vrijdag 19 januari 2018

Verliezen... verwerken

Gisteren was een rare dag. Ik hoopte de trein van 6.27 uur te nemen naar het zuiden van het land, maar dat liep anders. Ik had in gedachten om rond 21.30 of misschien 22.30 uur weer thuis te zijn, maar vooral ook dát liep heel anders. Op de weg terug naar huis heb ik maar (weer) eens een analyse op mijzelf losgelaten om beter inzicht te krijgen in mijn eigen handelen en reacties en hoe die iets van het kind in mij zichtbaar maken in de volwassene die ik nu ben.

Er raasde een storm over Nederland gisteren. Die was wel aangekondigd en de NS zou ook met een aangepaste dienstregeling gaan rijden, maar heel dramatisch zag het er nu ook weer niet uit. Mijn trein zou gaan, advies om massaal thuis te blijven werd niet gegeven en ook ik besloot derhalve om donderdag volgens planning te vertrekken. Dat was een vroege planning: trein van 6.27 uur (de laatste voor de spits, dus de laatste waarmee ik met mijn DalVrij-treinabonnement zonder extra kosten kan reizen), dus 6.15 uur de deur uit, dus 5.30 uur op. Da’s vroeg, zeker als je eigenlijk nog aan het bijkomen bent, niet alleen van een halve week waarin je ziekig was, maar van een heel half jaar waarin er meerdere ingrijpende levensgebeurtenissen hebben plaatsgevonden die je praktisch gezien achter de rug hebt, maar emotioneel gezien nog niet allemaal hebt verwerkt.
Daar stond ik, druipend van de regen, bij de incheckpaal om 6.23 uur, blij dat ik op tijd was: rits los, hand in de jaszak… geen OV-kaart! Koortsachtig zoeken, proberen mijn brein in bedwang te houden, logisch redeneren, alle jaszakken bij langs, nadenken of ‘ie in de rugzak zit, in gedachten door de jassen en kleren thuis vliegen (misschien andere jas aan gehad?), agenda van de afgelopen dagen nagaan, vaststellen dat ik niet zonder kaart de trein in kon voor zo’n lange reis heen en weer… én vaststellen dat als ik terug naar huis zou gaan om te zoeken, ik sowieso niet meer buiten de spits kon reizen en dus de volle mep moest betalen én, vooral ook dat, te laat zou komen voor mijn oppasafspraak. (Overigens hoorde ik in de loop van de dag dat je met een abonnement drie keer per jaar je kaart mag vergeten en dat dat dan wordt verwerkt door de conducteur. Ik wist het niet.)

Daar stond ik, overvallen door een diep gevoel van falen: kaart niet meegenomen… niet kunnen bedenken waar die is… niet op tijd komen… dochter teleurstellen… er een potje van maken… niks tot stand kunnen brengen… een sukkel zijn… wéér iets verliezen.
En dáár zit het grootste knelpunt, in dat verliezen. Als kind heb ik een aantal intensieve verliezen ervaren, zowel persoonlijk als via de impact van verliezen op mijn moeder en haar effect op mij.
Ik had jarenlang een telkens terugkerende droom: ik vloog en zweefde door de ruimte en zag prachtige, zachte witte wolken. Ik genoot ervan en wilde ze aanraken en omhelzen, maar zodra ik dat deed, werden ze hard en zwart. Nu, 40 à 45 jaar later, kan ik de contouren van die zwarte vormen nog altijd voor me zien en bijna voelen. Ik kan de ervaring van die droom nog weer terughalen en bedenken hoe verdrietig ik dan altijd wakker werd, omdat al het mooie in duigen viel. Waarom keerde die droom steeds terug?

Nu ik sinds een aantal jaren beroepshalve veel meer weet over hoe het kinderbrein zich neurologisch gezien ontwikkelt onder invloed van ervaringen in de sociale omgeving, begrijp ik bepaalde dingen steeds beter. Toch was ik gisteren verrast door hoe ik reageerde, omdat ik eigenlijk dacht dat ik de laatste jaren beter in staat was geraakt om die vroege kindervaringen wat meer los te laten en ze niet meer zo te laten overheersen. Toch zitten ze blijkbaar nog heel diep in mij verankerd, ook al zijn ze minder scherp geworden en kan ik meestal goed met ze omgaan.
Jaren- en jarenlang kon ik namelijk helemaal niet tegen het verliezen van dingen. Iets kwijt zijn, iets kapot laten vallen, geld kwijtraken aan het herstellen van ‘domme fouten’ (zoals een beschadiging aan de auto of het scheuren van een kledingstuk of het vervangen van iets wat ik was verloren)… het bracht me helemaal van mijn stuk. Ik hield dagenlang zo’n knagend gevoel van ‘er is iets wat niet goed is’, en ik bleef eindeloos zoeken en alert kijken, in de zinloze hoop dat het verlorene weer zou opduiken, het beschadigde weer heel zou zijn. Het maakte van de witte wolk van zo’n voorwerp een hard en zwart verschijnsel. Het gaf me het gevoel dat wat ik aanraakte en wat me dierbaar was, verloren zou gaan, z’n schoonheid zou verliezen, mijn gevoel van veiligheid zou verscheuren. En dat lag dan niet aan de omgeving; dat lag dan aan mij. Ik kon misschien wel een spontane en pientere indruk wekken, maar als je goed keek, zou je zien dat ik niet goed op mijn spullen kon passen, dat ik ‘overal een zootje van maakte’… dat ik niet deugde.

Wie mij een beetje kent, die weet dat mijn leven helemaal geen zootje is, dat ik heel goed de boel op orde kan houden, dat ik heel hard kan werken en dat ik dan ook een zeer fraai eindproduct kan afleveren. Ik heb niet, zoals ooit bij een toets op mijn eerste basisschool werd gesteld, te weinig doorzettingsvermogen; ik heb juist een enorm uithoudingsvermogen om dingen die belangrijk zijn, af te ronden en tot een goed einde te brengen en naasten te ondersteunen waar dat nodig en haalbaar is. Ik ben trouw in oprechte vriendschappen en trouw aan werksituaties waarin ik kan bijdragen aan mooie, idealistische doelstellingen. Ik kan lachen met vrienden en vriendinnen. Ik kan intens genieten van onze kinderen (en nu zelfs al van twee kleinkinderen!) en heb mij al meer dan een kwart eeuw met lijf en leden, ziel en zaligheid ingezet voor hún ziel en zaligheid. Waar komt dan die discrepantie vandaan tussen wat ik doe en hoe dat bij vlagen soms ineens weer voelt?

Deze week las ik een prachtige tekst van mijn lieve collega Mieke Saras, die onlangs, net als ik, een presentatie hield voor het online congres iLactation. Komende week hebben we een afspraak, waarin we samen verder zullen praten over de thematiek die zij en ik behandelen, namelijk de invloed van de heel vroege levensfase op de rest van ons bestaan, op onze gezondheid, ons welzijn, onze emotionele stabiliteit. Hoe ontwikkelen we onze ‘default settings’? Waar neemt ons basale brein, de amygdala, waar de primaire overlevingsinstincten zetelen, het over van ons intellectuele brein, de neocortex, waar we zaken beheerst en rationeel overdenken om tot verantwoorde besluitvorming te komen? Daarover raken wetenschappers het steeds meer eens: stress is de cruciale factor. Als in ons jonge leven de stress hoog is, ontwikkelen we een andere neurologische structuur in onze hersenen dan wanneer we frequent baden in het liefdeshormoon oxytocine. Bij hoge adrenaline- en cortisolspiegels (die ontstaan door onze eigen ervaringen of door wat we in de puurheid van ons baby- en kindzijn overnemen van onze hechtingsfiguren) kunnen we niet goed meer logisch nadenken. Dan vallen we terug op overlevingsgedrag. Dan volgen we onze intuïtie, een concept waarover ik net vandaag een zeer interessant artikel las. Intuïtie, zegt de auteur onder andere, is het gevolg van ervaringspatronen en de passende reactie daarop.

Ik heb als kind veel stress gehad in situaties van verlies… en ik ben omgekeerd ook geregeld dingen verloren in situaties van stress. Die onveilige ervaringen zijn destijds in mijn brein gekoppeld geraakt: stress en verlies horen bij elkaar. Wat oorzaak en wat gevolg is, doet er voor mijn amygdala onder druk niet meer toe. Als het ene er is, zal het andere wel volgen, en dan het ene weer: intuïtie, een ervaringspatroon, met alle emoties die daarbij horen.
En zoals gezegd: onder stress kun je niet meer zo goed logisch nadenken; de neocortex functioneert dan niet zo goed. Zonder stress had ik kunnen bedenken waar ik niet meer op kon komen toen ik om 6.25 uur opgejaagd terugfietste naar huis. Ik had mijn OV-kaart zaterdag weliswaar keurig in mijn jas teruggestopt en de rits gesloten en ik was zondag nergens geweest, maar toen ik maandag mijn jas in een garderobe moest hangen (van een emotioneel geladen plek), had ik aanvankelijk nog helder nagedacht. Ik had mijn kostbaarheden uit de jaszakken gehaald en in mijn broekzakken gestopt. Door de emotie van plek vergat ik ze terug in de jas te doen en toen ik een paar dagen later onder stress bij de incheckpaal stond en mijn oude verlieservaringen werden getriggerd, lukte dat logisch nadenken niet meer. Ik kon de oplossing niet bedenken (‘hij zit thuis in de zak van je nette broek’). Ik kon ook niet meer relativeren (‘hij is zeker gejat!’… nog meer onveiligheid…). Ik voelde alleen maar dat grote, overweldigende gevoel van verlies, van eenzaamheid, van tekortschieten. Het kind in mij voelde hoe zich de wattenwolken weer verharden, waarna de volwassene huilde… om een vergeten OV-kaart? Nee, niet om die kaart. De volwassene huilde omdat het kind blijkbaar nog steeds rouwt om wat verloren ging aan schoonheid en veiligheid, en om de angst opnieuw van alles kwijt te raken, zeker nu er de afgelopen periode weer diverse relationele verlieservaringen waren.

Het heeft me verrast, dat ik de afgelopen periode blijkbaar meer bezig ben geweest met wat die verlieservaringen voor de dierbaren om mij heen betekenden, dan met wat ze in mij weer aanraakten. Dat is in ieder geval de conclusie die ik trok, toen ik toch maar naar huis probeerde te reizen gisteravond. Dat was een avontuur, aangezien de NS wegens de storm met orkaankracht om 11.00 uur ’s ochtends het treinverkeer volledig had stilgelegd tot circa 19.00 of 20.00 uur.
Het was heel rustig onderweg; de duizenden gestrande reizigers hadden blijkbaar toch een slaapplek of een carpoolmaatje gevonden om naar huis te komen. De trein werd een stille bezinningsplek tot mijn aankomst in Assen rond 2.00 uur. Weer thuis, onder de wol naast mijn lieve man, die door alle stormen heen al 35 jaar naast mij staat. Mijn OV-kaart zit weer achter de rits van mijn jaszak. Ik was ‘m niet verloren; ik had ‘m gewoon veiliggesteld, zoals het hoort met kostbare zaken in het leven. Jammer, dat ik dat even vergeten was, maar misschien ontdekte ik het weer omdat ik tijdens het oppassen met een klein lief kereltje in de weer was geweest, waardoor de oxytocine weer kon stromen…?
Zo ervoer ik even weer aan den lijve het belang van Miekes en mijn drijfveer: de kleintjes in onze samenleving zo’n veilig mogelijke start geven via een mooie geboorte en een voedzame (borstvoedings)relatie, opdat ze vol vertrouwen hun volwassen leven tegemoet gaan. Volgende week  gaan we daarover brainstormen en kijken hoe we samen aan dat doel kunnen werken!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten