maandag 13 november 2017

Resilience en ACEs


Afgelopen donderdag, 9 november 2017, ben ik voor één speciale film van het InScience-festival naar Nijmegen heen en weer gereisd, namelijk de film ‘Resilience’. Die paste precies in mijn agenda en de rest van het festival is aan me voorbijgegaan. Dit is de trailer en de ondertitel van de film is ‘The Biology of Stress & the Science of Hope. Ik had gezien dat onder andere Nadine Burke Harris in de film voorkwam; van haar zag ik geruime tijd geleden al een fantastische TedMed-talk . Een andere grootheid in de film is Harvard-professor Jack Shonkoff, wiens werk over ‘early toxic stress’ in de referenties van mijn boekvertaling ‘Koester je kleintje’ te vinden is.

Ik had verwacht dat ik (woensdagavond laat) maar net op tijd zou zijn met het boeken van mijn ticket, want de zaal zou vast tjokvol zitten voor dit belangrijke onderwerp. Niets bleek helaas minder waar; de kleine filmzaal herbergde zo’n 15 verspreid zittende toeschouwers, voor wie het kernconcept van de film, ACEs (Adverse Childhood Experiences), nog niet in meerderheid gesneden koek leek te zijn. Hopelijk komt dat nog, want de inzichten achter ACEs en dus de potentiële impact van ‘Resilience’ zijn samen een zo groot onderwerp, dat mij er andermaal de tranen van in de ogen sprongen bij het zien van de film. Shonkoff had al meteen in het begin een paar zeer krachtige statements over ongunstige gebeurtenissen in het jonge kinderleven: ‘The child may not remember, but the body remembers.’ De kindertijd is voor veel kinderen niet een tijd van vreugde en onschuld; er gebeurt van alles dat de ontwikkeling van hun hersenen en neurologie negatief beïnvloedt. Die invloed is zichtbaar en merkbaar in het gedrag, in de gezondheid van het hart en zelfs in het DNA, zoals Burke Harris zegt. Shonkoff zegt al in de trailer dat problemen die tot nu toe ‘insolvable and intractable’ leken (onoplosbaar en onbehandelbaar), met de inzichten rondom ACEs een heel nieuwe dimensie krijgen. Hij stelt: ‘A defeatist attitude is completely disconnected from what 21st century science is telling us and we should be going after it like a bear!’ Dat is een zeer krachtige stellingname: we moeten ons niet neerleggen bij het idee dat allerlei ziektebeelden nu eenmaal voorkomen en dat daar weinig tegen te doen valt. Wat we wél moeten doen, is veel meer aandacht schenken aan hoe we het voorkómen van al die ellende al in de kindertijd in gang kunnen zetten.

ACEs gaan over problemen in de kindertijd die niet gemakkelijk bespreekbaar te maken zijn: (emotionele en seksuele) verwaarlozing en misbruik zijn, samen met een niet-functionerend gezinsleven de kernelementen; daar praat je niet gemakkelijk over als volwassen kind of als ouder. Het gaat dan bijvoorbeeld om psychische problemen, depressie, verslaving, echtscheiding en gevangenisverblijf van één van de ouders. Dikwijls worden kinderen (of voelen ze zich) gedwongen om hun mond erover te houden, met alle gevolgen van dien voor hun welzijn en gezondheid.

Toen de onderzoekers Robert Anda en Vincent Felitti eind jaren 90 hun ACE-studie publiceerden, wilden velen hen niet geloven; men wilde de mogelijkheid dat dit soort problemen in de kindertijd zo’n impact op de volwassen gezondheid hebben, niet onder ogen zien. Burke Harris stelt zelfs dat veel gezondheidsproblemen gemakkelijker te voorspellen zijn aan de hand van het aantal ACEs dat iemand heeft, dan door wat dan ook (bijvoorbeeld roken). In de film zien we het getekende beeld van een jong kind dat op straat loopt en moet wegspringen voor een naderende vrachtwagen. Het effect van ACEs wordt vergeleken met een kinderleven waarin continu de dreiging heerst van een vrijwel niet te ontwijken truck. Daardoor wordt het kind zó angstig en slaat het stresssysteem zózeer op hol, dat het lichaam niet meer normaal kan functioneren. Het komt volledig in de ‘survival mode’; adrenaline en cortisol overheersen en tasten allerlei organen aan. Shonkoff noemt dit ‘toxic stress’ (zijn term, door hem in het leven geroepen!), giftige stress, en hij omschrijft ‘toxic stress’ als een vorm waarin ‘the buffering support of parents’ ontbreekt. Het kind ervaart angst, maar kan voor het terugdringen daarvan en voor het tot rust komen niet bij de ouders terecht. Er is dus geen sprake van coregulatie met de ouder(s), maar van een situatie waarin het kind op zelfregulatie is aangewezen terwijl het daartoe fysiek en mentaal nog niet in staat is. Het idee, zo zegt de film, dat je jezelf aan je haren uit het moeras moet trekken, is in veel westerse landen heel populair geworden; het is het ideaal van de ‘self-made man’ (of vrouw, natuurlijk). Baby’s kunnen dat echter nog niet; ze moeten nog leren hun problemen zelf op te lossen en hebben daar volwassenen voor nodig, die niet alleen fysiek volgroeid, maar ook emotioneel uitgerijpt zijn. ‘Can you plan for the future’, vraagt Shonkoff, ‘if it is hard to get through the day?’
De preventie en aanpak die worden bepleit behelzen het veranderen van de levens van volwassenen die voor kinderen zorgen: ‘Adults fail to recognize child stress, because adults find their own stress more important.’ We moeten als samenleving dus zorgen dat ouders beter zijn toegerust voor het verzorgen van een jong kind. We zouden niet moeten wachten tot kinderen ‘fall apart and become ill’, nu we weten dat de wijze waarop hun kindertijd verloopt zoveel kan zeggen over de te verwachten gezondheidsrisico’s. Het idee van ‘resilience’, veerkracht, is geen kant en klaar pakketje waarmee een kind wordt geboren, maar een vaardigheid die zich langzaam ontwikkelt en goed tot stand komt als een kind een gezonde ontwikkeling en ontplooiing doormaakt. Wanneer een kind echter constant in de overlevingsmodus verkeert, zal die veerkracht niet of niet goed ontstaan.
Jaren geleden was ik getroffen door het onderscheid dat Robin Grille in zijn boek ‘Parenting for a Peaceful World’ maakt tussen ‘resilience’, veerkracht, en ‘adaptation’, aanpassing. Hij waarschuwt dat de vaardigheid van kinderen om zich aan te passen, niet moet worden misverstaan door die te bestempelen als veerkracht. Veerkracht, het ongewijzigd terugkeren naar een voorgaande situatie van evenwicht, is iets anders dan aanpassing, waarbij de voorgaande situatie niet meer bestaat en het kind zich op welke wijze en tegen welke prijs dan ook heeft aangepast aan de omstandigheden. Overigens is er zelfs dan geen sprake van een ongezond brein, maar van een brein dat is aangepast aan ongezonde omstandigheden, zodat het daarin kan overleven. Moeilijk gedrag en verslaving kunnen dan worden gezien voor wat ze werkelijk zijn: overlevingsstrategieën.
Boek dat in januari 2018 uitkomt!

Hoe gezonder een kind opgroeit en hoe lager het aantal ACEs, hoe groter ná dat ontwikkelingstraject de veerkracht zal zijn. Bij ziekte zou daarom de vraag niet moeten zijn: ‘Wat is er met je aan de hand?’, maar: ‘Wat is er met je gebeurd?’ Dán kunnen we, als we een veilige omgeving weten te creëren waarin de verhalen welkom zijn, de ACEs op het spoor komen. Nu is er op dat punt nog veel onwetendheid, zo stelt Burke Harris, en ze vergelijkt het met hoe vroeger in auto’s werd gerookt met de raampjes dicht. Nu we weten hoe ongezond de rook van sigaretten is, pakken we dat anders aan. Zo moeten we ook als samenleving nog leren hoe ongezond toxische stress is voor het opgroeiende kind. We zouden dus meer moeten doen om kinderen daartegen te beschermen, zodat de overdracht van generatie op generatie wordt doorbroken.
Een mooi citaat, tot slot:
‘Resilience is about overcoming adversity. It’s about how you think and how you view the world. (…) Unconditional love gives human beings the security that allows them to move forward and to take chances. That’s the bottom line of being able to handle almost anything. I am loved, I am valued and people know who I am inside. THAT allows people to thrive through good and bad times and that’s what resilience is.’ (Kenneth Ginsburg MD op www.resiliencemovie.com / https://kpjrfilms.co/resilience/ , bonus content)


Grijp je kans, als je deze film ergens kunt zien! Hoe beter we met elkaar het belang van de kindertijd begrijpen (en uiteraard ook van de rol van borstvoeding daarin!), hoe beter we allerlei vormen van beleid daarop kunnen afstemmen. Wat een grote, eervolle uitdaging!


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen