Maar ja, Robin Grille is dan weer geen antropoloog, dus die bewaar ik voor een later essay! :-)

woensdag 3 december 2014

Verwaarlozing, deel 2

Afgelopen week maakte ik een begin met het bespreken van een folder over opname in het ziekenhuis van baby’s die veel huilen, in de wandelgangen vaak ‘huilbaby’s’ genoemd, een label waar ik geen voorstander van ben.
Er bleek meer te bespreken dan ik aanvankelijk dacht en één blog was niet toereikend. Daarom pak ik vandaag de draad op waar ik die vorige week heb laten liggen, onderaan pagina 3. Wie wil meelezen… dit is de link naar de folder.

Pagina 3, onderaan: Het dagprogramma wordt aangepast aan de leeftijd en ontwikkeling van uw kind en de activiteiten binnen uw gezin. Zo kunt u dit dagprogramma ook thuis voortzetten.

Ik vind het moeilijk me hierbij een voorstelling te maken. Over welke leeftijdsgroep hebben we het, als we spreken over baby’s die vanwege ‘overmatig huilen’ worden opgenomen in het ziekenhuis… ergens tussen vier of vijf weken en misschien een week of acht, negen…? Daarna neemt bij de meeste baby’s het huilen immers sowieso af. Baby’s van drie maanden worden vaak niet meer opgenomen met deze klachten, maar zelfs dan: wat voor ‘programma’ heeft een baby van twee, tweeënhalve maand? Gaat het dan niet vooral om voeden, knuffelen wat spelen met mama en papa en weer slapen, alles afgestemd op wat de betreffende baby nodig heeft en aankan? Baby’s hebben op deze leeftijd vaak nog niet een heel duidelijk voedingsritme, soms wel, maar heel vaak ook niet en dat is fysiologisch en qua ontwikkeling helemaal normaal. Voeden op verzoek (inclusief troosten en in slaap helpen aan de borst!) is de biologische norm en past bij wat dat kleine lijfje vraagt.
Dit is NIET mijn aanbeveling! Ik vond deze volgorde op de website van een ziekenhuis.

Pagina 4: Daarnaast is er op de kinderafdeling regelmatig een kinderarts aanwezig die ervaring heeft in het begeleiden van “huilbaby’s” en hun ouders.

Ik voel hier een ongemakkelijke contradictie: enerzijds heeft de kinderarts volgens de folder ervaring, anderzijds besluit de kinderarts het kind op te nemen en het daarmee van de ouders te scheiden. Dat is het stressvolste wat een kind kan overkomen, gescheiden worden van de ouders en dus ook van mama’s zachte, warme, voedende borsten. Om wat voor professionele ervaring gaat het dan, waar de ouders mee kunnen worden begeleid? Worden ze wijzer omtrent de indringende behoeften van hun kind, over de grote afhankelijkheid van een mensenbaby in de vroege levensfase en hoe belangrijk dan de ouderlijke nabijheid is voor de hersenontwikkeling, de stressregulatie en de veilige hechting? Ik ben er niet gerust op, zeker niet gezien de tekst die nog volgt…

Pagina 4, eerste punt van de opsomming: hier worden fysiotherapie voor de zich ‘overstrekkende’ baby genoemd, plaatsing in een ‘nestje’ en ook inbakeren. Voor dit laatste wil ik graag (weer eens) verwijzen naar wat collega Gonneke van Veldhuizen hierover ooit schreef .

Pagina 4, tweede punt van de opsomming: De film “Bob” bekijken: dit is een film over een “huilbaby”, Bob. Veel ouders herkennen zich hierin.

Kent iemand deze film en kan ik die ergens bekijken? Ik heb wat gegoogled en ontdekt dat ‘ie van de Stichting Lichaamstaal is. Ik ben heel benieuwd wat ouders te zien krijgen. De film die ik destijds zag, gemaakt met medewerking van onder andere Ria Blom, Bregje van Sleuwen en Monique L’Hoir, vond ik pijnlijk om te aanschouwen. De diverse uitspraken, de schreeuwende, hese baby, de verdwaasde moeder onder aan de trap… Vooral dat laatste beeld staat me nog helder voor ogen, zeker omdat later dus ook haar verhaal erbij helder werd.

Pagina 4, derde punt van de opsomming: [De ouderbegeleider] bespreekt met u hoe de zwangerschap, geboorte en eerste maanden met uw kind zijn verlopen. Zij kan u uitleg geven over mogelijkheden voor zorg en ondersteuning.

Een analyse van de situatie lijkt me heel nuttig en zorg en ondersteuning kunnen dat uiteraard ook zijn. Wel is natuurlijk belangrijk waaruit die zorg en ondersteuning bestaan. Zijn ze gericht op kennis over normaal babygedrag en op hoe ouders daarmee kunnen (leren) omgaan? Gaan ze over stress in het leven van de ouders zelf en hoe die zijn weerslag kan hebben op de sensitieve baby? Of gaan ze over hoe de baby zo kan worden geconditioneerd dat het gedrag aansluit op het dagprogramma en de verwachtingspatronen van de ouders?

Pagina 5, eerste punt van de opsomming: hier wordt de mogelijkheid van VIB besproken, video-interactiebegeleiding. Dit schijnt een zeer nuttig instrument te zijn, waaruit ouders veel over zichzelf en hun baby kunnen leren.

Pagina 5, tweede punt van de opsomming: Logopedie: als uw kind moeite heeft met drinken, wordt de logopediste ingeschakeld. Zij kan bekijken wat de mogelijke oorzaak van het slechte drinken is.

Is er een goede reden dat de lactatiekundige niet in het rijtje is opgenomen? Als er problemen zijn met huilen en drinken, ligt het voor de hand de ouders eerst naar een lactatiekundige te verwijzen. Het is haar specialisme om alles rondom het voeden samen met de ouders in kaart te brengen. Huilen kan zonder meer voedingsgerelateerd zijn en dit belangrijke proces, dat de voorloper is van onder andere de voedingsgewoontes later in het leven, verdient zorgvuldige aandacht.

Pagina 5, laatste kop: Aanwezigheid ouders Uiteraard bent u altijd welkom bij uw kind. De verschillende hulpverleners maken met u afspraken wanneer u in ieder geval in het ziekenhuis aanwezig moet zijn voor gesprekken, uitleg etc. Daarnaast is het voor u ook belangrijk om zelf tot rust te komen en uw eigen ritme weer op te pakken. We raden u daarom aan om niet de hele dag bij uw kind te zijn. Het is het verstandigst om thuis te slapen en wat tijd te maken om leuke dingen te ondernemen. Hierdoor krijgt u weer nieuwe energie om verder te gaan.

Mensen, mensen… wat moeten we hiermee? Al die termen… ‘tot rust komen’, ‘eigen ritme’, ‘niet bij uw kind zijn’, ‘verstandigst’, ‘leuke dingen ondernemen’… De situatie is dus als volgt: je bent net moeder/vader geworden, je kind is volledig op jou aangewezen, je brengt het naar het ziekenhuis, laat het daar achter, gaat er niet te veel heen, maar gaat ‘leuke dingen’ doen, want je hebt er verder geen last van dat je van je kind gescheiden bent en je krijgt helemaal nieuwe energie, zo lekker met z’n tweeën…? Wat moeten we hiervan denken als het gaat over visie op ouderschap en babybehoeften? Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat hier een heel groot stuk kennis ontbreekt… en eerlijk gezegd ook empathie met de zwakste partij: de baby.



Pagina 6: Als uw baby tot rust gekomen is, een goed dag- en nachtritme heeft en u verwacht de adviezen en het dagprogramma thuis te kunnen voortzetten, mag uw kind het ziekenhuis verlaten.

Dus… het kind is inmiddels min of meer van het ziekenhuis en de ouders moeten aan voorwaarden voldoen om het kind mee naar huis te ‘mogen’ nemen…? Dat kan toch niet waar zijn… Ouders mogen hun kind ALTIJD mee naar huis nemen, als ze dat willen. Dat hoort bij de autonomie van gezonde, niet-ontoerekeningsvatbaar verklaarde ouders. En wie is überhaupt de ‘deskundige’ die kan bepalen wat een ‘goed’ dag- en nachtritme is? Is dat ritme niet in ieder gezin verschillend en hangt het niet af van de op pagina 3 genoemde ‘activiteiten binnen uw gezin’?

Al met al word ik heel verdrietig van dit soort folders. Ik houd mijn hart vast voor die arme baby’s die zo wreed van het middelpunt van hun wereld, van hun fysiologische en emotionele habitat worden gescheiden: hun moeder. Het lijkt me dat we op welke manier dan ook moeten zorgen dat zorgverleners en ouders beter geïnformeerd raken over het belang van het bij elkaar houden van ouder(s) en kind. Zoals we naar aanleiding van de film ‘A Two-Year Old Goes to the Hospital’ in de jaren vijftig zijn afgestapt van het verbod op de aanwezigheid van ouders bij al wat oudere kinderen die wegens een operatie of een ingreep in het ziekenhuis liggen, zo moeten we zeker baby’s beschermen tegen deze schokkende ervaring, die trouwens ook voor ouders ingrijpend is en bovendien hun broodnodige vaardigheden niet vergroot.

woensdag 11 juni 2014

Zelfbeschikkingsrecht... voor wie? Deel 2

Vorige week schreef ik het eerste deel van mijn miniblogserie over autonomie in de perinatale periode. Ik deelde met jullie het verloop van een discussie in een besloten Faceboekgroep. Vandaag schrijf ik het vervolg en ik pak de draad op waar ik die vorige week liet liggen, over hoe de rechten van de baby zich verhouden tot de rechten van de zwangere. Hier staat over autonomie: “capaciteit van een rationeel individu of bestuur om eigen verantwoorde beslissingen te nemen”. Wellicht was ‘autonomie’ als titel voor deze serie beter geweest, want ‘zelfbeschikkingsrecht’ lijkt meer te slaan op het recht van een volk een eigen staat in te richten. (Veel termen die om een definitie schreeuwen, trouwens: rationeel, individu, verantwoord...)

Iemand in de discussie stelt dat we van het idee af moeten dat we kinderen moeten of kunnen beschermen tegen elke vorm van risico en “overbescherming is net zo schadelijk als verwaarlozing”. Het tiranniseren van moeders zou niet goed zijn voor kinderen.

Daar was ik het mee eens, met de onwenselijkheid van tiranniseren:
“Daar zou ik ook zeker niet voor willen pleiten, voor het tiranniseren van moeders. En ik zou ook niet willen pleiten voor het tiranniseren van kinderen, wat op grote schaal gebeurt (bijvoorbeeld door de introductie van het TripleP-programma door de overheid of door de medicalisering van de baring of door de gedoogde, maar onethische en misleidende marketing voor kunstmatige zuigelingenvoeding, om er zomaar even drie te noemen).
Daarnaast geldt dat het principe van autonomie één is van de vier belangrijkste in het medische veld, naast non-maleficence (first do no harm), beneficence (weldoen) en rechtvaardigheid. Ik vind dat ze allemaal een rol spelen en dat de baby ook recht heeft op die bescherming.
De schrijver het stuk aan het begin van deze draad spreekt vanuit de FAS-achtergrond. Ik vind de suggestie dat we niet ons uiterste best moeten doen om kinderen te beschermen tegen risico niet prettig... Ik ben van mening dat we dat wél moeten proberen. We moeten wellicht agree to disagree in dezen! :-)

Dan brengt iemand in dat moeders al genoeg schuldgevoelens hebben.

Dat triggert mij en ik zeg:
“Schuldgevoelens... weer een heel nieuw aspect in het geheel. Schuldgevoelens doe je jezelf aan. Niemand kan je een schuldgevoel aanpraten als je weet dat je het goede doet. Ze zijn een reflectie van je eigen geweten en een belangrijk hulpmiddel bij sociale leerprocessen.
Ik schreef vorig jaar op verzoeken een lang blog over schuldgevoel op de website van 'Kleine Kanjers': http://www.kleinekanjers.nl/schuldgevoel-of-verdriet-2/ . Vaak is schuldgevoel vreemd verpakt verdriet. En als het wél echt schuldgevoel is, dan is het nuttig en doet men er goed aan samen met anderen te kijken naar hoe een bepaalde handeling de volgende keer beter kan. Voorwaarde voor het voorkomen van ongunstige beslissingen is kennis. Ongunstige beslissingen zonder kennis, omdat die je is onthouden, geven verdriet. Ongunstige beslissingen omdat je de moeite niet hebt genomen om dingen uit te zoeken of omdat je ertegenin ging, geven schuldgevoel. Onterecht schuldgevoel blijven koesteren (in plaats van zien dat het verdriet is en daarmee aan de slag gaan) is overigens in mijn opinie ook een vorm van slachtoffergedrag.”

En toen kwam er, na nog een aantal reacties waarvan ik het gevoel had dat ze mij woorden in de mond legden, een moment dat ik besloot mij uit de discussie terug te trekken. Ik had het gevoel dat ik niet inzichtelijk kon maken waar mijn zorgen zaten en ik had ook de indruk dat mij werd verweten dat ik een voorstander was van een glijdende schaal in de autonomie van vrouwen, waarbij het dan vroeg of laat ook in orde is om vrouwen tegen hun zin open te snijden (netjes geformuleerd: een keizersnede te geven) als het belang van hun kind daarom vraagt. Dat alles zou dan gebeuren op basis van de glijdende schaal in het oordeel van de ‘omstanders’, die zo hun eigen, wellicht discutabele morele opvattingen hebben over wat goed is en voor wie en welke belangen daarin moeten worden meegewogen.
Het hoeft, op basis van alles wat ik overal zeg, geen betoog, lijkt me, dat ik geen voorstander ben van gedwongen sectio’s. (Grappig genoeg ben ik nu natuurlijk wél een betoog aan het afsteken, maar vooruit maar.)

Een dikke week later kreeg ik deze tekst onder ogen.
Een bijzonder citaat daarin viel me op: “Audre Lorde, brilliant champion of women’s rights, civil rights and LGBTQ rights aptly pointed out that, “There is no such thing as a single-issue struggle, because we do not live single-issue lives.” Women’s issues are everyone’s issues because we have a healthier society when all people are treated humanely. Violence, abuse, and disrespect cripple societies.”

Ik moest denken aan het boek van Robin Grille dat ik twee jaar geleden las; de titel is veelzeggend: ‘Parenting for a Peaceful World’. De stelling die Robin poneert, is dat we de vreedzaamheid van een samenleving kunnen aflezen aan de manier waarop we met de jongste leden ervan omgaan… met kinderen. De empathie die we kunnen opbrengen voor kinderen, de mate waarin we rekening houden met wat voor hen belangrijk is en wat hun welzijn bevordert of waarborgt, bepaalt hoe onze samenleving er op grotere schaal uitziet. Vul in het citaat hier direct boven ‘children’ in waar ‘women’ staat en je snapt misschien een beetje wat ik bedoel.
Ik zie de rechten van het kind als een continuüm, waarop ook vrouwen en dieren, en zo je wilt kleurlingen, zich bevinden. Er waren tijden (en die liggen relatief nog vrij kort achter ons!) dat mannen en vrouwen als object, als bezit werden gezien en op grote schaal over de hele wereld werden versleept als waren ze de technologische apparaten die tegenwoordig van China en Japan naar het westen gaan, bedoeld om het leven van mensen elders gemakkelijker te maken. Die slaven gingen van Afrika naar allerlei plekken in de wereld en werden als uitschot behandeld, gekeurd en vernederd. Op basis van hun huidskleur werd gedaan alsof je met ze mocht doen wat je uitkwam: jouw autonomie, jouw zelfbeschikkingsrecht als blanke burger (blanke man!) van gegoede afkomst was mijlenver verheven boven het recht op autonomie van de zwarte medemens. Zwarten vechten, net als vrouwen, op veel plaatsen nog steeds voor hun rechten; het duurt lang voordat dergelijke stigma’s zijn verdreven.

In veel samenlevingen is er stap voor stap een strijd gevoerd voor de rechten van vrouwen: recht om te stemmen, recht om ook na de huwelijksvoltrekking buitenshuis betaald te werken, recht om het eigen leven vorm te geven en kapitaal te erven en te beheren.
Robin Grille spreekt in zijn boek over hoe de rechten van kinderen bij dit alles nog altijd ver achterblijven. Zij verkeren zeer dikwijls nog steeds in een staat van achtergesteld zijn. Ondanks dat we op basis van vele vormen van onderzoek en wetenschap weten wat de behoeften zijn van opgroeiende kinderen, gaan de rechten van de volwassenen voor. De rechten van de volwassenen lijken voor de samenleving belangrijker te zijn dan de rechten van kinderen. Het is de vraag of de samenleving het hier bij het rechte eind heeft of dat dit uitgangspunt van kortzichtigheid getuigt waarover we over honderd jaar beschaamd het hoofd buigen.

Beschadiging tijdens de zwangerschap van de zich snel ontwikkelende organen van het kind, achterstand in de hormoonregulatie door medische interventies bij de baring, belemmering van optimale ontwikkeling van veilige hechting en zelfstandigheid als gevolg van te vroege scheiding van moeder en kind (te kort bevallingsverlof!), geen of weinig borstvoeding en schadelijke opvoedprogramma’s als TripleP… hoe kijken we daar over een aantal decennia naar? Vinden we bepaalde zaken dan net zo verwerpelijk als we het nu vinden dat kinderen ‘voor hun eigen bestwil’ gekastijd worden…? Lijfstraffen zijn nu bij de wet verboden, waar ingrijpen vroeger als een onacceptabele inmenging in het gezinsleven werd gezien. Wetgeving is dus een continue proces, waarvoor we telkens opnieuw een Tweede Kamer-verkiezing organiseren, om zo te zorgen dat de initiatiefnemers voor die wetgeving een zo groot mogelijke representatie vormen van de bevolking. Wetgeving loopt dus per definitie achter bij de ontwikkeling van morele overtuigingen, die op haar beurt meestal weer achterloopt bij wetenschappelijke inzichten (over bijvoorbeeld de zeespiegelstijging, de uitputting van energiebronnen, de schadelijkheid van roken of de effecten van bepaalde handelwijzen op de ontwikkeling van kinderen).

Zo zegt de Nederlandse Grondwet het volgende over de onaantastbaarheid van het lichaam: “Ieder heeft, behoudens bij of krachtens de wet te stellen beperkingen, recht op onaantastbaarheid van zijn lichaam.” Dit wordt uitgelegd als: “Iedereen is de baas over zijn eigen lichaam. De overheid mag niets met je lichaam doen, als je dat niet wilt. Ook anderen mogen niets met je lichaam doen, als je dat niet wilt. Niemand mag je bijvoorbeeld pijn doen. Ook mag niemand je medicijnen geven, als je dat niet wilt. Zelfs medische keuring, of het knippen van je haren mag niet, als je daarvoor geen toestemming geeft.”
Artikel 1.2 van het Burgerlijk Wetboek zegt dat: “het kind waarvan een vrouw zwanger is als reeds geboren wordt aangemerkt, zo dikwijls zijn belang dit vordert. Komt het dood ter wereld, dan wordt het geacht nooit te hebben bestaan.”
En dan blijft natuurlijk de vraag: kan het kind iets ‘willen’ en ‘niet willen’?

Hoe verhoudt zich, kortom, het absolute zelfbeschikkingsrecht (of de autonomie) van vrouwen tot het welzijn en de lichamelijke integriteit van kinderen? Wanneer vinden we dat een vrouw psychisch niet toerekeningsvatbaar is en onder een vorm van ‘curatele’ moet worden gesteld ten behoeve van de veiligheid en gezondheid van haar ongeboren kind? Dat er uitzonderingen denkbaar zijn, is niet nieuw. Vraag is… wanneer vind je dat de grens is bereikt? Hangt die niet voor een groot deel af van wat je weet over wat schadelijk is voor een kind? En betekent dat dan niet ook dat die grens kan verschuiven?
Is het een schandaal dat we vrouwen (al dan niet dwingend) aanspreken op hun gedrag wanneer dat hun kind schaadt?
Is het een schandaal dat we kinderen willens en wetens beschadigd laten raken?
Is het een recht van vrouwen om hun kind te beschadigen met een autonoom gekozen leefstijl?
Is het een plicht van vrouwen om hun kind te beschermen met een autonoom gekozen leefstijl?
Wat zijn de rechten en plichten van partners van zwangeren ten aanzien van hun biologische kind?
Hoe verhouden zich rechten en plichten tot elkaar? En hoe komt het kind uit dit alles tevoorschijn? En tot slot: wat mag er worden gedaan om het recht van het kind veilig te stellen en wie bepaalt dat? Ik heb geen pasklaar antwoord op al deze vragen, maar één ding lijkt me duidelijk: autonomie van vrouwen is geen simpel issue waarbij je het ongeboren kind kunt ‘deleten’ alsof het niet bestaat.

(Volgende week verder…)

dinsdag 3 juni 2014

Zelfbeschikkingsrecht... voor wie? Deel 1

Afgelopen week ontstond er op Facebook een interessante discussie over autonomie en zelfbeschikkingsrecht. Het ging niet om autonomie in z’n algemeenheid, maar om autonomie van de vrouw. Meer specifiek ging het om autonomie van de vrouw in de perinatale fase, dus met betrekking tot alles rondom zwangerschap en bevalling, rondom dragen en baren, dus. Persoonlijk zie ik dat rijtje graag als volgt vervolledigd: dragen, baren, zogen (dus zwangerschap, bevalling en borstvoeding).
Deze fases hebben minstens drie belangrijke dingen gemeen:
·         ze zijn onderdeel van een transitie in het leven van de betreffende vrouw;
·         ze gaan niet alleen haar aan, maar ook haar kind;
·         ze kunnen leiden tot botsende belangen (wat de één wil en/of doet en/of nodig heeft, is van invloed op de ander en die invloed kan negatief zijn en/of worden ervaren).
Hoe je dit ziet, hoe vaak je denkt dat de belangen botsen, hoe erg de potentieel negatieve invloed van de één op de ander is, wat je mag of moet doen om negatieve invloed van de één op de ander te vermijden, hoeveel ingrijpen daarbij ethisch verantwoord geoorloofd is… daarover kun je sterk van mening verschillen.

De oorspronkelijke aanleiding voor de discussie was dit citaat, ingebracht door één van de discussieerders in de draad (en de selectie van citaten is van haar):
Uit het boek 'FAS-kinderen':
"De foetus centraal, niet de moeder. De gezondheid van de foetus moet tijdens de zwangerschap centraal staan, niet de behoeftes van de moeder." Sjef Czyzewski en Ben van de Wetering:
"Eigenlijk zou het heel normaal moeten zijn dat de gezondheid van een ongeboren kind aandacht krijgt. Dat morele aspect staat binnen de samenleving op de achtergrond, maar moet koste wat kost meer op de voorgrond komen. De leerplicht is tenslotte ook ingesteld omdat het van belang is dat kinderen tot een bepaalde leeftijd naar school gaan.
En het is niet verantwoord als jongeren voor een bepaalde leeftijd mogen autorijden.
Alcoholgebruik is tot een bepaalde leeftijd verboden omdat ondertussen bekend is wat de invloed van toxische stoffen kan zijn op de ontwikkeling van de hersenen van jongeren. Maar tegelijkertijd mag een moeder alcohol drinken terwijl ze een ongeboren kind bij zich draagt, en daar is eigenlijk geen openbare discussie over. Terwijl juist het brein van een foetus zich in sneltreinvaart ontwikkelt en schade ondervindt van deze toxische stoffen.
Het is onbegrijpelijk dat dit blijft gebeuren, want de samenleving is verantwoordelijk voor deze kinderen. Het is een grote stap om als samenleving ook daadwerkelijk de verantwoordelijkheid te némen voor hun toekomst. Maar de samenleving heeft daartoe wel een morele verplichting. Als de gezondheid van kinderen vooropstaat, kan er maar één norm zijn en dat is de nulnorm (d.i. dat zwangeren geen druppel zouden moeten drinken, RV). Naast de kostenbesparing die dit in de zorg oplevert, gaat het om de toekomst en de gezondheid van onze kinderen."
 Uit de bijgaande folder, Wybo Dondorp, ethicus:
 "Mensen moeten zelf keuzes kunnen maken. Maar in dit geval heb je niet alleen te maken met de belangen van de zwangere vrouw; ook die van haar toekomstige kind tellen mee. Autonomie is belangrijk, maar het betekent niet dat de aanstaande moeder haar verantwoordelijkheid niet hoeft te nemen, of dat hulpverleners geen drang of zelfs dwang mogen toepassen als zij daarin ernstig tekortschiet."

Ik wist bij aanvang van het lezen van deze tekst niet wat de reden van het posten was, dus ik begon met een open geest, zonder vooroordeel of visie op wat ik ervan zou vinden. Gewoontegetrouw deelde ik mijn reactie met de hele groep, omdat ik altijd wel te vinden ben voor een discussie. Die discussie ontstond ook, maar verliep heel anders dan de originele poster had verwacht en ook dan ik had voorzien. Het commentaar op dit citaat bevatte onder andere zorgen over de “glijdende schaal” van ingrijpen en “het opvoeren van de maatschappelijke druk op vrouwen” op basis van “griezelige argumenten”.
Uiteraard kan ik uit een besloten groep geen herkenbare citaten van anderen delen en ik moet me daarom beperken tot mijn eigen bijdragen en de grote lijn, al realiseer ik me dat het daardoor hier en daar lastig zal zijn om het verloop en de context van uitspraken helemaal goed te volgen.

Mijn eerste reactie was deze:
“Boeiend. Hoe zie je die morele verantwoordelijkheid dan, X? Ik kan me er namelijk wel in vinden. Wie moeder wil worden, moet zich bewust zijn van de grote verantwoordelijkheid die dat met zich meebrengt omwille van de gezondheid van het kind. Ook ik ben van mening dat het belang van het kind te weinig vooropstaat. Ik weet niet hoe je dat kunt afdwingen en inderdaad, of je dat moet willen afdwingen (lijkt me niet), maar dat het belangrijk is, daar ben ik het van harte mee eens! Hoe zit het met de autonomie van de baby, die door de moeder moet worden gewaarborgd? Zou de baby iets tot zich willen nemen wat slecht is? En zo nee, hoe vertaalt zich dat dan naar wat de moeder doet of moet doen? En wat vind je het griezeligst aan de argumenten?”

Ik vervolgde na een paar reacties met:
“(…) We zeggen ook dat roken slecht is in het bijzijn van kinderen of dat je ze niet moet slaan en inderdaad, dat ze naar school moeten. Is dat morele druk, of is dat informatie verstrekken in het belang van het welzijn en de gezondheid van het kind? Je hóeft geen kind te krijgen, hè? Geen zin in al dat gedoe van doen wat goed is voor een kind? Zie er dan vooral vanaf. Dit is even heel scherp geformuleerd (durf ik hier wel ;o)), maar in essentie is dat wel hoe ik het zie.”
Afbeelding van een Belgische voorlichtingscampagne
Enkele mensen waren van mening dat de zelfbeschikking van de vrouw over haar lichaam nooit ter discussie mag staan, al was er ook iemand die zich afvroeg hoe het dan zit met de zelfbeschikking van de baby, die vanaf het prille begin een volwaardig mens is, en waarom de wens van de moeder boven de gezondheid van de baby zou mogen staan.

Ik vroeg:
“Dus jij vind dat ze in principe ongelimiteerd het leven van haar ongeboren kind mag beschadigen, want haar autonomie staat bovenaan en niemand mag daarin ingrijpen...? En waarom zijn slaan en alcohol in de zwangerschap onvergelijkbaar? Zolang de moeder haar kind in zich draagt, mag ze doen wat ze wil?”

Eén van de reacties was dat dat inderdaad de ultieme conclusie zou moeten zijn, maar dat ontbrekende toerekeningsvatbaarheid (op basis van psychische problematiek of verslaving) een uitzonderingsgrond zou kunnen zijn.

Dat bracht mij tot deze vraag:
“Maar 'psychisch aantoonbaar niet in orde' is natuurlijk ook een glijdende schaal. Je bent niet OF 100% in orde OF 100% gestoord. Je kunt de vraag stellen: ben je wel psychisch in orde als je willens en wetens je kind beschadigt met het drinken van alcohol in de zwangerschap? Maar goed, de vraag kan ook zijn: ben je wel goed snik als je aldoor patat eet in je zwangerschap? Kortom: volgens mij behoorlijk lastig om hier morele oordelen aan te verbinden.”

Mijn woordkeuze ‘morele oordelen’ viel niet helemaal goed, was mijn indruk, maar wat je daaronder verstaat, is natuurlijk afhankelijk van je definitie. Ik vind ‘niet toerekeningsvatbaar’ een moreel oordeel, maar anderen wellicht niet. Die zijn misschien van mening dat je daar objectieve criteria op kunt loslaten en dat valt dan bij mij weer niet zo goed, want alles heeft z’n oorzaak, niet waar?

Dan merkt iemand met enig cynisme op dat het welzijn van de kinderen niet alleen door vrouwen wordt bepaald, maar ook door de leefstijl van de aanstaande vaders vóór de conceptie en ze bepleit een baarstaking en een seksstaking van vrouwen om het hele thema meer onder de aandacht te brengen.

Ik reageer:
Zeker, Y, ook allemaal waar, en veel vrouwen en mannen kiezen hun partner zeer slordig! ;o)) En wat meer zelfbeheersing kan voor het totale maatschappelijk welzijn in veel gevallen ook geen kwaad. Nu niet allemaal denken dat ik dat met sancties zou willen afdwingen, maar zelfs als je dat niet wilt, kun je best dingen vinden die een groot verantwoordelijkheidsgevoel vragen. En als je dat allemaal vindt, kan het nog steeds heel moeilijk zijn om te bepalen waar de grens ligt en wat je wel of niet kunt of mag (af)dwingen. En het is ook gewoon een gegeven dat vrouwen met de competentie een kind te baren, een grote verantwoordelijkheid (mogen!) dragen, of we dat met z'n allen nu leuk vinden of niet. Jij bent geen voorstander van slachtofferdenken, X, en ik ook niet. Dat betekent volgens mij ook dat we niet te veel moeten klagen over het feit dat dat totaal afhankelijke mensje in ons vraagt dat we ons bezinnen op hoe we met ons lijf en ons leven omgaan, niet omdat iemand dat afdwingt of oplegt, maar omdat we *zelf* inzien dat dat belangrijk is. En voor mij blijft dan toch de vraag: wie vertegenwoordigt het belang van de baby, als de moeder dat niet doet?
Graag wil ik nog deze delen, over graden van 'insanity':
https://www.youtube.com/watch?v=wqAiDV_akFQ&feature=youtu.be .

De conclusie wordt herhaald dat je “NOOIT” mag dwingen tot bepaald gedrag dat ingrijpt in het lijf van de zwangere, “tenzij iemand ontoerekeningsvatbaar is”. (Zie voor 'gekte' bovengenoemde clip!)

Ik antwoord:
“Dan kan ik slechts mijn beginopmerking herhalen: ik vind het lastig wiens autonomie voorrang heeft, zoals ook Z zich afvroeg. Wat jij impliciet volgens mij dan ook zegt, is dat de baby geen volwaardig mens is zolang de geboorte niet heeft plaatsgevonden. De autonomie en het zelfbeschikkingsrecht van de baby tellen niet, of in ieder geval niet even zwaar. Ik weet niet of ik het daarmee eens ben, al ben ik me bewust van de grote problemen die het geeft om die rechten van de baby te realiseren...”

Volgende keer deel 2 van mijn bespiegelingen op en gedachten over dit reuze belangrijke onderwerp.

zondag 16 maart 2014

Respecteren en accepteren

Een paar weken geleden waren mijn man en ik op de school van één van onze kinderen. Er was een lastige situatie met een docent ontstaan. Eén van de aspecten was dat onze dochter tegen een klasgenoot naast haar had gezegd: “Drogreden” in reactie op wat de betreffende docent voor de klas had beweerd. De klasgenoot zei iets terug, de docent merkte dat er wat aan de hand was en wilde weten wat onze dochter had gezegd. Zij antwoordde: “Ik geloof niet dat het verstandig is om dat te herhalen.” De docent drong aan en toen herhaalde ze haar uitspraak: “Ik zei dat wat u zei, een drogreden is.” De docent was ‘not amused’ en vanaf hier liep de trein steeds verder uit de rails. Tijdens het gesprek op school kwam onder andere dit ter sprake en thuis hadden we het er ook al uitgebreid over gehad.

In de bovenbouw van het VWO krijgen de leerlingen die filosofie hebben onder andere dit onderwerp ter bestudering: drogredenen. Drogredenen worden veel gehanteerd en ze zijn er in allerlei varianten. Hier vind je een prachtig overzicht.
Drogredenen worden vaak ingezet als de kracht van de argumentatie te wensen overlaat. Door de jaren hebben we aan tafel heel wat termen voorbij horen komen, want onze kinderen hebben allemaal filosofie gehad. Ze kunnen zich verbaal uitstekend redden allemaal en als onze beweringen geen hout snijden, worden ze zonder pardon gefileerd en afgeserveerd. (En wie nu zegt dat er waarschijnlijk sprake is van een sterke genetische of opvoedingsinvloed… die heeft natuurlijk volkomen gelijk! :-))

Onze kinderen laten zich met al die filosofische kennis zomaar geen oor aannaaien, niet door ons als ouders, niet door zussen, vrienden en andere leeftijdgenoten en ook niet door docenten. Ze doorzien het meestal haarscherp wanneer een redenering mank gaat en komen dan in het verweer. Is dat brutaal…? Zo wordt het vaak wel gezien en dat was deels de reden van ons gesprek op school. Maar is het wérkelijk brutaal? Of speelt daar een rol dat degene die het brutaal vindt, een discutabel beroep op autoriteit doet? Kunnen we het als ouders verdragen als onze kinderen ons op drogredeneringen wijzen? Kunnen docenten het verdragen als leerlingen in de praktijk brengen wat ze bij andere vakken hebben geleerd?
En kunnen we het als zorgverleners verdragen als cliënten of patiënten tegen onze adviezen ingaan omdat ze misschien aannemelijk lijken, maar dat niet zijn? Wat moet er gebeuren om te kunnen stellen dat één van de partijen brutaal of respectloos bezig is? Is het een teken van respect om een redenering niet te ontmaskeren? Of is het juist respectvol om de ander zo serieus te nemen dat je onjuiste redeneringen met deugdelijke argumenten onderuit haalt om fouten, misverstanden of schade te voorkomen?

Het is moeilijke materie. Hoe goed je kunt verdragen dat een ander je tegenspreekt, hangt immers van heel veel dingen af: van de persoon, van de toon van wat er wordt gezegd, van de inhoud, van je eigen positie, van de positie van de ander, van de mate van afhankelijkheid, van je stemming, van je persoonlijke (tijdelijke of structurele) stabiliteit of het gebrek daaraan. Kortom: je kunt er zo één-twee-drie geen uitspraak over doen, maar één ding staat vast: hoe veiliger de verhouding met de ander voelt, hoe meer je kunt hebben en hoe opener en eerlijker je tegenover elkaar kunt zijn.
Dan nog kan het een hele confrontatie zijn als de ander zegt wat haar of hem is opgevallen en tot wat voor mening of conclusie dat heeft geleid, maar overtuigd van de goede intenties kun je dan meestal wel tot elkaar komen.
In de zorg zijn deze dilemma’s allemaal aan de orde van de dag. En hoe weet je als cliënt/patiënt nu waar je goed aan doet? Wanneer zul je met tevredenheid terugkijken op de beslissingen die je omtrent je eigen gezondheid of die van je kind hebt genomen? Een zorgverlener met gebrek aan kennis kan op basis van de ‘witte jas’ wegkomen met een drogreden, omdat de cliënt/patiënt erop vertrouwt dat de zorgverlener kundig is. En omgekeerd kan een zorgverlener met verstand van zaken, maar met slechte communicatieve of luistervaardigheden de cliënt/patiënt misschien toch niet overtuigen, al is het advies volledig adequaat.

Het in dergelijke contexten veelgebruikte (en ook misbruikte) woord ‘respect’ komt uit het Latijn. Het is een vorm van het voltooid deelwoord van respicere, dat ‘terugblikken’, ‘omkijken’, ‘rekening houden met’ betekent. Er zit van oorsprong, kortom, geen waardeoordeel in over de vraag of iets goed of slecht is. Door de eeuwen heen is de betekenis van ‘eerbied’ en ‘ontzag’ erbij gekomen.
Wat doen we daar nu mee, met dat ‘respect’? Is het een soort handig woord waarmee je alles kunt afdoen? “Als die ander zus of zo wil, dan moet je daar respect voor hebben.” “Iedereen maakt eigen keuzes, dus als die ander dit of dat doet, dan moet je dat respecteren.”
Het klopt dat we met veel dingen rekening moeten houden, maar moeten we er ook waardering en ‘eerbied’ voor hebben?
Als iemand discrimineert, moet je daar respect voor hebben (omdat die nu eenmaal een andere opvatting heeft over de gelijkwaardigheid van mensen)?
Als iemand zijn rotzooi op straat gooit, moet je daar respect voor hebben (omdat hij tenslotte ook belasting betaalt en de gemeentereinigingsdienst het dus mag opruimen)?
Als iemand zichzelf verwaarloost en destructieve dingen voor de gezondheid doet zoals roken, ongezond eten of altijd op de bank hangen, moet je daar dan respect voor hebben (omdat het die anders eigen lijf en leven is en jij er niets mee hebt te maken hoe dat wordt ingevuld)?

En als een zorgverlener foute adviezen geeft, moet je daar dan respect voor hebben (want iedereen heeft een andere visie op wat een goed advies is en daar heb je geen evidence base voor nodig)?
En als een ouder keuzes maakt die het afhankelijke kind schade berokkenen, moet je daar dan respect voor hebben (want ouders mogen zelf weten wat ze doen)?
En als je zulke keuzes niet kunt respecteren (waarderen), moet je ze dan toch accepteren (aanvaarden)? Soms moet dat wel. En mag je er ook tegen in opstand komen? Soms moet ook dat.

Het is duidelijk: dat wat je moet accepteren, zal niet altijd met respecteren gepaard gaan. Er is moeilijk een strikte grens te trekken, want we staan allemaal anders in het leven. Wie is opgegroeid met een autoritaire aanpak, zal vermoedelijk meer aarzeling voelen om tegen te spreken en mogelijk meer moeite hebben met tegengesproken worden. Wie gewend is op basis van argumenten en feiten te discussiëren, zal moeilijker kunnen aanvaarden dat het pleit wordt beslecht op basis van drogredenen.
Respect draagt door het voorvoegsel ‘re’ (dat ‘weer’ of ‘terug’ of ‘achterom’ betekent) bovendien een duidelijke wederkerigheid in zich. Als je ‘respect’ belangrijk vindt (dus als je het belangrijk vindt om te overwegen en rekening te houden met), dan vereisen bepaalde ethische principes natuurlijk ook dat je begint bij jezelf. Als je zelf geen drogredenen hanteert, hoeft een ander die niet te benoemen en kun je over de inhoud praten. Als je rekening houdt met de ander (respect), zal er meer ontzag (respect) zijn voor wat jij hebt in te brengen.

Concreet: als jij als zorgverlener de gezondheid van je cliënt/patiënt voorop stelt, dat met gedegen kennis onderbouwt en in je communicatie respectvol naar voren brengt, dan is de kans groot dat je tot een goede uitwisseling komt. Als de cliënt/patiënt besluit om ook nog iemand anders naar een visie of oordeel te vragen en daar rolt iets anders uit, dan is vervolgens een uitwisseling met die collega van belang en ook daar komen dan weer kennis en feiten bij kijken.
Als de cliënt/patiënt uiteindelijk een keuze maakt die anders is dan die jij had voorgesteld, dan zul je dat moeten accepteren (aanvaarden), maar als je daar duidelijke risico’s ziet, zal het waarschijnlijk niet mogelijk zijn die keuze ook te respecteren (er ontzag voor te hebben). Dat staat natuurlijk los van het gegeven dat je *mensen* respectvol behandelt (rekening met ze houdt), ook al kun je voor hun *keuze* geen respect (eerbied) opbrengen.
Ergens houdt je rol echter op, want een belangrijk aspect van de relatie met een cliënt/patiënt is diens autonomie, de vrijheid om op basis van informatie eigen keuzes te maken. Dan kom je op het terrein van de ethiek. Daarin staan in de gezondheidszorg vier basale principes centraal: autonomie (zelfbeschikkingsrecht), weldoen (het belang van de cliënt/patiënt voorop), rechtvaardigheid en ‘primun non nocere’ (geen schade berokkenen). Onderdelen van dit geheel komen door tijdsdruk vaak in de knel en dat is zorgelijk.

Vandaag was ik over deze aspecten stevig en constructief in gesprek met collega’s van de Geboortebeweging. We hadden een vergadering met een aantal mensen van de klankbordgroep om samen na te denken over hoe de toekomst voor deze prachtige ‘grass roots movement’ eruit gaat zien. Kernthema is de autonomie van de zwangere en barende vrouw. Het respect (ontzag) voor zorgverleners, dat gemakkelijk tot een ongelijke machtsverhouding kan leiden, staat de zelfbeschikking nogal eens in de weg. Het hele perinatale veld is dan ook gebaat met een diepgaande beschouwing van deze ethische beginselen, waarin respect voor de integriteit van het menselijk lichaam een kernuitgangspunt is. Ik hoop dat we binnen mijn eigen en de aangrenzende vakgebieden kunnen loskomen van de waan van de dag en regelmatig tot bezinning kunnen komen. Geen stevig huis zonder een goed fundament, geen goede zorg zonder een visie op de betekenis van respecteren en accepteren!

zaterdag 18 januari 2014

Vrije geboorte koesteren

Afgelopen week las ik het boek ‘Vrije geboorte’, geschreven door Anna Myrte Korteweg, met als ondertitel ‘In je kracht zwanger zijn en bevallen’. Ik had dat boek al wel eens op een beurs gezien, maar ik ben al zo’n vreselijke boekenjunkie en ik probeer soms toch om mijn kooplust nog enigszins in bedwang te houden en de grenzen van mijn interessegebied niet al te zeer te verleggen. Met daar waar ze nu liggen, is het gebied namelijk al aan de forse kant en bevat het meer interessante zaken dan ik in een 24-uurs dag (wanneer gaan ze dáár eens wat aan doen?) kan behappen.
Dat neemt niet weg dat het hele perinatale veld (alles wat te maken heeft met de gebeurtenissen, keuzes, beslissingen en transities rondom de baring) in feite ook tot het lactatiekundige veld behoort en dat mijn interesse daarvoor de laatste anderhalf jaar flink is toegenomen. Ik lees mee met de Geboortebeweging-pagina op Facebook en ontmoet daar allemaal gedreven collega’s die zich sterk maken voor autonomie voor de zwangere en barende vrouw.
En met alles wat ik de laatste jaren heb geleerd, ben ik er nog rotsvaster van overtuigd geraakt dat krachtig moederschap/ouderschap begint met een intens beleefde zwangerschap en een goede bevalervaring. Wanneer deze beide fases vol vertrouwen zijn doorlopen, is de kans op een goed lopende borstvoedingsperiode ook een stuk groter. En dat is om allerlei redenen natuurlijk een zeer goede zaak!

Naar aanleiding van de contacten via de Geboortebeweging liet Anna Myrte mij een dag of tien geleden weten dat ze mijn vertalingen ‘Slapen met je baby’ en ‘Koester je kleintje’ graag wilde lezen. Zo zijn we tot een mooie ruil gekomen: zij mijn boeken en ik die van haar.
Ik ben meteen aan het lezen geslagen en ben zoveel prachtige passages tegengekomen!
Een paar citaten:
Hoofdstuk 2. Een alternatief voor de reguliere weg, kopje Disbalans, pagina 25:
In plaats van terug te gaan naar de wijsheid van mijn zwangere lijf en te onderzoeken wat dat lijf (met baby en al) echt nodig had, gaf ik mijn autonomie uit handen aan de verloskundigen en aan de medisch deskundigen uit de standaardboeken die ik las.
Kopje Cultureel bepaald, pagina 31:
Vooral onverwerkte angst, schaamte en schuldgevoel zorgen er volgens de schrijfster [Laura Shanley] voor dat vrouwen tijdens de bevalling verkramping en pijn ervaren.
Hoofdstuk 5. De pijn van vrouwen, kopje Onvoorwaardelijk, pagina 50:
Het is heel eng om onvoorwaardelijk met volledige verantwoordelijkheid te leven, want je kunt niets of niemand meer de schuld geven van je eigen situatie.
Hoofdstuk 9. Een dag ‘laborland’, kopje Werking, pagina 85:
Eigenlijk is het heel simpel om goed te bevallen, als je maar uit je hoofd gaat. Wij westerlingen hebben daar veel moeite mee, want het getetter in onze kop, dat eeuwige commentaar, gaat maar door.
Hoofdstuk 13. Werk, kopje Tempo, pagina 106:
Doorgaan is in de moderne wereld belangrijk, doorgaan en groeien. Maar er is weinig plaats voor het gegeven dat rust en ontvankelijkheid noodzakelijk zijn voor volwaardige groei.
Kopje Oplossing, pagina 110:
Al met al denk ik dat er in onze cultuur een grondige herwaardering van het moederschap nodig is. Een herwaardering die echt feministisch is, en niet alleen maar vrouwen dezelfde rechten wil geven als mannen, want vrouwen zijn nu eenmaal anders dan mannen: ze hebben een ander lichaam met andere behoeften. Het is belangrijk dat wij de tijd en ruimte krijgen om het wonder van nieuw leven in ons te laten voltrekken, tijdens de zwangerschap, maar ook in de periode na de geboorte. En ook negen maanden later, als een moeder haar kind nog steeds de borst wil geven (…).

En daar is dan heel concreet een raakpunt met de boeken die ik zelf heb uitgebracht. Afgelopen jaar publiceerde ik in april ‘Koester je kleintje’, de Nederlandse vertaling van ‘Hold Your Prem’, geschreven door Jill Bergman, samen met haar man Nils Bergman. ‘Koester je kleintje’ is één lang pleidooi voor wat Anna Myrte in het hierboven genoemde citaat aan de orde stelt. De baby heeft de moeder nodig en dus moet de moeder, omwille van het welzijn van haar kind, de tijd en de ruimte krijgen om bij haar kind te zijn, ook en vooral als die baby veel te vroeg ter wereld komt.

Eerder deze week ontving ik een bericht van iemand die zo’n vroeggeboorte heeft meegemaakt en moeite heeft om de inhoud van het boek tot zich te nemen. Ze vertelt over haar eigen ervaring en die van een collega-moeder:
Veel dingen ervaar ik (en X overigens ook) als bijna niet op te brengen voor moeders (24 uur per dag bij Y zijn, ik had geen idee gehad hoe ik dat had moeten doen terwijl ik zelf nog bijna niets kon, laat staan moeders die op de intensive care liggen). Ik krijg bij een aantal passages het gevoel dat de schrijfster zelf niet in de schoenen van (vaak zelf zieke) moeders heeft gestaan. Daarnaast krijg je in de Nederlandse ziekenhuizen (waar wij gelegen hebben en over hebben gehoord) natuurlijk ook helemaal geen ondersteuning bij bepaalde dingen die aangereikt worden. Gelukkig komen er steeds meer moeder-kind-centra, maar zelfs dan vraag ik mij af hoe lang moeders daar eigenlijk mogen blijven? Nou ja, en dan roept het dat welbekende schuldgevoel op. Blijkbaar "vindt het boek" dat ik tekort ben geschoten en dan word ik dus af en toe boos (onterecht, dat weet ik! ;-)!

Schuldgevoel over een ervaring die een prachtige belevenis had moeten worden en die heel anders is gegaan dan je voor mogelijk had gehouden… daar zijn een vroeggeboorte en een baring wel heel nauw aan elkaar gerelateerd. Zoals Anna Myrte bepleit dat een baring een spirituele ervaring zou moeten zijn, die je sterkt in je rol als moeder, zo zouden de eerste dagen met je baby ook een inspirerende periode moeten zijn, waarin je de wereld buitensluit en in je gezinscocon woont en helemaal verliefd wordt op je kind. Als je kind die eerste dagen, weken, maanden echter ongelooflijk kwetsbaar is en jullie dagelijks leven door zorgen, twijfels en spanning worden gekleurd, hoezeer je ook van je kind houdt… dan is er geen sprake van privacy. Je hebt met heel veel vreemden te maken en je bent maar zelden helemaal met elkaar en je kind alleen. Dat is heftig en laat sporen na in je ziel.

Een tijd geleden schreef ik over schuldgevoel een lang blog op de website van Kleine Kanjers. Ik denk dat veel schuldgevoel in feite verdriet is, diep verdriet, aangrijpende rouw om wat mis ging, wat je misliep, wat gemist wordt. Dat geldt voor vrouwen die op een ellendige baringservaring terugkijken, die hun kind niet lang genoeg in de veilige baarmoeder konden houden of die hun lieve baby niet op die manier de borst konden geven die ze voor zich zagen. Zoals ik schreef, kan dat verdriet met de jaren zelfs groter worden, als je kennis toeneemt en als je begrijpt dat sommige dingen misschien helemaal niet nodig waren geweest, als je maar…

Dát is waar Anna Myrte in haar boek toe wil aanmoedigen en waar Jill en Nils voor pleiten: zorg dat je weet wat je mogelijkheden zijn. Laat je niet afschepen met standaardverhalen, want er is vaak zoveel meer mogelijk. Vecht als een leeuw(in) voor wat je nodig hebt om deze gebeurtenis tot een goede ervaring te maken. Houd de regie over wat er gebeurt, zodat je met kracht en liefde kunt terugkijken op wat je, samen met je kind en je partner, hebt ervaren in deze wonderbaarlijke uren, dagen, weken, opdat je de maanden en jaren die komen met vertrouwen en zonder schuldgevoel tegemoet kunt treden. Je weet dat je hebt gegeven wat je kon; meer kan niemand van je verwachten. En meer hoef je ook zeker van jezelf niet te verwachten. Als je je stinkende best hebt gedaan, dan is het goed. Dan mag je rouwen om wat je verloor en kun je na verloop van tijd hopelijk loslaten wat je bezwaart op je levensweg. Dan kun je dankbaar zijn voor wat de gebeurtenissen aan je levenservaring hebben toegevoegd. Als je zó in het leven kunt staan, met volledige verantwoordelijkheid voor je keuzes, dan zul je voor je kind een lichtend voorbeeld zijn.

zaterdag 24 november 2012

Voedend ouderschap

Afgelopen week zat ik met een paar collega’s aan de keukentafel te praten na een heerlijke maaltijd en een lekker glas wijn. We kwamen op het artikel van Asha ten Broeke en Annemiek Verbeek in Trouw dat de ene collega en ik al hadden gelezen, maar waar de andere collega nog geen blik op had geworpen. Het stuk lag nog onder handbereik en eindigt met de vraag: “Op welke barricade staat u: die van de fles of van de borst? Stuur uw reactie naar tijdpost@trouw.nl”

Wonderlijke afsluiting van een tekst die begint te zeggen dat het tijd is voor vrede en die beweert een witte vlag aan te reiken. Van die missie is, als je het mij vraagt, niets terechtgekomen. Het stuk is doorspekt met al dan niet ingehouden frustraties en suggestieve formuleringen.
“Wij willen vrede stichten, en wel tussen het ‘flesvoedingskamp’ en de ‘borstvoedingsmaffia’.”
Dat impliceert dat er oorlog is, dat flesvoeders een homogene groep vormen en dat borstvoeders tot een geheime criminele organisatie behoren. Dit is niet het geval.

“Asha vertelde hoe ze als nieuwbakken moeder haar draai niet kon vinden met de borstvoeding. Van een autonoom leven was nauwelijks meer sprake.”
Uitgaande van de Griekse oorsprong van het woord verwijst autonomie naar de capaciteit van een individu om eigen verantwoorde beslissingen te nemen. Die capaciteit is cruciaal in de zorg voor een baby. Je zou wensen dat volwassen vrouwen zich, anders dan Asha, vóór ze zwanger worden op autonome wijze een realistisch beeld vormen van de behoeften van een pasgeboren mensenbaby.
Bovendien wordt de suggestie gewekt dat het geven van borstvoeding ervoor zorgt dat het leven er na de geboorte van een kind ineens heel anders uitziet dan daarvoor. Ook dit klopt niet.

“De medische voordelen van borstvoeding worden schromelijk overdreven.” Nog een misverstand: borstvoeding heeft geen voordelen. Borstvoeding, of melk van de eigen moeder, gedronken uit haar borst, is normgedrag en normvoeding voor zoogdierjongen en dus ook voor de mens. Daar zitten geen voordelen aan; dat is normaal. Tekort schietende alternatieven kennen nadelen.

“Moeders (…) worden ook vrijwel exclusief verantwoordelijk gehouden voor het welzijn van hun kinderen (…).” Tsja… is dat een raar idee, dat moeders, of liever ouders, de primair verantwoordelijken zijn voor het welzijn van hun kind en dat gezonde voeding daarvan een belangrijk onderdeel is?














“(…) de verloskundige kon geen advies geven over het type voeding dat ik moest kopen.” Een geruststelling: het maakt allemaal weinig uit. Koop gewoon geregeld een ander soort kunstmatige zuigelingenvoeding, als dat is wat je wilt geven, zodat je de eenzijdigheid nog een beetje binnen de perken houdt.

“Haar wereld ging weer open: tijd voor zichzelf, tijd om met de baby te spelen, tijd om ongestoord te werken.” Arme baby… tijd die aan de verzorging van het kind wordt besteed, wordt blijkbaar niet beschouwd als ‘eigen’ tijd. Hoort de baby niet bij het ‘eigen’, zelfgekozen leven? Is de baby een gadget, een speeltje dat het werken op hinderlijke wijze verstoort met alle behoeften die in zijn biologische blauwdruk besloten liggen?

“Annemiek is juist dolblij dat ze (…) heeft doorgezet met de borst.” Je zou denken dat borstvoeding alleen maar haalbaar is als je je koppig door alle aanvangsellende heen ploetert. Alweer een onjuistheid.

“Dat is juist het mooie van moeder zijn in onze tijd: dat we de vrijheid hebben om te kiezen.” En hoe zit het met de baby… heeft die nog wat te kiezen? Of is die overgeleverd aan de grillen van de ouders?

Gelukkig is er ook nog een punt waarmee ook ik van harte kan instemmen: “Asha is (…) tegen medische misinformatie.” Dat lijkt me een unanieme gedachte, want daar is niemand voorstander van, denk ik zo. Spijtig, dat die misinformatie nog zo alomtegenwoordig is, zowel waar het gaat om het verdoezelen van de risico’s van kunstmatige zuigelingenvoeding als waar het de goede begeleiding bij borstvoeding betreft.
Het begrip ‘schuldgevoel’ dat in het artikel al in de tweede alinea opduikt… dat is een verhaal op zich. Daarover volgende week meer!