vrijdag 2 februari 2018

Nieuwsuur over bedding-in, deel 1

Op dinsdag 30 januari 2018 wijdde het actualiteitenprogramma Nieuwsuur een item aan het onderwerp ‘coslapen’ (vanaf 23 minuten), en wel coslapen in de vorm van ‘bedding-in’ of ‘bedsharing’. Deze termen werden niet genoemd, maar het item maakt duidelijk dat dát was waarover het ging. Nieuwsuur is een programma van de NOS en dus van de publieke omroep. De NOS zegt op haar website het volgende over de eigen missie:

Aan de hand van deze taken [‘brede nieuwsvoorziening die betrouwbaar is en onafhankelijk’] heeft de NOS zichzelf deze missie gesteld:

“De NOS stelt zich, als integraal onderdeel van de publieke omroep, tot doel de primaire informatiebron te zijn op het gebied van nieuws, sport en evenementen, zodat de Nederlandse burger beter in staat is te oordelen over ontwikkelingen in de wereld, waardoor hij zijn gedrag beter kan bepalen. De NOS hanteert hierbij de hoogste journalistieke eisen van zorgvuldigheid, betrouwbaarheid, ongebondenheid, pluriformiteit en objectiviteit. De NOS streeft ernaar deze informatie toegankelijk te maken via alle beschikbare media en voor alle maatschappelijke geledingen.”

Dit is een nobele taak en één die de wereld in een tijd van ‘fakenews’ hard nodig heeft. Heeft de NOS deze missie met de uitzending over coslapen waargemaakt? Ik zal, om daarachter te komen, in een driedelige blogserie (waarvan dit het eerste deel is) de diverse uitspraken analyseren. Inhoudelijk heeft Gonneke van Veldhuizen ook al het nodige over dit onderwerp gezegd, zoals hier en hier en ook de collega’s van Kiind hebben er al aandacht aan besteed . Ik sluit me volledig bij hun teksten aan en kies daarom een andere insteek. Ik zal focussen op wat er in de uitzending wordt gezegd en hoe het wordt ingekleed en gepresenteerd. Waar ik dat zinvol acht, zal ik wat meer achtergrondinformatie toevoegen.

Anchor woman Mariëlle Tweebeeke begint als volgt:

Baby’s die bij hun ouders in bed slapen. Veel ouders vinden het gezellig, denken dat het goed is voor de binding met hun kind, of hopen zo simpelweg hun kind stil te krijgen, maar dat KAN gevaarlijk zijn. En dus vroeg de Britse krant ‘The Daily Mirror’ cijfers op bij de overheid en die bleken opzienbarend. Wekelijks sterven in Groot-Brittannië twee of drie baby’s in het bed van de ouders.

Dit is een opening die meteen de toon zet voor de rest van het item, want er zitten diverse tendentieuze bewoordingen in. Zo wekt ‘gezellig’ de indruk dat ouders die voor coslapen kiezen, een heel oppervlakkige motivatie daarvoor hanteren, namelijk ‘gezellig’, ‘wel leuk’. Daarmee worden die ouders als onnozele ganzen weggezet, die niet doorhebben hoe gevaarlijk het wel niet is. Er wordt verder gesteld dat ze ‘denken dat het goed is voor de binding met hun kind’. Ook hier wordt gesuggereerd dat ouders zich niet goed hebben verdiept in de argumenten die pleiten vóór coslapen in de vorm van bedsharing of bedding-in. Omdat ik nu vooral de vorm en toon van de uitzending wil bespreken en niet de inhoudelijke aspecten van coslapen, laat ik die argumenten even liggen; die vormen namelijk een blog op zichzelf. Tot slot noemt ze als motivatie van de ouders de wens om ‘hun kind stil te krijgen’. Ik vermoed zomaar eens dat Mariëlle zelf niet gewend is aan een huilend kindje in de nachtelijke uren en aan wat daarvan op iedereen het effect is, vooral ook op de baby. Die wens van de ouders, waarover nu nogal smalend wordt gedaan, heeft namelijk zeer goed wetenschappelijk te onderbouwen redenen. Is Nieuwsuur daarvan op de hoogte…?

En een andere vraag die opkomt: hebben de makers van deze reportage partners en zo ja, waar slapen die? Kan men niet alleen slapen? De argumenten die willekeurig welke volwassene heeft voor het slapen in één bed met de meest dierbare ander, die gelden voor een onrijpe, volledig afhankelijke baby in versterkte mate. Daarover wordt echter niets uitgelegd.

Tweebeeke legt in de volgende zin de klemtoon op ‘kan’: ‘dat KAN gevaarlijk zijn’. Dat is uiteraard waar, zoals dat voor alle dingen in het leven geldt waarbij je niet goed oplet of je niet goed voorbereidt.
Dan verwijst ze naar de cijfers die ‘The Daily Mirror’ heeft verzameld en die zijn inderdaad opzienbarend: twee of drie baby’s die wekelijks sterven in het bed van de ouders. Een goede wetenschappelijke (en journalistieke!) attitude is om bij opzienbarende resultaten *altijd* grondig verder te kijken. Dan is de kans namelijk groot dat er iets vreemds aan de hand is met het onderzoeksdesign of de interpretatie van de data. Daarover worden we verder helaas niet geïnformeerd. Wél volgt er een filmpje met het relaas van een moeder die haar kindje in verloren. Is het zinvol en ethisch acceptabel, zowel voor deze moeder als voor degenen die de uitzending zien of over dit onderwerp een beslissing moeten nemen, om het onderwerp op deze manier naar voren te brengen? Gezien de balans (lees: het ontbreken daarvan) in de reportage die volgt, is mijn antwoord een ondubbelzinnig ‘nee’. Met bangmakerij ga je de veiligheid niet vergroten en al helemaal niet de bereidheid van ouders om open het gesprek aan te gaan over hun slaapgewoontes.

Het filmpje zegt: ‘Jaarlijks sterven meer dan 130 baby’s die bij de ouders in bed of op de bank slapen.’ Dit is een uitspraak waarin sterk uiteenlopende grootheden op één bult worden geveegd. Baby’s bij de ouders in bed kan op veilige en op onveilige manieren en baby’s die bij de ouders op de bank slapen… dat is in de meeste gevallen simpelweg een gevaarlijke situatie, omdat een bank niet voor slapen is bedoeld en vaak moeilijk baby-proof kan worden gemaakt. Wat hier gebeurt, is dat de doorsnee kijker, die geen specialist is op dit terrein, iets krijgt voorgeschoteld wat niet meteen goed te duiden valt, maar waaruit wel een helder beeld opstijgt: met je kind op één oppervlak slapen is ALTIJD gevaarlijk en de kans is groot dat je baby er DOOD aan gaat. Is dit wat de NOS noemt ‘brede nieuwsvoorziening die betrouwbaar is en onafhankelijk’, ‘zodat de Nederlandse burger (…) zijn gedrag beter kan bepalen’…?

‘Elke week overlijden minstens twee baby’s als gevolg van dit samen slapen’, gaat het filmpje verder. WELK samen slapen, is dan de vraag? In bed of op de bank, op veilige of op onveilige wijze? We komen er niet achter.

Tweebeeke weer, over de waarschuwingen van Nederlandse kinderartsen:

‘In bed slapen met jonge zuigelingen neemt toe en dat is zorgelijk.’

Dat is interessant: hoe weten de Nederlandse kinderartsen dat het toeneemt? Op welke wijze hebben ze daarover cijfers verzameld en hoe betrouwbaar zijn die? Het coslapen in de vorm van bedding-in is namelijk een soort van taboe-onderwerp. De jeugdgezondheidszorg is royaal voorzien van beleidsdocumenten en richtlijnen die door tegenstanders van bedding-in zijn opgesteld. Medewerkers van consultatiebureaus zijn daarom in het algemeen geneigd om ouders streng te waarschuwen wanneer zij gewag maken van hun intentie of hun gewoonte om het bed met hun kind te delen. Ook in de kraamzorg worden die richtlijnen gehanteerd (zoals later in de uitzending nog blijkt). Wanneer dit de sfeer is, is de kans niet groot dat ouders openlijk en in lijn met de realiteit rapporteren over het aantal uren dat hun kind bij ze in bed ligt of dat ze advies inwinnen over hoe ze dat op een veilige manier kunnen doen. Waarom dat belangrijk is? Omdat het betekent dat de beleidsmakers die de noodklok luiden over het aantal kinderen dat sterft in het ouderlijk bed (in Nederland zijn dat er, anders dan in Engeland, vier of vijf per jaar, tegenover zo'n 15 op een andere plek, maar daarover later meer), zonder dat open gesprek met ouders geen goed beeld kunnen schetsen van hoe groot dat risico nu eigenlijk is. Even simpel: als vijf ouderkoppels hun kind in bed nemen en die vijf kinderen overlijden, is het risico 100%. Als er 500.000 ouderkoppels hun kind in bed nemen en er overlijden vijf, dan spreken we over een risico van 0,001%. Da’s nogal een verschil.


Kinderarts Adèle Engelberts komt aan het woord en vertelt ons met een zorgelijke blik:
‘Het blijkt toch een belangrijke factor te zijn bij de jonge kinderen.’

Dat baart hun als kinderartsen zorgen, zegt ze, omdat ze ‘denken’ dat het samen slapen met jonge zuigelingen toeneemt. Bijzonder: Tweebeeke zegt net voordat Engelberts in beeld komt: ‘In bed slapen met jonge zuigelingen NEEMT TOE.’ Dat is echter niet wat Engelberts zegt; zij zegt: ‘Wij DENKEN dat het toeneemt.’ Denken is een nuttige bezigheid, maar je kunt er als gepromoveerde kinderarts toch geen waarschuwingen voor babysterfte op baseren…?!

Tot hier voor vandaag de analyse van de Nieuwsuur-uitzending over coslapen. Binnenkort deel 2!

Ennuh... weten hoe je wél veilig samen met je baby kunt slapen? Koop 'Slapen met je baby'!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten