Posts tonen met het label Ria Blom. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ria Blom. Alle posts tonen

woensdag 20 november 2013

Richtlijn excessief huilen, deel 10

Vandaag is de tweede helft aan de beurt van het boekje ‘Inbakeren brengt rust’, geschreven door Ria Blom, in de uitgave van februari 2011. Dit boekje is via een verwijzing in Bijlage 4 onderdeel van de ‘Multidisciplinaire richtlijn excessief huilen bij baby’s’.

Pagina 29
Laat je baby het eerste half jaar op jouw slaapkamer slapen, in zijn eigen bed en niet bij de jou in bed. Dit algemeen geldende advies staat beschreven in de folder Veilig Slapen van de Stichting Wiegedood/Consument en Veiligheid. Vraag ernaar op je consultatiebureau.

Het is winst dat er tegenwoordig expliciet wordt aangegeven dat coslapen in de vorm van rooming-in wenselijk is. Ouders horen echter ook gedegen informatie te krijgen over hoe ze coslapen in de vorm van bedding-in veilig kunnen vormgeven. De derde vorm van coslapen, een cosleeper, verdient zeer zeker ook aandacht.

Zet overdag het bed zo neer dat je naar je kind kunt gaan kijken zonder dat je kind je opmerkt.

Tja, stel je voor, dat je kind ziet dat je voor haar zorgt en haar in de gaten houdt…

Pagina 31
Een uitgerust kind drinkt bovendien krachtig en efficiënt. Voeden op verzoek en regelmaat gaan dan ook goed samen, mits de borstvoeding goed op gang is.

Het is mooi dat het ‘goed op gang’ zijn als voorwaarde wordt genomen, maar wanneer is de borstvoeding goed op gang? Veel moeder-kindkoppels hebben daar een heel aantal weken voor nodig. En zeker als er sprake is van onrust in de baby (uitgangspunt voor het inbakeren), duurt het vaak langer voordat het voeden goed loopt. De stelling dat ze elkaar niet bijten, lijkt dan ook voorbarig.

Wanneer je kind de regelmaat eenmaal te pakken heeft, zal hij zich uit zichzelf op zijn tijd melden voor de voeding. Het kan bijvoorbeeld zijn dat hij in de ochtenduren vier uur tussen de voedingen laat en in de namiddag/avond drie uur. Ook dit is een mooie regelmaat.

Tussenpozen van drie à vier uur, bij een baby van een paar weken… Reken even door en je komt tot de conclusie dat er in dat geval maximaal van 6 à 7 voedingen sprake kan zijn. Dat is weinig voor een pasgeborene. Het is in ieder geval een aantal dat de gemiddelde volwassene zeker niet haalt. Tel maar eens, hoe vaak je op een dag iets in je mond steekt. Onder de 10 keer blijft vrijwel niemand. En dan ben je een volwassen mens met een ontwikkeld rationeel brein dat inzicht heeft in tijdsverloop en dat tot probleemoplossing en zelfregulatie kan komen. Bovendien… als er wordt aangegeven dat de baby zich op ‘zijn tijd’ zal melden, bouw je dus de mogelijkheid in dat de frequentie (ruim) hoger ligt. Terecht, trouwens.

Pagina 32
Over de gewenningsfase en je eigen vragen daarbij:
Hoe ziet de dag eruit; wat doe je bij verzet en hoe lang laat je je kind huilen? (…)
Je geeft hem de kans zelf in slaap te komen, weliswaar huilend. (…) Een oververmoeide baby van vijf weken heeft wellicht minder krachten ter beschikking om fel te protesteren.

Dit laatste wordt als een voordeel gezien: wie te moe is van het huilen, heeft geen energie óm te huilen en zal snel in slaap vallen. Hoe dan ook: het huilen hoort er duidelijk bij en wordt als ‘gezond protest’ gekwalificeerd. Desondanks wordt het genegeerd en wordt er niet getroost.

Pagina 33
Wetende dat deze aanpak bij de meeste kinderen op korte termijn resulteert in aanzienlijk minder huilen en meer slapen, weegt het enkele keren huilen voor het in slaap vallen ruimschoots op tegen troosten met alleen effect voor het moment. (…) Verder speelt een rol wat je zelf kunt verdragen. (…) Je hoeft je hierdoor [door het felle protest] niet te laten afschrikken. Hoe zekerder je je voelt over de juistheid van deze nieuw ingeslagen weg, hoe beter je het huilen kunt verdragen zonder te reageren. (…) [Veel ouders] merken dat hun kind des te harder gaat huilen als ze weer weg gaan [zonder te troosten]. Geef je kind de ruimte voor gezond protest. Zo geef je hem ook de ruimte eigen krachten in te zetten om zélf kleine probleempjes op te lossen.

Wat zullen we hiervan zeggen…? Het is een groot misverstand dat troosten alleen maar effect heeft voor het moment. Troosten geeft in de baby een reactie die mede vormend is voor zijn hersenontwikkeling en stressregulatie, voor zijn veiligheidsbeleving in de wereld. Dat is niet een ‘effect voor het moment’, maar een levenslange imprinting. Dat een kind fel protesteert als het de ouders ziet weggaan zonder getroost te zijn, is logisch. Het is de ‘separation distress call’ die een baby laat horen om zijn overlevingskansen te vergroten. Alleen achterblijven staat voor een baby gelijk aan blootstaan aan levensbedreigende gevaren. Je kind weet immers niet dat er geen tijger om de hoek ligt, want haar amygdala registreert wel diezelfde angst, die primitieve, instinctieve angst voor roofdieren, voor opgegeten worden, voor hulpeloosheid.
Als dan wordt gesteld dat dit huilen opweegt tegen het troosten… over wie hebben we het dan? Voor wie weegt het ertegenop? Voor de baby…? Ik waag dat te betwijfelen.

Je kind mag de eerste paar dagen best 15 tot 20 minuten ongestoord huilen voordat hij in slaap valt. (…) Wanneer je het huilen goed beluistert, zul je na ongeveer tien minuten steeds vaker een kleine pauze horen. Laat jezelf hierdoor gerust stellen. Het betekent dat je kind toch niet zo overstuur is als het lijkt.

Wat een dramatische conclusie… Een kind dat van het huilen volledig overstuur raakt, zal inderdaad pauzes inlassen: de wanhoop en de uitputting slaan toe. Dat heet wanhoop of dissociatie.
Het woord ‘ongestoord’ in deze context is overigens ook zorgelijk; ‘ongestoord’ moet gelden voor prettige activiteiten, niet voor zaken die tot torenhoge stress en gevoelens van eenzaamheid leiden.

Pagina 34
Zoals hier beschreven klinkt het misschien nogal heftig en zul je er als ouder tegenop zien – je kind alleen laten huilen is het allermoeilijkste wat er is en gaat helemaal tegen je moedergevoel in –

Ja, voor veel ouders is dat gelukkig inderdaad nog het geval, ondanks alle slechte adviezen die ze krijgen. Het is te hopen dat ze dat gevoel volgen en dat ‘allermoeilijkste’ niet proberen te bereiken.

Wanneer je het nodig vindt iets te doen, doe het dan liefdevol, zwijgzaam en zo neutraal mogelijk.

Dit soort manieren van omgaan zijn in het verleden al wel uitgeprobeerd. Ze heten de ‘still face procedure’ en ze zijn voor een kind angstaanjagend. Het gebrek aan emotie in de primaire hechtingsfiguur terwijl het kind van slag is, is een ontluisterende ervaring voor het kleine mensje.
Bekijk dit filmpje maar eens; het gaat je door merg en been en mij springen er iedere keer weer de tranen van in de ogen. En dan te bedenken dat dit onderzoek al zo’n 35 jaar oud is… Willen we zo’n methode werkelijk aanbevelen?

Pagina 35
Wanneer dit niet helpt, kun je een speentje geven of op de slaapkamer een klein slokje aan de borst of uit de fles. (…) Deze manieren van troosten zijn hulpmiddelen voor de eerste paar dagen. Laat het geen nieuwe gewoonte worden.

Hier is andermaal sprake van een gebrekkig inzicht in de functie van het voeden aan de borst. Ook het voorstel voor het geven van een speen roept vraagtekens op. Daar zijn bezwaren tegen aan te voeren met het oog op de vaardigheid aan de borst. De dreigende toon in dit advies getuigt verder van een paternalistische, autoritaire aanpak.

Pagina 39
Over het afbouwen van de doeken en de aanpak in die fase, als er weer meer onrust ontstaat:
Je gaat bijvoorbeeld vaker lopen voor een speentje of je kind toch weer opnemen wanneer hij huilt. (…) Voor je het weet is je kind weer afhankelijk van je!

Dat een kind afhankelijk is van de ouders… dat duurt zo’n jaar of 18 (en als het kind gaat studeren, duurt het nog weer een jaar of vijf extra). Wat een onbegrijpelijke conclusie, dat je geen moer bent opgeschoten als je kind na een aantal weken inbakeren ‘weer’ van jou afhankelijk is. Natuurlijk is dat het geval! Je kind heeft je nodig, nog jarenlang, op allerlei gebieden. Je kind is op die leeftijd niet ‘weer’ van jou afhankelijk, maar NOG STEEDS en voorlopig ook nog heel lang!

Op pagina 44 vinden we de nabeschouwing met een aantal conclusies.
Na een verkwikkende slaap kan het uitgeruste kind zich weer vol overgave richten op de wereld om hem heen. Hij zal langer en aandachtiger met hetzelfde kunnen spelen zonder de ouder daarbij nodig te hebben. Wanneer we de regelmaat, eenduidigheid en het inbakeren zien als het bieden van grenzen, staan ze niet op zichzelf. Op een andere wijze kan het bieden van grenzen een vervolg hebben. Zoals grenzen in het speelgoedaanbod en in wat wel en niet geoorloofd is. Ook in pedagogische zin is liefdevolle begrenzing nodig. Zonder dit zla het nu bereikte resultaat in een volgende ontwikkelingsfase, bijvoorbeeld in de nee-fase, weer verloren kunnen gaan.

Wat hier gebeurt, is dat ouders een stevige waarschuwing krijgen: als je nu niet met inbakerdoeken grenzen aanbrengt, dan kun je het straks in de peutertijd wel vergeten, want dan wordt je kind onhandelbaar. Dit is klinkklare onzin. Natuurlijk heeft een kind op diverse manieren begrenzing en duidelijkheid nodig, maar daarbinnen moet er wel aan zijn primaire behoeften tegemoet worden gekomen.
Dit boekje laat op allerlei manieren zien dat er met die behoeften een loopje wordt genomen. Ik vind dat een verontrustende aangelegenheid en beschouw, net als ik dat een aantal jaren geleden deed, de verwijzing naar het werk van Ria Blom dan ook nog steeds als een groot probleem. Baby’s en ouders verdienen waarachtig betere pleitbezorgers dan diegenen in de kernredactie die tot deze stap hebben besloten. Deze aanbeveling is een misstap; hoe gaat de overheid deze bedreiging van de volksgezondheid een halt toeroepen? Als je suggesties hebt... plaats ze in de comment-box hieronder!

woensdag 13 november 2013

Richtlijn excessief huilen, deel 9

Vorige week liep ik wat vertraging op in het bemachtigen van de benodigde achtergrondinformatie, maar sinds gisteren heb ik die in huis en dus volgt nu deel 9 in de serie over de ‘Multidisciplinaire richtlijn excessief huilen bij baby’s’.

In Bijlage 4 van de richtlijn wordt het onderwerp ‘Inbakeren’ behandeld en daarbij wordt verwezen naar het boekje ‘Inbakeren brengt rust’ van Ria Blom, uitgave februari 2011. Zoals al eerder opgemerkt ben ik van mening dat de kernredactie met de verwijzing naar deze uitgave een groot risico neemt, in mijn beleving een onaanvaardbaar risico. Ik had zelf de versie van 2003 in de kast staan en hoopte dat die van 2011 op grond van alle inzichten een structureel ander document zou zijn. Die hoop is gistermiddag tijdens het lezen vervlogen. Het boekje staat bol van wonderlijke uitgangspunten en het is moeilijk te bepalen waar ik zal beginnen en wat ik zal behandelen en wat niet. Laat ik maar gewoon een start maken en zien waar we uitkomen. Zo nodig moet deel 10 ook over het inbakeren gaan. Ik zal zinnen citeren en mijn gedachten eraan toevoegen. Ook nu geldt weer dat ik het niet zonder meer eens ben met de dingen die ik niet bespreek. Ik pak de essentie eruit.
Ik wil er overigens op wijzen dat op bladzijde 7 dr. Monique L'Hoir (projectleider) en dr. Bregje van Sleuwen (onderzoekster) het voorwoord ondertekenen en zich daarmee duidelijk verbinden aan de inhoud van het boekje. Zij zijn ook degenen die zich sterk maken voor de implementatie van de richtlijn.

Pagina 8:
Vaak is dit [jengelgedrag rond drie weken] het gevolg van een onregelmatig slaap- en drinkpatroon.

Hoe kunnen we dat zeker weten? Een baby van drie weken hééft meestal nog helemaal geen duidelijke regelmaat; die is nog volop bezig om aan de wereld te wennen en heeft vooral nabijheid nodig. Daarnaast: wat is de definitie van ‘onregelmatig’? Dit wordt vooralsnog niet toegelicht.

Dan wordt het kind steeds in slaap geholpen in plaats van uit zichzelf in slaap te vallen.

Kan iemand mij vertellen hoe je voor een ander in slaap kunt vallen in plaats van dat zelf te doen?

Dezelfde kinderen drinken tien keer kleine beetjes aan de borst in plaats van vijf keer een volledige voeding.

Vijf keer? Op welke leeftijd? En ‘volledig’? Wat is de definitie? Waar is de fysiologie in deze visie?

Pagina 9:
Het inbakeren zelf moet worden gezien als een tijdelijk hulpmiddel om te komen tot regelmaat en zelfredzaamheid. Zo kan het kind weer toekomen aan de eigen slaap-, drink- en speelbehoefte.

Regelmaat, maar vooral zelfredzaamheid is de komende maanden (voor sommige aspecten zelfs jaren!) nog lang niet aan de orde. De mens is een draagzoogdier en een mensenkind is totaal afhankelijk van de verzorgers en dus van coregulatie. Het kind kan haar behoeften aangeven en het is aan de ouders om daar responsief op te reageren.

Inbakeren gebeurt niet in de kraamtijd. Ouder en kind moeten de kans krijgen zich op elkaar af te stemmen en natuurlijkerwijs in een regelmaat te komen.

Het is totaal onrealistisch om te verwachten dat dit afstemmingsproces na een week is voltooid.

Het leren ‘lezen’ van de lichaamstaal helpt daarbij en wordt zichtbaarder bij een niet ingebakerd kind.

Dat lijkt een juiste constatering, dus waarom dan al zo snel inbakeren?

Pagina 10
Naar de buik draaien wordt aanzienlijk bemoeilijkt door op de juiste manier in te bakeren en het bed op de juiste manier op te maken.

Naar de buik leren draaien is een ontwikkelingsstap in het leven van een kind. Waarom zou je die ontwikkeling willen bemoeilijken als het eenmaal zover is?

Pagina 11
Er worden indicaties voor inbakeren genoemd:
-          ontevredenheid/niet alleen kunnen zijn/spelen
-          veel huilen door onverklaarbare darmkrampjes

Een pasgeboren baby hoeft helemaal niet alleen te kunnen zijn of alleen te kunnen spelen. Daarvoor is het veel te vroeg. En wat de darmkrampjes betreft… die hebben dikwijls best een oorzaak waaraan met aangepast voedingsbeleid iets is te doen. Als er sprake is van de ‘normale’ onrust, dan helpen warmte en massage vaak goed, net als het gedragen worden.

Pagina 12
Deze kinderen [met onrustig drinkgedrag] blijven vaak aanmerkelijk beter ‘bij de les’ wanneer zij stevig gewikkeld in een omslagdoek of ingebakerd de borst of de fles aangeboden krijgen.

Borstvoeding geven met het kind in de bakerdoek lijkt mij een slecht plan. Voeden aan de borst is een belangrijke zintuiglijke ervaring voor zowel moeder als kind en de baby heeft daarbij de armen en haar hele lijfje nodig om zich op mama te kunnen oriënteren en de borst te vinden en te pakken.

Pagina 14
Met regelmaat wordt bedoeld: dezelfde opeenvolging van gebeurtenissen in de volgorde: slapen – wakker worden, dan ontbakeren – voeden – naar behoefte knuffelen op de arm of op schoot – alleen spelen in de box – moe, dan inbakeren en wakker in bed te slapen leggen.

De vraag die bij mij opkomt: op wiens behoefte aan knuffelen wordt hier gedoeld? En waarom mag een baby niet aan de troostende, warme borst in slaap vallen? Is dat niet wat heel veel jonge zoogdieren doen, bij mama liggen en genieten, terwijl mama ook zelf volop geniet?

Met eenduidigheid wordt bedoeld: dezelfde gebeurtenis op dezelfde plek, met name: altijd alleen-spelen van de baby in de box (…)

Waarom moet een baby alleen spelen? Waarom mag de primaire hechtingsfiguur niet de vertrouwde speelkameraad zijn, die de baby helpt de wereld te leren kennen vanuit de veiligheid van de armen?

Pagina 15
Wanneer je je handelen laat afhangen van de situatie, is er geen voorspelbaarheid.

Tsja, that’s life, dat niet alles voorspelbaar is. De grootste kunst die ouders zich eigen kunnen maken, is nu juist dat ze hun handelen wél van de situatie laten afhangen en er flexibel mee omgaan.

Het spreekt voor zich dat er na de late avondvoeding en in de nacht niet gespeeld wordt. (…) Leg je ingebakerde kind na de nachtvoeding wel terug in het eigen bed.

Dat het na verloop van maanden een goed idee is om er in de nacht geen feestje van te maken, daarin kan ik me vinden, maar we spreken hier nog over baby’s van dagen, weken oud. Die hebben nog geen idee van dag en nacht en hebben gewoon de klok rond liefdevolle aandacht nodig. Die mag echter niet bij de ouders in bed gegeven worden, want het ‘eigen’ bed is voorschrift…

Accepteer huilen voor het in slaap vallen in de overgangsfase naar een nieuw ritme met eenduidige patronen. (…) Sommige kinderen hebben het nodig zichzelf kortdurend in slaap te huilen.

Andermaal ontbreekt hier een definitie; wat moeten we onder ‘kortdurend’ verstaan? Hoe dan ook, het in slaap laten huilen wordt hier als volstrekt aanvaardbaar neergezet.
Op pagina 16 wordt het allemaal nog een flink stuk erger. Ik geef een lang citaat en wil daarmee graag laten zien dat de kookwekker weliswaar uit de richtlijntekst is verdwenen, maar er met het opnemen van dit boekje in de bijlage via de achterdeur tóch weer in komt (en nu geruststellend een ‘wekkertje’ wordt genoemd)! Dit is een beschamende aangelegenheid.
Dit citaat is voor deze week het laatste deel van het boekje. Pagina 17 tot en met 28 gaat over het daadwerkelijke inbakeren. Volgende week start ik op pagina 29, vanaf waar we nog meer dubieuze zaken over voeden en protest tegen het inbakeren tegenkomen.

Goed, het citaat dat mij grote zorgen baart, op pagina 16:
Spreek met jezelf af hoe lang je kind mag huilen. In het onderzoek werd ouders gevraagd om zich maximaal 30 minuten niet aan hun kind te laten zien. Dit om hem de kans te geven zelf in slaap te leren vallen. Om een reëel besef van de huilduur te hebben werd de kookwekker als hulpmiddel aangeraden, net als in de voorgaande drukken van dit boekje. Een aantal ouders/beroepsgenoten vond deze 30-minutengrens (de meeste kinderen huilen korter!) te lang. De kookwekker stuitte op weerstand. Uit ervaring is gebleken dat het omslagpunt van huilen naar slapen vaak rond de 15 minuten ligt. Daarom is besloten om het advies voor ongestoord (sic! MVK) laten huilen naar 15 tot 20 minuten te verlagen. Uiteraard is de keuze aan de ouder hoe deze tijd in de gaten te houden. Voor de een kan het helpen om op te schrijven hoe laat het kind naar bed gaat, de ander gebruikt liever een wekkertje.

Laat je gedachten erover gaan, mensen, en vraag je af of je graag deze behandeling zou ondergaan als je een baby was…

woensdag 30 oktober 2013

Richtlijn excessief huilen, deel 8

Na een aantal intensieve en inspirerende dagen retraite/studieverlof heb ik de werkdraad weer opgepakt en schrijf ik het volgende deel over  de ‘Multidisciplinaire richtlijn excessief huilen bij baby’s’, te beginnen bij Hoofdstuk 13, getiteld ‘Optimale samenwerking’.

Uiteraard is er een groot aantal zorgverleners dat te maken heeft met de zorg voor overmatig huilende baby’s. In veel gevallen zal de JGZ, via het eerste huisbezoek of via het eerste bezoek van de ouders aan het consultatiebureau, een prominente plaats innemen. Toch heb ik op grond van alle verhalen die we terughoren van moeders, zorgen bij de zin op pagina 87: De JGZ biedt, naast universele preventie, de volgende zorg rondom excessief huilen bij baby’s: signalering en voorlichting, en (bij een goed groeiend, gezond kind) aanpak in de vorm van regelmaat, voorspelbaarheid en prikkelreductie, video interactie begeleiding, babymassage, e.a. specifieke programma’s. Mijn zorgen zitten met name in de woorden ‘bij een goed groeiend, gezond kind’. Hoe definiëren we ‘een gezond kind’? Als een kind zich zodanig oncomfortabel voelt dat het overmatig huilt en niet te troosten is… kunnen we dan wel spreken van een gezond kind? Anders gezegd: is de term ‘een gezond, overmatig huilend kind’ niet een contradictio in terminis? Kunnen die twee dingen, gezond zijn en zo verdrietig zijn, wel samengaan? Pak een willekeurige volwassene bij de kop die een groot deel van de dag huilt… dan noemen we die zeker niet gezond. Ik wil graag verwijzen naar deel 5 van deze serie, waarin ik een situatie schets over een huilende buurvrouw. Ik zou iedereen willen uitnodigen zo’n situatie voor ogen te nemen en je dan af te vragen of een vastgestelde aanpak ethisch verantwoord is. Emotionele levensmomenten vereisen een aanpak die is afgestemd op de noden van degene die verdriet heeft. Dat is heel wat meer dan het inzetten van een protocol.

Uit de beschrijving van de mogelijke ziekenhuisopname (pagina 87) wordt niet duidelijk hoe het de baby tijdens deze 5 à 10 dagen vergaat. Huilt een kind dan veel? Hoe wordt daarmee omgegaan? Wie troost de baby? Wat wordt er ondernomen om te zorgen dat de baby zich niet alleen voelt? Dat zijn allemaal essentiële vragen en ik maak me zorgen om de antwoorden. Ik zal zeker niet beweren dat het altijd eenvoudig is, maar de psychische nood die ontstaat bij een baby die wordt losgerukt van zijn vaste verzorgers… dat is wel iets om heel goed bij stil te staan.

Het stroomdiagram op pagina 90 bevat weer de term medische oorzaak. Zoals al eerder aangegeven, blijft dit een rare definitie. Geestelijke gezondheid behoort net zo goed tot het medische vakgebied en is van grote invloed op het algehele welbevinden. We lopen volstrekt achter de feiten aan wanneer we doen alsof lichaam en geest in twee afzonderlijke delen op te splitsen zijn. Die visie is totaal achterhaald. Lichaam en geest beïnvloeden elkaar over en weer in sterke mate.
Een ander manco van het schema is dat er voorafgaand aan de diagnose excessief huilen alleen maar door de huisarts naar het kind wordt gekeken. De ‘verwijzing op maat’ komt pas in een later stadium, terwijl er heel veel zaken denkbaar zijn die door de huisarts niet kunnen worden onderkend (omdat die nu eenmaal niet op ieder terrein specialist is), maar wel degelijk de oorzaak van het huilen kunnen vormen. Het is dan ook een slechte zaak dat de diagnose al in een zo vroeg stadium wordt gesteld. De verwijzing op maat (bijvoorbeeld naar een lactatiekundige, om maar even op mijn eigen vakgebied te blijven) zou moeten plaatsvinden vóórdat het label op het kind wordt geplakt.
Onderaan de pagina komen we overigens weer de vreemde urineweginfectie tegen; als daarvan sprake is, moet die toch in het vroege stadium worden vastgesteld? Waarom staat die apart genoemd, terwijl er allerlei infecties denkbaar zijn die tot overmatig huilen kunnen leiden?

Op pagina 91 lezen we bij de randvoorwaarden voor goede zorg onder andere dit: Zorgverleners dienen onder meer deskundig te zijn op het gebied van normaal gedrag van baby’s en op het gebied van gedrags- en ontwikkelingsproblemen en deskundig in het gebruik van 24-uurs dagboeken en

signaleringsinstrumenten.
Dit blog is deel 8 in een serie en de voorgaande delen hebben duidelijk gemaakt dat er in de richtlijn heel veel aannames zitten die voorbijgaan aan wat normaal gedrag van baby’s is. Het blijft een ernstig manco dat dit document aan dat normale gedrag geen prominentere rol heeft toegekend. Er is meer dan genoeg materiaal beschikbaar dat er wat over kan zeggen. Als zorgverleners uit deze richtlijn moeten halen hoe normaal gedrag eruit ziet, dan komen ze bedrogen uit. De praktijk leert helaas dat normaal, fysiologisch zoogdiergedrag bepaald geen grote bekende is van veel zorgverleners. Hoe gaan we met z’n allen dit manco verhelpen?

Op bladzijde 99 begint Bijlage 4 met een buitenproportioneel lang verhaal over inbakeren, terwijl onderaan de pagina te lezen valt: Zoals eerder beschreven, was het verschil in effect tussen inbakeren en niet inbakeren op het huilen klein en werd dat alleen gevonden bij baby’s tussen 2 weken en 7 weken oud. Waarom is er dan in vredesnaam zo’n lang stuk aan gewijd?
Er worden in de richtlijn allerlei methodes genoemd die, met mitsen en maren omgeven, min of meer of expliciet worden afgeraden. Desondanks krijgt dit inbaker-onderwerp een flinke lap tekst toegemeten, terwijl ook hier heel veel voorzorgen in acht moeten worden genomen om te zorgen dat het veilig is en geen schade veroorzaakt. Hier lijkt weer sprake van de al eerder gesignaleerde bias.

Op pagina 100 wordt het inbakeren beschreven als een tijdelijk hulpmiddel om op eigen kracht te leren inslapen en doorslapen. Het blijft een wonderlijk iets, dat er wordt gedacht dat je iemand kunt leren inslapen. Dat doet toch iedereen altijd zelf?! Je kunt toch niet voor een ander in slaap vallen? De vraag zou moeten zijn: “Hoe komt het dat bij jonge, pasgeboren kinderen een zo primaire functie als slapen zodanig kan worden verstoord dat het moet worden aangeleerd op de één of andere manier?” Ieder dier valt in slaap als alles in orde is en het dier is moe. Alleen als er gevaar dreigt, blijft een dier wakker en alert. De opdracht lijkt dan ook heel simpel: zorg dat het kind zich veilig voelt; dan komt de slaap vanzelf.
Voorwaarde is natuurlijk dat ouders hun kind goed observeren en kennen en daarvoor is tijd nodig.
Op pagina 101 lezen we: Tijdens de kraamtijd wordt niet ingebakerd. Ouders moeten de kans krijgen hun kind goed te observeren en te leren kennen. Dat bevordert de interactie tussen ouder en kind. Vooral in de eerste weken is het van belang dat ouders de signalen van honger leren herkennen bij hun kind. Op grond van deze en andere zinsneden in de tekst, wordt de indruk gewekt dat dat leerproces na een week is voltooid. Dan is immers de kraamtijd voorbij en volgens de richtlijn kan het inbakeren worden gestart na week 1. Ik denk dat we gerust kunnen stellen dat ouders na een week nog volop bezig zijn hun kind te leren kennen en dat dat nog een heel aantal weken voortduurt. De vraag lijkt dan ook gerechtvaardigd: waarom zou je zo snel al met inbakeren beginnen?
De redactie verwijst naar het boek van Ria Blom, ‘Inbakeren brengt rust’, uit 2011. Volgende week wil ik, tot slot van deze serie, graag nog wat zeggen over dat boek. Mijn mening is dat de redactie een onaanvaardbaar grote verantwoordelijkheid op zich heeft genomen met deze verwijzing. Het boek wordt daarmee een soort integraal onderdeel van de richtlijn en dat is zorgelijk.

zaterdag 19 oktober 2013

Richtlijn excessief huilen, een heftige persoonlijke ervaring


De afgelopen weken heb ik uitgebreid geanalyseerd wat er naar mijn idee schort aan de ‘Multidisciplinaire richtlijn excessiefhuilen bij baby’s’. Er volgen nog een paar delen, totdat ik de tekst volledig heb doorlopen.

Door de jaren heen heb ik veel droevige verhalen gehoord over hoe ouders van het consultatiebureau te horen kregen dat ze hun baby ‘moesten’ laten huilen en hoezeer dat hun pijn deed. Ze waren wanhopig door de onrust van hun baby, maar ergens diep weg vertelde hun intuïtie nog wel dat het laten huilen niet de goede oplossing was. Nog steeds wordt er naar de boeken en methoden van Ria Blom verwezen, zowel in de richtlijn als door cb-medewerkers. Ook wordt er hier en daar verwezen naar een video waarop het allemaal wordt uitgelegd. De titel hiervan is ‘Huilbaby? Rust en Regelmaat!’ Op de cover zien we één van de leden van de kernredactie met haar baby.

Aan de hand van het onderstaande wil ik de lezer een inkijkje geven in het verhaal achter de totstandkoming van deze instructiefilm. Het is een lang en heftig verhaal en het wordt hier uiteraard met volledige instemming van de moeder in kwestie geplaatst. Zij hoopt er daarmee aan bij te dragen dat er een einde komt aan de adviezen om jonge baby’s te laten huilen en dat doel heeft mijn hartstochtelijke instemming. Ik heb groot respect voor haar moed en ben haar dankbaar voor het delen van dit indringende relaas.
De moeder heeft in dit blog het laatste woord; ik meld mij volgende week weer, met deel 7 over de richtlijntekst.

(Het onderstaande bericht is van september 2009; de baby was toen een paar jaar oud en de gebeurtenissen hadden plaatsgevonden toen haar zoontje ruim twee maanden was. De moeder heeft jarenlang getobd met de onveilige hechting van haar zoontje en nog altijd zijn de sporen van die begintijd niet volledig uitgewist, zoals blijkt in de laatste alinea's. Deze bevatten haar woorden van vandaag en ik kreeg er tranen van in de ogen. Zoveel pijn en verdriet, zoveel worsteling bij ouders en kind om de eenzaamheid van het begin kwijt te raken… Het is niet te geloven; het moet echt afgelopen zijn met die achterlijke adviezen.)


Hoi Marianne,

Eerst even dit: “Poeh! Wat is het allemaal groot...!”
Het is heel heftig voor me, maar ik wil graag mijn verhaal doen, zodat ik anderen misschien kan helpen. Ik zal het geheel even wat uitgebreider aan je vertellen.

Zwanger van ons eerste kindje was ik helemaal dolgelukkig. Ik ben eigenwijs van aard, volg mijn eigen ideeën en dus las ik niet over Ria Blom en dergelijke. Ik las over AP (attachment parenting, MVK) en keek zelfs al op sites van de Vrije School. Ik kreeg van een vriendin een draagdoek als kraamcadeau en ze inspireerde me ook om lang te voeden. Het leek mij allemaal niet meer dan logisch.

Uit onzekerheid over mijn eigen lichaam had ik als eerste streven één jaar borstvoeding te geven. Dat zou en moest ik halen! Na een heel zware zwangerschap met bekkeninstabiliteit en een inleiding werd na twee knippen onze zoon geboren met de vacuümpomp. Vanwege zijn gewicht van vijf kilo moesten wij in het ziekenhuis blijven. In mijn hoofd had ik het idee lekker samen te knuffelen en het voeden op zijn beloop te laten; gordijnen om mijn bed dicht, allebei half bloot… heerlijk! Ineens kwam er een zuster binnen: “Wat doe jij nou?? Je kunt niet zomaar zelf je kind aanleggen! Je moet dat nog leren!” Ze zette ons rechtop in bed en bepaalde hoe ons kind moest liggen. Ze pakte mijn borst in de ‘hamburgergreep’. Dat deed zeer! Na veel gestuntel dronk hij bij me voor de tweede keer. Nog geen tien minuten later boog ze zich over ons heen.“Zo, nu is het genoeg; nu nog tien minuten aan de andere kant en dan zit hij vol.” Ik vroeg hoe ze dat wist: “Dat weet ik gewoon.”

Toen begon alle ellende; ik voelde dat mijn manneke zich niet goed voelde van de bevalling en hij had honger. Ik had gelezen dat kinderen juist op verzoek moeten worden gevoed, zeker vlak na de bevalling, want de navelstreng biedt ook constant voeding. En nu ineens waren er schema’s van tien minuten per kant? Ik begreep er niks van. De communicatie met de verpleging was beroerd. Wat ik zei, werd van tafel geveegd: “Meid, je bent nog zo jong en op internet schrijven ze ook echt van alles.” Ik zei dat ik dacht dat hij nog honger had en hoofdpijn, maar dat kon niet, zo was de conclusie.
Toen ze weg was, heb ik hem gepakt en toch aangelegd, maar ik werd betrapt! Dit mocht niet; hij moest gewoon wennen, hij had geen honger, hij wilde vast een schone luier, en hup, daar vloog hij van mij naar de verkleedtafel waar ik hem niet kon zien. Ik was moe, dommelde in slaap en werd wakker van een slapende baby die bij mij werd gelegd. “Kijk, hij is helemaal tevreden; hij heeft een schone luier en toen ik zag dat jij sliep, heeft hij een klein cupje kunstvoeding gekregen. Dan kun jij lekker rusten.” Wat?! Ik wilde borstvoeding geven! Ik kon wel janken en ik heb me zelden zo in de war gevoeld. De nacht verliep ellendig, met geregeld bijvoeding. Toen begon ook het huilen; hij huilde en huilde en ik stak mijn pink maar in zijn mondje. Ik durfde hem niet weer aan te leggen, want ik was bang betrapt te worden.
De volgende ochtend werd hij nagekeken: “Ja, we hebben hem een zetpil gegeven, want hij heeft een hersenschudding van de vacuümpomp. Niets ernstigs, hoor, gebeurt wel eens vaker.” Ik was woest! Steeds had hij bijvoeding gekregen, terwijl ik aldoor al dacht dat hij hoofdpijn had en daarom huilde. We zijn daarop uit het ziekenhuis vertrokken; ik was woedend.

Gelukkig hadden we een fijne kraamverzorgende, maar het huilen hield aan…
Was mijn borstvoeding niet goed op gang gekomen? Die voedingstijden, al die onzekerheid…
De weken gingen voorbij en mijn man moest weer varen, één week weg, één week thuis. Echt uren en uren liep ik met onze zoon te wandelen door huis, op alle tijden van de dag. Hij huilde en huilde maar. Had hij krampen en honger? Ik wist het niet meer; ik was totaal in de war. Ik kreeg adviezen van moeders en ik heb gebeld met het consultatiebureau. Ze kwamen op gesprek en toen kreeg ik het boekje van Ria Blom. Samen hebben we alle stappen doorlopen en kreeg geadviseerd een schrift bij te houden. Ik moest werkelijk alles noteren wat er gebeurde. Mijn leven was een hel! Ik had een huilend kind en voelde me een waardeloze moeder die allemaal tips uitprobeerde die niet werkten!
“Je kind zal nooit langer huilen dan dertig minuten”, las ik toen ergens. Met dat in mijn hoofd heb ik het hele ritueel gevolgd: voeden, knuffelen, in de box en dan in bed. Mijn hart bonsde in mijn keel toen ik de deur achter me dicht trok. De tijd ging in…

Dertig minuten later huilde hij nog. Ik zocht steun bij moeders op internet, maar iedereen zei: “Volhouden! Uiteindelijk is dit ook het beste voor je kind; dat zeggen ze bij het cb en Ria Blom zegt het zelf toch ook?!”
Het werden zestig minuten, negentig minuten... Ik trok het niet meer. Ik haalde mijn kind uit bed en ging voeden; hij had helemaal een droge mond van het huilen. Spelen, in de box en terug in bed... Ik had hem nog niet ingestopt of hij huilde al en ik liep huilend zijn kamer uit. Dertig minuten, zestig minuten... Huilend zat ik voor zijn slaapkamerdeur. Ik heb het cb gebeld en alles verteld, maar er was maar één reactie: volhouden moest ik!
Na weer negentig minuten huilen weer uit bed; voeden, knuffelen, in de box en terug in bed... en na twintig minuten huilen weer het cb gebeld. “Hij geeft vanzelf op”, zeiden ze!

Ik kon niet meer. Helemaal overstuur heb ik Ria Blom gebeld om te zeggen dat haar boek niet klopte! Ik vertelde alles in één waterval. Ze zei dat het zo niet ging werken en dat hij moest worden ingebakerd. “Haal hem maar uit bed”, zei ze. Ik zuchtte diep: eindelijk was er iemand die zei dat ik hem uit bed moest halen. Hij werd meteen stil en vijf minuten later sliep hij in mijn armen. We zetten het telefoongesprek voort en Ria legde uit waarom hij moest worden ingebakerd; ik moest dan wel echt volhouden. Ze vertelde dat ze een zelfde geval had meegemaakt als het onze en vroeg of ik niet wilde meewerken aan een interview over huilende baby’s voor een dvd die ze aan het maken was. Het overdonderde me volledig. Ze zei dat andere moeders ermee geholpen zouden zijn en dat raakte me. Ik voelde me geroepen om het te doen en ik gaf toestemming.

Toen hij zes weken was, ben ik gestopt met borstvoeding geven. Ik heb overal hulp gezocht, maar het mocht niet baten. Hij bleef huilen en toen ik nog borstvoeding gaf, zei iedereen, inclusief het cb, dat het daaraan lag.
Eén week heb ik hem op advies van de draagdoekvriendin gedragen, met mij blote borsten binnen zijn bereik. Die week was hij stil, die week sliep hij, die week dronk hij.
Bij gebrek aan begeleiding hierbij, heb ik na een pijnlijke draagweek (want hoe knoop je zo’n doek goed, zodat het dragen geen pijn doet?)de doek op zolder gelegd. Ik werd dagelijks voor gek verklaard; ik mocht hem hier niet aan laten wennen, dit dragen was niet goed voor hem en voor mij en nog veel meer. Ik wilde een goede moeder zijn, ik wilde mijn kind geen verkeerde dingen of vreemd gedrag aanleren waarmee hij het later moeilijk zou krijgen. Ik ben toen gestopt met borstvoeding geven en gestopt met dragen. Is het niet vreemd, dat ik daarna nooit te horen heb gekregen van iemand dat hij zo huilde als gevolg van de kunstvoeding?!

Niemand heeft ooit onderzocht of hij een allergie had; daar ben ik zelf achtergekomen. Met elimineren en provoceren werd dat duidelijk en toen kreeg hij een andere kunstvoeding. Als ik nog borstvoeding had gegeven en daar begeleiding bij had gekregen, was alles misschien anders gegaan.

Op een gegeven moment was de dag aangebroken dat Ria Blom bij ons thuis zou komen, samen met iemand voor het interview. Die ochtend ging de telefoon; het was een man die ons huis niet kon vinden kon. Het bleek de interviewer te zijn. Hij vertelde dat hij er rond 10.30 uur zou zijn met zijn collega en rond 14.00 uur zou Ria komen.
Ik was van dit alles helemaal niet op de hoogte en schrok toen er een heuse filmploeg voor de deur stond met heel veel professionele apparatuur, zoals microfoons en lampen en schermen en camera’s. Ik was in de war van alles wat ons overkwam.
Na veel vragen en wat giechelige antwoorden (ik was erg zenuwachtig, nu ik wist hoe groot het allemaal was), kwam eindelijk Ria Blom eraan. We voerden een heel kort gesprekje en we kregen een vluchtige uitleg van wat er ging gebeuren. Ik vroeg of het allemaal nog lang zou duren, want mijn hechtingen deden mij nog erg veel pijn en ik kon niet lang staan of goed zitten. Ik voelde me ook nog duizelig als gevolg van de bevalling. De filmploeg wist dit, want ik had het ze al verteld.
De gesprekken met Ria werden gefilmd en veel scènes moesten telkens opnieuw: anders zitten, die plant weg, dit anders, dat anders... De tijd verstreek en er was nog steeds geen einde in zicht. Echt hulp had ik ook nog niet gekregen; alles draaide om de dvd.

Na wat oefenen met in- en uitbakeren en zelf proberen brachten we ons mannetje naar bed. De hele ploeg ging mee en dat voelde zo verkeerd! We legden hem weg en ik zei tegen hem dat we vlak bij waren. “Jaaa”, werd er geroepen, “dat was mooi! Willen jullie dat nog een keer doen? Dat zag er mooi uit voor de opnames!” Camera’s aan en toen moesten we het opnieuw doen.. . Ik weet nog dat ik in gedachten “Sorry” zei tegen onze zoon. Wat moest er wel niet allemaal door zijn koppie gaan, zo vroeg ik mij af: een hele filmploeg in zijn slaapkamer, voor het eerst ingebakerd, papa en mama die zich zo nep gedroegen… Ik schaamde me diep tegenover mijn eigen kind voor wat ik hem aandeed, echt heel diep! Dat gevoel is nog niet weg; als ik erover praat, voel ik die schaamte nu nog.
Eenmaal beneden was alles gedaan en kon ik eindelijk zonder camera’s even zitten. Het begon al donker te worden het was me allemaal te veel. Ons kereltje begon weer te huilen. Ik zei zomaar hardop dat ik hoopte dat het niet weer zo lang zou duren. Ria ging daar op in: “Dat kan niet”, zei ze, ouders ervaren het vaak als veel langer dan het in werkelijkheid is. Baby’s moeten hun dag verwerken en dat doen ze nu eenmaal met huilen!” De beneden deur stond open en ze zei ineens: “Kijk, nu was hij even stil. Nu gaan de dertig minuten opnieuw in.” Nu ging me een lichtje branden. Hij was een paar seconden stil geweest; het leek niet meer dan een adempauze. Als je dan opnieuw begint te tellen, dan huilt een kind inderdaad misschien nooit langer dan dertig minuten...
Ik kon mijn draai niet vinden; terwijl mijn huis stukje bij beetje weer mijn eigen huis werd, ontdaan van filmapparatuur, zat ik echt op de bodem. Ik liep naar de gang en ging op de trap zitten. Ik voelde me totaal verscheurd! Ria kwam bij me kijken en legde nog een keer uit dat dit het beste was en dat hij gewoon even moest wennen aan het nieuwe ritme. Weer wees ze me op een adempauze, maar ik kon niet eens meer waarnemen of hij stil was of niet.

De filmman kwam ook even kijken en weer werd er gezegd: “Oh, dit is een goed shot, ik wil dit eigenlijk ook op de dvd hebben.” Camera erbij en de microfoon en daar is de bekende trapscène van mij als wanhopige moeder die voor een mooier effect nog één treetje hoger is gaan staan op die trap, terwijl ik me compleet ellendig voelde. Ria Blom vraagt in die scène aan mij: “Denk je dat je je kunt houden aan wat wij zojuist hebben afgesproken?” Heel slim… Ze zegt namelijk niet letterlijk dat we zojuist hebben afgesproken om bij iedere adempauze de wekker wéér voor dertig minuten te zetten.
Terwijl onze zoon boven huilde (nu al dertig minuten) en ik voor mijn gevoel van oververmoeidheid zo in slaap kon vallen, kwam Ria even bij ons zitten en begon ze over de betaling. Ze had ons geholpen, zo zei ze, en dat telde gewoon als een consult. Daarnaast moesten we de inbakerdoeken betalen die ze had meegenomen, net als haar boek.
We waren stomverbaasd, want we waren van 9.30 tot 17.00 uur bezig geweest met die filmopnames. We hebben, totaal overdonderd, de dag erna de rekening betaald.
Die avond belde Ria nog om te vragen hoe lang hij in totaal had gehuild. Dat waren vijftig minuten. Eén week later was alles hier veranderd: na heel, heel veel ellenlange huilsessie had hij ‘geleerd’ te slapen. Om het behaalde ‘succes’ te filmen, kwam de ploeg drie weken later nog een keer, nu zonder Ria. Tijdens een babbeltje met de cameraman (die de hele methode geloof ik helemaal niet zag zitten), vertelde ik dat we hadden moeten betalen. Hij was hier heel boos over. Hij heeft ervoor gezorgd dat we ons geld terugkregen en ik mocht daarna ook zonder kosten bellen met Ria Blom, al bleef dat altijd ongemakkelijk voelen.

Twee weken nadat het hele gedoe rondom de dvd was afgelopen, hielpen het inbakeren en de regelmaat helemaal niet meer. Hij vocht ertegen en het huilen begon opnieuw. Omdat het zonder doeken nog erger was dan met, bleven we wel inbakeren. Rond de leeftijd van één jaar kwam er zomaar verbetering in de situatie. Hij wordt echter nog steeds geregeld wakker en ik weet nu dat dat natuurlijk gedrag is. Het overkomt mijzelf immers ook!


Update op 19 oktober 2013:

Rond zijn eerste verjaardag kon ik niet langer meer doen wat anderen zeiden. Ik was mezelf verloren, direct na de bevalling al, en ik wilde niet langer leven in afgescheidenheid van mijzelf, van mijn gevoel en mijn intuïtie. Ik hakte de knoop door en stopte met het traject van inbakeren en laten huilen. Dan was ik maar een slechte moeder in de ogen van de mensen om mij heen en in de ogen van het cb. Het kon me niet meer schelen, want dit ging niet langer en het duurde al veel te lang.
Daarna trad er verbetering op, want door onze troost begon hij zich weer veiliger te voelen als het ging om het slapen.

Nu is hij net zeven jaar geworden. Hij is hoogsensitief en ervaart snel stress. In zulke gevallen is het resultaat nog steeds dat hij niet kan slapen. Hij gaat gebukt onder het onderwijs, het schoolsysteem en ook dat resulteert in slaapproblemen. Hij vindt het nog steeds lastig zich te uiten. Er is veel woede bij hem en hij ontploft snel. Als hij echter merkt dat je werkelijk bereid bent te luisteren, zal hij wel praten en delen wat er in hem omgaat. Dan laat hij zichzelf zien en kan hij dingen verwoorden die voor vele volwassenen nog lastig te begrijpen zijn. Als hij pijn had, rende hij als dreumes-peuter-kleuter van ons weg en ging hij in paniek alleen huilen. Hij ging er simpelweg niet vanuit dat iemand hem zou helpen; dat was immers zijn vroege ervaring. Dat is nu gelukkig anders; hij komt naar ons toe of vraagt om hulp. Wel gaat dit meestal met veel hulpgeroep gepaard. Er is in hem nog steeds de angst dat hij anders genegeerd wordt en dat hij alleen blijft met zijn pijn en zijn tranen. Ik weet niet of deze angst nog weg gaat. We doen er in ieder geval alles aan om hem te begeleiden; we steunen hem waar we kunnen! We hebben hem ook na de komst van onze dochter nog in de doek gedragen en dit heeft enorm bijgedragen aan de hechting en aan zijn vertrouwen in ons.
We slapen samen… alle vier! Soms wil hij een poosje op zijn eigen kamer en soms ligt hij weer maanden bij ons. We genieten, we leren, we leven…

Warme groet!

zondag 17 oktober 2010

Rustig en regelmatig dragen

“En wat lag daar op tafel…?” Mijn collega keek me met een prangende blik aan. Ik moest het antwoord blijkbaar kunnen raden. Ze was die middag op consult geweest bij een gezin met een kindje van nog geen drie weken. Het jongetje was nog niet aan de borst en moeder was nog heel onzeker. De zorgverlener die in de ochtend op bezoek was geweest, had diverse documenten achtergelaten. Mijn collega was nog niet bekomen van haar belevenissen: “De oma van het kindje was er ook en zei dat het toch helemaal geen kwaad kon als een kind een poosje huilde. Oma vond het niet normaal dat moeder geregeld tijdens het eten aan tafel zat met een kind op schoot. Wat moest ik zeggen?”
Wat is dat eigenlijk, ‘normaal’? De Engelsen kennen twee interessante woorden: ‘normal’ en ‘common’. We denken vaak dat wat ‘common’ is (veelvoorkomend), ook ‘normal’ is (normaal). Het is veelvoorkomend dat volwassenen verwachten dat kindjes in hun eentje gelukkig zijn. Biologisch gezien is dat echter helemaal niet normaal. Mijn collega had dat ook aan de moeder uitgelegd: “Wat je baby laat zien, dat is echt heel normaal. Hij is pas drie weken en heeft jouw nabijheid hard nodig.”

















Je vraagt je dan ook af waarom deze moeder het boekje had gekregen waarop mijn collega doelde: “Daar lag het, het boekje van Ria Blom over regelmaat en rust. De moeder zei dat ze haar hadden verteld dat ze haar zoontje wakker in bed moest leggen en dat hij gerust een half uur mocht huilen. Ik kan daar toch zo kwaad van worden! Dat jongetje was nog geen drie weken en kon dus per definitie nog geen huilbaby zijn!”
Die definitie luidt dat een kindje gedurende minimaal drie uur per dag, gedurende minimaal drie dagen in de week, gedurende minimaal drie weken moet huilen. Een kindje van nog geen drie weken oud kán daarom niet aan de definitie voldoen. En als een kindje wel veel huilt, is ‘ie geen ‘huilbaby’, maar een huilende baby. Dat is heel verdrietig, vooral ook voor het kindje zelf. Zie je het voor je? Baby ligt in bed te huilen en mama vergiet op de bank tranen met tuiten, omdat ze niet naar haar kindje ‘mag’ gaan. Een pasgeboren baby kan nog zo verschrikkelijk weinig doen om zichzelf te troosten of gerust te stellen. Als hij echter gedragen en gekoesterd wordt, kan hij zich veilig leren voelen en steeds beter met nieuwe dingen omgaan.
Er zijn veel ouders die dat begrijpen en sommige zetten er voor collega-ouders mooie dingen over op papier. Hier kun je daar meer over lezen. Chapeau, voor dit initiatief!
Excessief huilen voorkomen en aanpakken is een kwestie van de baby leren begrijpen. Ouders vervullen daarin een belangrijke rol en verdienen ondersteuning als de zorg voor hun huilende hummeltje ze zwaar valt. Aanstaande maandag zal ik me daarom weer vol goede moed naar Utrecht begeven om hierover met diverse disciplines te praten, zodat we tot een goede richtlijn komen!